Op de tram

We zitten op de tram, mijn vrouw en ik, op weg naar het centrum van de stad. Achter ons zitten twee mensen, maar ik weet niet of zij eveneens een koppel zijn. Ik betwijfel het. De jongen stelt – met een behoorlijke luide stem – vragen als: “Vanwaar ben je?” en “Woont je mama ook nog in Lokeren?” Het meisje antwoordt daarop alsof ze niet veel lust heeft in een conversatie.