Oversekst


Moord in de Senaat (2009), de debuutroman van Pol Van Den Driessche, is een politieke thriller met een deerniswekkend slechte plot en een stijl die uitblinkt in onnozelheid. Dat wisten we al. Maar bij herlezing blijkt het geobsedeerde hoofdpersonage Fred Berckmans ook erg veel trekjes van de auteur te hebben.

De voormalige CD&V-senator debuteerde met Moord in de Senaat toen nog niet algemeen bekend was dat hij vrouwen graag eens in de tieten of de billen mocht knijpen. Dat de vrijpostige Berckmans voortdurend flauwe seksuele toespelingen maakte, was irritant, maar als lezer kon je nog hopen dat het personage louter een fantasietje was van een gefrustreerde auteur.

De recente onthullingen over de journalist-politicus leren dat Van Den Driessche zijn fantasietjes al te graag in de praktijk omzet. Berckmans, eveneens een christendemocratisch senator en historicus, blijkt zelfs braver dan de auteur. Veel woorden, maar geen daden. Hij is zowaar een engeltje in een op seks belust parlement, zo blijkt wanneer hij zit te roddelen met Kamerlid Maaike Dottermans:

‘En hoe weet jij dat dan allemaal zo goed?’, zette Dottermans hem op zijn nummer. ‘Zelf meegedaan aan die leuke spelletjes?’
‘Neen, al heb ik soms het gevoel iets te hebben gemist. Er lopen in dit machtscentrum zoveel mensen die samen al eens extreme emoties beleven. Nergens waar er ook meer geroddeld wordt, het is bijna zoals in de media’, plaagde Berckmans.

De vermoorde Willy Paulussen – een verwijzing naar de liberale ex-senator Paul Wille – was een veel geilere aap, zo maken we op uit een conversatie tussen Berckmans en Dottermans:

‘Doe je nu mee of niet, lief?’, slijmde Berckmans.
‘Wist je dat Paulussen van korte rokjes hield?’, vroeg Dottermans aan haar verbouwereerde tafelgenoot.

Ongelooflijk, een senator die naar kortgerokte billen kijkt (zonder erin te knijpen!):

‘…en blijkbaar stond de liberale quaestor achter mij en monsterde hij mijn billen en kont. Met de opmerking dat zwarte kant voor hem de mooiste lingerie blijft. Gevolgd door de stelling dat hij een kenner was met ervaring tot ver buiten het koninkrijk België.’
‘De geilaard! Ik wist het, met zijn geniepige oogjes.’

Van Den Driessche heeft oog voor het soort anekdotiek waarvan we alleen maar kunnen hopen dat hij ze zelf verzonnen heeft:

‘Ooit liep de dochter van een minister naakt door de parlementaire wandelgangen, terwijl er een nachtelijk debat plaatsvond. De frêle dame werd achternagezeten door een andere minister die enkel nog zijn onderbroek aan had, klaar voor de actie.’
‘Je meent het?’, zei Aysun met open mond. ‘Je moet een boek met al die saillante verhalen publiceren. Als je maar voor eeuwig zwijgt over…’

Het ergerlijke is niet dat er vleselijke lusten voorkomen in Moord in de Senaat. Christus Jezus, we zijn tegenwoordig wel wat gewoon. In het werk van Herman Brusselmans, Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts wordt er heel wat meer gevogeld, gerukt, gesopt en geëjaculeerd. De seksscènes van Brusselmans zijn zo grotesk net omdat de auteur overtuigd is van de banaliteit van geslachtsgemeenschap. “Als je één keer seks hebt gehad, kan je vijftig goede pornoromans schrijven”, stelt de Gentse schrijver. Vele personages van Lanoye worden het slachtoffer van hun onbeheersbare lust. Bij Hemmerechts is seks vaak een donker spel tussen man en vrouw.

Wat is seks in het oeuvre van Pol Van Den Driessche? Ik neem even de vrijheid om in plaats van de auteur te antwoorden: het is iets ondeugends, voortdurend aanwezig, maar verder volstrekt onschuldig. Je zou ook kunnen zeggen: een kleffe constante die erbij hoort omdat Van Den Driessche het nu eenmaal niet kan laten zijn eigen driften op zijn personages te projecteren:

”t Is al goed, Sherlock Holmes. Kom, we keren terug, anders denkt die bode dat we hier iets onzedigs aan het doen zijn’, zei Maaike om de sfeer te ontspannen.
‘Hier zou ik het nog wel eens met jou…’, speelde Fred daarop in.
‘Stop, ik wil het niet horen!’ Ze liep haastig terug naar de ingang.
‘Hoe vond u het daarbeneden, mevrouw de deputée‘, groette de Kamerbode een tikje ondeugend.

Geen enkel mannelijk personage zal nalaten een vrouwelijke bips aandachtig te bestuderen:

Enkele joggers keken vreemd naar het trio. Zeker naar de vrouw die met een omhooggestoken kont haar neus in een rooster stak.

Mannen maken vrijuit opmerkingen tegen vrouwen en die vinden dat alleen maar plezierig. Op zich zijn de passages waarin de hormonen opborrelen braaf genoeg. Maar de flauwe toespelingen blijven maar terugkomen – tot het zielig begint te worden omdat Fred Berckmans noch de verteller lijken te beseffen hoezeer ze zich aanstellen:

‘Maar ik heb een ander plannetje, Maaike lief…’ Meestal als Berckamns het woord ‘lief’ gebruikte bij een vrouw, moest hij iets van haar hebben of had hij iets goed te maken. Maaike kneep haar ogen half dicht, afwachtend.

Eén keer is een radiopresentatrice beledigd door de neerbuigende houding van Berckmans:

‘Hola, hola, Liesbetje zoet, ik ben hier wel nog even bezig een ochtendlijk standje uit te proberen met mijn lief. Ik bel je later nog. ’t Gaat wel lekker. Sorry!’, floepte Fred er haastig en luid uit.
[…]
‘En zei hij nu dat hij aan het vrijen was? Noemde hij me Liesbetje?’

Maar meestal reageren de hoofse dames lacherig op het dorpse machismo van de senator:

‘Á propos, ben je klaar voor deze namiddag? Sexy laarsjes en een modieuze broek in de aanslag, mag ik hopen?’
Sure. Neen, vriendje, ik kom in goede oude Agalev-stijl: gummilaarzen, slobberbroek, trui en een parkajas. Jij zorgt voor de zaklampen?’
‘Yep, samen onder de grond! Dat is eens iets anders dan onder de lakens.’
Keep on dreaming, Berckamns!’

En vrouwen zélf zijn natuurlijk ook oversekste dozen, dat kan niet missen. Vragen zij niet gewoon om een hand tussen hun gastvrije dijen?

‘Binnenkort nodig ik je uit voor een etentje!’
‘Beloven, jaja!’, spotte Laura. ‘Ga maar wat wetten maken in plaats van detective te spelen. Moet jouw productiviteitsgraad niet wat worden opgetrokken?’
Ze lijkt alleen maar streng, ik wed dat ze niets van haar hitsigheid van dertig jaar geleden heeft verloren, dacht Berckmans, maar hij was zo verstandig dat niet uit te spreken.

De auteur staat toe dat zijn alter ego zichzelf voortdurend loopt te verheerlijken en laat hem tegelijk de spot drijven met politici die – ha! de sukkelaars! – hun affaires in de pers zagen verzeilen, zoals deze verwijzing naar het liefdesleven van Patrick Dewael:

‘Ik heb de Kamervoorzitter eens diep in z’n ogen gekeken. Daar kan die charmeur niet aan weerstaan, hoewel hij braver is geworden nadat zijn jongste escapades in de boekskes uit de doeken werden gedaan.’

“Macht en aanzien, winst en verlies, geld en seks: alle ingrediënten voor lekkere story’s. Je moest eens weten”, zegt Fred Berckmans ergens in het boek. Wel, we weten het nu. Een lekkere story is het niet. Je kunt enkel hopen dat de auteur zelf wat braver zal worden.

Advertenties

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s