Hippies en Ronny’s


Ze zijn voorbij. Die tien dagen waar elke Gentenaar maanden naar uitkijkt, zitten er weer op. Het was leuk, maar ik zal ze even niet missen, die Gentse Feesten. Tijd om terug te keren naar planeet Aarde.

Voor de tiende en laatste keer laat ik mijn vrouw eenzaam en alleen achter in ons bed. Normaal gezien sta ik tijdens de Gentse Feesten om halfvier ’s ochtends op, maar vanavond ben ik niet eens in bed gekropen. Er is voor de verandering iets te doen vóór 4 uur: het optreden van Freddy De Vadder en de Bende van Miènde op het podium bij Sint-Jacobs. Daar wil ik mijn slaap gerust voor laten.

Steenworp

Een laatste keer fungeert de Vlasmarkt als openluchtdiscotheek. Dit is de nacht van de gemiste kansen, van de mensen die nog één maal alles willen geven.

Tijdens het optreden dommel ik niet in, wat altijd wijst op kwaliteit. Noch begin ik me na drie nummers te ergeren dat ik recht moet staan. Meestal word ik al vóór het eerste applaus ambetant als ik niet kan zitten. Vandaar dat ik slechts zeer zelden naar optredens ga en dat je me op muziekfestivals niet zult zien.

Het voordeel van de Gentse Feesten is dat je al dat culturele gedoe probleemloos kunt skippen. En als het is om te drinken vind ik het niet erg dat er geen zetels voorhanden zijn.

Nadat Freddy zich door de bisnummers gegromd heeft, begeef ik me naar de Parels. De Parels is een prima plek om te aperitieven op een steenworp van de Vlasmarkt. Je kunt er in alle rust cava staan drinken terwijl de trekkende en duwende massa op de Vlasmarkt zichzelf bijkans versmacht. Wat zijn we stijlvol, mijn maten en ik.

Korsten

Terwijl ons glas gevuld wordt met sprankelend vocht, vertelt Thomas dat hij een tip heeft voor me. “Volgend jaar moet je tijdens de Gentse Feesten eens een reportage maken over Ronnyville.”

“Ronnyville?”, vraag ik achterdochtig.

“Klein Turkije. Daar vind je de korst van de maatschappij.”

“Zijn die Ronny’s dan zo interessant?”

“Natuurlijk wel! Het zijn eigenlijk ook geen Ronny’s, maar korsten.”

“Wat bedoel je met ‘korsten’?”

“Een korst is iets dat op het lichaam zit en dat we liever kwijt zijn, maar dat wel nodig is.”

“Wil je zeggen dat Ronny’s nodig zijn op het lichaam der maatschappij?”

Brecht Decaestecker, journalist en blanke hiphopneger bij De Morgen, maakt enthousiast reclame voor zijn krant.

“Uiteraard zijn Ronny’s nodig!  Zij zetten ons ras voort door kinderen te kweken”, argumenteert Thomas. “Intellectuelen poepen immers niet graag. Die trekken zich slechts af op pornofilms waarin het nota bene vol Ronny’s loopt.”

“Het klinkt alsof je hier lang over nagedacht hebt.”

“Maar het is toch allemaal vanzelfsprekend? Zelfs bij de oermensen had je volgens mij al Ronny’s. Intellectuelen vonden het wiel uit, de Ronny’s zorgden voor het zaad.”

“Bestaat er dan ook geen tussenvorm, een soort intellectuele macho?”

Thomas denkt even na. Dan verschijnt er een licht van groot respect in zijn ogen. “Er is één intellectuele macho in de hele wereld: Clint Eastwood. In vergelijking met hem zijn wij allemaal janetten.”

Ademruimte

Terwijl we de ziel van de intellectuele macho verder proberen te doorgronden slinkt onze groep zienderogen. Enkele mensen keren reeds voor de ochtendstond terug naar huis, anderen kunnen niet weerstaan aan de lokroep van de Vlasmarkt.

“Ik ga niet mee, het is nog te vroeg”, oordeelt Matthias. “Op de Vlasmarkt zijn er nu nog veel te veel mensen.”

In de periferie van de Vlasmarkt verorbert Matthias een pizza. 'Hier kan ik me tenminste rustig stellen eten zonder me vertrappeld te voelen.'

Matthias heeft gelijk, het ís nog veel te vroeg. Ikzelf verschijn altijd pas tegen 5 uur op de Vlasmarkt. Er is dan al iets meer ademruimte. Zeker op de allerlaatste nacht van de Gentse Feesten moet je je niet haasten om op de Vlasmarkt te verschijnen als je geen voorstander bent van drukkende massa’s.

Huilen

Uiteindelijk zetten we ons een halfuur later toch in beweging. “Het is nog altijd veel te vroeg”, sakkert Matthias. Maar zijn verzet baat niet, de groep heeft besloten om tussen het volk te staan, en tussen het volk zullen we staan.

Het is een massa volk. Niet aangenaam. Matthias en ik beginnen bijna te huilen als kleine kinderen wanneer we zien dat de toog van de Kinky Star schier onbereikbaar is. Een halfuur van mijn leven verspillen om aan te schuiven voor een pintje? Mooi niet.

“Zouden ze in ’t Smulderken pintjes hebben?”, vraagt Matthias.

Dat is geen slecht idee. ’t Smulderken is een broodjeszaak, geen nachtwinkel. Het zijn alleen de nachtwinkels die tussen 1 uur en 9 uur geen alcohol mogen verkopen. “Kom, laat ons eens kijken. Dan zijn we tenminste even weg van tussen al die mongolen hier”, besluit ik.

Magisch

Tijdens de laatste nacht van de Gentse Feesten draaien mensen de gruwelijkste dingen in hun molen om overeind te blijven.

We hebben geluk: er zijn pintjes te koop. We zetten ons neer op het terrasje en genieten van de rust en het bier. Om de stilte te verdrijven hebben we het over één van de Grote Thema’s van het Leven: de Liefde. Alras komen we tot de conclusie dat liefde niets meer is dan een combinatie van vriendschap en erotiek. Die combinatie heeft het best iets magisch, anders stop je er beter mee.

Verder hebben we op dat moment niet veel meer te zeggen over de liefde, dus keren we maar weer terug naar het zuipende volk. Waarom blijft het toch zo druk? Moeten de mensen niet werken morgen?

Onstabiele relatie

Kevin Devos, een man met smaak die de affiches opstelt van Gent Jazz en Jazz Middelheim, heeft een verklaring voor de drukte. “Dit is de nacht van de gemiste kansen”, doceert hij. “Voor alle mensen die nu al negen dagen proberen om een lief op te doen is het de laatste kans.”

“Je klinkt niet alsof die mensen nog veel hoop moeten koesteren.”

“Neen, dat is zo. Ze zullen het zich morgen allemaal beklagen dat ze niet aan de een of andere costa zaten. Daar hadden ze misschien meer succes.”

“Liefde en Gentse Feesten: ze gaan niet samen”, zeg ik. “Ofwel zie je mensen in een hoogst onstabiele relatie belanden, ofwel zie je een relatie die sowieso al aan het kwakkelen was spectaculair ontploffen, met vele bittere tranen tot gevolg.”

“Het is ongelooflijk”, knikt Kevin. “Elke ochtend passeer ik op weg naar huis langs Portus Ganda. Dat is werkelijk een echtscheidingsrechtbank. Er wordt geruzied dat het niet mooi meer is. Alle onuitgesproken dingen komen naar boven, vaak een uur nadat mensen nog met elkaar zouden trouwen.”

Vertrappeld

Frederik Segers is de nuchterste man van de Vlasmarkt. 'Ik heb ontdekt dat het hier ook best plezant is als je gewoon cola drinkt. Neen, echt waar, ik méén het!'

Het zou goed zijn als de mensen naar Kevins wijze woorden luisterden, maar helaas: de drukte verdwijnt maar niet. Zodoende staat Matthias nog altijd geërgerd met zijn ogen te draaien omdat er voortdurend zatte meisjes en jongens tegen hem opbotsen.

“Ik voel me een beetje vertrappeld”, verwijst hij naar het drama in Duisburg. “Ik kan me heel goed inbeelden wat de mensen in die tunnel ervoeren. Vooral emotioneel dan. In het echt zal het daar allicht nog wel anders geweest zijn, maar toch: hier is het ook ambetant.”

Topavond

Echt zorgen maak ik me niet. Veel van de aanwezigen op de Vlasmarkt zijn specialisten, feestvierders van gerodeerde routine. De anderen zijn veelal mensen met een schuldgevoel die de Feesten grotendeels gemist hebben en toch één avond hun smoelwerk willen tonen. Volgens mij is de massa ook te dronken en te goedgezind om in paniek te schieten. Hoe kan het anders dat zoveel mensen met een glimlach rondlopen?

Eén van die glimlachers is David Van Belleghem. “Het is een topavond”, onthult David. “Bijna iedereen die hier moet zijn, is hier. Daarbij is iedereen super sympathiek.”

Wijze uitspraak

Ook Marieke, een meisje van krullende haren en felblauwe ogen, amuseert zich. Er is stilaan wat meer ruimte ontstaan en onophoudelijk staat ze met haar achterwerk te zwieren. “Je gat is alles”, legt ze al dansend uit. “Ik heb er één. Ik kán het.”

Het doet me terugdenken aan een wijze uitspraak van Thomas van enkele uren geleden. “Weet je wat mijn vader altijd zei toen ik klein was?”, vroeg Thomas me. “‘Het is aan je eigen hol dat je weet hoe een ander schijt.’ Dat wil zeggen: je weet wat een ander doet omdat je het zelf doet.”

Onwezenlijks

Edmond Cocquyt senior met zijn zoon Edmond junior. 'Alles is hier lang, lang geleden begonnen met vijf hippies die samen één Irish coffee dronken', herinnert senior zich.

Het is een inzicht dat slechts op de Vlasmarkt kan opborrelen: ons gat als ultieme baken van wijsheid en zelfvertrouwen. Ik heb er echter mijn bedenkingen bij, want ik zie over de smerige kasseien een baken van wijsheid schrijden dat niet voor een gat te vangen is: Edmond Cocquyt. Niet de bebrilde kerel die de Vlaspoppenworp organiseert, maar zijn eerbiedwaardige vader, een wandelende encyclopedie over Gent en de Gentse Feesten.

“Goedemorgen mijnheer Cocquyt, alles in orde?”, groet ik hem.

Edmond senior kijkt met een halve grijns om zich heen. “Tja. Het heeft iets onwezenlijks, hé. Driehonderd meter verder zie je al opnieuw een normale stad die normaal functioneert, maar hier blijven de mensen feesten”, zegt hij.

“Was het in uw tijd dan zo anders?”

“Vroeger was de Vlasmarkt het gebied van de kinderen”, herinnert Edmond senior zich. “Er stond hier elk jaar de een of andere constructie, bijvoorbeeld een gigantische koe. Via de aars kroop je naar binnen om er via haar tong weer uit te rollen.”

“Oei, dus op mooie ochtenden in de vroege jaren zeventig stond dit plein nog niet vol zatte mensen?”

“Neen, zeker niet. De Feesten waren toen louter bij Sint-Jacobs. Ik weet nog hoe ik mijn Mini parkeerde vlak voor café Trefpunt, de straat overstak naar het middenpleintje en dat ik dán pas op de Gentse Feesten was. Tegenwoordig denken mensen dat ze de Feesten hebben gezien als ze tien dagen aan een stuk op de Vlasmarkt hebben gestaan. Dat klopt natuurlijk niet.”

“Hoelang gaat de traditie om hier tot ’s morgens vroeg te blijven drinken eigenlijk al mee?”

Edmond senior graaft in zijn geheugen. “Goh, dat is allemaal zeer geleidelijk begonnen, het is moeilijk om daar echt een jaar op te plakken”, zegt hij. “Toen Walter De Buck de Gentse Feesten nieuw leven inblies, was er hier op de Vlasmarkt één café: Ekkentu, waar nu De Pantomiene is. Al van in het prille begin kwamen we naar daar als de optredens bij Sint-Jacobs afgelopen waren. Dan zaten we met vijf, zes man Irish coffee te drinken tot een uur of zeven ’s ochtends. Elk jaar werd dat een beetje groter en een beetje later.”

Oprecht blij ben ik dat te horen. Het betekent dat zelfs het hippe gedruis van de Vlasmarkt deel uitmaakt van de folklore van de Gentse Feesten. Er was geen cafébaas die met een kater in zijn bad lag, opeens een lumineus idee kreeg en enkele collega’s belde met de boodschap: “Yo, gasten, als we nu eens een openluchtdiscotheek installeren en allemaal Irish coffee beginnen te verkopen, zou dat niet de max zijn voor onze jaaromzet en al?”

Neen, dit plein draagt evenzeer de traditie van de oude hippies in zich. Zelfs de talloze West-Vlamingen die nu hun zogenaamde Flashmarkt inpalmen en overmoedig van hun plezante koffie slurpen, zijn epigonen van de langharige contrairen die er veertig jaar geleden een serieuze schop in hebben gegeven.

De meedogenloze brigades van Ivago vallen de Vlasmarkt binnen. Daar kan geen sfeerbeheer tegenop.

Het is mooie kennis om te vergaren op de laatste ochtend van de Gentse Feesten. Graag had ik er nog wat langer van genoten, op mijn plein, tussen de personages en de figuranten van mijn verhaal, maar daar komen de wagens en de machines van Ivago alweer aangestoven, met in hun kielzog een tiental journalisten en fotografen. Ons afval, dat we gedurende tien dagen met zoveel overtuiging tussen de kasseien hebben gestampt, wordt losgewrikt en weggevoerd. Geüniformeerde mannen deporteren onze vuiligheid naar de verbrandingsoven.

Dat het dus gedaan is. Mijn notitieboekje staat vol. Mijn Vlasmarkt loopt leeg. Eenieder strompelt naar zijn bed, al dan niet met een tussenstop langs een normaal terras in een normale stad, een stad die er niet meer uitziet alsof hij ieder jaar het grootste culturele volksfeest van de planeet organiseert.

Een laatste biertje lukt nog net, en dan, eindelijk, naar bed. Twee weken platte rust. Zodat we fris man zijn tegen de Patersholfeesten.

Journalist Brecht Decaestecker overschouwt de Vlasmarkt. 'Ik wou hier nog wat zieltjes ronselen voor mijn partij 'Hent West-Vlaams', maar ik heb me van zweetband vergist', treurt Brecht.
Hans, een stoere manskerel van wie vaak enige dreiging uitgaat, toont zich van zijn zachtste kant. 'Mijn wallen maken me menselijker.'
Zelfs oude hippies blijven welkom op de Vlasmarkt. 'Ik weet dat ik een heel lelijk mannetje ben, maar mijn hart is goed en mijn ziel is rein.'
Via zijn neusgaten laat deze man in zijn ziel kijken. 'Zie je wel dat ook mijn hart rein en goed is? Zelfs op dit uur en op deze plaats.'
Het retrofascistische Batakamp heeft met zijn witte kousen een nieuwe traditie gelanceerd die hopelijk snel in de kiem gesmoord zal worden.
Gert Boel is een hele kerel. Hij prijst zichzelf aan als een betrouwbare jongeman aan wie je gerust al je geheimen kunt toevertrouwen. 'En ook al je geld', giechelt hij vertrouwenwekkend.
De hoeden van Pampero zijn populair op de Vlasmarkt. 'De oude hippies van vroeger zouden dat natuurlijk niet graag zien, maar ja, wat hebben die kerels eigenlijk al bewezen in hun leven?'
Een man van onduidelijke komaf verplaatst zich sierlijk door de massa. 'Mijn petje accentueert de elegantie van mijn bewegingen.'
Hans Dekeyser maakt van de laatste ochtend van de Gentse Feesten gebruik om voor het eerst acte de présence te geven. Zijn stijlvolle petje redt hem van de hoon die hij eigenlijk verdient.
Bij sommige mensen laat hun hoofddeksel diepere sporen na dan de Gentse Feesten zelf. Tijd heelt gelukkig alle wonden.
'Ah, neen, nu kom ik eens naar de Gentse Feesten en staat die mottigaard met zijn fototoestel hier ook weer', zucht Teun Van de Voorde verongelijkt.
Brecht Decaestecker heeft dan toch twee mensen gevonden die De Morgen lezen. 'Jullie laat ik voor de rest van mijn leven niet meer gaan', jubelt hij uitgelaten.
De medewerkers van het Botramkot nemen uitbundig afscheid. 'En nu gaan we elkaar weer een jaar lang mijden als de pest!'
Manschappen van Ivago houden zich klaar om het Botramkot af te breken. 'Op de schroothoop met dat mottig ding', luiden hun instructies.
Vuilnismannen blazen met hun machine alle afval op nette hoopjes. Elke herinnering aan de feestvreugde wordt zo uitgewist.
Feestvierders gaan in het verweer tegen de opruimactie. 'Blaas hier maar eens op', roepen zij uitdagend.
Edmond Cocquyt kijkt goedkeurend toe hoe de troepen van Ivago de kasseien van de Vlasmarkt oppoetsen. 'Flink schrobben, hé, mannen, want er hebben hier weer hippies rondgelopen en hippies stinken.'


Flattr this

Advertenties

3 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s