21 – Melle Leeuw


Voor het eerst in mijn leven ben ik in het centrum van Melle beland. Onbesuisd had ik mijn vege lijf op tram 21 gesmeten en verbeten zette ik door tot de eindhalte. Het uitzicht aldaar vervulde mij met diepe ontgoocheling. Gelukkig verzeilde ik tijdens mijn vlucht uit Melle in gastvrije gehuchten als Flora en Ledeberg. Uiteindelijk was de balans van de dag positief en besloot ik nog vele vervolgen te breien aan m’n project ‘Spring op een openbaar vervoersmiddel, stap uit op de eindhalte en doe er iets mee’. Vandaag het eerste deel: ‘Tram 21,  Melle Leeuw’.

De enige reden waarom ik Melle Leeuw de primeur schonk, is dat die eindhalte me van alle eindhaltes het meest mythisch in de oren klonk. Ik verwachtte een soort prairielandschap met veel rondlopend wild. Op het nabije Malterpark na was dat een misrekening. Om maar niet te spreken van een desillusie.

Het avontuur begon nochtans veelbelovend. Terwijl ik op de Albertbrug, vlak bij mijn woonst, op tram 21 stond te wachten probeerde een loden hemel de tegenpruttelende zon over de horizon te duwen. De onheilspellend donkere wolken leden echter een smadelijke nederlaag en het natrappende buitje kon niet verhinderen dat zegedronken zonnestralen mijn reeds roodgloeiende schouders nog eens extra schroeiden.

Terwijl donkere wolken bendevorming plegen, blijft de zon het landschap met haar gulden gloed overgieten.
Terwijl donkere wolken bendevorming plegen, blijft de zon het landschap met haar gulden gloed overgieten.

Volledig overmand door het schouwspel boven mijn hoofd begon ik aandacht te besteden aan de infrastructuur onder mijn voeten: de Albertbrug. De Albertbrug is enkele jaren geleden gerenoveerd, en verzoent zodoende nog altijd beide oevers van de Leie. Meer valt er echt niet te zeggen over dat spellement.

Voor de liefhebbers van perspectief.
Voor de liefhebbers van perspectief en techniek: tramsporen zijn herkenbaar aan hun neiging tot parallelle paarvorming, ook op de Albertbrug.

Halte Melle Leeuw dus. Ik was al ontstemd omdat een controleur precies op mijn allereerste trip naar het uiteinde van lijn 21 mijn tramkaart had gevraagd, en mijn bestemming kon me allerminst opbeuren. De tramsporen houden daar gewoon op, temidden van de Brusselsesteenweg. Iedereen uitstappen. Daar sta je dan. Je verwacht op zijn minst te eindigen in een pittoresk dorp en rondom je zie je niets anders dan de typische kaalheid van een Vlaamse steenweg. En niet eens een café in de buurt! De heilige regels die ik me had voorgenomen, kon ik meteen overboord smijten:

  1. Alleen cafés bezoeken die uitkijken op de tramsporen.
  2. Alleen maar foto’s trekken van op de tram of met een stuk traminfrastructuur (halte, spoor, bordje van De Lijn,…) in beeld.

Dit is bijvoorbeeld een foto die perfect aan regel 2 beantwoordt:

Zicht op de Capitole vanuit de tram, met op de voorgrond een Sendra Boot van ondergetekende. Filmisch.
Zicht op de Capitole vanuit de tram, met op de voorgrond een Sendra Boot van ondergetekende. Filmisch.

Deze helemaal niet:

In Melle leidt de weg naar het einde van de wereld.
In Melle leidt de weg naar het einde van de wereld.

Bovenstaand beeld schoot ik verdorie wel op de interessantste plek van een gemeente waar ze me niet snel zullen terugzien: je loopt wat te hoop en opeens verspert een metershoge berg aarde de doorgang. En daarachter: het niets.

Je loopt wat te hoop in Melle en dan ligt daar opeens een berg aarde in de weg. En daarachter: een dor niemandsland van roestende spoorwegen.
Je loopt wat te hoop in Melle en dan ligt daar opeens een berg aarde in de weg. Klauter erover en je komt terecht in een dor niemandsland van spoorwegen.

Als ik moet kiezen tussen een apocalyptisch landschap van staal en beton of een vergeten gat langs een achterhaalde steenweg, wordt het natuurlijk dat eerste, al was het maar voor de herinneringen aan de eerste RoboCop die daarbij naar boven komen. Maar bon, so long, Melle.

Van de Mellenaars wordt tegenwoordig veel verwacht: niet alleen dat ze een trap op fietsen, maar dat ze ook nog eens afstappen als ze boven aangekomen zijn.
Van de Mellenaars wordt tegenwoordig veel verwacht: niet alleen dat ze een trap op fietsen, maar ook dat ze afstappen zodra ze boven aangekomen zijn.

De mannen van de IJzeren Weg hebben een noodbrug ineen gevezen, zodat voetgangers en fietsers zich niet over de sporen moeten wagen als ze van Melle naar de Merelbeekse wijk Flora proberen te vluchten. Dat is goed gezien. Wat minder goed gezien is, is dat de hoge wanden van die brug je elk zicht op de omgeving ontnemen. Gelukkig had ik mijn appareil photo bij om daar iets aan te doen.

Zicht op de IJzeren Weg die de grens vormt tussen Flora enerzijds en Melle en Gentbrugge anderzijds. Op de achtergrond bevindt zich de Fiere Stede.
Zicht op de IJzeren Weg die de grens vormt tussen Flora enerzijds en Melle en Gentbrugge anderzijds. Ver weg op de achtergrond bevindt zich de Fiere Stede.

Flora is het meest noordelijke deel van de gemeente Merelbeke en wordt geklemd tussen ontwikkelingsgebieden als Nieuw Gent, Ledeberg en Gentbrugge. Wekt Melle nog de indruk dat alleen bannelingen er thuis zijn, dan voel je aan je kleine teen dat de enige weg waarlangs mensen in Flora terechtkomen normaliter het geboortekanaal van hun moeder is. Met fleurige straatnamen als de Triestlaan, de Verbrande Heiwegel en de Herfstlaan gaat men geen enkele moeite uit de weg om de tristesse in het bewustzijn van de bevolking te betonneren.

Toch houd ik goede herinneringen over aan Flora. Ik heb er namelijk een hele bak Duvel gewonnen. Dat ging als volgt. Een paar maanden geleden zat ik op café met een maat die zo mogelijk nog werklozer was dan ik nu ben. Toen ik hoorde dat zijn roots in Merelbeke lagen en hij daar zelfs nú nog bij zijn ouders woonde, kon ik niet nalaten hem een weinig uit te lachen. De goede man begreep mijn spot niet.

“Allez”, wierp hij op, “wat is er nu zo schaamtelijk aan woonachtig zijn te Merelbeke?”

“Om te beginnen”, sprak ik erudiet, “staat het station van Merelbeke niet eens op Merelbeeks maar wel op Gents grondgebied. Dat is de schaamtelijkheid ver voorbij.”

Vervolgens brak een bitter meningsverschil uit dat enkel opgelost kon worden door te wedden voor een bak Duvel. Die bak Duvel stond tot enkele dagen geleden nog onbeslist te wachten in de supermarkt maar is ondertussen virtueel op weg naar mijn kelder. De volgende beelden bevestigen immers mijn gelijk.

Het station van Merelbeke. Daarover is geen discussie mogelijk, want het staat in koeien van letters op de voorgevel.
Het station van Merelbeke. Daarover is geen discussie mogelijk, want het staat in koeien van letters op de voorgevel.
Voor de visuele afwisseling legde ik het betreffende gebouw ook vast in een liggend beeld. Waarbij mijn oog plots op een straatnaambordje viel, rechts op de foto.
Voor de visuele afwisseling legde ik het betreffende gebouw ook vast in een liggend beeld. Waarbij mijn oog plots op een straatnaambordje viel, rechts op de foto.
Een straatnaambordje op het station van Merelbeke. Daar vallen klaarblijkelijk Duvels mee te verdienen.
Het straatnaambordje aan de gevel van het station van Merelbeke. Daar vallen Duvels mee te verdienen.
Om alle twijfel over de locatie van het station van Merelbeke voorgoed te vertrappelen nog een close-up. 'Stad Gent' staat daar te pronken in plaats van 'Gemeente Merelbeke'.
Om alle twijfel over de locatie van het station van Merelbeke voorgoed te vertrappelen nog een close-up. 'Stad Gent' staat daar te pronken in plaats van 'Gemeente Merelbeke'.

Van de gedachte aan de gewonnen Duvels (en het bevestigde gelijk) kreeg ik een dorst waar enkele van mijn meer alcoholisch georiënteerde nonkels apetrots op zouden zijn. Op zoek naar een café dan maar. In Flora heb ik er wel geteld één gevonden dat niet over te nemen stond: café Flandria. Het zag er een wijs spel uit. Alleen was er geen plek meer vrij aan de toog: op elke kruk zat een gezellige dikzak met een kaalgeschoren schedel. Jammer, maar het zal voor een andere keer zijn.

Ondertussen begost het mij daar toch een eind te regenen en dwongen de natuurelementen mij Flora te verlaten. De Hundelgemsesteenweg, een treurig stuk asfalt dat Ledeberg verbindt met het onooglijke Hundelgem, deelgemeente van Zwalm, bleek geschikt om terug richting Gent te sjokken.

Tussen twee regenbuien door viel het mij op dat mensen uit lagere sociale klassen niet zwaaien als ze een buschauffeur duidelijk willen maken dat hij mag stoppen voor hen. Neen, ze wijzen autoritair naar de grond. Al driemaal in één week heb ik zoiets zien gebeuren en het heeft me telkens weer verbaasd dat die buschauffeurs niet gewoon een meter of drie te vroeg halthouden. Waarschijnlijk bang om een bok tegen hun muil te vangen.

Maar verder geen slecht woord over mensen uit lagere sociale klassen. In café Belle Vue, gelegen aan de Hundelgemsesteenweg, recht tegenover de begraafplaats van Ledeberg, heb ik er een paar in actie gezien en die tiepen vielen bijzonder goed mee. Er was daar op de koop toe ruimschoots plek aan de toog en het volk volgde de uitvaart van Michael Jackson, een popartiest die bij zijn schielijk overlijden voor 49 procent uit plastiek bestond. Naast mij voerden twee heren een gesprek over hun turbulente gevoelsleven. Bij de ene ontbraken er nogal wat tanden, en wat overbleef van z’n gebit rammelde bij het minste briesje. De andere zijn neus stond zo hoog in zijn gezicht dat zijn wenkbrauwen bijna naadloos overgingen in zijn neushaar. Zij vonden zichzelf niet te mooi om toe te geven dat de wijven hen soms razende colèrig kunnen krijgen. Een doofstomme vrouw werd bij het gesprek betrokken.

“Pijn, pijn diep vanbinnen”, legde die met zijn neus haar uit. “Niet zoeken. Pijn diep vanbinnen.” Het vrouwmens flapperde wat met haar handen, merkte dat er van gebarentaal niet veel meer in huis kwam en wees de barvrouw betekenisvol op haar lege glas.

Tezelfdertijd verkregen we via de tv een blik op het zonovergoten maar rouwende Los Angeles. Buiten in België wrongen zonnestralen zich tussen dikke regendruppels om de grafzerken extra te doen glanzen. Kermis in de hel en pintjes voor 1 euro veertig cent, meer heeft een mens niet nodig als hij op café zit. Voor de volledigheid nam ik nog een foto van de obligate sanseveria’s. Terwijl ik een vierde pintje in mijn keelgat goot, besloot de barvrouw het gesprek van de twee toogtisten naast me als volgt: “Ik ken u beter dan dat gij uzelf kent.” Toen bleef het stil en kuiste ik mijn schup af.

De Sanseveria Ledeberghiensis wuift de bezoeker toe in café Belle Vue.
Exemplaren van de Sanseveria Ledeberghiensis wuiven de bezoeker toe in het Ledebergse café Belle Vue.

Ooit keer ik terug naar café Belle Vue. Het probleem is wel dat de Hundelgemsesteenweg vanuit Gent bergop loopt. Dat is lastig als je te voet bent. En er rijdt geen tram. Plus daarbij: ook daar loert het einde van de wereld – in de buurt hebben ze véél landschappen waarin het voor de vier Ruiters van de Apocalyps aangenaam toeven is.

Midden in een Ledebergs niemandsland dat zelfs wanhopige landbouwers links laten liggen, staan twee sociale woonblokken. De lap asfalt die doorgaat als straat kreeg een toepasselijke naam.
Midden in een Ledebergs braakland dat zelfs geen wanhopige landbouwers kan verleiden, trotseren sociale woonblokken de elementen. De lap asfalt die doorgaat als straat kreeg een toepasselijke naam.

Zo zijn er de appartementsgebouwen aan het Eindeke. Blijkbaar hebben er nog een tijd Slowaakse Roma gezeten, tegen de zin van de sociale huisvestingsmaatschappij die de gebouwen aan het Eindeke bezit. Gelukkig kon Huisvesting Scheldevallei een beroep doen op de gespierde arm der wet om hele gezinnen weer op straat te schoppen. Ach, die zigeuners trekken hun plan wel. Het is een sterk volk dat het gewend is van hot naar her te trekken.

Na een hele middag in het zuidoosten van Gent rondgeketst te hebben begon ik me zelf ook een beetje een landloze zigeuner te voelen. Even overwoog ik een dutje te doen onder een spoorwegbrug, maar echt comfortabel zag dat er niet uit.

Spoorwegbruggen in Ledeberg zijn zelden sprankelende bouwsels. Reclamepanelen proberen een beetje vreugde in het leven van de omwonenden te brengen.
Spoorwegbruggen in Ledeberg zijn zelden sprankelende bouwsels. Reclamepanelen proberen een beetje vreugde in het leven van de omwonenden te brengen.

De beschaving kwam gelukkig al dichterbij. In de verte doken er immers tramsporen op. Opeens leek het decor van Aanrijding in Moscou zich nadrukkelijk te willen manifesteren. Aanrijding in Moscou is een zeer wijze film met een universele thematiek. Wie hem nog niet gezien heeft, doet erom en verdient het zodoende om verdronken te worden in een vat belegen mostaard.

Overigens, de Hundelgemsesteenweg lijkt min of meer te eindigen in de buurt van het appartementsblok waar Matty, het hoofdpersonage uit bovenvermelde film, gespeeld door Barbara Sarafian, woont met haar drie kinders. Het is een ietwat desolate buurt waar je evengoed een futuristische western kunt draaien. Toch wonen er ook mensen, en zij verdienen ons respect.

Lang geleden heeft een geniale stadsplanner een viaduct geplaatst boven Ledeberg. Zo wordt vermeden dat automobilisten die in Gent willen geraken zich door de straten van Ledeberg moeten wagen. Rechts in beeld: de woonblok waar Matty uit 'Aanrijding in Moscou' woont.
Lang geleden heeft een geniale stadsplanner een viaduct geplaatst boven Ledeberg. Zo wordt vermeden dat automobilisten die in het centrum van Gent willen geraken zich door de straten van Ledeberg moeten wagen. Rechts in beeld: de woonblok waar Matty uit 'Aanrijding in Moscou' woont.

Voor mijn part zat de dag erop. Ik had een wijs volkscafé gevonden in een buurt waar ik nog nooit geweest was, ik had mijn tijd niet verspeeld met Facebook of Twitter en toch was ik getuige geweest van de uitvaartplechtigheid van Michael Jackson. Kortom, de tram mocht gauw komen, ik zou erop springen en rechttoe rechtaan naar huis gaan.

Dat plan is natuurlijk mislukt.

Op tram 4 gezeten raakte ik nauwelijks twee haltes verder of ik sprong alweer op de begane grond om café De Muze, aan de Zuidstationstraat, binnen te wandelen. Wat een ellende. De vrouw achter de toog sprak mijn taal niet, ze schonk me een pintje in waar geen schuim op stond en op de koop toe zat het café halfvol werkloze jonge gasten die in hun bezopenheid zeker en vast al enige lijnen waspoeder door hun neus gejaagd hadden. Waarom anders hing het volgende briefje op?

Het is een goede eigenschap van een cafébaas dat hij weet welk publiek zijn zaak aantrekt.
Het is een goede eigenschap van een cafébaas dat hij weet welk publiek zijn zaak aantrekt.

Overigens werd een andere wand van het etablissement gesierd door een affiche die wel van de toeristische dienst van Zaffelare moest zijn.

De toeristische dienst van Zaffelare probeert het volk ervan te overtuigen dat er óók in de middle of nowhere spannende avonturen te beleven vallen.
De toeristische dienst van Zaffelare probeert het volk ervan te overtuigen dat er óók in de middle of nowhere spannende avonturen te beleven vallen. They wait...

Soit, na één pint had ik het daar wel gezien in De Muze. Even overwoog ik nog om aan een john hors catégorie te vragen hoe goed z’n kennis van het Japans was. Op zijn nek stonden er immers gigantische Japanse tekens getatoeëerd. Ik had hem graag wijsgemaakt dat zijn tatouagist hem bedrogen had en dat er stond: ‘Ik ben de bitch van de dikste neger van de Dampoort.’ Gelukkig won mijn diep respect voor de dikke negers van de Dampoort het van mijn afkeer voor opgefokte opdondertjes die zelfs te stom zijn om de ontknoping van een aflevering van Mega Mindy te begrijpen.

Ik verliet het café en trok naar de Vlasmarkt. Een slecht idee, want alleen de Kinky Star scheen al open te zijn en daar zijn de pintjes van – jekkie, drekkie, stront in je bekkie –  Maes. Er bestaan inderdaad betere bieren. Het ommetje langs de vooravondse Vlasmarkt bracht me wel in het bezit van de portefeuille van Tamara Van Dooren, een meisje uit Aalst dat klaarblijkelijk beroofd was door onverlaten afkomstig van, ik gok maar, de Muide. Haar portefeuille bevatte geen rotte frank meer, maar ik besloot er alles aan te doen om haar haar identiteitskaart en al die andere zever terug te bezorgen. Daarom hield ik de eerste politiecombi die passeerde staande en stak de portefeuille door het opengedraaide vensterraampje. ‘Merci’, zeiden de flikken, ze namen het geschenk aan en reden door zonder nog iets te vragen.

De les die we daaruit geleerd hebben: ontvreemd iemands portefeuille, haal al het geld eruit, stap met de rest naar de flikken en drink uzelf een schuldgevoel in café Belle Vue.

En met deze vrolijke noot eindigen we de eerste aflevering van het project ‘Spring op een openbaar vervoersmiddel, stap uit op de eindhalte en doe er iets mee’. Jazeker, deze blogpost is veel te lang naar internetnormen en waarschijnlijk breng ik er de mensheid niets mee bij. Maar als het u niet aanstaat, sluit dan uw computer af en begeef u onder uw eigen volk: het cliënteel van café De Muze. Santé en tot de volgende keer!

Advertenties

16 comments

  1. Als je ooit beslist om niet enkel op trams maar ook op bussen te springen, kan ik je bussen 52 en 54 aanraden. Zo kan je alsnog zonder zware inspanning café Belle Vue bereiken…

  2. Mooi Timmie. Ik heb dat ooit eens een hele zomer gedaan in Wallonië: pak een bedrijfswagen van De Morgen, rij naar een willekeurige Waalse ‘plek’ en kom terug met een stukkie. Zeer verheffend om te doen. Maar dat was dan dus met Walen en zo.

  3. je hebt een mooi utigebreid verslag geschreven van je wilde avonturen. Het geeft me zowaar ook zin om op trot te gaan. Het fotoverslagje erbij maakt het helemaal af. Je leert me gent en omstreken kennen zonder dat ik ervoor van mijn bureau wegmoet…
    merci!

  4. erg leuk!
    ammeen: “Voor het eerst in mijn leven ben ik in het centrum van Melle beland. ” > Het centrum ben je niet geweest, dat ligt nog een eind verder.

  5. Azo wijs maat! Kijk, dàt zijn verhalen: gewoon de tram pakken en erover vertellen. Maar euh: “op de Albertbrug, vlak bij mijn woonst”, toch niet in de sportstraat zeker? Want ik ben nu al heel de tijd naar dat piepklein fotootje van je avatar aan het kijken om te zien of ik je de volgende keer niet irl herken, ha! (Spannend.)

  6. Zeer smakelijk verslag.
    Café Belle-vue (dat trouwens op een T-splitsing met links Merelbeke, rechts Ledeberg en rechtdoor Gentbrugge ligt, dus zeker geen Ledebergs café is maar een van Merelbeke of Gentbrugge, waar nog steeds discussie over is) is gelegen op het begin van mijn straat (Jules de Cocklaan).

    Ik wist niet dat we door de mondaine Gentenaar aangekeken werden als marginalen, wij als Gentbruggenaars behouden dit namelijk voor die van de “Ledebronx”.

      1. Ja dat is iets heel mysterieus, Gentbrugge en Ledeberg hebben dezelfde postcode (9050) en ze wisselen regelmatig. Het rare is dat naast het café heel lang een bord Gentbrugge heeft gestaan en een tien meter voor het café, richting Gent toe staat er Merelbeke. Interessante kwestie in mijn buurt ^^

  7. neem de tram 4naar moscouwijk eens ,ben benieuwd wa je daar van vind .hopelijk keer je nie deprimerend terug naar huis,hier blijft de tyd stil staan en lijken de mensen op lijken er zit geen energie meer in .GRT VIVI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s