Verzet

23 juli 2012


De Gentse Feesten zijn nog niet helemaal voorbij, maar toch begin ik ze al te missen. Zeker na de prachtige nacht die vanochtend verdampte onder een felle zon. Preventieve nostalgie is een geliefd luxeproduct.

Als geen ander weet Renzo uiting te geven aan het boomstammetjesgevoel op de Vlasmarkt. Een uitgebalanceerd gebaar kanaliseert zijn vreugde.

Ik heb me overslapen! Het grootste deel van een liter witte wijn, ettelijke glazen shiraz en een aantal cocktailshots hebben me genekt. Schande: voor het eerst tijdens deze Gentse Feesten ben ik dronken. Mijn schaamte is groot. De wekker die me anders getrouw doet opstaan, heeft deze keer niet op mijn aandacht kunnen rekenen. Twee uur slaap werden er ongewild drie.

Het is te danken aan Matthias dat ik alsnog op de Vlasmarkt zal geraken. Matthias was drie jaar geleden mijn allereerste hoofdpersonage. Gevatte inzichten wisselde hij af met epische fotomomenten. Helaas is zijn wilskracht sterker dan zijn drang naar alcohol en verkiest hij de focus van de meditatie boven de roes van de drank. Hem naar de Vlasmarkt lokken is de jongste tijd veel moeilijker. Dit jaar had ik hem zelfs nog niet gezien op de Feesten. Niet getreurd, met een simpel telefoontje om vijf uur ’s ochtend maakt hij zijn afwezigheid helemaal goed.

Een dame heeft een ‘ik vind je løk’-sticker op Matthias’ voorhoofd gekleefd. Vanuit zijn bevoorrechte positie kan hij niet lezen wat er staat, maar getuige zijn glimlach is de boodschap aangekomen.

Met een schok schiet ik uit mijn slaap en spring ik in mijn kleren. Een spurt naar de dichtstbijzijnde tramhalte is noodzakelijk. Vóór de zon wil ik arriveren op de Vlasmarkt en dankzij het vaak verwenste openbaar vervoer slaag ik daar nog in ook. Zes uur, slechts een uur later dan normaal, maar nog zat van de avond tevoren: chance dat mijn ouders het niet weten. Als straf steekt de onverbiddelijke Vos een Irish coffee in mijn poten en omringd door het beste volk dat de Feesten te bieden hebben, wacht ik tot de zon opkomt boven mijn geliefde plein.

Al snel besef ik dat mijn reportagewerk lijdt onder mijn toestand. Mijn zo al onleesbare geschrift maakt zich helemaal los van het Latijnse alfabet en mijn geheugen speelt verstoppertje waar ik erbij sta. Toch blijf ik ijverig noteren, want observaties zijn pas iets waard als je ze neerschrijft. Alle hoofdpersonages die me nu iets toevertrouwen, doen dat op eigen risico en moeten morgen niet komen klagen dat ik ze onzin in de mond heb gelegd.

“Ook op zondag is de werkweek een illusie”, merkt Vos op over het geringe aantal mensen. “De Vlasmarkt, dát is de realiteit.”

Nog vóór zijn warrige woorden mijn onsamenhangende kop tot overeenstemming hebben gebracht, bombardeert hij me al met nieuw cognitief geschut. “Zorg impliceert dat we vroedvrouwen zijn, maar wat ben je met een preekmodus als er zout bij de suiker zit?”, denk ik dat Vos vraagt, maar het kan evengoed iets anders geweest zijn. “Wat rest je dan nog? Het boeddhisme. Ondanks alles ben ik weer op de Vlasmarkt beland en sta ik hier nog.”

David is in gesprek met een man die er liever niet mee geconfronteerd wordt dat zijn broek zowat tot op zijn enkels is afgezakt.

“Je moet hier staan tot je er genoeg van hebt”, benadrukt Matthias in een poging zijn veelvuldige afwezigheid te kaderen. “Op een bepaald moment besef je dat het genoeg is geweest en dan heb je je doel bereikt: het was superwijs en de max, nu moet je stoppen. Wanneer je een zekere afstand neemt, kun je dit alles des te beter appreciëren. Belangrijk is wat je ermee doet in je leven. Je kunt in de stront gaan liggen, maar je kunt ook andere mensen zat zien worden zoals je zelf zat bent. Het is geen kwestie van zo zat mogelijk te zijn, maar van jezelf te vinden.”

Gewapend met lange baard en dito haar bekijkt Fonne het hele gebeuren van op een kritische afstand. Zijn blik valt op het handje van het Sfeerbeheer. “Dat is het symbool van de repressie”, stelt de man. “Je bent hier om jezelf te vervoegen en volwassen te worden, edoch, de repressie probeert jouw leven te leiden en is nu zelfs al op de Vlasmarkt gearriveerd. Je moet daarom voldoende afstand nemen, zodat je een dam opwerpt tegen de repressie.”

Een beetje onwennig en nimmer zijn imago uit het oog verliezend helpt Edmond de Vlasmarkt op te kuisen. Hij let er goed op zijn witte jasje niet te bevuilen.

“Is er dan werkelijk zoveel repressie?”, vraag ik verbaasd.

“Als je al van de Vlasmarkt wordt gestuurd omdat je dorst hebt naar een fles champagne, dan is dat repressie”, beklemtoont Fonne. “De clue is dat we ons verzet niet mogen laten slabakken.”

Het zijn meteen de laatste woorden die ik opschrijf. De alcohol heeft me zo fel te grazen dat ik mijn notitieboekje maar beter opberg. Terwijl ik sta te genieten van de vreugdevolle ambiance besef ik: en morgen is er nóg een dag. Daar kan de repressie niets meer aan veranderen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: