Status

Sommige mensen, zoals Jan Seurinck, hebben discipline. Andere sjarels, zoals ikzelf, hebben dat niet. Jan post zeer regelmatig iets op zijn blog, bij mij is het soms máánden wachten eer er nog eens iets verschijnt.

Hiernamaals

Yep, ik schrijf weer voor De Morgen. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat mijn artikels er ooit nog zouden opduiken — en ik ben niet de enige. Maar kijk, ondertussen heb ik al drie reportages afgewerkt en begin ik het zelf stilaan te geloven. ’t Voelt verdomd goed om weer thuis te zijn.

Weer onder de Wapper

‘Als mijn boek klaar is, kom ik het binnensteken’, had ik in zowat elk volkscafé gezegd toen ik er op reportage was over de Lange Wapper. Die vermaledijde Lange Wapper zal er nooit komen, maar het boek is er ondertussen wel.

Sjofel en marginaal

Niet zo gek lang geleden – het was wel nog volop zomer – zat ik op een Antwerps terras met Bert Bultinck, een oud-collega van De Morgen die nu net als ik arbeidt voor De Standaard, al is zijn functie wel iets indrukwekkender dan mijn freelancestatuut.

Debuut

Ik heb sinds gisteren nieuwe cowboybotten. Op zich is dat niet belangrijk, maar het is wel plezant om met nieuw schoeisel een vreugdedansje te doen. Dat vreugdedansje mocht ik uit mijn botten slaan wegens Onder de Wapper. Dat is niet minder dan mijn debuut: een verzameling reportages in de gure buurten waar de Oosterweelverbinding zal opduiken.

Schuilen onder de Ring

Al sinds november ben ik bezig met een reeks reportages over de Lange Wapper. De bedoeling is dat ik op zoek ga naar verhalen in de buitenwijken van Antwerpen, waar de Oosterweelverbinding passeren zal. Al iedere keer was rotweer mijn doorweekte deel. Behalve die mooie doch bitter koude dag dat ik de Liefkenshoektunnel bezocht. Maar toen zaten we in Oost-Vlaanderen, en in Oost-Vlaanderen regent het niet – behalve in Aalst.