Finissage

31 juli 2013

Het is voorbij. Over en uit. Elke cel van ons lichaam is verzadigd, onze mitochondriën zijn uitgeput, de neuronen in onze kop hebben afkoeling nodig. De Gentse Feesten waren top, kreunend kruipen we in ons bed.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Tien dagen lang heeft Lolly het goede voorbeeld gegeven door te dansen, te lachen en te springen. Zij is kwieker dan de jeugd.

Tien dagen lang heeft Lolly het goede voorbeeld gegeven door te dansen, te lachen en te springen. Zij is kwieker dan de jeugd.

De laatste nacht is de meest frisse. Toch kijken ook vannacht de sterren welwillend op ons neer. De maan fronst een beetje: wat is dat toch met die Gentse Feesten en die Gentenaars en hun stad die maar niet wil slapen? Maar het langzame wassen van diezelfde maan is een uitgesponnen knipoog, ons vriendelijk toegeworpen door het heelal.

Aan de Vlasmarkt verwelkomt kapelmeester Jurgen mij. “Er staat zeer veel volk. Allemaal mensen die het niet begrepen hebben”, moppert hij. “Je hebt de Gentse Feesten meegemaakt als je enkele dagen afsluit op de Vlasmarkt, niet als je alleen op de laatste dag komt opdagen. In het ideale scenario sta je hier tien dagen aan een stuk, maar dat kan ik niet meer op mijn leeftijd.”

Aan de tent van de Kinky Star staat jazzcat Vos me op te wachten. Zijn lichaam blaakt, een vuurtoren boven een woelige zee. “Deze massa kolkt niet, dit is het wereldkampioenschap surplacen”, observeert Vos. “Hoe was het gisteren?”

Schapenwolkjes boven de stampvolle Vlasmarkt. Het wordt een mooie laatste ochtend.

Schapenwolkjes boven de stampvolle Vlasmarkt. Het wordt een mooie laatste ochtend.

“Ah, dat was weer de beste avond. Een bouillonblokje, een concentraat van de beste mensen”, antwoord ik. “Maar al het volk dat hier nu staat, dat zijn mensen die een tentoonstelling bezoeken op de finissage.”

“Ze zouden dat moeten tegengaan door op de finissage wijn te schenken die nóg slechter is dan op de vernissage”, suggereert Vos, die het een en ander kent van zowel tentoonstellingen als wijn.

Daar is Bram, de man die zijn geliefde zelfs op de Vlasmarkt opgewonden gilletjes weet te ontlokken. “Pintjes?”, vraagt de gehaaide manager.

“Ja, doe maar zo proletarisch mogelijk”, zegt Vos, die bekendstaat als volksvriend.

Een echte man weet hoe hij boterhammen met 'uufflakke' belegt. Zo iemand zal altijd een vrouw aan zijn zijde vinden.

Een echte man weet hoe hij boterhammen met ‘uufflakke’ belegt. Zo iemand zal altijd een vrouw aan zijn zijde vinden.

“Voor mij een premiumpilsje, graag”, bestel ik.

Een jongedame komt haar beklag doen. “De Gentse Feesten zijn de VTM-feesten geworden – uitgezonderd de Vlasmarkt dan”, stelt Aline. “We zijn onderweg onze ziel verloren. Mijn ma was een hippie, als kind konden we tijdens de Gentse Feesten op de Groentemarkt buitenspelen. Nu is het allemaal commercie. Een feest voor dikke ganzen. En hoeveel frikandellen kun jij binennspelen?”

De muzikant Sam zweeft voorbij op zijn wolk van endorfine. “Alles is liefde!”, meldt hij ons.

“Ach, misschien worden we gewoon ouder en missen we de pointe?”, vraagt Aline zich af.

Alsof jonge snotneuzen de pointe niet missen. Zij beseffen gewoon nog niet dat ze op zoek zijn naar iets wat ze nooit zullen vinden, dat ze over enkele jaren badend in het angstzweet wakker zullen schieten, met wanhoop en schaamte als enige compagnie.

Ik ga Sarah groeten. Zij heeft haar schaamte opgetild tot hogere kunst. “Ik zit in de fleur van mijn leven en ik ben op zoek naar poepinge”, meldt ze.

Nikolaas van het Botramkot knuffelt zijn teddybeer voor hij het beest in de massa gooit.

Nikolaas van het Botramkot knuffelt zijn teddybeer voor hij het beest in de massa gooit.

“Poepinge?”

“Ja, dat betekent dat ik wil poepen. Ik dacht dat het hier vanzelf op mij af zou komen, maar het komt niet, en ik dus ook niet. Er zijn wel veel kandidaten, maar ze zijn niet goed genoeg.”

Oei, mijn telefoon gaat. Verdomme, ik ben te laat om mijn belbak op te nemen. Al drie gemiste oproepen, hoe is dat mogelijk? De beller is een cabaretier die op de dj-toren staat en een quote voor me heeft. Welaan dan, mijn statuut als journalist misbruikend steek ik een rij wachtenden voor en klauter ik op de dj-toren. Beleefdheid wijkt voor een vet citaat.

Nicolas van het Botramkot belegt met evenveel enthousiasme als op de eerste dag boterhammen. Dit is zijn geluk en zijn leven.

Nicolas van het Botramkot belegt met evenveel enthousiasme als op de eerste dag boterhammen. Dit is zijn geluk en zijn leven.

De oneliner die Dries voor me heeft, is geniaal. Een prachtige wijsheid die de hedendaagse Vlaamse samenleving terugbrengt tot haar hardwerkende essentie. Ik begin ‘m te noteren en dan schieten Dries’ ogen plotsklaps vol paniek.

“O neen, wacht, niet doen! Dat moogt ge niet gebruiken! ’t Is een lijn uit Bevergem!”, slaat Dries zich voor het hoofd. Over Bevergem zal de pers volgend jaar schrijven dat het de beste Vlaamse tv-serie ooit is. Het is het magnum opus van Bart Vanneste en zijn kornuiten. Nu al een lijn openbaren, zou onvergeeflijk zijn.

“Fuck, dju, en ik kan niets anders bedenken!”, raast Dries door. Hij kijkt schichtig om zich heen en haast zich naar beneden. “Bel mij morgen voor oneliners, nu gaat ’t niet meer!”, roept hij nog, bijna zijn dood tegemoet struikelend.

Nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. is opgelapt na een vuistslag en wordt enthousiast verwelkomd door zijn ene kiezer.

Nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. is opgelapt na een vuistslag en wordt enthousiast verwelkomd door zijn ene kiezer.

Op de toren staat ook een échte journalist, en dan nog één die berucht is voor de striemende manier waarop hij verschillende vormen van nuance met elkaar combineert. “Jij hebt geen deontologie!”, verwijt hij me. “Núl deontologie! En durf dat niet opschrijven!”

Ik gooi mezelf weer van de dj-toren, want ik er ligt een veel exclusiever plekje te lonken: het podium van jongerenzender Urgent.fm, vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de Vlasmarkt.

Samen met de jonge Helena eet ik er een boterhammetje met uufflakke. “Zie al dat volk”, zegt zij in haar schoonste Gents. “Iedere Gentenaar zou hier moeten staan. Als je niet naar de Feesten komt, heb je niet de ziel van een Gentenaar. Drink desnoods Red Bull of duust Irish coffees om wakker te blijven, maar je moet blijven gaan!”

Wie al te euforisch is, moet getroost en geknuffeld worden voor hij in shock gaat.

Wie al te euforisch is, moet getroost en geknuffeld worden voor hij in shock gaat.

Nikolaas van het Botramkot roept ons tot de orde en zet ons aan het werk. We gooien honderden knuffeldieren het publiek in, de massa wordt zot. Het hoe en het waarom ontgaan me compleet, maar het is de max.

Wanneer de adrenaline gaan liggen is, glijd ik weer naar de overkant van het plein. Elke, een vrouw met krasjes op haar ziel, staat er klaar met een conclusie over de Vlasmarkt. Achter haar zonnebril verbergen zich vochtige ogen, maar haar glimlach toont zacht geluk. “Dit is beste therapie die ik me kan inbeelden”, zegt ze tussen twee slokken Irish coffee door. “Ik had thuis kunnen blijven om heel veel te wenen of ik kon naar hier komen. En kijk, ik sta hier, ik ben ervoor gegaan, en daar ben ik blij om.”

Even verder staat Jeroen, een oude schoolkameraad. Op de Vlasmarkt hebben we elkaar al vaker gesproken dan in alle jaren dat we samen op de schoolbanken zaten. “Mijn lichaam is blij dat het gedaan is”, zegt hij. “Het was wat aan het protesteren.”

Ook Adrien Cocquyt verlaat het plein. “Fuck de Gentse Feesten! ’t Is gedaan!”, roept hij vrolijk. “Volgend jaar opnieuw.”

Een oog na tien dagen Gentse Feesten. Buiten de gesprongen adertjes valt het goed mee met tekenen van vermoeidheid.

Een oog na tien dagen Gentse Feesten. Buiten de gesprongen adertjes valt het goed mee met tekenen van vermoeidheid.

De veegwagens van Ivago rijden de Vlasmarkt op, de massa wordt uit elkaar gedreven. Traditioneel gaan mensen aan de karren hangen. “Als ge thirty something zijt en ge hangt nog altijd aan die Ivago-wagens, dan zijt ge een triestigaard”, oordeelt Tom, een fotograaf met twee ogen, zuchtend.

Vannacht hebben we putatief nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. niet gezien, hij moest bekomen van de klop tegen zijn kop. Hij komt tenminste nog opdagen om de opkuis mee te maken. Zijn linkeroog zit potdicht, zijn wenkbrauw is gehecht, maar hij is er geraakt. “Ik bedank al jaren de sfeerbeheerders omdat ze ervoor zorgen dat alles hier in een gemoedelijke sfeer plaatsvindt”, zegt hij. “Vroeger durfden de flikken hier bijna niet komen, maar nu amuseert iedereen zich om daarna naar huis te gaan.”

Ook Edmond Senior, vader van het woelwater van de Vlasmarkt, staat de chaos met pretoogjes te bekijken. “Dit is het moment waar het op aankomt, nu moet je hier tussen het volk staan”, grijnst de bezadigde Gentenaar.

Een man in een gestreept T-shirt staat serieus te kijken van alle veegwagens en ambulances die passeren.

Een man in een gestreept T-shirt staat serieus te kijken van alle veegwagens en ambulances die passeren.

Het is de laatste keer dat de Gentse Feesten definitief afgesloten worden op dinsdagochtend. Vanaf volgend jaar beginnen en eindigen ze een dag vroeger. Dat betekent helaas dat onze beste avond, het bouilonblokje van de Feesten, de zo rustige, maar intense tweede zondag, de receptie voor de hardleerse Gentenaars waar geen toeristen op uitgenodigd zijn, verdwijnt. Ik zou me daar zorgen over kunnen maken, maar mijn kop en mijn lijf hebben hun bekomst van de Feesten.

Het moet wel een topeditie geweest zijn, anders was dat punt van verzadiging nooit bereikt. En nu mag de winter gaan beginnen. Ik verlang naar porto bij een open haardvuur.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Dansende desillusie

31 juli 2013

Het einde is in zicht, het ongeluk komt steeds dichterbij. Laten we het camoufleren, zodat het plezier nog even de bovenhand mag halen.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Met de juiste bril kunnen bekende rocksterren volkomen incognito over de Vlasmarkt dwalen.

Met de juiste bril kunnen bekende rocksterren volkomen incognito over de Vlasmarkt dwalen.

De laatste zondag van de Gentse Feesten is traditioneel de beste nacht. Het is een nacht waarvoor nauwelijks toeristen opdagen, enkel hardleerse Feestgangers. Het is een nacht die tegelijk kalm en intensief is. De habitués kennen de routine, zodat ze vrijelijk kunnen variëren op het bekende thema. In hun handen wordt feestvieren een hogere kunst.

Op de Vlasmarkt word ik opgewacht door Katrien, journaliste met een hart en een tong. “Ik heb speciaal gewacht tot uw komst om te vertrekken”, zegt ze, met een pijnlijke grimas een pintje weigerend. “Het is hier rustig en vrolijk. Er is ambiance. En nu ben ik ervandoor. Tot volgend jaar!”

Een man, die zich kenbaar maakt als Gert, staat een beetje alleen te drinken. “Ik zit op Facebook, en heb daar veel vrienden, maar waar zitten zij?”, vraagt hij zich af. Gert denkt even na over wat hij gezegd heeft. “Is dat niet wat triestig?”

De post-apocriefe dichter René krast zijn weerbarstig proza in een beduimeld notitieboekje.

De post-apocriefe dichter René krast zijn weerbarstig proza in een beduimeld notitieboekje.

“Maar neen, u staat hier nu toch ook met mensen te praten, dat is ook al iets”, spreek ik hem tegen.

“Oké, da’s waar. Morgen zal ik allicht drie nieuwe friend requests krijgen”, glimlacht hij.

Sam, bassist bij The Red Rum Orchestra, staat in de periferie van de Vlasmarkt naar het volk te kijken. “De Gentse Feesten zijn Aalst Carnaval zonder praalwagens. Enfin, de Feesten zelf zijn de praalwagen”, mijmert hij.

Een florissante jonge vrouw klampt me aan. Ze stelt zich voor als Maya. “Enkele dagen geleden zei iemand in één van uw verslagen iets over een kutje dat nat werd. Wel, dat was mijn kutje”, vertelt ze rechtuit. “Nu wil ik wel aanstippen dat mijn kutje niet zomaar nat wordt. It takes effort. Mijn kut wordt sneller nat van woorden dan van piemels. Piemels doen me niet zo veel. Praat is beter dan de daad.”

Een groepje maten van me amuseert zich kostelijk. Toch is de perfectie nog lang niet in zicht. “Het Sfeerbeheer kan nog beter”, merkt Matthias op. “Als je hier met tien man staat, zou je een eigen sfeerbeheerder moeten kunnen opeisen. Die kan je avond dan in goede banen leiden.”

Peter staart indringend naar de lens. Zijn blik priemt tot diep in andermans ziel.

Peter staart indringend naar de lens. Zijn blik priemt tot diep in andermans ziel.

Toch gelooft Sam nog altijd in de heilzame werking van de Vlasmarkt. “Alle psychiatrische patiënten zouden beter naar hier komen in plaats van naar hun psychiater te gaan”, vindt hij.

Matthias haalt zijn schouders op. “Juij, de wereld is naar kloten, maar we blijven hier gezellig staan. De mensen weten er echt geen fuck van. Ze weten niet dat ze volgend jaar geen werk meer zullen hebben en zullen sterven van werkloosheid en verdriet”, zegt de vrolijke doemdenker. “Vooral vrouwen weten nog van niets, mannen hebben het iets rapper door. De mooie kant van het leven heeft ook een slechte kant, zijnde de dood, die constant op de loer ligt.”

Over mijn werk als chroniqueur van het leven op de Vlasmarkt heeft hij het een en ander aan te merken. “Uw verslagen geven een vertekend beeld van de Gentse Feesten omdat ten eerste alle mensen straalbezopen zijn, ze ten tweede niets te vertellen hebben en er ten derde angst en wanhoop heerst”, somt Matthias op. “Wijd eens één avond aan het feit dat de mensen rondom ons heel ongelukkig zijn. Vooral zijn ze op zoek. Ongeluk is uiteindelijk de kern van het plezier. Iedereen probeert zijn ongeluk te camoufleren, zodat het afwezig lijkt. Dan kun je plezier hebben, weg van de saaie schaamtelijkheid. Je moet je overgeven aan de gedachte dat alles schaamtelijk is. Alles. Ook mijn eigen maten.”

Adrien Cocquyt heeft zich vermomd als Sfeerbeheerder, zodat hij aan alle controle ontsnapt.

Adrien Cocquyt heeft zich vermomd als Sfeerbeheerder, zodat hij aan alle controle ontsnapt.

Ongemerkt heeft de zon weer de horizon veroverd en de nacht verdreven. Het gevreesde sluitingsuur komt opnieuw in zicht. “De therapeutische sessie is weer over. Als ervaren Feestenganger mag ik dat wel zeggen”, meent Sam. “Maar het blijft moeilijk om te gaan slapen, omdat je nog altijd verwachtingen hebt. Terwijl die gewoon bullshit zijn. Morgen is er enkel nog desillusie. Ooit heeft Lieven Vandenhaute deze bende op de Vlasmarkt omschreven als dansende lijken. Inderdaad, dit is de dansende desillusie.”

Ik ga een boterham met uufflakke halen voor het te laat is en ik meegesleurd word in de eschatologische draaikolk van Sam en Matthias. Terwijl hij mijn ontbijt prepareert, vertelt Nikolaas dat een man hem gevraagd had wat zijn ideologische strekking was.

“Ik heb geantwoord dat ik tot de extreem rechtse vleugel van de sp.a behoor”, vertelt de boterhamsmeerder. “Daarop vroeg hij me of ik lid was van de NSDAP. ‘Dat is een anachronisme’, zei ik. ‘Wat is een anachronimise?’, vroeg hij. Waarop ik me afvroeg of hij werkelijk zo dom was dat hij dat woord niet begreep. En toen werd die mens nog agressiever.”

Nikolaas hapt even naar adem, want het is een anekdote die veel van zijn energie vergt. “Bon, Gent dweept dus met zijn tolerantie, maar als neonazi zijt ge wel gescheten. Of als rasta met een labrador. Dat is wijsheid die je enkel te weten komt om 7 uur op de Vlasmarkt.”

Als een goede grote broer deelt Edmond zijn bier met Adrien Cocquyt. Op de Vlasmarkt komen zij nader tot elkaar.

Als een goede grote broer deelt Edmond zijn bier met Adrien Cocquyt. Op de Vlasmarkt komen zij nader tot elkaar.

Voor nog meer wijsheid wend ik me tot Jurgen, een asceet die zowaar staat te dansen en toegeeft bezopen te zijn. “Ik ben beginnen te drinken toen ik kerkelijk recht begon te studeren”, legt hij uit. “Kerkelijk recht is de beste voorbereiding op de Vlasmarkt.”

Om de Vlasmarkt nog beter te doorgronden, zou ik dus in de leer moeten gaan bij monseigneur Rik Torfs, maar daar pas ik voor. Ik volg liever het evangelie van Bart Vanneste. Vanochtend bestaat dat evangelie uit één zin: “Het leven is een aaneenschakeling van mislukkingen en onmogelijke keuzes.” We slaan een kruisteken met ons drankje en dragen waardig ons kruis naar de uitgang.

Voor de zoveelste dag op rij verzamelt het volk onder de platanen bij Sint-Jacobs. Daar is iets vreemds mee aan de hand. Vroeger bleef iedereen zo lang mogelijk op de Vlasmarkt staan. Mensen trokken massaal naar de krantenwinkel voor pils uit blik. Het Sfeerbeheer werd daar een beetje wanhopig van, maar zoals Matthias al wist, valt er aan wanhoop toch niet te ontsnappen.

Het roze hemd van Gerald Claes doet menig mannenhart sneller slaan.

Het roze hemd van Gerald Claes doet menig mannenhart sneller slaan.

Sinds vorig jaar echter loopt de Vlasmarkt meteen leeg nadat de dj’s hun platen hebben opgeborgen. Meteen begint de afterparty aan de andere kant van de Sint-Jacobskerk. Zonder dj’s, maar ook zonder Sfeerbeheer. Ooit moeten daar accidenten van komen, maar dat kun je niet vermoeden als je iedereen daar zo vredig in de zon ziet liggen.

Ook Matthias houdt er de sfeer in. “Vergeet niet dat iedereen een eikel of een slet is, het is het één of het ander”, doceert hij. “Hey, yo, ik ben een toffe slet. O, hallo, en ik ben een toffe eikel. Enzovoort.”

Vredigheid in de zon, jawel. Mensen vinden troost, rust of vertier bij elkaar. Soms zijn er wrijvingen, door zoekende tongen die in de verkeerde wanhopige mond belanden. Ikzelf hou het uur angstvallig in de gaten, want om kwart voor elf word ik verwacht in het ziekenhuis.

Het glitterpakje van Joris Claes kan niet verhullen dat hier een gedisciplineerd man staat.

Het glitterpakje van Joris Claes kan niet verhullen dat hier een gedisciplineerd man staat.

“Edmond, ik ga even gaan plassen, en dan ben ik door”, zeg ik tegen de nachtburgemeester die betaald wordt om personage te spelen in mijn verslagen.

Gedurende twee minuten keer ik het plein mijn rug toe, als ik terugkom zit Edmonds gezicht onder het bloed. Tussenbeide gekomen in een gevecht, iets te onstuimig volgens omstanders. Terwijl een meisje de jaap in zijn wenkbrauw de eerste zorgen toedient, blijft hij maar vragen of iemand zijn kenmerkende bril wil gaan zoeken.

Hoe is dat nu toch in godsnaam mogelijk? Een nachtburgemeester, putatief of niet, is geen boksbal.

De gewonde Edmond wordt weggevoerd met een ambulance, ik spurt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Ik ben nog net op tijd om te horen en te zien dat de onvoldragen vrucht in de schoot van mijn vrouw een plasser heeft en dat ik eind november vader word van een zoon.

Een vuistslag heeft nachtburgemeester Edmond Cocquyt een gekloven wenkbrauw opgeleverd. Mensen, bewaar toch alstublieft uw kalmte.

Een vuistslag heeft nachtburgemeester Edmond Cocquyt een gekloven wenkbrauw opgeleverd. Mensen, bewaar toch alstublieft uw kalmte.

“Kom, laat ons eens kijken of Edmond hier op de spoed ligt”, zeg ik nadat we als dolgelukkig gezin afscheid hebben genomen van de gynaecoloog.

In een ziekenhuisbed dat veel te klein is voor zijn lengte ligt het lichaam van Edmond Cocquyt Jr. opgebaard. Het lichaam spreekt. Zijn hoofd, omwikkeld als een paasei, lacht zelfs een beetje. “Is ’t voor een foto te maken dat ge hier zijt?”, schampert Edmond.

Straks wordt hij genaaid en hij zucht dat het nu al de derde keer is dat hij het einde van de Gentse Feesten met een blauw oog zal meemaken. Doordat hij tijdig behandeld wordt, hoeft hij niet te vrezen dat de dokters zijn gezicht moeten amputeren.

Als ik afscheid neem, zwaait hij nog eens met zijn vuist. “De revolutie boven, gelijk altijd!”, ijlt de nachtburgemeester. Angst en wanhoop krijgen geen vat op dit figuur.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Atonaal geroezemoes

29 juli 2013

Een weefsel van hoogdravende boertigheid. Geluk clasht met verdriet, terwijl er gezellig wordt getongzoend. Reikt het axioma van de bilocatie werkelijk zo ver?

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

In welke andere discotheek dan de Vlasmarkt vind je een middeleeuwse kerk onder de discobal?

In welke andere discotheek dan de Vlasmarkt vind je een middeleeuwse kerk onder de discobal?

Mijn nacht begint met het noodnummer 112. Aan mijn tramhalte ligt een jongeling te slapen, met zijn gezicht in zijn eigen braaksel. Wat het gastje precies gegeten heeft, valt uit de brokken niet meer te deduceren, maar het moet een stevige, voedzame maaltijd geweest zijn. Vlees en groentjes in snottebellensaus, zoals wijlen de grootvader van mijn vrouw Chinese gerechten treffend wist te omschrijven.

Helemaal alleen op het perron ligt de stakker te kreunen, zonder vrienden aan zijn zijde. Als zijn mama hem zo zag liggen, het mens huilde bittere tranen. Op mijn bevel om wakker te worden, reageert de knaap niet meer. En vandaar kies ik voor de gemakkelijkste oplossing: 112.

Een nagemaakt briefje van vijf euro ziet er al even beduimeld uit als Edmond Cocquyt Jr.

Een nagemaakt briefje van vijf euro ziet er al even beduimeld uit als Edmond Cocquyt Jr.

“O, maar er was u al iemand voor, de ambulance is onderweg”, meldt de man aan de andere kant van de lijn vrolijk. “Toch bedankt om te bellen, meneer.” Een troostprijs krijg ik niet.

Oyo, mijn bollen, wat is het druk in het centrum. De wolkbreuken hebben de grote massa niet naar huis gespoeld. Ook op de Vlasmarkt zag ik dit jaar nog nooit zo veel volk.

Meteen loop ik Michiel tegen het lijf, een man die de afgelopen dagen steeds verder verdwaald is in het labyrint van de Vlasmarkt. “Ik ben een beetje triestig”, geeft hij toe. “Ik heb last van het axioma van de bilocatie. Je kunt niet gelukkig en verdrietig tegelijk zijn.”

Michiel slikt. Het vliegwiel van zijn verscheurde gemoed draait alle richtingen uit. Zijn bevroren verdriet van gisteren is vandaag te snel ontdooid. “Ik moet er bijna van huilen.”

Joepie, daar is Fauve, ook een vliegwiel, maar veel minder verscheurd. Vorig jaar was zij nog het platonische maatje van de gehaaide manager Bram B., thans is hun liefde heel wat wereldser, met alle erotiek van dien. Fauve vertelt over een man die slipjes verzamelt en na de Feesten alle vrouwelijke donors wil samenbrengen.

Twee feestvierders hebben speciaal witte T-shirts aangetrokken opdat de Irish coffee kunstige tekeningen kan maken.

Twee feestvierders hebben speciaal witte T-shirts aangetrokken opdat de Irish coffee kunstige tekeningen kan maken.

“Waarom zou je dat doen als je je slipje bij het Botramkot kunt inruilen voor een boterham?”, vraag ik verbaasd.

“Een boterham met choco? Goh, ik weet het zo nog niet. Dan zouden boterhammen met choco nooit meer hetzelfde zijn”, weifelt Fauve.

Bram komt erbij staan, vangt iets op over het slipje van zijn gemalin en haalt onder haar rok een vingervlugge truc uit die Fauve een gilletje ontlokt dat twijfelt tussen verontwaardiging en opwinding. In een flits zie ik een blauw-wit stukje stof passeren.

Ik sta paf. “Heb ik dat nu goed gezien? Heeft dit werkelijk plaatsgevonden temidden van de Vlasmarkt?”

Een man belt zijn vrienden om te melden dat hij voortdurend nieuwe mensen leert kennen. 'Ik weet ook niet hoe het komt.'

Een man belt zijn vrienden om te melden dat hij voortdurend nieuwe mensen leert kennen. ‘Ik weet ook niet hoe het komt.’

“Wat? Is er iets gebeurd?”, reageren Bram en Fauve in koor.

Jazzcat Vos komt zich moeien in de debatten. “Drink jij maar pastis”, geeft hij me een grootmoedig schouderklopje. “Zolang je maar niet begint te petanquen op de Vlasmarkt.”

Dit is een heerlijke ochtend. Druk, maar zeer menselijk. De massa gedraagt zich voorbeeldig. Opstootjes blijven uit.

“Het is zeven uur, maar zo veel volk dat er nog staat”, merkt Sarah, beter bekend als Conny Komen, op. “Waarop wacht iedereen nog?”

“Op de zon?”, suggereer ik.

“Maar die is er al!”, werpt Sarah op.

“Maar nog niet helemaal. En waarom zou je naar huis gaan als het hier zo plezant is?”

“Sorry, het ligt aan mij. Ik ben nuchter. Enfin, half nuchter.”

Zoals elke dag is er een rush op de dranktenten, voor de laatste Irish coffee, het laatste pilsje vóór de tapkraan toegedraaid wordt. De dj’s schuiven hun faders zachtjes naar beneden.

Het huwelijk van Barbara en Filip is robuust genoeg om vele nachten Vlasmarkt te overleven.

Het huwelijk van Barbara en Filip is robuust genoeg om vele nachten Vlasmarkt te overleven.

“Als de muziek stopt, weerklinkt volgens sommigen geroezemoes”, zegt Vos. “Ik noem het atonaal. Jazz zonder drummer.”

Boris, man uit één stuk, keikop met groot verzet, draagt een uitgelaten grijns. “De Vlasmarkt is de realiteit, terwijl Tomorrowland slechts een zoo is”, stelt hij. “Dit plein is open en bloot, iedereen kan hier komen staan. Tomorrowland is slechts een kooi vol commercie.”

“Ach, de Vlasmarkt, mijn favoriete pechstrook van de zomer”, glimlacht Vos voldaan, en hij leidt de mooiste dames van de Vlasmarkt naar de afterparty bij Sint-Jacobs.

Ter plekke vindt James een nieuwe vorm van headbangen uit. De elastiek zorgt voor een terugbotseffect.

Ter plekke vindt James een nieuwe vorm van headbangen uit. De elastiek zorgt voor een terugbotseffect.

Normaal houdt de nacht hier op, maar ik brei er graag nog een epiloog aan. Omdat het mooi weer is – de stilaan traditionele wolkbreuk mag de stad niet meer binnen – nemen mijn vrouw en ik een smakelijk ontbijt op een terras langs de Leie.

Plots zet zich naast ons een luidruchtig groepje neer, bestaande uit drie West-Vlaamse jongens en een Limburgs meisje. Ze hebben op de markt van de Ajuinlei enkele boeken gekocht en daar verdienen ze mijn respect mee.

Dokter X, de meest extraverte van het viertal, neemt zijn nieuwe boek ter hand en leest met uitgestreken gelaat voor: “En Jezus zeide: ‘Godver, gij kiezige gerre, als ge nog één keer op mijn gebuur kruipt, ga ik op uw muil slaan en in uw bek schijten. Stom wijf.’ Zulke holbaardkoeken heb ik nog nooit gezien.”

Jazzcat Vos gidst de mooiste dames van de Vlasmarkt naar de uitgang. 'Laten we deze pechstrook verlaten.'

Jazzcat Vos gidst de mooiste dames van de Vlasmarkt naar de uitgang. ‘Laten we deze pechstrook verlaten.’

De gasten rondom ons schrikken op en werpen Dokter X afkeurende blikken toe. Die trekt er zich niets van aan en deelt laconiek mee dat hij cursussen West-Vlaams wil geven. “Zo zal ik de mensen leren dat ‘Hugo Claus schijt in zijn broek’ hetzelfde betekent als ‘Hugo Claus draait zich om in zijn graf’.”

Het gezelschap komt niet meer bij. Tot overmaat van ramp giet Dokter X zijn pint in zijn schoen en salamandert hij het gerstenat, tot groot jolijt van een trosje Australische toeristen. “Ad skoendum”, grijnst hij. “Wat een gezellige morgen. Dit is puur genieten.”

Nog maar zelden in mijn leven heb ik zulke vrolijke provincialen ontmoet. Ondanks alle aanwijzingen van het tegendeel zijn zij een aanwinst voor onze prachtige stad, deze pechstrook voor gekwetste zielen, deze bilocatie waar het aangenaam is om tegelijk gelukkig en verdrietig te zijn, dronken en nuchter, boertig en hoogdravend.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Er zijn mensen die te vroeg arriveren op de Vlasmarkt en het plein weer verlaten omdat ze zich vervelen. Er zijn mensen die op tijd toekomen en proeven hoe geluk smaakt. Ik heb mijn geluk graag met een Ricard en enkele pilsjes.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Vos en Claus, woelige mannen met een verleden die het geluk hebben gevonden.

Vos en Claus, woelige mannen met een verleden die het geluk hebben gevonden.

Werkelijk, mijn botten zijn nog nat van de plensbui van vorige nacht. Het leder van mijn jas klinkt kraakvers. Maar de maan waakt opnieuw autoritair over de hemel, de regen heeft de hitte nog altijd niet verdreven.

Het is vrijdagnacht en dat betekent dat tienduizenden mensen er niet in geslaagd zijn thuis te blijven. Druk! De Vlasmarkt kende tot nu een zeer rustige editie, maar vandaag staat het plein nog eens stampvol.

Mijn maat Claus zwelgt in gelukzaligheid. De vele bekende gezichten om hem heen zijn een haardvuur rond zijn hart. “Een tijd geleden ben ik ontsnapt aan mijn ingebakken cynisme door mij weer te laten verrassen”, zegt hij. “Ik ben ontroerd als ik hier sta tussen alle mensen van wie ik houd. Op geen enkele manier is dat melig, het is oprecht. De tranen springen mij in de ogen als ik zie hoe gelukkig mijn vrienden zijn.”

Jazzcat Vos, sommelier van alle fijne dingen des levens, ziet er inderdaad tevreden uit, maar hij ergert er zich aan dat sommige mensen hem zijn ochtendlijke uitgelatenheid niet gunnen. “Ik heb ook het recht op luiheid en zatheid”, moppert hij.

Claus knikt. “Ik ben hier om mensen te wijzen op hun plicht als Gentenaar!”, kondigt hij aan.

Wanneer alles verdoemd lijkt en een zuiver leven verder weg dan ooit, redt een stralende glimlach de dag.

Wanneer alles verdoemd lijkt en een zuiver leven verder weg dan ooit, redt een stralende glimlach de dag.

Katrien, journaliste met een hart en een tong, schrikt zich een hoedje. “Ge gaat toch niet beginnen over die Tien Geboden waar ze dit jaar mee afgekomen zijn? Dat gaat volledig in tegen mijn libertaire inborst. En zo wollig dat die geboden zijn! Als mens weet je toch hoe je je moet gedragen? Daar heb je geen regels voor nodig”, werpt zij op.

Claus schudt zijn hoofd, zet zijn strengste blik op en declameert: “De plicht van de Gentenaar is dat hij zijn bek houdt en feestviert! En wat is dat verdomme met al dat fluo?!”

Hij heeft gelijk. Die hele fluorage is onvergeeflijk. Het slechtste van de jaren tachtig dreigt terug te komen en dat is úw verantwoordelijkheid als u fluo draagt. Stop daarmee.

“Ik ben zeer seksueel vanavond. Maar daar is het de verkeerde dag voor. Er zijn te veel provincialen”, zegt Michiel bij wijze van begroeting. Hij fronst even de wenkbrauwen en kijkt over de duizenden hoofden. In zijn geest krijgt een gedachte vorm. “De Vlasmarkt is bevroren verdriet, je moet het langzaam ontdooien”, vat Michiel heel veel wijsheid samen in één zin.

Yves kijkt niet al te gelukkig. De dranktenten zijn alweer gesloten, bier wordt hem ontzegd.

Yves kijkt niet al te gelukkig. De dranktenten zijn alweer gesloten, bier wordt hem ontzegd.

Ik sta niet te ontdooien, maar te smelten. Een beetje verder giet een jonge kerel zich zelfs een flesje water over het hoofd. De zon is nog niet eens opgekomen.

“Mag ik je kussen?”, vraagt Katrien plots aan een meisje.

“Oké”, antwoordt die en ze geeft Katrien een kus op de mond.

“Jamaar, zo niet, een echte kus.”

“Dat heb ik nog nooit gedaan met een andere vrouw”, schrikt het meisje. Maar ze gaat er toch vol voor. “De tong is hetzelfde, maar de lippen zijn beter”, is haar oordeel na afloop.

“Tijdens de Gentse Feesten wil ik alles en iedereen tongzoenen”, verklaart Katrien. “Vroeger deed ik dat tien dagen lang, dat was de max. Maar dat is dus niet erotisch bedoeld, hé.”

Lowie denkt er het zijne van. “Iedereen komt naar hier met een hitsige poes!”, schatert de olijke dokter.

Yves bestijgt een bekend opiniemaker die met zijn standpunten een publiek van één miljoen mensen weet te bereiken.

Yves bestijgt een bekend opiniemaker die met zijn standpunten een publiek van één miljoen mensen weet te bereiken.

Het is klaar geworden, van uit de nevelen der legenden is het Sint-Jacobs weer opgedoken, een mastodont op mistige voeten. Voor Karel is de tijd om te gaan gekomen. Al lukt dat niet zo best. “There’s just no way out”, bromt de kunstenaar uit Maarkedal beklemd.

Er komt een nieuw woord op de proppen, en wel vanwege Vincent, een studiegenoot uit de Germaanse. “De Vlasmarkt is ideaal terrein voor een sociofari“, legt hij uit. “Dat is een zoektocht naar bekende diersoorten, naar mensen van wie je weet dat ze er zijn, maar nog niet waar. Daar gaat de Vlasmarkt over.”

Maar Michiel doet daar niet aan mee, hij is nog altijd op zoek naar onbekende mensen, meer specifiek van het soort met borsten en een foef en zo. Door een valstrik dreigt zijn onderneming op enorme teleurstelling uit te draaien. “Er heeft mij een homo bespoten met zijn parfum. Geen enkele vrouw wil nu nog met mij praten”, zegt hij met gemeende wanhoop. “Dit is de grootste rotstreek ever!”

Onvoorstelbaar dat achter deze gladgeschoren karakterkop ooit een langharige hippie zat.

Onvoorstelbaar dat achter deze gladgeschoren karakterkop ooit een langharige hippie zat.

Tegen dat de dranktenten sluiten, heeft hij nog altijd niet gescoord. Het ziet er steeds meer naar uit dat er geen prinses wordt bevrijd vandaag. “Godverdomme, ik ben nu nog meer gekloot!”, komt hij plots melden. “Ik was verstoppertje aan het spelen met een meisje en ik kan haar nu niet meer vinden.”

Terwijl Michiel ten onder gaat aan vertwijfeling, trekt ene Liesbeth aan mijn mouw, of beter gezegd aan mijn oor. Vorig jaar heb ik haar blijkbaar tekortgedaan door negatieve dingen te schrijven over haar outfit. Dat moet ik nu rechtzetten en aangezien ze dat met haast tastbaar enthousiasme vraagt, kan ik niet weigeren. Het is waar, waar zij staat, heerst meer vrolijkheid. Het roomijs op haar gezicht kan niet verbergen hoe uitgelaten zij is. Ze stráált, zelfs als ze aan de vrachtwagen van drankencentrale Dhondt gaat hangen. Die arriveert op het plein omdat de nacht gedaan is en het bier op.

De overlevers van de Vlasmarkt trekken weer eens naar de platanen bij Sint-Jacobs, waar de dagelijkse afterparty op gang komt. Honderden feestvierders zitten en staan op het plein, wat niet naar de goesting is van de marktkramers die er hun rommel willen verkopen.

Pater Damiaan is onchristelijke dingen van plan met de ene, gemene vinger die hem nog rest.

Pater Damiaan is onchristelijke dingen van plan met de ene, gemene vinger die hem nog rest.

Putatief nachtburgemeester Edmond Cocquyt Jr. vraagt de flikken of ze gaan ingrijpen. “Dat zal niet nodig zijn”, meesmuilt een agent.

Drie minuten later krijgt hij nog gelijk ook: andermaal komt de stortregen uit de hemel gevallen. In nauwelijks enkele seconden is het plein vrijgemaakt van afterpartyvolk.

Met Edmond en Guus, de bedenkers van de Tien Geboden, keer ik terug naar de Vlasmarkt, waar wij ons op min of meer rechtmatige wijze toegang verschaffen tot het café van de Charlatan. Het komt er tot een machtsstrijd tussen Edmond en Gerald Claes, de Grote Smurf van de Vlasmarkt. Wie is er nu de echte heerser van de nacht? Als Edmond titelvoerend nachtburgemeester is, moet Gerald wel waarnemend nachtburgemeester zijn, want hij is degene die de boel draaiende houdt.

“Maar ik moet die titel niet claimen, ik bén dat gewoon”, haalt Gerald achteloos de schouders op. “Ik voel niet de behoefte om op de barricaden te staan.”

Guus en Edmond draaien elkaar binnen terwijl de grote massa zedig de andere kant opkijkt. Er zijn grenzen aan wat je wilt zien.

Guus en Edmond draaien elkaar binnen terwijl de grote massa zedig de andere kant opkijkt. Er zijn grenzen aan wat je wilt zien.

Een partijtje armworstelen moet opheldering brengen over de machtsverhoudingen. Omdat Gerald een goed gemixt glaasje prik drinkt, neemt Guus zijn plaats in. Met veel vertoon wint Edmond, onder meer door op lafhartige wijze vals te spelen en zijn twee handen te gebruiken.

“En zo hoort het! De nachtburgemeester liegt, bedriegt en zuipt. Hij is arrogant en een oplichter!”, verdedigt Edmond zijn praktijken.

Gerald grinnikt. “Allez, ik vind dat wel sympathiek.”

Mijn rol als vierde macht is uitgespeeld, ik heb de politieke spelletjes in kaart gebracht en historisch gekaderd. Tijd voor mijn verdiende loon: een groot ontbijt met eitje, croissants en al wat ge wilt. Van bevroren verdriet heb ik geen last, mijn geluk is zachtgekookt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Prinsessen bevrijden

26 juli 2013

Vergeet het dat de Vlasmarkt géén oord van verderf is. De evangelische christenen die rondkomen met thee, koffie en Jezus hebben er geen idee van hoe dicht ze bij de Satan staan.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Sven, een negentiende-eeuwse punker, mag van zijn vrouw heel even op de Vlasmarkt komen staan bij zonsondergang.

Sven, een negentiende-eeuwse punker, mag van zijn vrouw heel even op de Vlasmarkt komen staan bij zonsondergang.

Moe, zo moe, dat is ongelooflijk. Ik sukkel in slaap terwijl ik mijn tanden poets, ik kan mijn eigen ogen nauwelijks openhouden wanneer ik naar de tramhalte strompel. Eén uur slaap is zelfs voor mij te weinig. Op de tram naar het centrum van de schone stad Gent is het vechten om wakker te blijven. Wie mij nu ziet, denkt allicht: zie daar, weer zo’n zatlap, waar moet dat heen met onze samenleving? Maar ik moet er nog aan beginnen! De vijf uur dat ik dagelijks op de Vlasmarkt sta, zijn mijn helderste momenten, daarvoor en daarna ben ik niet aansprakelijk voor de staat waarin ik mij bevind.

Pas bij mijn eerste slokken pastis verdwijnt de vermoeidheid. De dame van de Kinky Star heeft mij een straf exemplaar geprepareerd, nog altijd voor slechts 2 euro, wat zelfs goedkoper is dan een spuitwatertje.

Wat is er aan de hand? Ik herken niemand, alle bekende gezichten hebben een snipperdag genomen. Die mensen zijn veel slimmer dan ik en blijven gewoon in hun nest liggen als hun lijf zegt: “Ik doe niet mee vandaag. Als ge wilt feesten, zal het zonder mij zijn.”

Zo ziet het Botramkot er vanbinnen. Edmond Cocquyt Jr. ligt er zijn personeel te motiveren.

Zo ziet het Botramkot er vanbinnen. Edmond Cocquyt Jr. ligt er zijn personeel te motiveren.

Via een achterstraatje wandel ik naar de andere kant van de Vlasmarkt om even tot rust te komen in het Botramkot. Edmond Cocquyt Jr. zit er ook te verpozen. Hij vraagt of ik hem in de toekomst niet meer de putatieve nachtburgemeester wil noemen. We sluiten een eerbaar compromis, waarbij ik hem plechtig benoem tot titelvoerend nachtburgemeester van de stad Gent.

Terug op het plein loop ik Hans en Trudy tegen het lijf. Zij zijn van plan zich door de massa te wurmen. Ik raad hun aan om via het achterstraatje naar de overkant te wandelen, maar daar heeft Trudy geen oren naar. Het is net haar bedoeling om zich tussen al die zweterige mensen te persen.

“Oké, dan zal ik chronometreren hoe snel we aan de overkant geraken”, spot ik.

Een dik halfuur later staan we vijftien meter verder. Het eerste licht maakt zijn entree, het volk rondom ons danst lustig voort. Hans, die maar één (echte) arm heeft, sukkelt met de pintjes die hij ons komt brengen.

“Twee poten zou toch wel handig zijn”, merkt hij op.

De dj-toren is een schip in een zee van mensen. De baren zijn woelig, maar de kapitein is ervaren.

De dj-toren is een schip in een zee van mensen. De baren zijn woelig, maar de kapitein is ervaren.

Op dat moment laat Trudy voor de tweede maal haar sigaret vallen tussen de kasseien van de Vlasmarkt. “Ach jongen, ge moet niet klagen, twee handen is nog altijd veel te weinig. Wij hebben minstens drie handen nodig”, wijs ik Hans terecht.

Het duurt tweeënhalf uur voor ik uiteindelijk aan de andere kant van de Vlasmarkt beland. Daar bots ik op Michiel, een Vlaming die voor de Nederlandse VPRO werkt.

“Hier heerst vaginale ontevredenheid”, snuift Michiel. Ik kijk hem niet-begrijpend aan, waarop de man verder uitweidt over de interactie tussen man en vrouw.

Zelfs al staat Trudy te poseren, toch is haar blik van verwondering oprecht alsook gemeend.

Zelfs al staat Trudy te poseren, toch is haar blik van verwondering oprecht alsook gemeend.

“Je moet vóór het kookpunt toeslaan. Een man mag niet zomaar toegeven aan een vrouw. Daarvoor houden we te veel van het veroveren op zich. Het ideale moment is twee uur voor de inslag. Dus nú moet je beslissen over je doelwit. Niet om zes uur, maar om zeven uur. Je moet ook niet wachten tot het negen uur is.”

Michiel kan natuurlijk niet weten dat mijn eigen vrouw op dit moment wakker ligt te worden in ons bed en dat ik weinig ben met zijn raadgevingen. Toch noteer ik braaf en nauwgezet zijn handleiding voor de vrouwelijke kunne.

“Het is bijna zoals Mario Bros. Je wilt de eindbaas verslaan, maar als je daarop wacht, ben je verloren. Het is beter dat je stopt op level zeven of acht. Iedereen wil de prinses bevrijden, maar daarvoor moet je zes uur spelen. De grote champignon binnenhalen is eigenlijk ook goed, daarvoor volstaat het dat je twee uur speelt”, legt Michiel uit.

Zonder de censuurbril waren wij het slachtoffer geworden van openbare zedenschennis en onversneden exhibitionisme.

Zonder de censuurbril waren wij het slachtoffer geworden van openbare zedenschennis en onversneden exhibitionisme.

Niels heeft er minder hoogdravende theorieën over, hij is meer een man van de praktijk. “Ik vroeg daarnet: ‘Hey, hoe gaat het met u?’ En al bij haar tweede zin zei ze: ‘Mijn kutje wordt al nat!’ Ze komt straks bij mij thuis!”, vertelt hij dolenthousiast.

Wat heeft het nog voor zin dat ik blijf beweren dat de Vlasmarkt geen decadent oord is, maar een plek van beschaving en wederzijds respect? De brave christenen die rondkomen met thee en koffie weten maar half hoe erg het er aan toegaat. Terwijl ik natgeregend rondsjok bij Sint-Jacobs denk ik aan het ongeboren kind dat thuis op mij wacht. Als het een dochtertje wordt, zal ze het mogen vergeten dat ze vóór haar 35ste naar de Vlasmarkt mag. Prinsesjes horen niet bevrijd te worden.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto van op de Gentse Feesten waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gebroken hartje

26 juli 2013

Het zonnetje kan niet alle dagen schijnen, een mens moet in zijn leven plaats maken voor droefenis en verdriet. Het ongeluk mag je keihard treffen, zolang je maar blijft feesten, kom je alles te boven.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Veerle is de antireporter van de Vlasmarkt. Nochtans functioneert ze beter vóór dan achter de lens.

Veerle is de antireporter van de Vlasmarkt. Nochtans functioneert ze beter vóór dan achter de lens.

De zon is vannacht weer van de partij, via een een-tweetje met de maan. In de verte klinkt het gehuil van dronken coyotes, een lege Desperado rust op het dak van een wagen. Mijn cowboybotten dwingen mijn benen naar de Vlasmarkt, ik volg gedwee. Welke avonturen zal de nacht nu weer brengen?

De Vlasmarkt staat vol vertrouwde gezichten, onder wie bijvoorbeeld Bart. “Wij zijn de enige twee die nog normaal zijn!”, waarschuwt Bart als hij me ter begroeting in de armen valt.

Een hele stoet mensen komt me goedendag zeggen, maar daardoor geraak ik maar niet tot bij de toog voor mijn ontbijtpastis. Chance dat ik een vergevingsgezind sociaal beest ben, of ze zagen me hier niet meer verschijnen de komende dagen.

Mijn maat Matthias stelt me voor aan Veerle, een mooie vrouw die meteen een fotocamera in mijn gezicht duwt. “Ik ben de antireporter van de Gentse Feesten. Vanavond ga ik eens een reportage maken over ú!”, zegt ze.

Lolly kan haar lol niet op nu het begint te regenen. Eindelijk plaats om voluit te dansen!

Lolly kan haar lol niet op nu het begint te regenen. Eindelijk plaats om voluit te dansen!

“Dat hoeft niet, ik ben niet zo gediend van uw lens in mijn wezen”, werp ik op.

“Tuutuut, nu gaat gij óók eens leren hoe dat voelt.”

Veerle is gelukkig snel paparazzi af, want opeens begint het te regenen. Hard. De regendruppels treffen ons als ongekookte duiveneieren, zo groot zijn ze. Veerle moet beschutting zoeken voor zichzelf, haar camera en haar cava. Velen volgen haar, bij de achterblijvers op de dansvloer breekt euforie uit, in gevaarlijke grote dosissen. De regen is warm, er is ruimte om te dansen, de muziek knalt. Als nooit tevoren barst het feest los.

Enkele West-Vlaamse hansworsten spelen hun T-shirt uit en pronken met hun papperige bovenlijf. “Gaan we nu op wuvvenjacht?”, suggereert er één. Jazeker, vrouwen zitten heus wel te wachten op glibberige zeezoogdieren in een klamme short.

Ook ik blijf achter in de regen, ik laat me gewillig doorweken. Mijn leren jas krijgt eindelijk de spoelbeurt waar hij al dagen naar verlangt. Weg met het bier en het stof, het leder komt weer tot leven.

Twee heren schuilen onder een stuk karton voor de regen. Desondanks weten ze met hun euforie geen blijf.

Twee heren schuilen onder een stuk karton voor de regen. Desondanks weten ze met hun euforie geen blijf.

DarkBart, bandleider van Astromancer, houdt me gezelschap. Ook hij is te koppig om te schuilen. “Ik ben ontgoocheld dat de linkse zijde van de Vlasmarkt vlucht voor de regen, terwijl ze aan de andere kant van de demarcatielijn staan te feesten”, merkt hij op, wijzend op de grens tussen asfalt en kasseien die de Vlasmarkt in tweeën splijt.

Jazzcat Vos, het brein achter Gent Jazz, rolt met zijn ogen en zucht hoofdschuddend: “Tomorrowland.”

Schuchter wagen DarkBart en ik ons op de foute kant van het plein. Tussen de natte lijven door banen we ons een weg naar het Botramkot, waar we beschutting vinden. Vanuit de knusse caravan zien we hoe de ochtendstond druipnat opkomt. Samen met de regen verlaat de nacht het plein. De uitgelaten feestbeesten kalmeren weer, wij verlaten met een boterham onze schuilplaats.

Nicolas en zijn assistentes zijn de meest aaibare wezens van de Vlasmarkt. Probeer nu maar eens om géén boterham met 'uufflakke' te bestellen.

Nicolas en zijn assistentes zijn de meest aaibare wezens van de Vlasmarkt. Probeer nu maar eens om géén boterham met ‘uufflakke’ te bestellen.

Vos staat ons aan de overkant van het plein weer op te wachten met een levenswijsheid. “Ik ben de kapitein van mijn schip, piraat van mijn leven”, legt hij uit. “En de Vlasmarkt is een niet-gecommercialiseerde pop-upstore van faits divers.”

Vos acht de tijd rijp om morele kwesties aan te snijden. “Een goede leugenaar is een goeie mens”, meent hij. “Ik ben zo ongelovig als de pest, maar je kunt toch niet ontkennen dat ons besef van schuld en boete zeer katholiek blijft.”

Youri, die geen geheim maakt van zijn communistische sympathieën, gaat niet akkoord. “Het is toch niet omdat je een geweten hebt, dat je katholieke standpunten moet hebben?”

“Ik blijf een rooms-katholieke klootzak”, zegt Vos beslist. “En ik verklaar de oorlog aan al diegenen die Vlasmarkt de Flashmarkt noemen. Welke onnozelaar heeft dat ooit in zijn hoofd gehaald?”

Antireporter Veerle doet alsof ze een foto neemt, maar eigenlijk staat ze schaamteloos te poseren.

Antireporter Veerle doet alsof ze een foto neemt, maar eigenlijk staat ze schaamteloos te poseren.

Terwijl Vos en Youri staan te tobben over de uitvinder van de term Flashmarkt, en welke straffen hij verdient, heeft Matthias een mededeling. “Vrouwen maken meer kapot dan mannen”, zegt hij. “Mannen maken dingen kapot, fysieke objecten zoals je auto. Maar vrouwen maken je geest kapot. Ze vernietigen je dromen en je zin in het leven. Ze doen dat omdat ze het kunnen. Dat is hun macht.”

De demonen waar Matthias mee worstelt, hebben borsten en vagina’s. Ze zijn mooi en gevaarlijk. Even zorgzaam als verraderlijk. Hij kan ze niet verdrinken met sloten alcohol, want dan trekken ze hem enkel dieper naar de bodem. Hij zal omhoog moeten klimmen, de demonen van zich afwerpen en zien hoe hun lichamen uiteenspatten op het asfalt van de Vlasmarkt.

Vlasmarktgangers die een advocaat nodig hebben, weten waar naartoe.

Vlasmarktgangers die een advocaat nodig hebben, weten waar naartoe.

“Zoek op: het Land van Pape Jan”, beveelt Vos. “Ethiopië kende van in het begin een christelijke cultuur. Ze kenden stenen steden vóór wij in Europa wisten hoe je een baksteen maakt. Sinds ze dat in België kunnen, weten ze ook hier van geen ophouden. Zelfs de Vlasmarkt is een voorbeeld van lintbebouwing.”

Ja, inderdaad, achter de gevels liggen de weiden waar maagden naakt rondhuppelen, maar wij staan hier, aan de grauwe overkant, in het slijk van de Vlasmarkt. Met natte voeten, een droge tong en een wee gemoed.

In de tussentijd heeft Vos bedacht dat we nood hebben aan een verlichte despoot. Ik betwijfel of we daarmee geholpen zijn, maar Vos houdt voet bij stuk. “Kijk naar Grote Smurf. Er is nog nooit één smurf in opstand gekomen tegen hem. Met zijn leiderschap houdt hij de gemeenschap samen”, betoogt Vos. “Als Grote Smurf het Smurfendorp tijdelijk verlaat, laat hij het gezag over aan Brilsmurf. Maar wat krijgen we dan? Chaos! Hij doet alles volgens het boekje, niet naar de geest, maar naar de letter.”

Met genegenheid en wederzijds respect kijken twee feestvierders elkaar in de ogen. Uiterlijkheden zijn hier van geen tel.

Met genegenheid en wederzijds respect kijken twee feestvierders elkaar in de ogen. Uiterlijkheden zijn hier van geen tel.

Hij heeft zijn punt gemaakt, nu kondigt Vos aan dat hij naar huis gaat. “Om te kakken, dat doe ik enkel thuis”, zegt hij eerlijk. “Op voorhand slik ik speciaal Immodium opdat ik niet op de Vlasmarkt moet kakken.”

Muziek is er niet meer, de hemel is weer zo blauw als een prinses die in een erwt stikt. Prima weer voor een rondje afterparty’en onder de platanen bij Sint-Jacobs.

Daar merkt een vrouw met de naam Elke een man op die ze wel tegen haar gilet wil trekken. “He’s so fuckable”, vindt ze. “Als hij aan mijn deur zou aankloppen, I’d fuck him anytime.”

Is dat nu de manier waarop vrouwen praten anno 2013? Daar kijk ik toch van op. “Ach, Tim, het zijn de Gentse Feesten van het gebroken hartje”, weet Elke. “Zaterdag heb ik om 6 uur ’s ochtends de taxi genomen naar mijn ex. Dramatisch. Toen we nog samen waren, wou ik geen relatie. Nu is het omgekeerd, en wil ik wel een relatie met hem, maar dat ziet hij niet meer zitten. Hij gelooft me niet, maar ziet me wel graag. En ik snap het.”

Helemaal uit Congo is David naar de Gentse Feesten gekomen om ons te terroriseren met zijn aanstekelijke lach.

Helemaal uit Congo is David naar de Gentse Feesten gekomen om ons te terroriseren met zijn aanstekelijke lach.

Elke staat op het punt om een conclusie te breien aan haar verhaal, maar dan staat opeens David in onze oren te schateren. David is een Congolees wiens lach het beeld oproept van een zwerm kruisende papegaaien. Temidden van een vertelling over gebroken harten, huilen wij tranen met tuiten, geveld door de slappe lach waar David ons mee besmet heeft. In ruil voor al dat plezier steelt hij onophoudelijk sigaretten, tot Elke hem streng op de vingers tikt: “It’s not because you’re black, you can take all our cigarettes!”

Weer een schaterlach later moet ik naar huis, het wordt alweer veel te warm. Hopelijk volgt er ook vandaag regen na de zonneschijn.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto van op de Gentse Feesten waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vochtige onderbroekjes

24 juli 2013

Voor een buitenstaander is de Vlasmarkt een decadente bedoening, maar ge zoudt ervan schrikken hoe hard mensen erin slagen hun manieren te houden. Iedere dag vechten we voor de beschaving.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Een man met een flamboyante oorbel hoeft dankzij zijn neus niet te vrezen dat hij al te feminien overkomt.

Een man met een flamboyante oorbel hoeft dankzij zijn neus niet te vrezen dat hij al te feminien overkomt.

Voor het eerst zit ik niet alleen op de nachttram naar het centrum. De twee andere passagiers hebben zich al flink bezopen en tjonge, wat dronkaards er allemaal uitslaan, dat is werkelijk gênant. Iemand zou dat gezever eens moeten opschrijven, daar vallen prijzen mee te winnen.

Als ik arriveer op de Vlasmarkt zie ik een zatlap urineren tegen een poort – op víjf meter van de urinoirs. Is zo iemand nu gewoon dom of carrément antisociaal? En is het sociaal aanvaardbaar dat de flikken zo’n pisventje een rammeling geven, te onzer vermaak en zijner lering?

Alweer is het comfortabel rustig op de Vlasmarkt. Het nachtelijke onweder dat de Feesten bezocht, heeft daar vast veel mee te maken. De regen heeft het volk verjaagd, maar niet de hitte. De thermometer geeft nog altijd 21 graden aan.

Nadat ik een Ricard heb gescoord, ontmoet ik Renzo Van Rijckeghem, die pas terug is van reis.

Tom Verbruggen heeft er weer genoeg van. De nacht heeft lang genoeg geduurd, tijd om te slapen.

Tom Verbruggen heeft er weer genoeg van. De nacht heeft lang genoeg geduurd, tijd om te slapen.

“Dit jaar heet ik Kenzo, Kenzo Van Kijckeghem”, kondigt Renzo aan. “Mijn vorige alter ego heeft het verleden jaar iets te bont gemaakt, nog bonter dan ik het zelf zou durven. Vandaar dat vervanging nodig was.”

Kenzo, die werkt voor een concurrerend dagblad, looft het professionalisme waarmee ik elke dag om vier uur opsta om met een nuchtere maag naar de Vlasmarkt te sjokken. “Ik zou het niet kunnen. Ik heb vreselijk veel last van een ochtendhumeur”, zegt hij.

“Een ochtendhumeur? Gij? Met uw grote hoofd dat zo goedig schommelt?”, vraag ik verbaasd, want ik geloof geen fluit van wat Kenzo beweert. “Wat moet ik mij daarbij voorstellen? Het equivalent van een vuilbekkend badeendje?”

Vrolijk maakt mijn opmerking Kenzo niet. Blijkbaar is zijn ochtenhumeur zijn trots. “Neen, echt, mij wilt ge ’s ochtends niet meemaken.”

Edmond Cocquyt jr. begeeft zich onopvallend op de Vlasmarkt. 'Als ik word herkend, klampt iedereen mij aan.'

Edmond Cocquyt jr. begeeft zich onopvallend op de Vlasmarkt. ‘Als ik word herkend, klampt iedereen mij aan.’

“Zo’n ochtendhumeur, ik versta dat niet. Dat wil toch zeggen dat ge niet graag leeft?”

“Neen, gewoon dat ge liever voort zoudt slapen. Ik leef ’s nachts, gij toch ook?”

“Ja, maar tegelijk wil ik ook altijd zo vroeg mogelijk opstaan. Het leven is te kort om te vergooien aan slaap.”

“Ik slaap graag.”

“Dat is niet waar. Als ge slaapt, gebeurt er niets. Zoals ik al zei, gij leeft gewoon niet graag.”

Kenzo besluit zich te verwijderen uit mijn gezelschap, waarop Edmond Cocquyt Jr. mij meeneemt op de dj-toren. We brengen een bezoek aan de sfeerbeheerder die van op de bovenste verdieping de hele Vlasmarkt in de gaten houdt. Het Sfeerbeheer heeft mijn raad van enkele dagen geleden ter harte genomen, zo blijkt. “Ik kijk uit voor mensen met teensletsen en lelijke bermuda’s”, drukt de sfeerbeheerder me op het hart. “Zij worden onmiddellijk van het plein verwijderd.”

Sommige creatieve Feestengangers introduceren hun eigen versie van de censuurbril.

Sommige creatieve Feestengangers introduceren hun eigen versie van de censuurbril.

Van op de toren zien we hoe eerst de flikken en dan een horde hulpverleners halthouden bij een comateuze jongeling. “Een typisch geval van jupilitis“, is het droge commentaar van de torenwacht.

Edmond en ik zijn het erover eens dat er nergens anders ter wereld een openluchtdiscotheek kan bestaan in het midden van een stad, tien dagen lang, zonder dat het tot rellen komt. “Beschaving is vechten, elke dag opnieuw”, zegt Edmond. “Het is veel gemakkelijker om een Ronny te worden. Wij kiezen hier voor de moeilijkste weg. We houden onze manieren en gedragen ons.”

Ik moet weer naar de dansvloer, waar ik word gesommeerd door Nima. Die stelt mij aan de vrouw van zijn leven voor, Ligeia. Hun liefde maakt een eind aan de millenialange Grieks-Perzische vijandschap.

“Al hadden we zonet wel een discussiepuntje”, geeft Nima toe. “Met name over moraliteit en wat sociaal acceptabel is. Volgens mij vallen die twee samen, volgens Ligeia niet. Wat denkt gij?”

Eén van de botramsmeerders legt uit dat zijn taak een groot maatschappelijk belang heeft.

Eén van de botramsmeerders legt uit dat zijn taak een groot maatschappelijk belang heeft.

“Ik denk dat Ligeia gelijk heeft. Er is een aangeboren moreel instinct, dat ook bij dieren blijkt te bestaan. Wat sociaal aanvaardbaar is, verandert daarentegen voortdurend.”

Nima biedt hevig intellectueel weerwerk, maar een oneliner snijdt hem finaal de pas af. “Nima, het is toch niet omdat gij immoreel zijt, dat ge niet sociaal aanvaard wordt?”, werp ik hem voor de voeten.

Sam, een muzikant die al even geduldig stond te wachten om iets te zeggen, kan nu eindelijk zijn hart luchten. “Alles is hier funny!”, kraait hij. “Al die interessante mensen tezamen, dat is zo wijs. Al die meningen en vibes samen, heel intensief.”

Een jonge vrouw komt me evenwel op de vingers tikken. “Uw verslagen zijn heel leuk om te lezen, maar ge moet meer naar de andere kant van de Vlasmarkt, in de buurt van het Botramkot”, vindt Kim.

“Goh, ik ben daar al zo veel geweest, ik heb daar al veel over geschreven. Het is er te druk en er zijn te veel Ronny’s. Het is het Botramkot dat verkeerd staat”, counter ik.

Tijdens de Gentse Feesten heeft Meneer Konijn tien dagen lang last van erectiestoornissen.

Tijdens de Gentse Feesten heeft Meneer Konijn tien dagen lang last van erectiestoornissen.

“Toch moet ge daar nog eens naartoe.”

“Oké”, beloof ik haar.

“Wat ik mij ook afvraag, is waarom gij daar eigenlijk zo veel tijd en moeite in steekt. Ge kunt al die dingen toch evengoed verzinnen?”

“Baneengij! Als ge dat zelf zoudt doen, zit ge vast binnen uw eigen wereldje met al zijn associaties. In uw eigen hoofd vloeit het ene organisch voort uit al het andere, er komt niets onverwachts te voorschijn gesprongen. Hier, op deze Vlasmarkt, heerst de onvoorspelbaarheid. Het ene moment staat ge te praten over sociale acceptatie en een minuut later komt iemand iets verkondigen dat haaks staat op al het voorgaande. En daarbij, uiteindelijk ben ik hier ook maar gelijk alle andere onnozelaars om te drinken en te zeveren. Nog altijd mijn voornaamste reden om hier te staan.”

Zoals beloofd begeef ik mij naar de andere kant van de Vlasmarkt, alwaar ik een bezoek breng aan Nicolas van het Botramkot. Die is zowaar bezig met een sociologisch onderzoek. “Er zijn twee soorten mensen die droge worst komen vragen. Zij die zeggen ‘Ne wust’ en zij die zeggen: ‘Mag ik een boterham met worst, alstublieft?’ Dan vraag ik altijd met welke wagen hun vader rijdt. In het eerste geval is het bijna altijd een Mercedes, in het tweede geval áltijd een Volvo. Hoe zat ze zijn, doet er vreemd genoeg niet toe. Blijkbaar zijn manieren het laatste wat ge afleert als ge zat wordt.”

Een bevallige Vlaamse vrouw wordt opgevreten door een woeste Bruine Man. In sommige culturen gaat liefde door de maag.

Een bevallige Vlaamse vrouw wordt opgevreten door een woeste Bruine Man. In sommige culturen gaat liefde door de maag.

Sinds dit jaar heeft het Botramkot ook een sjiekenbak staan waarin bollen met gedragen meisjesslipjes zitten. “De meeste onderbroeken die we binnenkrijgen, zijn eigenlijk zeer proper”, zegt Nicolas. “Veel meisjes brengen hun slipje van thuis mee, maar ik ruik er altijd aan om zeker te zijn dat het wel gedragen is. Er zit bijna geen witverlies op, maar ik denk dat ze die onderbroekjes achterhouden omdat ze er zich voor schamen. Sommige meisjes trekken hier wel ter plekke hun slipje uit, die zijn het eerlijkst. Als we die slipjes in een bol steken, komt er damp op doordat ze zo vochtig zijn.”

Voorlopig zijn er echter nog niet veel klanten om een slipje gekomen. “Dat valt inderdaad een beetje tegen”, geeft Nicolas toe. “Ik had een stormloop verwacht, maar het aanbod blijkt groter dan de vraag.”

De Gentse Feesten zijn een dodelijke cocktail van Irish coffee, nicotine en zonnebrillen.

De Gentse Feesten zijn een dodelijke cocktail van Irish coffee, nicotine en zonnebrillen.

Bij het dagelijkse leegstromen van de Vlasmarkt kom ik Emmah tegen. Verder geen details over hoor, want ze wenst anoniem te blijven. Haar slipje heeft ze nog niet afgegeven, haar bank- en identiteitskaart is ze helaas wel kwijtgeraakt. “Als ik na een nacht uitgaan wakker word, is het eerste wat ik denk altijd: fuck. Telkens weer is er die schaamte over de dingen die ik denk gedaan te hebben. Dan voel ik me zeer slecht. Dat zal morgen weer zo zijn.”

Ik durf haar niet goed te zeggen dat die morgen alweer aangebroken is. De Vlasmarkt is immers allang leeg, we staan andermaal van afterparty te doen aan een café dat vroeg de deuren opent en waar mensen nog een laatste pintje drinken, en nog één, en nog één, en allez, vooruit, als het echt moet, nóg één. Naar huis vertrekken valt telkens zo zwaar, want wij amuseren ons.

Maar zie hier het formidabele aan de Gentse Feesten: morgen is er weer een nieuwe dag. En nog één, en nog één, en nog één, en nog één, en nog één, en dan nóg één. Dit is het feest voor mensen die maar geen afscheid kunnen nemen. Voor mensen die niet willen zeggen ‘Tot binnenkort!’, maar ‘Tot morgen!’, en dat tien dagen aan een stuk.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Superieure creatie

23 juli 2013

Tijdens de Gentse Feesten volgen de climax op de schaamte. De subjectieve draaikolk speelt met je tijdsbesef tot je oren ervan suizen. Zelfs de meest superieure kunstenaar had deze waanzin niet kunnen bedenken.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

De dj-toren bij het ochtendgloren. Deze monstruositeit brengt de Vlasmarkt tot leven.

De dj-toren bij het ochtendgloren. Deze monstruositeit brengt de Vlasmarkt tot leven.

Net zomin als de nacht raad brengt, brengt hij verfrissing. De feestvierders die om halfvijf ’s ochtends naar huis keren, hebben het te warm om veel kabaal te maken. Puffend kruisen ze mijn pad. De grootste overlast komt van een fietser met de hik. De hele buurt schiet wakker van zijn beatboxende middenrif.

Gemoedelijkheid regeert en zo zie ik mijn stad graag. Een flik geeft een jonge gast zowaar een vuurtje en geen GAS-boete. Straks worden het nog maten en trekken ze samen naar de Vlasmarkt, hand in hand, huppelend als vrolijke meisjes.

In de zakken van mijn jas graai ik naar een muntstuk van 2 euro. Daar mag ik straks graag een Ricard mee kopen, heilzaam voor de nuchtere maag. Toch wel zalig, als je er even over nadenkt, dat je die metalen rommel kunt omruilen voor inspirerende, prettige producten als bier en pastis. Je voelt je haast beschaamd dat je de horeca opzadelt met al dat dwaze geld.

Een poezelig voetje en een kuit waar de Irish coffee van druipt: op de Vlasmarkt dans je niet in stijl, maar met overgave.

Een poezelig voetje en een kuit waar de Irish coffee van druipt: op de Vlasmarkt dans je niet in stijl, maar met overgave.

“Schaamte is het diepste gevoel”, vertrouwt de Witte me even later toe, verlegen sprekend vanuit zijn anonimiteit. “Daarom ben ik zo blij met het bestaan van de censuurbril. Zo’n bril heb ik echt nodig”, wijst hij op de zwarte balk die je als zonnebril op je neus kunt plaatsen en waarmee ik de privacy bescherm van bedeesde Feestengangers.

“Ik denk toch dat afgunst het diepste gevoel is. En geilheid”, repliceert Tom, een fotograaf met twee ogen, zie ze spieden.

“Schaamte gaat toch nog dieper dan jaloezie”, weerlegt De Witte. “Schaamte komt uit jezelf. Zo ben ik bijvoorbeeld beschaamd om toe te geven dat ik eigenlijk apotheker ben. Het is een oergevoel dat zeer diep zit. Enkel psychopaten zonder empathie hebben er geen last van.”

Alweer op de Vlasmarkt aanwezig is Joram, die het feestgedruis glimlachend aanschouwt. “Ik heb de Feesten meer gemist dan ik had gedacht”, geeft hij toe. “Ik heb enkele jaren in Brussel gewoond en toen kwam ik ook wel naar de Gentse Feesten, maar slechts voor één dag. Dan móét je je per se amuseren en ben je om vier uur ’s nachts kapot. Eigenlijk kom je pas na een paar dagen in de juiste sfeer.”

Zangeres Conny Komen van Kenji Minogue showt het gat in haar rok. Haar présence is er niet minder krachtig door.

Zangeres Conny Komen van Kenji Minogue showt het gat in haar rok. Haar présence is er niet minder krachtig door.

Is het daarom dat het mij opvalt dat er pas tijdens deze vierde nacht zo uitbundig gedanst wordt? Of ligt dat aan de dj?

“Weet je wat zo vervelend is aan de Gentse Feesten en de Vlasmarkt?”, vraagt Joram. “Elke keer komt de climax opnieuw. Je denkt: oef, we zijn er vanaf, tijd om naar huis te gaan, en dan komt er wéér een climax langs. En zo blijf je hier maar staan.”

“Geschiedvervalsing. Wat jij doet, is geschiedvervalsing”, fluistert ene Rick me plots in het oor.

“Hoe bedoel je?”

“Grapje. Maar toch: wat jij beschrijft, zijn niet de echte Gentse Feesten. Je verslagen zijn zeer subjectief.”

“Op een plaats als deze lijkt mij dat de enige mogelijkheid. Ga je gang, en veel geluk, als je dit gebeuren in objectieve cijfers wilt gieten”, wijs ik op het amalgaam van rondzwaaiende ledematen, dronkemansgereutel en bloeddoorlopen ogen om ons heen.

De taferelen op de Vlasmarkt blijven Tom Verbruggen verbazen. De censuurbril kan zijn verwondering niet verhullen.

De taferelen op de Vlasmarkt blijven Tom Verbruggen verbazen. De censuurbril kan zijn verwondering niet verhullen.

Rick bedankt voor de eer en hupsakee, zonder boe of ba duikt hij weer in de massa die in het prille daglicht nog volop kolkt. Niet veel later houdt de muziek op en begint het plein onherroepelijk leeg te lopen. Het punt van verzadiging is bereikt, al zijn er altijd diehards die geen afscheid kunnen nemen.

Maxim is er één van. “Dus als jij hier om vijf uur arriveert, ben je eigenlijk nog straalnuchter?”, vraagt hij me met een licht beschuldigende blik. “Euh. Straalnuchter? Bestaat dat woord eigenlijk wel?”

“Mogelijk. Bloednuchter ben ik niet, maar straalbezopen evenmin wanneer ik hier arriveer.”

Voor we de taalkundige kwestie kunnen uitklaren – Maxim en ik hebben beiden als eindredacteur gewerkt, elk moment is ons geschikt voor semantische kwesties – mengt de schuimbekkende Alderiek zich in ons gesprek. Ik ken deze boze vijftiger niet en hij mij evenmin, maar dat verhindert hem niet om een hele redevoering af te steken.

Toeristen besterven het van angst tussen al de enthousiaste feestvierders.

Toeristen besterven het van angst tussen al de enthousiaste feestvierders.

“Ik ben superieur en gij niet! Gij probeert. Probéért”, raast Alderiek tegen me. “Ik weet meer van mensen. Ik heb een doorzicht in mensen dat jullie niet hebben. Jullie zijn oppervlakkig. Jullie zijn geen kunstenaar. Ik wel. Ik ben een pure kunstenaar!”

Maxim pikt dat zomaar niet. “Oké, geef daar eens één degelijke reden voor”, daagt hij de superieure kunstenaar uit.

“Omdat ik slimmer ben en gij te zwak!”

Maxim is een onverbiddelijk kereltje en houdt vol: “Waarom?”

“Omdat ik slimmer ben.”

“Bullshit.”

Sfeerbeheerder Clay heeft materiaal geconfiskeerd dat niet door de beugel kan op de Vlasmarkt.

Sfeerbeheerder Clay heeft materiaal geconfiskeerd dat niet door de beugel kan op de Vlasmarkt.

“Het gaat om het zoeken! Al het andere stelt niets voor. Gij zijt een buitenstaander van het creatieve proces dat aan de gang is. Daar kunt gij niet naar kijken. Het creatieve proces, dat is ongelooflijk! De schepping! Dat is de kunstenaar eigen. Wij zijn superieur. Elke creatie gaat uit van superioriteit. Dat heb je in je. Hoe komt het dat mensen creëren? Mensen zullen altijd creëren! Punt aan de lijn.”

Stilaan is Alderiek uitgeraasd. Zijn zinnen worden gesmoord in plots gegrinnik. “Creatie zit in onze genen. Begrijp je?”, lacht hij. “Creatie! Ja, dáárom!”

Alderiek zweeft weg, terwijl de mensen van het Sfeerbeheer vrolijke huppelpasjes maken over het smerige plein. Het was weer een rustige nacht, op een paar boelzoekers uit Sint-Niklaas na. “Maar zij werden uiteindelijk verwijderd”, zegt sfeerbeheerder Clay.

Een halfuur later verwijder ik mezelf van de Vlasmarkt. Bij het verlaten van de openluchtdiscotheek zie ik Alderiek zitten op een trottoir, eenzaam in de zon. Ik ga even bij hem langs, geef hem een hand en groet hem ten afscheid.

“Amaai, gij kent nog mijn naam!”, glimlacht hij blij. En zo leert ook een superieure kunstenaar zijn plaats kennen in dit geheel van subjectieve geschiedvervalsing.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Uitdoofscenario

22 juli 2013

Laat de nacht zijn gang maar gaan, hij weet zelf het best wat goed is. Wij kunnen er ons slechts aan overgeven, willoos meedrijvend naar de goot van de Gentse Feesten.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Karel, Sandra en Boris (m.) hoeven zich dankzij de censuurbril niet te schamen voor hun morsige aanwezigheid op de Vlasmarkt.

Karel, Sandra en Boris (m.) hoeven zich dankzij de censuurbril niet te schamen voor hun morsige aanwezigheid op de Vlasmarkt.

De nacht is zo zacht als de huid van een ongeboren mensenjong. Waarom zouden wij in ons nest blijven liggen als de temperatuur ’s nachts aangenamer is dan overdag? Toch reageert mijn lijf weerbarstig wanneer ik om drie uur opsta. Niet dralen, ik moet op tijd zijn om mee vlaspoppen te gooien op de Vlasmarkt. Het is de enige traditie die het waard is gerespecteerd te worden tijdens de nationale feestdag. Zeker nu er weer een slappe komkommer benoemd is tot staatshoofd.

Slaap is slechts een optie tijdens de Gentse Feesten, een luxeproduct waar je tijd voor moet maken. Ik heb geen tijd, dus is wakker blijven mijn lot. Op de tanden bijten en voortdoen, hard werken voor mijn boterhammen met uufflakke. Als een eenentwintigste-eeuwse Stachanov ga ik ruwe ertsen delven op de Vlasmarkt om ze te versmelten tot sierlijk edelmetaal, geïntoxiceerde metataal.

Een gecensureerd Kamerlid geniet incognito van de Vlasmarkt. Hier ontmoet hij het volk dat hij vertegenwoordigt.

Een gecensureerd Kamerlid geniet incognito van de Vlasmarkt. Hier ontmoet hij het volk dat hij vertegenwoordigt.

Nochtans gebruikmakend van de pendeltram ben ik niet op tijd: de Vlaspoppenworp is reeds begonnen wanneer ik arriveer. Voor de allereerste keer zie ik van op de begane grond hoe de vlaspopjes naar de beneden dwarrelen en worden verscheurd door hebzuchtige handen, op zoek naar het geld dat in hun buik verborgen zit.

Mijn geschonden eer moet ik dringend repareren. Ik wacht niet tot Edmond Cocquyt jr. weer beneden staat, maar bel de putatieve nachtburgemeester meteen op zijn gsm om hem zwaar onder zijn voeten te geven. “Edmond, ezel, waarom hebt ge niet op mij gewacht?!”, steek ik van wal.

“Omdat ge een klootzak zijt!”, repliceert hij gevat. Tuuuut, de lijn gaat dood.

Bon, ik zal mijn geblutste eergevoel dan maar verdoven met een bekertje Ricard, amper twee euro in de tent van de Kinky Star. Bekomend van de ontgoocheling ontmoet ik Karel, een kunstenaar die de ingeslapen burgerstad Oudenaarde al eens ruw wakkerschudt. De Vlaspoppenworp en mijn bijbehorende vernedering zijn helemaal aan hem voorbijgegaan.

Edmond Cocquyt jr. ziet hoe zijn Vlasmarkt weer eens leegloopt. Voor hem mag de temperatuur beginnen te minderen.

Edmond Cocquyt jr. ziet hoe zijn Vlasmarkt weer eens leegloopt. Voor hem mag de temperatuur beginnen te minderen.

“Mensen die niet dubbel in de wereld staan en naar zuiverheid verlangen, hebben geen liefde voor de wereld”, spreekt Karel woorden van troost. “Zo iemand is in se een extremist. De sofisten zijn de nieuwe helden. Meer zelfs: zij zijn opnieuw de helden!”

Karel toont mij op zijn dumbphone foto’s van de werken waar hij mee bezig is. Het zijn kunstige strontpatronen, om het oneerbiedig te zeggen. “In mijn atelier zit er een nest zwaluwen. Onder hun nest heb ik papier gelegd, met daarop een sjabloon. Zo ontstaat door de vogelstront een vorm”, legt hij uit. “De vier weken dat er jonge vogeltjes in het nest zitten, zijn de beste. Zo maak ik geen kunst, ik vínd ze.”

Dat herken ik. “Tiens, dat is precies wat ik hier elke dag doe”, wijs ik op de te kalme Vlasmarkt, waar ik tien dagen lang parasiteer op de koningen van de goot.

“Gij zijt een strandjutter, zoals ik er één ben”, knikt Karel. “Gij komt hier oprapen wat u bruikbaar lijkt.”

“De Vlasmarkt is een strand vol aangespoelde waarheden”, onderneem ik een poging tot sofisme.

Onder de discobal van de dj-toren staat David zomaar wat te grijnzen. Als hij mij ziet afkomen, benadrukt hij meteen dat hij dit jaar geen hoofdpersonage meer is voor mijn Vlasmarktverslagen.

Adrien Cocquyt showt een bevallige enkel op de Vlasmarkt. Zijn voeten zijn relatief proper gebleven vannacht.

Adrien Cocquyt showt een bevallige enkel op de Vlasmarkt. Zijn voeten zijn relatief proper gebleven vannacht.

“Toch heb ik u iets te vertellen”, zegt hij. “Daarjuist heb ik twee popjes gevangen tijdens de Vlaspoppenworp!”

“Heel goed!”, complimenteer ik hem.

“Welja, maar er zat geen geld in. Daarna zijn mensen opeens al hun vlaspoppen onder mijn marcelleke beginnen te proppen. Op den duur werd ik al dat vlas toch wat beu en heb ik die poppen op de grond gegooid. Meteen stortte er zich een meisje op die hoop en je gelooft het nooit, ze had prijs! Een briefje van vijftig euro. Dat dus de hele tijd onder mijn hemd heeft gezeten”, treurt David.

Edmond Cocquyt jr., die zich eindelijk ook nog eens tussen het volk waagt, verwondert zich niet over Davids wedervaren. “De Vlasmarkt is de ondergang van ons leven. Iedereen die lelijk en vuil is, komt naar hier”, beklemtoont hij. Wat hij daar precies mee bedoelt, vergeten we in de kerkers van het sofisme.

De dj’s hebben hun platen reeds lang opgeborgen, de dranktenten zijn dicht. Een vermoeide sfeerbeheerder vraagt mensen het plein te verlaten en naar huis te gaan. Een collega van hem spreekt dat onmiddellijk tegen. “Neen, blijf nog maar even. Het was namelijk een té rustige nacht. Er is nog niet genoeg gefeest.”

Ruben weet met zijn enthousiasme weer geen blijf. Dat enthousiasme zal aanhouden tot hij opmerkt hoe leeg zijn bekertje is.

Ruben weet met zijn enthousiasme weer geen blijf. Dat enthousiasme zal aanhouden tot hij opmerkt hoe leeg zijn bekertje is.

Adrien Cocquyt, broer van, ziet het niet goed komen met deze Feesten. “Er zal ook van de jaar niet veel volk komen. De eerste nachten was het zeer kalm en het is zoals met de verkiezingen: de eerste uitslagen voorspellen meestal de algemene teneur.”

Volgens Edmond is het te warm en blijven de mensen daardoor weg. “Vorig jaar hadden we zelfs met regen meer volk. Ideaal voor de Gentse Feesten is twintig graden en bewolkt”, weet de ervaren rotzak.

De Feestengangers die nog een laatste pintje willen, zakken af naar Sint-Jacobs, waar de traditionele afterparty plaatsvindt. Zittend op het trottoir kom ik er Ruben tegen, die vandaag géén mascara in zijn snor gewreven heeft, in tegenstelling tot gisteren. Met fonkelende ogen bekijkt hij de jongedames die met hun kont staan te draaien.

“Maar vergis je niet”, zegt hij. “Ik wil al die mooie vrouwen niet neuken. Kussen zou ik ze wel willen doen. Zodat je weet dat je ze zou kúnnen neuken. Het heeft te maken met veroveringsdrang, het verlangen naar het mogelijke. Zie je?”

Ik geef hem gelijk, sta op, mompel een afscheidsgroet en slof richting tramhalte. De palliatieve zorgen hebben weer lang genoeg geduurd, de nacht hunkert naar euthanasie.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Kalm blijven

21 juli 2013

Vriendelijk en beleefd blijven is geen gemakkelijke opdracht. De Gentse Feesten laten ons evenwel geen andere keuze. Je overleeft tien dagen drinken niet op agressie. Zeker niet op de Vlasmarkt.

[Dit verslag is eerst verschenen op de website van De Morgen.]

Geen feest zonder bubbels. Rubens snor benadrukt zijn vreugde.

Geen feest zonder bubbels. Rubens snor benadrukt zijn vreugde.

De eerste sms van de dag is niet om vrolijk, uitgelaten of anderszins blijmoedig van te worden. “Slaap verder, het zit vol toeristen!”, luidt de boodschap. “Het is je engagement niet waard!”

Zingende jongeren stellen mijn engagement al op de proef nog voor ik goed en wel vertrokken ben. ‘You’ll never walk alone’ klinkt het luidkeels in de uitdovende nacht. Zeer zeker bevorderlijk voor het groepsgevoel, maar niet voor de stedelijke vrede. Mijn ergernis verbijtend wacht ik op de tram naar het stadscentrum. Het rijtuig uit de tegenovergestelde richting zit stampvol. Er wordt geroepen en gesprongen. Mijn bloed begint zachtjes te borrelen, ik laat het niet tot koken komen. Agressie is er om te onderdrukken.

Mijn eigen tram is leeg, zodat ik zonder moeite naar de Vlasmarkt spoor. Geen gepuf, no sweat. Wanneer dokters aanraden om geen inspanningen te leveren, neem ik die raad ter harte.

Dat de Vlasmarkt vol toeristen staat, is een leugen en degene die ‘m de wereld heeft ingestuurd zal gruwelijk boeten, bijvoorbeeld door mij te gepasten tijde pinten te trakteren. Ik zie vele bekende gezichten, jaarlijks terugkerende klanten die zich gewillig laten misbruiken als personage. Dankzij de censuurbril van Kenji Minogue leveren zij hun bijdragen dit jaar anoniem.

"Sht, luister goed, dan hoor je het feest des te beter", geeft Sam als goede raad.

“Sht, luister goed, dan hoor je het feest des te beter”, geeft Sam als goede raad.

Tine, een vrouw die erin slaagt nauwelijks te drinken op de Vlasmarkt, ziet haar kans schoon om spontaan te vertellen over haar borsten. “Ze zijn gegroeid! Ik heb eindelijk een decolleté. Ik denk dat het hormonaal is. Of komt het door de leeftijd?”, vraagt Tine zich af. “Mensen zien mij staan, ik voel hun blik afdalen van mijn ogen naar mijn tetten. Ik vind dat best oké. Dat is goed voor mijn zelfbeeld. Ik voel me veel zelfzekerder, veel meer vrouw.”

Daar ben ik blij om. Jaren geleden heeft Tine het Meetjesland ingeruild voor Gent, maar nog altijd worstelt ze met haar plattelandsroots. “Tim, jongen, wat ik al gezien heb in mijn leven”, zucht ze. “Ik ben opgegroeid tussen de over-alls en de boerinnen.”

Meteen steekt haar onzekerheid weer de kop op. “Wat ik me nu wel afvraag, is of ik waterknieën heb. Mijn benen zijn al mijn hele leven mijn trots, maar er heeft daarjuist iemand een opmerking gemaakt over mijn knieën. Nu ben ik dáárop gefocust”, rolt Tine met de ogen.

Ook in Filip, rots in de branding van zijn flamboyante Barbara, schuilt geen vrolijkheid. “Ik heb een beetje een dipje”, erkent de prille dertiger tussen het gedruis van de Vlasmarkt. “Dat komt door slaapgebrek. Er heerst stijfheid in mijn spieren. Eigenlijk heb ik mij niet echt geamuseerd, maar ik wil de feestvreugde niet bederven door daar veel over te zeggen.”

Een man die te beschaamd is voor een censuurbril hoopt zijn identiteit op een andere manier te verhullen.

Een man die te beschaamd is voor een censuurbril hoopt zijn identiteit op een andere manier te verhullen.

Hij is wel opgetogen over de massale introductie van censuurbrillen op de Vlasmarkt. “We leven in tijden van sociale media. Mensen beseffen niet in hoeveel databases ze terechtkomen”, vertelt Filip. “Met Facebook en dergelijke moet je toch opletten. Ik zit daar zelf niet op. Ik zou niet weten wat ik met de wereld te delen heb, ik heb niet eens de behoefte iets te delen.”

Barbara komt tussenbeide. “Is mijn vent weer over genocides bezig? En zegt hij weer dat ze een goede oplossing zijn voor de meeste wereldproblemen? Daar hebben we al ferm boel over gemaakt!”

“Zo gaan de conversaties bij ons thuis”, knikt Filip.

“Dat is getrouwd zijn, Tim”, legt Barbara uit. “Als we in de auto zitten, hebben we meestal ruzie. Nog meer dan thuis. Dan komt alle agressie in mij los.”

“Meestal bereikt de ruzie een climax vlak voor we een parkeerplaats hebben gevonden”, bevestigt Filip andermaal. “Daarna volgt er stabilisatie.”

Terwijl ik ijverig het gesprek noteer, trekt Barbara een wenkbrauw op. “Leg mij eens een homerische volzin in de mond, want ik verdien dat”, zegt ze. Ze laat in het midden of ze die zin zelf heeft uitgesproken.

De Gentse Feesten zijn met moeite begonnen en de euforie spat er al van.

De Gentse Feesten zijn met moeite begonnen en de euforie spat er al van.

Er is veel volk, maar geen agressie. Dat komt omdat iedereen zijn best doet beleefd te blijven, zelfs bij rottigheid. Zoals wanneer een zatte dame tegen mij loopt, waardoor het bier uit mijn beker spat en in de mouw van mijn jas loopt. Bier tot aan mijn elleboog, slechts voor enkele seconden verfrissend en daarna vooral plakkerig. Het gouden vocht heeft ook een andere feestvierder bereikt. “Mijn excuses”, mompel ik.

“Geen probleem”, antwoordt de man, en hij kuist zijn natte arm af aan míj.

Op zulke momenten is het zaak kalm te blijven en niet toe te geven aan het rode waas dat voor je ogen schemert. Zelfbeheersing onderscheidt ons van de wilden uit de Lembeekse Bossen.

Doordat er zo weinig agressie is, zijn er veel blije gezichten op de Vlasmarkt. Maar toch kijkt Samir bijzonder somber. “Ik ben nogal scheef”, geeft hij toe. “Dat heeft te maken met de leeftijd. Zodra er een ‘3’ voor staat, ben je telkens als je uitgaat zó naar de kloten.”

“Omdat je dan niet meer tegen de drank kunt?”

Jonas leert Justine te boksen, opdat zij zich kan verdedigen tegen opdringerige journalisten.

Jonas leert Justine boksen, opdat zij zich kan verdedigen tegen opdringerige journalisten.

“Neen, het heeft te maken met je inkomen. Vroeger dronk je tot je geld op was en keerde je nog relatief helder terug naar huis”, doceert hij. “Nu gaan we weg tot we helemaal scheef zijn. Ik heb zelfs nog geld over, terwijl ik echt niet meer fris ben.”

De ochtendlijke zon kan Samirs donkere blik niet verlichten. Ik bied hem een censuurbril aan, maar die weigert hij. Voor de foto poseren zit er helemaal niet in. “Ik ben tegen de pers”, stelt hij rechtuit. “Journalisten maken tweedimensionele karikaturen van je, terwijl mensen veel gelaagder zijn dan dat. Kijk naar Ignace Crombé. Het interesseert ons niet meer hoe gelaagd zijn karakter is, we vinden het cool en de max dat het zo’n eikel is.”

Om toch een beetje vrolijkheid in mijn ochtendlijke nacht te brengen, maak ik een praatje met een man die een soort led-bril draagt. De lichtjes zijn naar binnen gekeerd. Raar ding.

Met een censuurbril op de neus laten sommigen zich verleiden tot gewaagde poses.

Met een censuurbril op de neus laten sommigen zich verleiden tot gewaagde poses.

“Een eigen uitvinding. Door de kleuren kom ik na een halfuur in een andere toestand, kijk ik anders naar de wereld”, vertelt hij enthousiast in Oost-Europees Engels. “Moet je ook mijn parfum eens proberen? Het is een onstabiel mengsel dat je na een halfuur niet meer ruikt.”

Ik bedankt vriendelijk voor het aanbod, en nog eens, en nog eens, en nog eens. Op den duur heb ik veel zin om de flacon geurvocht diep in ’s mans ingewanden te stampen, maar alweer wint de vriendelijke vlucht het van gewelddadige paniek.

De Vlasmarkt is inmiddels praktisch leeggestroomd, maar de jongedame Emmah met een h is nog aanwezig in al haar zachtaardigheid. Ze stelt me voor aan ene Michaël, die ik beleefd de hand schud. “Jezus”, vloekt die opeens. “Ik wou boel zoeken, maar nu je mij een hand hebt gegeven, kan dat niet meer. Verdomme.”

Zodoende lijdt de neiging tot geweld alweer een knetterende nederlaag, knock-out tegen de kasseien van de Vlasmarkt. Immer beleefd blijven vergt een volgehouden inspanning, je kunt je aandacht geen seconde laten verslappen of er vallen klappen. Maar zonder steedse manieren zijn die tien dagen Gentse Feesten niet te overleven.

Wedstrijd! Kenji Minogue geeft op zaterdag 27 juli vijf exclusieve censuurbrillen weg. Mail daarvoor een foto waarvoor je je vreselijk schaamt en waarop je liever onherkenbaar had gestaan naar kenjiminogue@gmail.com.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.