Borsten


Jongens en meisjes hebben tien dagen lang te hope, te gare de Vlasmarkt vereerd met hun dans- en waggelpasjes. Er is bier en Irish coffee gemorst. Nu eens weerklonk er gelach, dan gehuil. Soms bleef het droog, vaak was het nat. De Gentse Feesten zijn voorgoed voorbij en volgend jaar zijn ze er weer.

Youri is een wijs man. Zodoende drinkt hij water op de Vlasmarkt.

Tjonge, jonge, ik heb zowaar een nieuw notitieboekje nodig, merk ik om half vijf, als ik voor de laatste keer na drie uur slapen uit mijn bed rol om richting Vlasmarkt te marcheren. Goed dat de Feesten slechts tien dagen duren of ik was een compleet wrak.

Halverwege mijn dagelijkse tocht kom ik zo’n wrak tegen. Een kale man van eind de vijftig met een troebele blik. Z’n mond hangt half open, af en toe bazelt hij een onsamenhangende klank. Een behulpzame dame houdt hem recht. Allez vooruit, denk ik, burgemeester Daniël Termont heeft zich op de laatste avond precies ook geamuseerd. Even overweeg ik een foto van de wankele politicus te maken, maar tegen dat ik mijn toestel klaar heb, is de burgemeester al te ver weg gestrompeld. Dat is maar best, zo.

Wanneer ik de Vlasmarkt nader, kruis ik concullega Renzo Van Rijckegem. “Dag Renzo. Zijt ge er al mee vandoor?”, vraag ik.

“Neen, ik zoek een afgelegen pissijn om rustig te masturberen, ik bedoel urineren.”

“Euh, in dat geval wens ik u veel succes”, zeg ik alvorens mij weg te haasten van dit vreemde individu.

Er is een massa volk, maar één van mijn hoofdpersonages ontbreekt. “Kevin heeft afgehaakt”, meldt Youri met spijt. Bij de rit van gisteren heeft ie blijkbaar z’n motor opgeblazen.

Youri zelf is aanwezig, maar met mate: hij drinkt een watertje. “Ik ben geen meeloper. Als iedereen drinkt, dan ik niet”, stelt hij nuchter.

Voor de laatste keer wordt het dag op de overvolle Vlasmarkt. Het plein is aan een verdiende, lange rust toe.

Boris en zijn vriendin, twee lieve mensen waarover poëzie geschreven mag worden, klagen mij aan. “Het is uw schuld dat Boris geen werk vindt!”, krijg ik te horen.

“Oei, door die foto’s in mijn verslagen van vorig jaar?”, vermoed ik.

“Ja, inderdaad. Zou het mogelijk zijn om mijn achternaam weg te halen?”, vraagt Boris.

“Geen probleem, hoor. Doe ik”, stel ik het koppel gerust. Nu zal het slechts een kwestie van dagen zijn vooraleer Boris’ carrière een vliegende start neemt.

Daar is Renzo weer. Hij slaat zowaar een praatje met een prettig meisje dat staat aan te schuiven om te pissen.

“Goed bezig, Renzo”, complimenteer ik hem nadien.

“Als ik gemasturbeerd heb, ben ik veel chiller met vrouwen”, erkent Renzo.

“Ge beseft toch dat ik dit alles noteer?”

“Zolang dat ge mij een pseudoniem geeft, is dat geen probleem.”

Tim Struyven heeft tien dagen na elkaar de zon zien opkomen op de Vlasmarkt. Zijn eervolle vermelding is binnen.

Renzo verdwijnt weer in de massa en maakt plaats voor een collega-journaliste. “Ik vind uw verslagen van de Gentse Feesten heel tof, maar ik heb één belangrijk punt van kritiek: er komen bijna geen vrouwen in voor”, zegt zij.

“Da’s niet moeilijk. Kijk rondom u. Het staat hier vol mannen. Ge ziet hier bijna geen vrouwen.”

Ze kijkt om zich heen en betwist dat de grote meerderheid van de feestvierders op de Vlasmarkt van mannelijke kunne is. De jonge journaliste schat de verhouding man-vrouw op 60/40 procent.

“Het ziet er mij toch veeleer 70/30 uit. Maar dat doet er ook niet toe. Ik beschrijf de gesprekken met de mensen die ik tegenkom. Ge kunt toch niet van mij verwachten dat ik speciaal wat vrouwen ga aanspreken om úw quota te halen?”

Hilde van 't Krochtje en Peter Pan staan samen de sfeer te beheren.

Terwijl de jongedame mij van antwoord dient, zie ik dat haar topje in een ongunstige plooi glijdt. Langzaam komt haar rechtertepel te voorschijn. Ze is net aan het uitleggen dat ze haar dissertatie schreef over het postfeminisme wanneer ik mij afvraag wat ik moet doen: een foto nemen van haar tepel, haar erop attenderen dat ze met een blote borst op de Vlasmarkt staat of toch maar zedig zwijgen, hopen dat ze ’t zelf in de gaten krijgt en dan veinzen dat ik niets heb gezien. Gelukkig redt de attente Tine mij uit de nood: “Meiske, iedereen kan uw tepel zien!”

Het feministische geweld fatsoeneert zich meteen. “Deze nip slip is zeer gênant”, beseft Britney – een toepasselijk pseudoniem dat ze zelf heeft gekozen. “Maar zó erg is het niet. Ik heb een mooie tepel. Mijn lieven waren altijd vol lof over mijn borsten. Hebben andere vrouwen dan zulke lelijke borsten, vraag ik mij altijd af. Ik vind mijn eigen borsten de max! Vrouwen moeten trotser zijn op hun boezem.”

Een feestvierende dame schrobt mee de vuile Vlasmarkt schoon.

Hup, en we zijn vertrokken voor een discussie aangaande de positie van de vrouw in de samenleving die nog vele uren zal duren en – uiteraard – zal eindigen in tranen. “Weet ge wat het probleem is met vrouwen? Dat ze elkaar genadeloos afmaken”, zeg ik bij wijze van steen in de kikkerpoel.

“Da’s niet waar!”, reageert Britney verontwaardigd. “Ik heb een zeer goede relatie met mijn vriendinnen. Zelfs een vent zou die niet kapot kunnen krijgen.”

“Prijs uzelf gelukkig. Maar vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan en scheuren elkaar genadeloos aan stukken. Ik heb dat al genoeg zien gebeuren. Er is veel achterdocht.”

Tine en Madelien geven me gelijk. Zij zijn vijf jaar ouder dan Britney en hebben al ervaring te over met het achterbakse gedrag van sommige van hun seksegenotes. “Vrouwen hebben in een vriendschap voortdurend bevestiging nodig”, vindt Madelien. “Bij mannen is dat veel minder het geval.”

Britney gooit het over een andere boeg. “In uw verslagen komen er ook nauwelijks homo’s voor”, verwijt ze me.

“Da’s weer hetzelfde: moet ik nu speciaal op zoek naar homo’s om aan andermans quota te voldoen?”, vraag ik.

“Kijk, daar staan twee homo’s, misschien moet ge die een paar vragen stellen?”, suggereert Britney, die proactief het homopaar bij het gezelschap roept.

Een meisje knijpt haar neus dicht als ze over de Vlasmarkt loopt. Tien dagen bier en andere bucht morsen heeft zijn werk gedaan.

Sam en Michaël komen erbij. Het gesprek gaat meteen over vrouwen die op zoek zijn naar homovrienden. “Veel vrouwen willen een homovriend als accessoire”, gruwelt Michaël. “Dat is hatelijk. Ze gebruiken je om te shoppen en behandelen je pas in tweede instantie als vriend.”

“Worden jullie geil van borsten?”, vraag ik nieuwsgierig, met een knipoog naar Britney’s decolleté.

“Geil misschien niet echt”, begint Michaël. “Maar borsten zijn wel mooi om naar te kijken”, vult Sam aan. Goed dat we dat weten.

Marieke, een vriendin die ik al bijna een jaar niet meer gezien heb, voegt zich bij ons debatgroepje. Ik leg haar Britney’s verwijten voor. “Het is een mannenwereld”, haalt zij de schouders op.

“Vrouwen zijn aan een opmars bezig!”, benadrukt Britney.

Michaël knikt bevestigend. “In de opleiding farmacie was 80 procent van de studenten vrouw”, zegt hij.

“En de rest was homo?”, vraag ik.

“Inderdaad”, glimlacht de jongeman.

Madelien hecht weinig geloof aan de opmars van het vrouwelijke geslacht. “Er zijn twee redenen dat vrouwen het niet voor het zeggen hebben: baby’s en maandstonden. Britney is nog maar 25, ik ben er dertig. Zij is haar natuur nog aan het ontkennen, ik begin die met zeer veel moeite te aanvaarden. De biologische klok slaat de vrouw in de ketens, toont haar haar plaats. We werken het zelf in de hand. Vrouwen komen niet op voor zichzelf. Dat ís gewoon zo.”

Ook de sfeerbeheerders laten zich even gaan en hangen zichzelf gezwind aan een kuiswagen.

“Ik maak enkel een kind met een man die het waard is”, zegt Britney fel.

Er groeit gaandeweg bitsigheid tussen Marieke en Britney, die per se wil weten wat Mariekes mening is over de verdrukking van de vrouw in de hedendaagse samenleving. Marieke spreekt zich daar liever niet over uit, en dat maakt Britney boos. Marieke kan haar niet uitstaan, is het onmiddellijke oordeel, anders zou ze haar mening wel geven. Ik probeer nog uit te leggen dat ze het gesprek beter een andere richting uitstuurt in plaats van er zulke zware persoonlijke conclusies aan te koppelen, maar mijn bemiddelingspogingen vallen dood tussen de vuile kasseien van de Vlasmarkt.

“Inderdaad, vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan”, erkent Britney uiteindelijk.

“En mannen niet”, weet Tine.

“Vrouwen bestoken elkaar. Dat is zo jammer. We zouden een pact moeten sluiten”, zegt Britney een weinig verslagen.

Omdat het rijk der vrouw, gigantisch als het is, nu wel ruim voldoende aan bod gekomen is, ga ik goeiedag zeggen aan Maarten Quaghebeur, de charismatische organisator van Boomtown. “De Gentse Feesten hebben een eindpunt nodig, een fantastische afterparty op de Vlasmarkt”, zegt Maarten. “Maar als je alleen op de Vlasmarkt bent komen zuipen, heb je geen Gentse Feesten meegemaakt. Er is ook inhoud nodig.”

De vermoeidheid heeft Igors gezicht in een permanente lach der zotten gegoten.

Helaas is er maar weinig goede inhoud te vinden, zo zegt Maarten zonder boe of ba. “Ik wil geen koude rillingen meer krijgen als ik over de Korenmarkt loop of langs Polé Polé passeer. Diversiteit is goed, maar dan moet iedereen voluit gaan in zijn programmatie. Vele organisatoren doen hun best niet. Ze weten dat het plein sowieso wel vol zal staan.”

Voilà, dat is nog eens gesproken, zie. Een duidelijke mening zonder al te veel poespas, los van ontsporende genderdebatten waar beschonken heren en dames zich beter ver van houden. Ik bedank Maarten en begeef me op pad naar een pissijn, er goed op lettend dat Renzo Van Rijckegem uit m’n buurt blijft.

Onderweg kom ik An tegen. Ik ken haar niet, maar zij mij wel. Er moet haar iets van het hart. “Het is niet grappig als je als vrouw popje genoemd wordt. Of mannen wrijven zomaar over je kont bij het passeren. Geen respect. En als je dan niet reageert zoals zij willen, ben je een vuil wijf of een bitch. Het is echt niet wijs om als object te worden behandeld”, vertelt An.

Een paar meter verder ontmoet ik een zekere Karel, die ik evenmin ken. Ik spreek hem aan met ‘mijnheer’, wat hij bepaald niet kan appreciëren.

“Wat moest ik dan zeggen? ‘Juffrouw’?”, repliceer ik.

Mong & Maarten zijn twee jonge, drijvende krachten achter de Gentse Feesten. Ze staan te trappelen om de Feesten meer inhoud te geven.

“Weet ge, als ik vrouwen aanspreek met ‘meisje’, vinden ze dat niet wijs”, getuigt Karel fronsend. “Dan worden ze roodgloeiend. Maar wat ge ook zegt, ge kunt nooit goed doen!”

Het is tien uur, de muziek is gestopt. Straks zullen de mannen van Ivago het plein ontsmetten en ons, zatlappen, naar huis jagen. Ik zie dat David Van Belleghem klaar staat om te vertrekken. “Tevreden over de Feesten?”, vraag ik hem.

“Het was wijs, maar het was niet de beste editie”, zegt David. “Daarvoor zijn er te weinig weirde dingen gebeurd.”

Samen met de kuisploegen van Ivago verschijnen gewone burgers op de Vlasmarkt, zoals de jonge Xanthe en haar papa. Het meisje knijpt haar neus dicht. “Het stinkt hier!”, zegt ze. Ach, dat zal er haar over een dikke tien jaar niet van weerhouden om op de Vlasmarkt, dit eeuwige oord van verderf, te komen drinken en feesten.

Er begint een fascinerend kat-en-muisspel tussen vuilnismannen en hardnekkige feestvierders. “Het gaat ze niet lukken. Ze kunnen het plein schoonvegen, maar wij blijven”, zegt Steven vastberaden. “Gentenaars zijn zo. Wij zijn Stroppen.”

Uiteindelijk krijgen de mannen en vrouwen van Imago het vuile plein toch min of meer proper. Als dank krijgen ze in de Charlatan een warme sandwich aangeboden. Ik ontmoet er vuilnisvrouw Daphne, een stoere blondine waar je maar beter beleefd tegen blijft. “Het is het eerste jaar dat we overbemand zijn”, zucht Daphne een beetje ontgoocheld. “De sfeer was goed, maar er was te weinig vuiligheid. Op normale dagen ligt het soms vuiler dan tijdens deze editie.”

Een ventje helpt mee de kermis op de Vrijdagmarkt afbreken. Hij heeft een grote toekomst in de afbraaksector.

Ze wijst naar de regen als boosdoener. “Mensen komen niet buiten als het regent en dan ligt er automatisch veel minder vuil op straat. Niet geestig, want wij werken graag flink door. We moesten soms extra traag werken om onszelf bezig te blijven houden. De laatste dagen was het gelukkig beter weer, en zagen we meer vuiligheid”, vertelt Daphne. “Het voordeel van het slechte weer was wel dat we minder geconfronteerd zijn met agressie.”

“De laatste jaren voel we ook veel meer dankbaarheid voor ons werk”, zegt Daphne. “De mensen zijn content dat we de stad zo proper houden.”

Ook voor de mannen en vrouwen van Ivago is de Vlasmarkt het traditionele eindpunt van de Feesten. “Iedereen komt dan naar hier. Dit plein is het laatste dat we opkuisen”, grijnst Daphne. “Maar we zijn blij dat het er weer opzit.”

Ik krijg Kevin nog eens aan de lijn, die opmerkt dat het begint te regenen. “Dit is dus het einde. Zo is het ook begonnen”, sluit hij telefonisch de Gentse Feesten af.

Hulde aan iedereen die erbij was.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

9 comments

    1. Dat had ik zelf dus nog niet opgemerkt, maar inderdaad: die staat daar slapend in zijn broek te pissen. Multitasking voor mannen.

      1. Whoa. Na tweehonderd keer herlezen eindelijk gezien wat er scheelde.

        Exit ‘geeft gekozen’, enter ‘heeft gekozen’. Merci!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s