De palingvissers

31 juli 2009


Mijn stad dommelt in en maakt zich op voor een zomerse winterslaap. De meeste cafébazen tappen een maand lang geen pint meer en liggen tot september met hun luie kloten op het strand van de Blaarmeersen. Wie neemt hen dat kwalijk? Degenen die de Gentse Feesten ten volle meegemaakt hebben, hoor je alvast niet klagen. Zij zijn zelf aan recuperatie toe, om maar niet te spreken van maandenlange revalidatie.

Zeker wie de laatste nacht, van maandag op dinsdag, uitgezeten heeft, kan een afkickperiode gebruiken. Het was een verdomd lange nacht, die zichzelf voortsleepte tot de noen. Al wie na negen dagen nog een beetje reserve had, was erbij. Of probeerde er zo lang mogelijk bij te zijn. Sommigen haalden echter niet eens het begin. Nog voor de avond goed en wel gevallen was, passeerde ik in de Burgstraat een madam die buiten kennis op de stoep lag.

“Dat ziet er niet goed uit”, stelde ik vast.

“Is ze enigszins bij bewustzijn?”, vroeg mijn vrouw aan de twee heren die bij het bezopen lichaam stonden alsof er niets aan de hand was.

“Ze zal wel bijkomen”, antwoordde de ene.

“Kom, we zullen haar ne keer recht proberen te krijgen”, zei de andere.

De twee sjarels, zelf al niet meer bijster stevig te been, hesen de madam min of meer overeind en wisselden een blik van verstandhouding.

“Ziet ge wel, alles komt in orde”, stelde de eerste ons gerust.

“Als u het zegt, zal het wel zo zijn”, sprak ik met een diep respect voor het overlevingsinstinct van de gewone volksmens.

Een ander voortijdig slachtoffer van de Feesten was m’n maat Matthias, die de Vlasmarkt de voorbije dagen al meermaals verblijd had met zijn warme aanwezigheid. Hij gaf, tegen alle dure beloftes in, verstek op maandagavond. De gsm werd niet opgepakt, sms’jes bleven onbeantwoord, kortom: Matthias liet de laatste en belangrijkste beker van de Gentse Feesten aan zich voorbijgaan. De volgende dag stuurde hij een sms ter verantwoording:

Zorgvuldig opgebouwde maar extreme vermoeidheid én angst voor roodharige paparazo’s hebben mij vannacht vroegtijdig in mijn bed gedwongen voor een rit van 14 uur slaap. Verrader van de Feesten of blijf ik met het meeste foto’s de ster van je blog?

Als hardcore democraat annex geslepen populist zou ik het antwoord op die vraag via een internetpoll kunnen overlaten aan de lezer. Daar zie ik echter van af. Stel je voor dat Matthias een kater overhoudt aan zijn áfwezigheid. Zo gemeen wil ik op mijn jeugdige leeftijd nog niet zijn. Plus daarbij: het is niet omdat die kloefkapper er niet was dat er geen leuke plaatjes geschoten konden worden. Wat dacht hij wel? En wie zegt er trouwens dat je voor een geestig beeld volk nodig hebt tout court?

Wie met een slakom vol zelfgestookte whiskey naar de Feesten trok, bleef beter uit het zicht van de flikken. Eén man die op de stoep een potje cocktailsaus had leeggelepeld, mocht de rest van de nacht zelfs in de cel doorbrengen.

De flikken waarschuwen het volk dat slakommen vol zelfgestookte whiskey niet welkom zijn. Eén man mag de rest van de nacht in de cel doorbrengen omdat hij op de stoep een potje cocktailsaus zit leeg te lepelen,.

Los daarvan moet je op de Genste Feesten niet eens technisch onderlegd zijn om prachtige foto’s te trekken. Gewoon wachten tot iedereen zo zat is dat elk laatste restje eergevoel of zelfrespect overboord gekieperd wordt, op het juiste moment afdrukken, en meer moet dat niet zijn.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn zelfrespect verliest, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn eigenwaarde te grabbel gooit, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Het probleem is: wat doe je in de tussentijd, als de meeste mensen nog tamelijk nuchter zijn? Want die laatste nacht heb ik helemáál meegemaakt. Ik ben niet, zoals ik anders wel deed, om middernacht gaan slapen, zodat ik tegen 4 uur ‘fris’ richting een reeds doorzopen Vlasmarkt kon trekken. Voor de laatste nacht wou ik een respectvolle uitzondering maken. Die zou ik verdorie volledig gadeslaan, op mijn eer als telg uit het ooit zo roemrijke geslacht der Van der Mensbrugghes. Ik had de batterij van m’n fototoestel voor de zekerheid vier keer na elkaar opgeladen, de dikte van mijn notitieboekje was gedriedubbelcheckt en zou mijn stylo mij in de steek gelaten hebben, ik had mijn avonturen met mijn eigen bloed aan het papier toevertrouwd.

Om weerwerk te bieden aan de verveling kon ik gelukkig rekenen op een vaste traditie van de laatste nacht van de Gentse Feesten: het optreden van het dronken balorkest Les Cerveaux Lents in bubbelsbar de Parels. De Parels is strategisch gelegen tussen de Vlasmarkt en het Baudelopark, een fles cava kost er 20 euro en als je voor de deur op straat staat, is dat in alle comfort, want er passeert bijna niemand. Hoe toppie is dat niet?

Het enige nadeel aan de Parels is dat het er zo verdomd donker is. Dat maakt het voor een amateuristische prutser van een fotograaf als ik niet makkelijker op om de opzwepende klezmer van Les Cerveaus Lents op de gevoelige plaat vast te leggen. Zeker niet als er naast mij een sympathieke knoeier staat die voor het gemak om de twee seconden een foto pakt met zijn flits op full force.

“Excuseer, kunt u even ophouden met flitsen?”, vroeg ik beleefd.

“…”, kreeg ik als antwoord. Mijn voorkeur was nochtans uitgegaan naar: “Zeer zeker, ik kan er toch niets van, en u hebt een beter toestel, dus ga uw gang.”

Van de duust foto’s die ik van Les Cerveaux Lents gemaakt heb, zit er dus werkelijk niet één tussen die mij kan bekoren. Mijn gevoel voor esthetiek protesteert telkenmale. Gelukkig heeft mijn brein een hoge foertfactor tegenover zijn eigen meningen, en kan ik besluiten dat eentje er nog oké uitziet.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De betreffende foto zal door verdergevorderde fotografen afgebrand worden als ruim onvoldoende, maar waar waren zíj? Waarschijnlijk waar al het volk zat en niet waar er iets interessants te beleven viel. Toepen aan het smoren in het Baudelopark om hun creatieve focus op te krikken? Cocktails aan het hijsen op Polé Polé om de decolletés van dronken negerinnen te vereeuwigen? Geduldig aan het wachten bij de Duveltent tot beschonken Italianen tegen het Belfort kwamen leunen om zomaar wat in hun korte jeans te pissen? Bah, fuck that shit.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Neem nu die Duveltent. Er staat daar zo’n massa volk op elkaar geplet dat je zelfs geen bescheiden windje kunt lossen, de meeste aanwezigen hebben zich tegen 1 uur ’s nachts al een dubbele beroerte gedronken, reeds lang voor zonsopgang worden de tapkranen afgesloten en als er een spitburgerkot ontploft, zie ik het achteraf wel op YouTube. Geef mij maar de Vlasmarkt, zelfs al valt er vóór 4 uur geen ruk te beleven. Daar heb je tenminste de belofte op ochtendlijk amusement en in afwachting daarvan is het goed toeven in de nabijheid van saucissenkraam Bij René.

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Je drinkt enkele ricards, je laat je een half dozijn 33’ers trakteren, je neemt foto’s van smoelwerken die zelfs te lelijk zijn om te publiceren op rotten.com, je noteert quotes gaande van “Polé Polé heeft nood aan een knuffelblanke” over “Van alle geslachten is de vrouw het ziekst” tot “Kunst is de enige politieke keuze die je kunt maken”, en ondertussen denk je voortdurend: alstublieft, laat het snel ochtend worden. Want de ochtend maakt iets los in de geesten. Een collectieve roes van overwinning. De nacht is weer geknecht. De ridders van het duister maken plaats voor de graven van het licht.

Patrick heeft het eerste licht gezien. "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

Patrick heeft het eerste licht gezien en orakelt: "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

De laatste ochtend van de Feesten was het wachten zoals gewoonlijk meer dan waard. De zon had haar stralen nog niet ten volle ontplooid of allerlei sujetten, de vreemdste eerst, kwamen uit rioolputten hier en afvalcontainers daar gekropen. Ik werd er zelfs enigszins onrustig van: hoe zou ik alle markante figuranten van dit schone schouwspel kunnen portretteren vóór de batterij van mijn camera de geest gaf?

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een wit hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

Terwijl ik mijn nabijheid controleerde op fotogenieke taferelen, kwam m’n maat James Vervenne naast me staan.

“Kèrel, ‘k è doajuust entwa geskifts gezien”, meldde James in het West-Vlaamse dialect dat ik hierna – voor mijn eigen gemak – als gewone tussentaal zal weergeven.

“Bère. Wat?”, vroeg ik geïnteresseerd.

“Een beetje verder stond er een gast te kotsen terwijl hij…”

“Aan ’t kakken was?”, raadde ik.

“Neen! Hij was aan ’t sms’en!”

“Huh? Dus die peet stond voor het vaderland over te geven terwijl hij maar berichtjes bleef zenden?”

“Ja, echt waar.”

“Shit, dat ik dat niet gefotografeerd heb.”

“Awel, ik dacht dat ook. Spijtig, hé.”

“We moeten misschien, euh, het een en ander ensceneren?”, zei ik, terwijl ik veelbetekenend naar James gluurde.

“Hohoho, neen, ik ga daar niet staan kotsen met mijn gsm in mijn poten”, sprak James opeens veel te nuchter.

“Damn”, vloekte ik ontgoocheld. Maar die ontgoocheling was van korte duur, want opeens bemerkte ik op twee meter van mij Emilie De Roo, een getalenteerde actrice die tevens een talent voor Gentse Feesten heeft. “Emilie, kom eens hier als je wilt. James en ik hebben een boosaardig voorstel voor je.”

“Ik ben één en al oor”, sprak Emilie zonder een greintje valse interesse . “Vertel!”

“Wel, James heeft hier zonet een tafereel aanschouwd dat we zouden willen reproduceren voor de camera”, begon ik. “James, zeg eens wat je gezien hebt.”

“Emilie, het zit zo”, stak James van wal. “Een beetje verder stond er een vent te sms’en terwijl de kots in grote gulpen uit zijn gezicht spoot.”

“Helaas was ik er niet bij om dat beeld vast te leggen”, gaf ik ootmoedig mijn falen toe. “Aangezien James twijfels heeft over zijn kwaliteiten als acteur, vragen we aan jou of je even kunt doen alsof je staat te braken terwijl je sms’t.”

“Ja!”, was de eerste, verrassend enthousiaste reactie van Emilie. Waarop meteen een dreigende blik aan mijn adres volgde: “Is het voor op je blog?”

“Euh, ja”, moest ik bekennen.

“In dat geval eis ik dat je er zéér duidelijk bij zet dat ik aan het acteren was. Maar dus zéér duidelijk, hé, of je zult je volgende Gentse Feesten niet meer meemaken.”

“Deal!”, besloot James juichend. “Kom, volg mij naar de plaats van het gebeuren!”

Bon, we hadden uiteindelijk drie pogingen nodig voor er een foto uit kwam die voor ons alledrie aanvaardbaar was. Zodra dat in orde was, dacht ik dat ik me kon gaan bezighouden met andere onderwerpen. Dat was echter buiten Emilie De Roo gerekend.

“Kom, we zijn naar mijn echtgenoot David. Toon hem die foto, en ik kijk van op een afstand toe. Ik wil zijn gezicht zien”, fluisterde Emilie samenzweerderig.

Als drie kleine kinderen die op weg waren om een dode rat in de brievenbus van mijnheer pastoor te duwen keerden we terug naar onze vaste stek voor de Kinky Star. Alras vonden we David terug, die qua rossige haarkleur niet moet onderdoen voor mij.

“David,” zei ik met een bedrukt gezicht, “ik denk dat je beter eens naar Emilie kijkt. Zie eens hoe ze op de foto staat…”

“Aha, ik zal eens kijken”, sprak David veel te enthousiast. Nietsvermoedend haalde hij een vergrootglas te voorschijn. “Toon mij die foto eens.”

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

Toen doordrong welk beeld hij voor ogen kreeg, zakte zijn enthousiasme tot onder de kasseien van de Vlasmarkt. Zijn mond viel enigszins open, zijn wenkbrauwen plooiden zich in een ongelukkige, bezorgde frons. “O, neen, fuck, waar ís Emilie?!”

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik onthouden. De kans dat dat beeld een eigen leven gaat leiden en misbruikt wordt door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik u onthouden. De kans dat dat beeld misbruikt zal worden door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Waarop Emilie, schijnbaar schijtezat, tegen hem kwam aanschurken. “Ik voel mij… niet zo lekker”, lalde Emilie. Wist ik niet beter, ik had me zelf laten vangen door haar acteertalent.

“Oh, shit, kom we zijn naar huis”, besloot een ontnuchterde David met grote, paniekerige ogen. Hij zocht de kortste weg naar de uitgang van de Vlasmarkt en ondersteunde zijn vrouw alvast om gindse richting uit te gaan. Tot zij natuurlijk in de lach schoot, en James en ik met haar. Wat een jolijt zo vroeg op de dag!

“Dju, even vergeten dat ik met een actrice getrouwd ben”, gaf David sportief toe. “Om het goed te maken trakteer ik jullie alledrie op Irish coffee!”

Dat vonden wij natuurlijk wreed wijs, want rondom ons zagen we iedereen met een Irish coffee en waarom zouden wij onszelf dat genot ontzeggen? ’t Is niet dat we vrome moslims zijn, hé.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Voor mij kwam dat drankje overigens zeer gelegen. Ik kon elk moment gebeld worden door de jongerenzender Studio Brussel en dan helpt een dosis alcohol om te bedaren en je gedachten op een rijtje te houden.

“Vergeet zeker niet vermelden dat regisseur Hans Buyse hier nu een clip aan het draaien is”, zei Emilie.

Ik vroeg me al af waarom er opeens zoveel videocamera’s opgedoken waren. Er had zelfs een cameraman postgevat op de wc-cabine. Dat opende opportuniteiten.

“Yo, mag ik eens iets vragen”, vroeg ik aan een medewerker van het Sfeerbeheer.

“Euh, ja”, antwoordde de jongeman.

“Sta jij met je microfoontje en oortje in verbinding met je oversten?”

“Ja, natuurlijk.”

“Vraag hen eens of ze het oké vinden dat ik naast die cameraman op die wc-cabine klim.”

“Euh, voor wat is het?”

“Awel, ik zal subiet opgebeld worden door Studio Brussel en het zou wijs zijn dat ik een panoptische kijk had op de Vlasmarkt.”

“Jamaar, iedereen kan dat zeggen. Heb jij niet een of ander identificatiebewijs dat je voor de pers werkt?”, vroeg de veiligheidsjongen sceptisch. Godver, da’s nu al de tweede keer in nog geen maand tijd dat ik die vraag krijg van een securityventje.

Ik haalde vlotjes mijn perskaart te voorschijn en hij leek gerustgesteld. Ik zag hem contact maken met zijn oversten en even later kreeg ik toestemming om op het dak van de wc-cabine te klimmen. Een schoon zicht vanwaar leuke foto’s te trekken waren.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van Hans Buyse.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van regisseur Hans Buyse.

De camerman in kwestie kon er echter niet mee lachen. “Zeg, sta eens stil, verdomme. Mijn beeld beweegt de hele tijd”, vloekte hij.

“Oeps, sorry, ik wist niet dat dat dak zo wankel was”, verontschuldigde ik me.

Alle respect voor die mens. Belachelijk vroeg moeten opstaan om een plein vol zatlappen te filmen en dan nog eens gestoord worden in je werk door een langharig stuk vreten als ik: er zijn wijzere manieren om je dag te beginnen. Ik besloot om stokstijf te blijven staan en van de gelegenheid gebruik te maken om even te overdenken hoe machtig het wel niet was dat ik met mijn blog over de Gentse Feesten op de radar van Studio Brussel was verschenen.

Toen ik nog voor De Morgen werkte, heb ik drie jaar lang gezaagd of ik iets over de Feesten mocht schrijven, en nooit kreeg ik zelfs nog maar een duidelijk antwoord. Ik was slechts een stomme eindredacteur, weet je wel. Eindredacteurs kunnen niet schrijven. Als niemand ze op tijd zegt dat ze naar het toilet moeten, pissen en kakken ze in hun broek tot de zweren centimetersdik op hun billen staan. Neen, als je een slimme hoofdredacteur bent, zeker van een zelfverklaard onafhankelijk dagblad, dan behandel je eindredacteurs als het vuilste stuk vuiligheid dat ’s morgens op de Vlasmarkt te vinden is. Maar aha, nu ik ex-eindredacteur ben en op mezelf wat tekstjes bijeen pleur, ben ik opeens wijs en spraakmakend en mag ik het live van op de Vlasmarkt gaan uitleggen aan de hipste zender van het Vlaanderland. Laat ik daar subiet nog een Irish coffee…

Ik werd ruw uit mijn revanchistische overpeinzingen gehaald door voorbijvliegende tomaten. Vanuit een bepaalde hoek van de Vlasmarkt zoefden ze opeens onze richting uit. Het stadsbestuur en de horeca maken alleen van hun kloten als de nachtwinkels te veel alcohol verkopen, maar waarom zou een nachtwinkel in de buurt van de Vlasmarkt verdorie tomaten moeten aanbieden? Doe daar eens iets aan!

De cameraman kreeg het helemaal op zijn heupen, terwijl ik de situatie eerlijk gezegd wel plezant vond. Ik zat dan ook niet in de vuurlinie en vond beschutting achter de cameraman en zijn ongetwijfeld zeer dure materiaal. En toen belde Bram Willems van StuBru.

“Dag Tim, goede morgen. Heb je nu even tijd voor ons?”, vroeg de sympathieke presentator.

“Wel, Bram, evenzeer een goede morgen. Het zit zo: ik sta op het dak van een wc-cabine en wij worden thans bekogeld met tomaten. Mijn plan is terug contact te zoeken met de begane grond, alwaar ik beschutting zal vinden. Kun je anders binnen een minuutje terugbellen?”

“Euh, ja, natuurlijk. Geen probleem”, zei Bram een beetje van z’n stuk gebracht. “Tot zo.”

Tegen dat ik goed en wel beneden was, rinkelde m’n gsm alweer. Het werd een leuk gesprek, maar ik vind het vandaag helaas nergens meer terug op de site van Studio Brussel. Volgens objectieve getuigen klonk ik verdacht nuchter, zij het een beetje hees. Zelf vond ik mijn Gentse ‘r’ bij herbeluistering te weinig uit de verf komen. Het was verdorie precies alsof ik Germaanse had gestudeerd en na een hele nacht zuipen nog in staat was om beschaafd Nederlands over mijn lippen te krijgen. Nu heb ik wel een diploma Germaanse op zak en probeer ik altijd zolang mogelijk zoveel mogelijk onderdelen van mijn lijf onder controle te houden, maar een beetje couleur locale op het gebied van taal had beslist niet misstaan.

Maar goed, mijn three minutes of fame waren niet al te schaamtelijk. Jammer dat ik ze niet van op de wc-cabine beleefd heb, maar aan de cameraman zijn blik te zien had hij mij eigenhandig tot moes geslagen was er een tomaat tegen zijn lens gevlogen.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij een boze blik toe.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij nog een laatste boze blik toe.

Het was toen acht uur. Normaal begint de menigte op de Vlasmarkt dan op te lossen, onder andere omdat de muziek al stopgezet is en alle dranktenten dicht zijn. Maar op de laatste ochtend gelden er traditiegetrouw andere regels. Ook dit jaar bleven er nog Irish coffees te krijg terwijl de blekkende zon al genadeloos op de mensen neerscheen. De dj’s lieten de beats maar over de massa knallen. Wat normaal gezien pas gebeurt als er nog maximum vijftig man overblijft, kwam dinsdagochtend op gang toen er nog vele honderden aanwezig waren: iedereen geraakt met iedereen aan de klap. Allemaal zeer à l’aise. Er zijn dan bijna geen vaste groepjes meer, alleen maar losse verbanden die even snel ontbinden als ze zich vormen.

Het ene moment stond ik zelf te praten met een vijftiger die nog maar één keer in zijn leven ziek was geweest: een longontsteking nadat hij iemand had gered.

“Ik heb ook eens tweedegraadsbrandwonden op al mijn armen en benen opgelopen toen ik iemand uit een brandende auto sleurde”, vertelde de man.

“Wauw. U bent zowat het type mens dat van anderen redden zijn hobby gemaakt heeft”, zei ik onder de indruk.

“Inderdaad. Ik zal nooit perplex staan als mensen in gevaar zijn. Maar die brandende auto was wel een goede les.”

“Hoezo?”

“Zodra een auto echt in brand staat, mag je het vergeten om er nog iemand levend uit te halen.”

“Dan blijf je er beter van weg?”

“Inderdaad. Dat gaat radicaal tegen mijn instinct in, maar als het geen zin heeft…”

Het andere moment probeerde ik Bram Moony, de bezieler van de voortreffelijke rockband Moony, ervan te overtuigen om nabij de flikkencombi een moony te plegen.

“Godver, breng mij niet op ideeën”, gromde Bram.

“Oei, heb jij iets tegen flikken dan?”, vroeg ik verrast.

“Ze hebben mijn date afgepakt.”

“Neen! Hoe dat?”

“Ik stond hier te praten met een mooi blond meisje en opeens stapten er twee oproerflikken op ons af. ‘Gelieve eens mee te komen, juffrouw’, zegden ze.”

“Ai.”

“Ze begonnen haar sacoche te doorzoeken, namen haar mee en sindsdien heb ik haar niet meer teruggezien.”

“Misschien had je wel te maken met een dealster?”

“Ik had in ieder geval te maken met een date, en de flikken hebben haar afgepakt.”

“‘Hem’. Date is mannelijk.”

“Ja, maar dat klinkt zo raar. Het gaat tenslotte over een mooi, blond meisje.”

“Oké, dan laat ik ‘haar’ gewoon staan.”

“Merci.”

“Kom, laat ons vlug nog wat pintjes drinken. Straks worden we weer nuchter van al dat geleuter.”

“Mijn gedacht.”

Toch had ik de indruk dat de aanwezige flikken vriendelijke lieden waren. Ze waren dan wel volledig uitgerust met scheenbeschermers, kogelvrije vesten en robuuste matrakken, maar had ik gevraagd “Zal ik jullie allemaal een pintje halen?”, dan hadden ze zeker twee volle seconden getwijfeld voor hun opperwachtmeester de knoop zou doorhakken: “Nu nog niet, maar subiet zal ik met mijn walkie-talkie versterking vragen aan die sukkelaars van de gerechtelijke politie en we zullen in den duik dan wel wat pilsjes kraken.”

De flikken hebben er ook over gewaakt dat opgefokte toeristen niet al te veel amok konden maken. Oké, iemands oog is er nogal kordaat uitgeklopt, een Evergemse bokser-portier kreeg twee laffe messteken in zijn rug en naar ik informeel vernomen heb, moest de tandarts van wacht elke dag drie tandfracturen behandelen. Maar over het algemeen ben ik zelf niet meer fysieke agressie gewaar geworden dan anders.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

“Er is inderdaad niet méér gevochten”, bekende Clay Vervaene, een van de leiders van het Sfeerbeheer op de Vlasmarkt.

“Toch zijn er veel doorgewinterde Feesters die beweren dat de gemoederen rapper verhit geraakten.”

“Dat klopt voor een stuk. We hebben harder ons best moeten doen om de rust te bewaren. In die zin waren het moeilijke Feesten. Ook waren de gevolgen van de vechtpartijen iets mediatieker, om het zo uit te drukken.”

“Maar bon, alles is goed gekomen.”

“Alles is goed gekomen.”

“Bedankt voor dit gesprek.”

“Bedankt om mijn woorden correct weer te geven. Ik voel mij vaak misbegrepen en dan doet het deugd dat er eindelijk eens iemand schrijft wat ik gezegd heb zoals ik het gezegd heb.”

“Dat zullen we dan wel zien over enkele dagen, als mijn blog online staat.”

“Ik kijk er al naar uit, Tim.”

Ik uitte een dankwoord vanwege zijn vertrouwen en besloot mijn licht eens op te steken aan de andere kant van de Vlasmarkt, nabij het Botramkot. Het ging er wilder aan toe dan in de buurt van de Kinky Star, onder meer omdat de vlakke zon de schedelpannen van de aanwezigen er reeds duchtig verhit had. Het Botramkot was helaas al toe, maar de uitbaters maakten wel verscheidene fotogenieke rondedansjes.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde rock-'n-rolldans op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde swing op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

De bezielers van het Botramkot zijn bruisende, jonge mensen die nog vol levensvreugde steken. Het verdient respect dat zij er alweer in geslaagd zijn om onze kleine honger tien dagen lang op een duurzame, gezonde en Gentse manier te stillen. Alleen tijdens die laatste ochtend moesten wij gebruikmaken van de diensten van de concurrentie: een man van The Foodmaker kwam rond met broodjes voor één euro. Super knapperig waren ze niet meer maar desalniettemin was ik gelukkig dat ik iets in mijn molen kon draaien.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Terwijl ik de laatste resten van m’n broodje stond door te slikken, werd ik aangeklampt door twee heren die enigszins uit de jaren zeventig weggelopen leken. Dat schiep meteen een band.

“Hallo, mogen wij u iets vragen?”, vroegen ze.

“Jazeker, maar laat mij eerst mijn broodje helemaal opfretten”, antwoordde ik.

“Oké”, zeiden ze beleefd, en ze wachtten geduldig tot ik de laatste kruimels in mijn keelgat had verzwolgen.

“Klaar! Steek maar van wal”, beval ik.

“Goed”, zei de ene, die duidelijk het hoge woord voerde. “Wanneer hebt u voor het laatst paling gegeten?”

“Zowat een maand geleden, in het voortreffelijke Japanse restaurant Amatsu.”

“Aha, de Amatsu. Hier een beetje verder, in de Hoogpoort?”

“Inderdaad.”

“Daar moet je natuurlijk geen paling eten maar wel sushi of sashimi…”

“Jamaar, godverdomme”, onderbrak ik hem gestoord. “Ik heb dat dáár en élders al gegeten. Ik wou eens iets op mijn bord dat ik nog nooit van mijn leven voorgeschoteld heb gekregen, en dan kwam de paling op Japanse wijze uit de bus als meest geschikte keuze.”

“Oké, sorry, ik begrijp het.”

“Allez, ’t is toch waar, zeker?”

“Het is waar”, boog de man deemoedig het hoofd. “Mag ik u vragen hoe die paling klaargemaakt was?”

“Natuurlijk. Als ik het mij goed herinner, betrof het met teriyakisaus gegrilde paling…”

“Op een bedje van rijst?”

“Correct!”

“Vond u het lekker?”

“Ik vond het in één woord heerlijk.”

“Wel nu, die paling hebben wij gevangen.”

“Je meent het.”

“Yep. Wij zijn van Overmere, deelgemeente van…”

“Berlare! Overmere is immers het geboortedorp van voormalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, een vooraanstaand liberaal politicus met een zekere lokale verankering.”

“Dat strookt volledig met de waarheid. Wat weet u nog meer van Overmere?”

“Euh. Niets?”

De twee keken me enigszins ontgoocheld aan. “Zegt het Donkmeer, ook wel bekend als Overmere Donk, u dan werkelijk niets?”

“Ik zeg het rechtuit: neen.”

“Dat is jammer. Ziet u, Overmere Donk is het grootste meer van Vlaanderen en niemand schijnt dat te beseffen.”

“Het grootste meer van Vlaanderen? Zo vlak bij Gent? Neen, dat besefte ik niet.”

“Het Donkmeer is vooral bekend bij hengelaars. Er zwemmen heel wat uitstekende vissen rond, waaronder dus ook de paling.”

“Ik heb zelf ook eens een paling gevangen, lang geleden.”

De twee keken me blij verrast aan. “Ja? Is dat zo? Wij hadden achter u nooit een visser gezocht.”

“Ik ben er dan ook allang mee gestopt, met dat vissen. Er zijn interessantere dingen in het leven, zoals bier drinken, côte à l’os eten, teksten schrijven, foto’s trekken, bier drinken, een fimpje kijken, pokeren, bier drinken, rel schoppen en mijn vrouw liefhebben. Maar toen ik jong was, vond ik vissen sporadisch een plezante bezigheid, zeker met een cassette van Led Zeppelin in mijn walkman.”

“En die paling, hoe groot was hij?” De twee suggereerden met hun vingers iets van een twintig centimeter.

“Hola, dat is geen paling. Dát is een paling”, zei ik lichtjes verontwaardigd terwijl ik met mijn handen een paling uitbeeldde van een halve meter lang.

“En hoe dik was ie?”

“Pakweg een kleine vijf centimeter doorsnee.”

De twee floten tussen hun tanden. “Pfieuw, da’s een paling gelijk ook wij er trachten te vangen. Smaakte hij een beetje goed?”

“Eerlijk gezegd: neen. Hij smaakte te veel naar modder.”

“Waar hebt u hem dan wel gevangen?”

“In de visvijver van een oude boer. Ik was achteraf gezien allang blij dat die paling niet naar mest smaakte.”

“Wist u dat de beste palingen van het land uit het Donkmeer komen?”

“Neen, maar ik begon het op dit punt in de conversatie wel al lichtjes te vermoeden.”

“Wel, de beste palingen van het land komen uit het Donkmeer.”

“Je meent het!”

“Wij leveren paling aan heel wat restaurants in Oost-Vlaanderen. Als u ergens in de buurt een uitmuntende paling verorbert, dan kunt u er donder op zeggen dat wij hem gevangen hebben.”

“Ik zal aan jullie denken als ik nog eens een paling op m’n talloor krijg.”

“Wij danken u daarvoor.” De twee bogen respectvol het hoofd.

“Mag ik jullie dan nu verzoeken een paling uit te beelden?”

De twee deden wat hen gevraagd werd, en daarmee was de kous af.

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Met die laatste conversatie had ik wel genoeg materiaal voor m’n laatste Gentse Feestenverslag, oordeelde ik. Het zou verdomd nogal een verslag worden. Als ik er slechts drie dagen aan zou tikken, zou ik al opgelucht zijn. Vandaar dat ik thans ook opgelucht ben.

Maar dit is niet het einde. De Feesten, een tiendaagse marathon van uitputting, alcoholisme en botrammen mee uufflakke zijn dan wel voorbij, de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. “Wadde?!”, zie ik u al vragen. Ik herhaal: de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. Uiteindelijk zijn de Gentse Feesten maar een langgerekte voorbereiding op een andere discipline: de sprint. Die vindt over twee weken plaats in de vorm van de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag zijn conditie komen bewijzen op de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag de conditie van zijn lever komen bevestigen op de Patersholfeesten, halfweg augustus.

Over de Patersholfeesten heb ik lang geleden eens iets mogen schrijven voor De Morgen. Het was zowat het laatste zinvolle wapenfeit dat ik voor die krant mogen plegen heb. Van de jaar zal ik er weer staan met pen en papier en fotocamera, maar dan voor mezelf. In de tussentijd onderhoud ik mijn conditie in L’heure bleue, het café bij het Sint-Jacobs dat als één van de weinige de spirit gaande houdt ná de Gentse Feesten.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken en liggen snurken tot de Patersholfeesten losbarsten.

M'n ex-collega Bart T. heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

M'n ex-collega Bart T. heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Vast gezicht op de Vlasmarkt Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Edmond senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Een man komt eens naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Een man komt naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven voort dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!

Advertenties

6 Reacties to “De palingvissers”

  1. Amongst other:
    “Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders.” Schitterend!!

    “…[de actrice] speelt dat ze staat te braken terwijl ze sms’t” moehahahaha!!

    Wat als mensen hun portet hier toevallig op terugvinden? Ik ken alvast iemand die stevig zal verschieten. Nu ja, ‘stevig’…

    Keep up the good writing!

  2. Let ook op feit dat actrice angstvallig haar drankje van elk brokje vrijwaart…

    • Mensbrugghe said

      Pas op, laat het voor iedereen duidelijk zijn: die scène is werkelijk volledig geacteerd. De foto is door de actrice goedgekeurd. Ik moet dat er nog een expliciet bij vermelden, ten eerste omdat het de waarheid is, ten tweede omdat ze mij anders levend zou villen, en ten derde omdat haar echtgenoot van mijn levende overblijfselen daarenboven een hartige bouillon zou koken.

  3. Je schrijfsels zijn dus een mengsel van pure waarheid en gewenste fictie. Twordt moeilijk. Maar is des te leuker om te lezen…

  4. Bart said

    Dus het volgende verslag gaat over een uitstapje naar Overmere Donk met bijhorend boottochtje?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: