Mismanagement

26 augustus 2009

‘Het probleem bij De Morgen is dat de top die nu de basis aanstuurt, nooit serieus met krantenjournalistiek is bezig geweest.’ Dat zegt Hans Vandeweghe, volgens vriend en vijand een van de beste sportjournalisten van het land, in een interview in Tribune, het ledenblad van de socialistische bediendenbond ACOD. Half mei werd de heer Vandeweghe samen met twaalf anderen ontslagen bij De Morgen. Vanaf 1 september gaat hij aan de slag voor Corelio, de grote rivaal van De Persgroep.

Als chef sport werd Hans Vandeweghe gevreesd wegens zijn vlijmscherpe pen. Ook op de redactie zelf voelde de heer Vandeweghe zich nooit te beroerd om zijn ongezouten mening te geven. “Had ik gewild, dan had ik misschien bij De Morgen kunnen blijven”, zegt hij in het nummer van Tribune dat in september verschijnt. “Maar ik ben gewoon het te zeggen wanneer iets op m’n lever ligt. Vroeger was dat mogelijk bij De Morgen, nu niet meer.”

Het collectief ontslag bij De Morgen was officieel noodzakelijk vanwege de slechte economische omstandigheden.  Tijdens de onderhandelingen over dat collectief ontslag maakte de heer Vandeweghe deel uit van de personeelsdelegatie. Ook op de Sheratondebatten, waar leden van de vakbond en de redactieraad hun alternatieve financiële plan aan de directie probeerden te verkopen, was de heer Vandeweghe aanwezig. Samen met economieredacteur Johan Corthouts had hij de financiële toestand van De Morgen onder de loep genomen, en wat hij zag, was niet proper. ”Pas vorig jaar werd echt duidelijk dat er ernstig foute keuzes werden gemaakt bij De Morgen. [...] De Morgen was altijd een gezonde krant geweest, maar de voorbije twee jaren draaiden we met een verlies. De kosten waren plots met 6 miljoen euro gestegen op een budget van 30 miljoen euro.”

De heer Vandeweghe is er nog altijd van overtuigd dat slechts twee mensen verantwoordelijk zijn voor dat verlies: algemeen hoofdredacteur Klaus Van Isacker en hoofdredacteur Bart Van Doorne. Enerzijds haalt de heer Vandeweghe de dure promotiecampagnes en de goedkope abonnementen aan als “overinvestering met onvoldoende opbrengst”, en anderzijds wijst hij op de vele chefs die de heer Van Isacker en de heer Van Doorne binnenhaalden als buffer tussen hen en de redactie. “Het waren de nieuwkomers, het Mexicaans leger dat ontstond rond Van Isacker en Van Doorne, die een enorme meerkost betekenden. Om een voorbeeldje te geven. Enkele jaren terug had ik het vijfde hoogste salaris bij De Morgen. Toen ik tijdens het sociaal  conflict  de  loonschalen  inkeek, merkte ik dat ik niet langer in de top 25 stond. Dat wil zeggen dat er sinds de intrede van de nieuwe directie meer dan 20 personen over mijn loon waren gesprongen – en ik werd al niet slecht betaald. [...] Ik heb daar maar één woord voor: mismanagement!”

In Tribune probeert de heer Vandeweghe ook te verklaren waarom zijn voormalige bazen zich zo nodig moesten omringen met een legertje jaknikkers (míjn woorden): “Het probleem is dat zowel Van Isacker als Van Doorne uit de televisiewereld komen. Ze hebben totaal geen voeling met De Morgen, die ze steeds als elitaire krant beschouwden. Zoiets zorgt onvermijdelijk voor wrijvingen met het personeel. Er was een manifest gebrek aan vertrouwen tussen directie en hoofdredactie enerzijds en personeel anderzijds.”

De wrijvingen tussen de top en de basis zijn volgens de heer Vandeweghe vooral het gevolg van een compleet andere benadering van journalistiek. “De Morgen werd vanouds bottom-up  gemaakt.  [...] De nieuwe directie en hoofdredactie is afkomstig van  het VTM-nieuws. Zij zijn gewoon te reageren op nieuws, in plaats van het zelf te maken. Zij bepalen dus ook graag zelf wat het nieuws is en wie het zal brengen en op welke manier. Dat is een top-down manier van werken. De laatste jaren ontstond er bij De Morgen een cultuur waarin enkel volgzame journalisten interessante brokjes nieuws toegeworpen kregen”, analyseert de heer Vandeweghe in Tribune. “Probleem bij De Morgen is dat de top die nu de basis aanstuurt, nooit serieus met krantenjournalistiek is bezig geweest. En om dat te compenseren worden via hoge lonen en bonussen steeds maar extra mensen aangetrokken om de top te versterken en geliefd te maken bij de redactie. Tja, zo creëer je natuurlijk een heel duur Mexicaans leger.”

De heer Vandeweghe zelf is er beslist de man niet naar om mee te stappen in zo’n Mexicaans leger. Op twee manieren stak hij de heer Van Isacker en diens entourage spaken in de wielen: enerzijds door zich te engageren voor de personeelsvertegenwoordiging en anderzijds door de vtm-boys haast onverbloemd aan te vallen in zijn columns. De meest beruchte pennenvrucht van de voormalige chef sport is zijn column over de Dakarrally van 2008. Toen hij de volgende zin schreef, vertelde hij er nét niet bij dat ook de heer Van Isacker in 1996 met een 4×4 over het Afrikaanse continent gehobbeld kwam:

Sinds halfweg de jaren negentig vaardigen wij als enige land hele horden BV’s, pseudo-vedetten en VT-emmers af.

Om zichzelf helemáál onmogelijk te maken bij de hoofdredactie liet de heer Vandeweghe zich ook uit over de redactionele lijn van zijn toenmalige krant:

De Dakar staat op het DNA van De Morgen als een tang op een varken.

Maar zelfs als de heer Vandeweghe zijn geplaagde algemeen hoofdredacteur niet rechtstreeks aanviel in zijn columns, dan nog wekte zijn schrijfstijl wrevel op. Zo kon de heer Van Isacker het niet laten om zijn chef sport openlijk te berispen nadat die gespot had met de bijnaam van de voetballer Ricardo Izecson dos Santos Leite: Kaká. In zijn ‘daily mail’ van 17 januari 2009 schreef de heer Van Isacker immers voor al die het wou lezen:

En Kakà met stront vergelijken is 1) cheap, 2) makkelijk, 3) een kwaliteitskrant – en dus De Morgen – onwaardig.

Dat de heer Vandeweghe, met al zijn renommee en expertise, ook nog eens vakbondsman was, bleek een reden te meer om hem buiten te schoppen. Vakbondslieden zijn immers niet geliefd bij de hoofdredactie van De Morgen. Naast Hans Vandeweghe moesten ook de syndicalisten Jan De Haese en Georges Timmerman het aftrappen. Samen met toenmalig chef opinie Bert Bultinck, die als voorzitter van de redactieraad op de voorgrond trad, behoorde niet minder dan een derde van de ontslagen werknemers tot de personeelsdelegatie.

De schaarse vakbondslui die nu nog overblijven op De Morgen worden getolereerd zolang zij hun muil niet opentrekken. De anderen voelen zich langzaam maar zeker richting uitgang gestampt. Het markantste voorbeeld is Dirk Steenhaut, een van de zeldzame muziekjournalisten die zowel door zijn publiek áls door muzikanten gerespecteerd wordt. Begin juli al ondernam de hoofdredactie een poging om Dirk Steenhaut te verbannen naar de sterfput van de eindredactie. Dat ging toen niet door, onder andere omdat de directie van De Persgroep Publishing verveeld zat met de situatie.

Dat de heer Van Isacker zijn willetje niet kon doordrukken, betekende zeker en vast gezichtsverlies voor de algemeen hoofdredacteur. Maar, zo dacht de vtm-boy in een zeldzame bui van voluntarisme, uitstel is geen afstel. Twee weken later was op de Facebookpagina van de heer Steenhaut namelijk het volgende te lezen:

Dirk Steenhaut heeft tijdens zijn eerste vakantiedag van zijn hoofdredacteur een telefonische oorlogsverklaring mogen ontvangen. De Morgen, anno 2009: sommige mensen houden er hoogst eigenaardige fatsoensregels op na.

Terwijl de belaagde muziekjournalist probeerde te genieten van de rest van zijn vakantie, ontving hij op de koop toe een aangetekend schrijven waarin stond dat hij op zijn eerste nieuwe werkdag alsnog verwacht werd op de eindredactie, die wegens drie ontslagen in mei zwaar onderbemand is. En in tijden van crisis wordt van iedereen een beetje flexibiliteit verwacht, nietwaar?

Hans Vandeweghe gebruikt in Tribune een mooi woord voor dat soort toestanden: mismanagement.

Tribune is het ledenblad van de socialistsche bediendenbond ACOD. Het interview met Hans Vandeweghe, vanaf volgende week werkzaam bij De Standaard/Het Nieuwsblad, verschijnt in september.

Fatsoen

19 augustus 2009

In een niet zo heel ver verleden, we schrijven enkele dagen geleden, vonden in Gent de Patersholfeesten plaats. Hoewel zij het kleine broertje zijn van de Gentse Feesten en slechts drie dagen duren, zijn zij feitelijk veel plezanter. Toeristen zwalpen er u niet voor de voeten en meestal valt er geen flik te bespeuren. Al wie tijdens de Grote Feesten tot de vaste klandizie van de Vlasmarkt behoorde, geeft wél opnieuw present. De Patersholfeesten zijn ook de enige gelegenheid waarop je een Gentenaar hoort zeggen dat hij in het schoonste dorp van heel de wereld woont. Even, héél even is Gent geen stad meer.

“De Gentse Feesten voor gevorderden”, stond drie jaar geleden boven een artikel van me in de krant De Morgen. Het was een van mijn laatste geschreven wapenfeiten voor die krant, maar ik had maar mooi een bijna volledige pagina gekregen om de loftrompet af te steken over de buurt waar ik toen nog woonachtig was.

Dat artikel van 14 augustus 2006 zorgt ervoor dat ik vandaag niet veel zin meer heb om nog eens hetzelfde te doen. Ik héb al gezegd dat het middeleeuwse Patershol een dorp is binnen een moderne grootstad en dat iedereen er iedereen kent. En dat dat wreed wijs is. Ik héb er de lezers al op gewezen dat elke vergelijking tussen het Patershol en Brugge onecht is, want het Patershol lééft tenminste, zelfs al is het de meest toeristische buurt van Gent.

Oei, en nu krijg ik geheid Brugs burgemeester Patrick Moenaert op mijn dak. Die vindt het sowieso niet kunnen dat Gent zich in een reclamecampagne aanprijst als authentieker dan Brugge:

Die campagne is beledigend voor Brugge. Ik vind het totaal ongepast om een zusterstad aan te vallen om jezelf in het zonnetje te zetten. De bewering is een torenhoog cliché en ze komt van iemand die de voorbije vijftien jaar niet in Brugge is geweest.

Met die ‘iemand’ haalt Moenaert uit naar zijn ambtgenoot Daniël Termont. De Gentse burgemeester was natuurlijk niet onder de indruk en gaf de (officiële) West-Vlaamse hoofdstad in de krant De Gentenaar zelfs een bemoedigend slash beledigend schouderklopje:

Ik ben al zo vaak in Brugge geweest. Het is een aangenaam stadje en een formidabel openluchtmuseum, maar Gent is een stad waarin ook geleefd wordt.

De hele heisa deed herinneringen opborrelen aan de Slag op het Beverhoutsveld. Daar, op de grens van Beernem, Oostkamp en Assebroek, hakten de stedelijke Gentenaars op 3 mei 1382 de boerse Bruggelingen in de pan. Een strijdvaardige Termont wil die truc anno 2009 gerust nog eens overdoen:

De Bruggelingen moeten geen nieuw leger sturen, want zij zullen opnieuw het onderspit delven.

Zeker als het Gentse leger aangevoerd wordt door onze inheemse Turken! Dat zij er niet naast kloppen, werd nog eens bevestigd op de Patersholfeesten. Terwijl iedereen zaterdagnacht op zijn gemak op straat stond te zuipen, probeerden enkele Turkse Gentenaars hun vuisten in elkanders gezicht te zwieren. De slagen vlogen mij en mijn maten letterlijk om de oren.

Nu heb ik veel eerbied voor het Turkse volk. Het zijn edele mannen en vrouwen die voortreffelijke maaltijden uit hun mouwen schudden. Ten tijde van het Ottomaanse Rijk waren ze zeshonderd jaar lang een wereldmacht waartegen ge maar beter beleefd bleeft. Ook nu is er economisch en strategisch gezien een en ander voor te zeggen om Turkije op te nemen in de Europese Unie. Maar astemblieft, jongens, als ge wilt drinken gelijk dat wij hier gewoon zijn, werk dan eerst nog wat aan uw zelfbeheersing. Het is belangrijk om te allen tijde het fatsoen te bewaren, zelfs als ge stiepelzat door de straten dwaalt, niet meer wetende van welke parochie ge zijt. Volgend jaar herexamen.

Tijdens de Patersholfeesten kunt ge tot een gat in de nacht schoenen kopen in Oudburg.

Tijdens de Patersholfeesten kunt ge tot een gat in de nacht schoenen kopen in Oudburg.

Dansen op de kasseien lukt niet altijd als ge zat zijt, maar de momenten dat ge op uw benen blijft staan, zijn wreed plezant.

Dansen op de kasseien lukt niet altijd als ge zat zijt, maar de momenten dat ge op uw benen blijft staan, zijn wreed plezant.

Op de Patersholfeesten gaan sommigen gekleed in een outfit waarmee ge niet in bepaalde achterbuurten moet gaan paraderen.

Op de Patersholfeesten gaan sommigen gekleed in een outfit waarmee ge niet in bepaalde achterbuurten moet gaan paraderen.

Pieter, een autochtone Vlaming, en Nima, een Gentenaar met Iraans bloed in de aderen, discussiëren over gezichtsbeharing. 'Ik ben jaloers op uw baard, Pieter. Als ik mezelf zo'n joekel laat staan gelijk gij, denkt iedereen subiet dat ik een moslimterrorist ben. Terwijl ik niet eens gelóóf.'

Pieter, een autochtone Vlaming, en Nima, een Gentenaar met Iraans bloed in de aderen, discussiëren over gezichtsbeharing. 'Ik ben jaloers op uw baard, Pieter. Als ik mezelf zo'n joekel laat staan gelijk gij, denkt iedereen subiet dat ik een moslimterrorist ben. Terwijl ik niet eens gelóóf.' Nima, laat hem staan.

De Ouwe Volkszanger zingt een melodietje met verzen waar iedereen het raden naar heeft.

De Ouwe Volkszanger zingt een melodietje met verzen waar iedereen het raden naar heeft.

Nima zet een pokerface op terwijl de Ouwe Volkszanger in zijn oor staat te brullen en bewijst daarmee dat verdraagzaamheid van twéé kanten komt.Nima zet een pokerface op terwijl de Ouwe Volkszanger in zijn oor staat te brullen. Hij bewijst daarmee dat verdraagzaamheid van twéé kanten komt.
Niels aanhoort het baardprobleem van Nima. 'Ach, ge moet u daar niets van aantrekken, Nima. Ik laat toch ook een baard staan?' Even later moet Niels wel tot het uiterste gaan om zijn zelfbeheersing te bewaren als de fotograaf van dienst hem per ongeluk een 'neger' noemt. 'Ach, Niels, ge moet u daar niets van aantrekken. Ik ben toch ook een allochtoon?'

Niels aanhoort het baardprobleem van Nima. 'Ach, ge moet u daar niets van aantrekken, Nima. Ik laat toch ook een baard staan?' Even later moet Niels wel tot het uiterste gaan om zijn zelfbeheersing te bewaren als de fotograaf van dienst hem per ongeluk een 'neger' noemt. 'Ach, Niels, ge moet u daar niets van aantrekken. Ik ben toch ook een allochtoon?', zegt Nima troostend.

Koning David, die geen geheim maakt van zijn Joodse inborst, zit opgesloten in een kooi. 'Maar als ik hier uit geraak, zal ik zegevieren en een leider zijn voor u allen.'

Koning David, die geen geheim maakt van zijn Joodse inborst, zit opgesloten in een kooi. 'Maar als ik hier uit geraak, zal ik zegevieren en een leider zijn voor u allen.'

De Patersholfeesten zijn gedaan. Uw dienaar, tevens uw god en koning, wandelt naar huis en hoopt dat het volgend jaar even plezant zal zijn.

De Patersholfeesten zijn gedaan. Uw dienaar, tevens uw god en koning, wandelt naar huis en hoopt dat het volgend jaar even plezant zal zijn.

Terwijl wij in het Patershol genoten van vele pilsjes is 't Begin van 't Einde, de enige bruine kroeg van de Vlasmarkt, uitgebrand. Vaarwel schone lampedeirkes op den toog, vaarwel levensgevaarlijke houten wenteltrap, vaarwel gezellige donkerte. En het ergste is: er op nog geen kilometer van staan met fotocamera en al en niets gemerkt hebben.

Terwijl wij in het Patershol genoten van vele pilsjes is 't Begin van 't Einde, de enige bruine kroeg van de Vlasmarkt, uitgebrand. Vaarwel schone lampedeirkes op den toog, vaarwel levensgevaarlijke houten wenteltrap, vaarwel gezellige donkerte. En het ergste is: er op nog geen kilometer van hebben gestaan met fotocamera en al en niets gemerkt hebben.

Dé Man van Melle

7 augustus 2009

“De slechtste mens die ik in mijn leven al ben tegengekomen.”

“Die man geef ik nooit nog een hand.”

“Als hij nu nog enig journalistiek talent had…”

Mijn betreurde ex-collega’s van De Morgen alsook journalisten die met de heer Bart Van Doorne hebben samengewerkt toen hij nog bij vtm zat, waren de afgelopen maanden niet mals voor de huidige hoofdredacteur van mijn ex-krant.

Sinds vandaag weten we dat zij véél te fel oordeelden over de man. De heer Van Doorne is niet minder dan een held. Alleen heeft hij zich van beroepssector vergist, en was hij dan toch beter brandweerman geworden in plaats van journalist.

Bart Van Doorne, ervaringsdeskundige

In één oogopslag ontleedt Bart Van Doorne, hoofdredacteur van De Morgen, de chemische samenstelling van een rookwolk.

Uit het relaas in De Morgen blijkt eens te meer dat Bart Van Doorne geen man van woorden maar van daden is.

Uit het relaas in De Morgen blijkt eens te meer dat Bart Van Doorne geen man van woorden maar van daden is. Een standbeeld zal zijn deel zijn.

Het vuil van de straat

7 augustus 2009

Soms wenst ge dat er een hel is die vol planken hangt waarin vele roestige spijkers zijn gedreven. Met die planken worden alle lafaards geslegen die hun medemens als stront bejegenen. Als zij geen geweten hebben dat van wroeging ligt te gloeien en te verzweren, laat hen dan voor eeuwig de pijn door schuld met hun vel beleven.

Gisteren zat ik op de tram en vloekte ik omdat ik geen plank vol roestige spijkers bij me had en niet meteen op straat kon springen. Van op m’n comfortabele zitje zag ik Antoon, een dakloze man over wie ik drie jaar geleden in De Morgen al voorspeld had dat hij het einde van de winter niet zou halen. Antoon is er nog altijd en nog altijd ziet men hem vooral langs het traject van de Gentse tram 1, meestal tussen de Kouter en de Charles de Kerchovelaan.

Er reed een fietser tegen Antoon. Wat wraakroepend is, want Antoon stond op het voetpad, waar beslist geen fietsers thuishoren. Maar aangezien het fietsers sowieso streng verboden is om de Kuip van Gent te verlaten via de Nederkouter, kiezen velen ervoor om met hun tweewieler het voetpad onveilig te maken, wat in hun kop waarschijnlijk een kleinere overtreding is dan het verbodsteken te negeren door op de weg te rijden. De stommekloten beseffen niet dat ze zo twee keer in overtreding gaan.

Die fietser, een achterlijke tiep van wie ik hoop dat de wormen hem van binnenuit leeg vreten, reed tegen Antoon en begon van zijn kloten te maken tegen de man die zich in zijn hoedanigheid van voetganger volledig legitiem op het voetpad bevond. Ik herhaal: de fietser reed op het voetpad tegen Antoon en begon hem ogenblikkelijk uit te schelden voor het vuil van de straat. Wat op de koop toe bijzonder gratuit was, want Antoon ís, althans in empirische zin, het vuil van de straat.

Dan hoopt ge dat de tram, als ge er nog eens op zit, op een mooie dag langs die fietser passeert en plotsklaps uitwijkt langs het fietspad. En dan zult gij niet de arrogantie hebben om de vermorzelde stukken en brokken die van zijn lijf overblijven de les te spellen. Ge zult grijnzen, en denken aan de planken vol roestige spijkers waarmee de Demonen van Billijke Vergelding zijn onthechte leden weer aaneen zullen timmeren.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 44 other followers