Exclusiviteit

17 juli 2012


Mijn traditionele hoofdpersonages laten het één voor één afweten. Heeft de regen hun heilige vuur gedoofd of sparen zij hun energie en hun quotes op voor later? Voor hun afwezigheid kan er in ieder geval geen vergiffenis zijn.

Een slak kruist mijn pad. Het dier heeft nog zeven nachten de tijd om op de Vlasmarkt te geraken.

Motregen. Voor iemand die tijdens de Feesten maximaal vier uur aan één stuk slaapt, komt die zeer goed van pas. Het frisse gemiezer houdt mij wakker wanneer ik naar de Vlasmarkt stap.

Onderweg kruist ik het pad van een naaktslak. Ik heb het wel voor slakken. Het zijn vriendelijke dieren waaraan je je niet bezeert als je ze per ongeluk met je blote voet doodtrapt. Wel laten ze nogal een smurrie na, maar dat kun je van vrouwen evengoed zeggen en zouden we hen daarom minder graag zien?

Vlak bij de Feestenzone zie ik hoe een jongen een snikkend meisje opraapt van de grond en haar innig omhelst. Getroost worden in de regen, voor een verdriet dat geen woorden meer verdraagt, het leven van vele vrouwen wordt zelden nóg romantischer dan dat.

Een jongeman bereidt zich voor op het glorieuze moment dat er beharing uit al zijn gezichtsporieën zal beginnen te groeien.

Soit, we mogen ons niet laten afleiden. Net op het moment dat ik een sms ontvang of ik naar de Vlasmarkt kom, arriveer ik er. Het is een bericht van goede vriend Peter, die voor het eerst uit de coulissen treedt. Mijn gewoonlijke hoofdpersonages vallen nergens te bespeuren. AL zie ik wel Bram en Fauve, een duo dat verbonden is door wederzijds respect en een werknemerscontract.

Fauve drinkt nog altijd geen alcohol. Van sigaretten moet ze ook niet weten: onze tabaksrook bezorgt haar oprispingen van astma. Ze heeft zo’n puffertje waarvan niet-ingewijden niet begrijpen hoe het werkt. Lieven, een gewiekste jongeman die mij terloops wordt aangeboden als nevenpersonage, onderzoekt het ding en blaast er een wolk sigarettenrook in, zeer tot ontzetting van Fauve. Met een plotse flits van zelfbeheersing vermijdt zij een morsig bloedbad.

Bram klampt een sfeerbeheerder aan en doet zijn beklag over de op zijn einde lopende nacht. “Er is te weinig sfeer”, merkt hij op.

Vier jonge mensen beelden uit wat feestvreugde betekent. Hun compositie kwam intuïtief en dus oprecht tot stand.

De sfeerbeheerder knikt begrijpend. “Meer sfeer in zone Alpha, graag”, zegt hij in zijn microfoontje. Als we nu op Facebook stonden in plaats van de Vlasmarkt, hadden we met zijn allen van vind-ik-leuk gedaan.

Edmond Cocquyt jr. is echter nog niet overtuigd van positief denken. Hij wijst een beetje boos naar de dj-toren. “Van de jaar is het daar een ongelooflijk saaie bedoening. Tegenwoordig mag iedereen naar boven op de toren. Weet ge wat het gevolg is? Dat niemand er nog op gaat. De exclusiviteit is weg”, moppert Edmond.

Ik leef met hem mee en probeer niet te hard aan de hongerige kindjes in Afrika te denken die zich tevreden moeten stellen met zongedroogde slakken.

Ook Peter is vandaag niet in zijn vrolijkste bui. Naar eigen zeggen kan hij er zich niet toe bewegen de zuipende massa níét te veroordelen. Ik leef met hem mee en probeer niet te hard te denken aan de arme drommels die onschuldig in de cel zitten.

“Er zijn hier toch echt wel veel mensen die zichzelf belachelijk maken”, oppert hij.

Voor deze man zit de nacht erop. De merkwaardige bobbel op zijn voorhoofd weerhoudt er hem niet van om deftig gekleed het plein te verlaten.

Nét op dat moment pletst een jongen van Sub-Saharaanse afkomst tegen de grond. Hij ligt niet alleen languit op het natte asfalt, hij doet dat op de koop toe in zijn blote kont. Het duurt enkele seconden vooraleer hij beseft dat iedereen in de buurt zich een breuk staat te lachen met zijn onbedekte negerbillen. Krampachtig tracht hij zijn bruine maan te bedekken. Het tafereel ziet er zo grappig uit dat ik er maar niet in slaag om één foto van de scène te schieten.

“Er staan veel tikfouten in uw verslagen”, meldt Peter even later – hij doet dat met behulpzame motieven. Ik twijfel nog of ik die slordigheden eruit zal halen: ze zijn per slot van rekening stille, maar mooie getuigen van mijn fysieke en mentale desintegratie tijdens een slopende tiendaagse.

We geraken aan de praat met een vrolijke dame die geen muziek meer nodig heeft om te dansen. “Ik sta hier te zweten, maar zonder drugs. Dit is hetzelfde als sporten of joggen. Ik ben gewoon blij!”, legt ze uit.

Peter van zijn kant is nog altijd niet blij. Hij heeft er spijt van dat hij zolang gebleven is. “Maar als ik thuis wil geraken, zal ik moeten beginnen te stappen”, beseft hij met een zucht.

Een hipster met roze pet tracht positieve vibes op de Vlasmarkt te brengen. Het sfeerbeheer laat na om tijdig in te grijpen.

Ook de vriend van de blije dame is niet van plan om nog veel langer te blijven. “We gaan naar huis”, meldt hij.

“Oké, vanaf nu drinken we niet meer”, knikt zijn vriendin.

“Euh, waarom zouden we naar huis gaan als we daar niets meer drinken?”, antwoordt de man stomverbaasd.

Met behulp van zijn voeten beweegt ook het lichaam van Peter zich huiswaarts. Welk pad zijn geest kiest, valt niet te achterhalen.

Eén na één komen bekende gezichten me gedag zeggen. Zelfs Nicolas van het Botramkot kuist zijn schop af na een voor hem zeer vreugdevolle nacht. “Het succes van onze Maggie-pins is ongelooflijk”, grijnst hij. “Jongens die er één willen, moeten een roos geven. Daardoor doen de Paki’s hier gouden zaken en vragen ze soms tot 3 euro voor één bloem. Vrouwen van hun kant moeten hun borsten tonen. Ik heb er zeker zestien paar mogen aanschouwen! Sommige meisjes waren mogelijk nog niet eens zestien jaar. Dat is geen probleem, zolang ge er niet aankomt. Enfin, aan sommige borsten heb ik toch eens mogen zuigen, maar dat moet ge misschien niet opschrijven.”

Sfeerbeheerster Hilde balanceert een mand op haar hoofd en heeft Edmond (r.) zodoende ferm het nakijken.

Toch heeft ook Nicolas enkele negatieve kanttekeningen over de voorbije nacht. “De regen, dat blijft een probleem. Nu hebben wij daar in ons Botramkot geen last van, maar het blijft erg dat het KMI niet geïnteresseerd is in de nacht. De mensen op de Vlasmarkt willen dus wel weten welk weer het in de loop van de nacht zal zijn, het liefst van uur tot uur.”

Nadat ik me even heb gemoeid in een opstootje – zie je twee mensen vechten, ga er dan tussen staan: een devies dat ik van Peter heb overgenomen – besluit ik genoeg te hebben gezien voor vanavond. Of vanochtend, zo u wilt. Ik slenter naar de uitgang van het plein en kan het niet laten om toch nog even naar één van de koffie schenkende predikanten te luisteren.

“Het is belangrijk dat je een levende relatie hebt met God”, zegt Tony tegen Kristof, wiens Zuid-Amerikaanse vrouw wel gelovig is, maar die zelf geen diehard katholiek is. (Dat laatste bedoel ik zoals het er staat, niet als understatement.) “God verlangt naar mij, ik verlang naar God. Hij kent onze pijn en onze teleurstelling. Je moet vragen aan God wie Hij is en dat Hij zich toont. Toen ik 26 was, zat ik vast, maar in enkele weken tijd heeft God mijn denken vernieuwd. Geloof krijgt vorm in je relatie met God.”

Pfff, is dit alles, vraagt Nicolas zich af, is dit alles wat er is? Als het aan hem lag, liepen er veel meer beenhouwersvrouwen rond die gewillig onder hun kiel lieten gluren.

“Er is wel iets”, zegt Kristof een beetje weifelend, maar voor hem lijkt geloven vooral neer te komen op af en toe naar de eucharistieviering gaan.

“Blijf niet hangen in rituelen!”, waarschuwt Tony. “Het gaat niet om rituelen of wat de priester doet, maar om God. Kijk, nu ben ik zelf ook een priester: ik breng God op straat.”

Nu pas merk ik dat Tony’s handen heftig trillen. Ofwel is hij nogal enthousiast, ofwel heeft hij zelf al te veel koffie gedronken ofwel komt een ijverig noterende, naar alcohol stinkende journalist iet of wat intimiderend over. Maar hij versaagt niet en blijft zijn boodschap verkondigen: “Je moet op je knieën gaan voor God. Niet letterlijk – al mag dat ook – maar in je hart. God ziet alles wat ik doe en ik weet dat hij blij is met het leven dat ik nu leid.”

“Voel je je dan niet voortdurend bekeken door de een of andere Big Brother?”, kan ik niet laten te vragen. “Of voelt het veeleer als een hand op je schouder die je ondersteunt?”

“Dat tweede natuurlijk”, zegt Tony met een zenuwachtig glimlachje.

Ik probeer hem nog eens uit zijn tent te lokken door te vragen wat hij ervan vindt dat ik niet geloof in God, maar hij is zo vriendelijk om te oordelen dat dat mijn keuze is. Op dat punt heeft hij zeker gelijk en ik bedank hem voor zijn vriendelijke uitleg.

En nu kies ik ervoor om mijn bed op te zoeken en de dag weg te slapen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

Eén reactie to “Exclusiviteit”

  1. Hugues said

    ‎”Ze zijn per slot van rekening stille, maar mooie getuigen van mijn fysieke en mentale desintegratie tijdens een slopende tiendaagse.”
    Kijk, van zo’n mooie zin – en ook de onbaatzuchtige zelfopoffering om voor ons luie lezers die liever thuis in hun nest liggen te maffen maar door u – Tim – erbij zijn alsof ze er zelf geweest zijn *snif* – daar word ik een beetje stil van zie.
    Schuune! Merci, merci!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: