Zonde

19 juli 2010


Des morgens op de Vlasmarkt worden steevast de Grote Onderwerpen aangesneden. Als er één Groot Onderwerp is, is het God wel. Maar over God zwijg ik, want Hij schiep mijn stad Gent boven alles.

's Nachts ligt Polé Polé erbij als een tropische vuilnisbelt. Door de sfeerverlichting ziet het er wel een zeer chique vuilnisbelt uit.

De stad is uitgestorven, doods en verlaten. Half vijf ’s morgens, en nergens weerklinkt het gedreun van een feestje. Her en der zoeken bezoekers de weg naar huis, en daarbij lopen de meesten niet brullend door de donkere straten. Eén verdwaalde vuvuzela produceert enig getoeter. Oppassen toch met dergelijke instrumenten: in het foltermuseum van het Gravenkasteel zijn genoeg etsen te zien waarbij zo’n trechter ingebracht is in de een of andere lichaamsopening terwijl grijnzende beulen een kastrol olie aan de kook brengen. Het is niet omdat wij in de 21ste eeuw leven dat we moeten geloven dat de cursus ‘Foltertechnieken en dwangmaatregelen’ definitief geschrapt is uit het lessenpaket van de flikkenschool.

Te dom

Op dat uur in de ochtend ziet het terrein van Polé Polé er tropischer uit dan ooit: precies een Zuid-Amerikaanse favela. Er staan nog net geen jonge kinderen in het afval te scharten op zoek naar iets eetbaars. Wakkere flikken bewaken de vuiligheid om zodoende uw en mijn veiligheid blijvend te garanderen.

Op de Vlasmarkt heeft ene André de Laat nogal te klagen van de flikken. De man is muzikant – meer bepaald saxofonist – maar zit nu zonder instrument: de politie heeft de sax geconfisqueerd wegens nachtlawaai. Hij krijgt z’n bron van inkomsten pas terug als de Gentse Feesten afgelopen zijn. Vrolijk wordt André daar niet van. “De agenten hebben het pv zelfs in mijn plaats getekend”, klaagt de Nederlandse Antwerpenaar. “Maar ik ben niet pissed op de flikken, wel op het systeem. Die flikken zijn te dom om dat te beseffen.”

Genoeg speeksel

Dries Eeckhaut is het ideaalbeeld van de Gentse Feesten. Daarnaast heeft hij teer vel dat begint te verbranden zodra de zon opkomt.

Met flikken heeft de genaamde Dries Eeckhaut geen problemen. “Ik ben het ideaalbeeld van de Gentse Feesten”, zegt Dries. “Dat komt door mijn blauwe ogen.” Zijn vrienden bevestigen dat. Verder hebben z’n vrienden weinig over Dries te vertellen. Dat heb je met ideale mensen: daar zit geen verhaal achter.

Ik geraak aan de klap met Lauke. Lauke is een Gentse maar ze spreekt verdraaid proper Nederlands. “Mijn Nederlands wordt zelfs alsmaar mooier, al gebruik ik nog altijd de Gentse ‘r'”, zegt Lauke trots. Ze geeft meteen een taaltip mee voor als ik het ooit moet gaan uitleggen op de radio: “Als je Gentse ‘r’ achteraan in je keel zit, moet je haar laten rollen met genoeg speeksel.” We staan een beetjes ‘r’s’ te oefenen en inderdaad, als je die Gentse ‘r’ niet laat rollen, klinkt het toch alsof je je keelgat moet laten nakijken door een dokter. Ik heb een hekel aan dokters. Met hun spuiten en hun pillen altijd.

Van goeden huize

In haar hoedanigheid van taalpuriste kan ook Lauke zich echter af en toe schromelijk vergissen, zo ondervond ze. “Daarnet zei ik tegen iemand die nogal stond te stamelen dat het me opvalt dat mensen die te veel gedronken hebben geen ordentelijke zinnen meer kunnen vormen. ‘Ik heb een spraakgebrek’, antwoordde die man. Dat was best gênant”, vertelt Lauke.

Met Lauke heb ik een uitvoerige discussie over de toestand van de wereld waarbij ik mezelf – ongemerkt natuurlijk – veelvuldig tegenspreek. Aanvankelijk biedt Lauke nog weerwerk door te zeggen dat ik onzin uitkraam, maar uiteindelijk stelt ze vast dat ze ‘ja’ antwoordt op alles wat ik uit mijn botten sla. “Ik zou je moeten tegenspreken, tegen je moeten ingaan, maar ik sta hier maar ‘ja’ te knikken”, concludeert Lauke. Je moet inderdaad van goeden huize zijn om een Van der Mensbrugghe onder tafel te praten, zo hebben al velen vóór Lauke ondervonden. Waarmee ik natuurlijk niet gezegd heb dat Lauke niet van goeden huize is, maar het zou toch een verflaagje kunnen gebruiken.

Een geut whisky

Als de Vlasmarkt zo goed als leeg is, proberen Yves, een bejaarde muzikant uit Lokeren, en Dieter, een jonge christenmens die koffie ronddeelt, elkaar onder tafel te praten over God en geloof. Het levert een diepzinnige conversatie op, waarbij Yves zegt dat God alles is. Zelfs de stenen op de Vlasmarkt zijn God.

“God is geen steen”, corrigeert Dieter.

“God is een steen”, zegt Yves beslist.

Enkele jonge snaken nemen de bejaarde rocker Yves op in hun midden. Yves is een kleurrijk figuur van 899 jaar oud. Volgens hemzelf moet hij nog geboren worden, zo jong is hij.

De twee raken er theologisch gezien niet uit, maar Yves krijgt af en toe een nieuw kopje koffie van Dieter waar ik dan een geut whisky uit mijn heupfles in giet.

“Deze maatschappij heeft Gods geboden overboord gegooid”, weet Dieter, die al van op zijn zesde het woord Gods verspreidt en zich ondertussen aangesloten heeft bij de Jesus Crew. “God heeft ons die geboden nochtans gegeven opdat het de mensen goed gaat. Als de mensen God en Zijn geboden overboord gooien, blijft er niets anders dan ellende en miserie.”

Lovenswaardig leven

Volgens de uitgeslapen Dieter moeten we erkennen dat we schuldig zijn tegenover God. “Zonden zijn de scheiding tussen God en de mensen”, poneert hij. “Alleen God kan ons verlossen van onze zonden. Daarom heeft Jezus tweeduizend jaar geleden uw en mijn zonden op Zijn schouders genomen.”

Voor Dieter is het duidelijk: zonder geloof in God kunnen we geen goed mens zijn. “De mens neigt naar het kwade. Maar uit liefde voor God kies ik ervoor om niet te liegen en te stelen.”

“De mens is zuiver geboren”, stelt Yves stellig. “Ik ben 899 jaar en ik moet nog geboren worden.”

Ik leg Dieter uit dat ik atheïst ben, maar dat ik er toch naar streef om het goede te doen. Ik werp hem beleefd voor de voeten dat veel mensen geen geloof in God nodig hebben om een lovenswaardig leven te leiden. “Wat is er dan het ergst: niet geloven in God, maar het goede doen, of geloven in God, maar zondig zijn?”, vraag ik, subtiel alluderend op het pedofilieschandaal binnen de katholieke kerk.

“Da’s een goede vraag”, geeft Dieter toe. Maar echt lang hoeft hij niet na te denken over een antwoord. “Het gaat er niet om dat je goede dingen doet, het gaat erom dat je niet zondigt. Alleen met de hulp van God lukt dat.”

In stilte blijf ik erbij dat ik God of de Bijbel niet nodig heb om een voorbeeld te zijn voor mijn medemensen. Barmhartig giet ik nog een scheut whisky in Yves’ koffie. Dieter weigert beleefd. Zonde.


Flattr this

Op de dj-toren aan de Vlasmarkt wordt de sneeuwmachine aangezet. Dat leidt tot handgezwaai en vreemd schuim in je pilsje.

Nima Jebelli is omgeven door ongelovige christenhonden. 'Repent, y'all, repent!', predikt hij.

Nima Jebelli is omgeven door ongelovige christenhonden. 'Repent, y'all, repent!', predikt hij.

'Toon berouw voor uw zonden, of ik ontplof', gromt Nima Jebelli. De fotograaf krijgt uit schrik het beeld niet scherp.

Nima Jebelli steekt zijn vuist in de lucht. De onreine christenhonden op de Vlasmarkt hebben zich aan zijn gezag onderworpen.

Zodra hij iedereen bekeerd heeft, draagt Nima Jebelli bij tot de goede sfeer middels traditioneel handgeklap. In zijn leven vormt Nima een brug tussen het Oosten en het Westen. Die brug staat nog niet op instorten, maar de Feesten zijn dan ook maar pas begonnen.

Twee heren die elk iets van een zijstreep in hun kapsel hebben, wisselen ervaring uit. Zij hebben hun zaakjes duidelijk op orde.

Heeft deze jongeman een tattoo laten zetten om z'n spieren te benadrukken, of heeft hij spieren gekweekt om zijn tatoeage onder de aandacht te brengen? Vraag het hem gerust als u deze man tegenkomt.

Een jong stel vraagt om al kussend en rokend op de foto te mogen staan. De fotograaf zegt 'oké', vraagt zes euro en gaat zich een Irish coffee bestellen. Het leven zit soms eenvoudig in elkaar.

Dries Eeckhaut en Jeroen De Temmerman ontvangen een nieuwe voorraad Irish coffee. 'Past dit wel bij het ideaalbeeld van de Gentse Feesten?', vraagt Dries zich af.

Een nieuwe voorraad schuim daalt neer over de massa. Zodoende blijft iedereen toch een beetje proper.

Vlokken schuim tooien het gestileerde kapsel van Stijn Baert. 'Als mijn haar hier hinder van ondervindt, stap ik naar de flikken', dreigt Stijn binnensmonds.

Ook Nicholas Courant ontsnapt niet aan de kunstmatige sneeuw. 'Maar zolang er geen flikken uit de lucht vallen, klagen we niet', lijkt de algemene consensus.

Yves beschermt zijn kapsel tegen het neerdwarrelende schuim. Zijn neomoderne coupe zullen ze alvast niet verbrodden.

Een lichtelijk gehandicapte medemens komt de vredevolle harmonie van de Vlasmarkt verstoren door met zijn kar tussen het volk te sjezen. Lichtelijk gehandicapten zouden hun plek moeten kennen.

Na uren en uren drinken beginnen sommige wallen wel erg zwaar door te hangen. 'Maar morgen is er een nieuwe dag, tegen dan zullen ze wel weer op hun plek hangen. Hoop ik', prevelt de eigenaar.

Een jonge vrouw met afropruik neemt het volledige beeld in beslag. Dat is goed, zo wordt u niet geconfronteerd met het mottige gelaat van de zatlappen achter haar.

Een stijlvolle dame heeft speciaal haar witte laarzen aangetrokken voor de Feesten op de Vlasmarkt.

Een vreemdeling van onduidelijke komaf probeert het meisje Lauke te verleiden. Zij valt voor zijn bril, maar niet voor de ogen die erachter schuilen.

'Ik had haar bijna', zegt een vreemdeling over het meisje dat hem net ontglipte. 'Had ik ze nu nog net íéts dieper in de ogen gekeken, dan was ze de mijne.'

Lauke glimlacht opgelucht. Ze is weer eens ontsnapt aan charmeurs van onduidelijk allooi. 'Het is toch belangrijk dat verleiders goed ter taal zijn', weet de immer kritische Lauke.

Sommige mensen hebben geen bed met satijnen lakens nodig voor romantiek. De Vlasmarkt volstaat.

Sommige mensen hebben geen bed nodig voor een deugddoend dutje. Een trede volstaat.

Na de fotograaf is David Van Belleghem met voorsprong de meest frisse vierder op de Vlasmarkt. Hem zullen ze niet gauw naar huis drinken.

Ivo, bij zijn vrienden beter bekend als UFO, geniet van een pilsje. Zijn hoedje is van een of ander exclusief merk dat enkel verkocht wordt in de Zeeman.

Twee volhouders maken met gebarentaal duidelijk dat zij best aangename kerels zijn om mee op te trekken. Mensen die daaraan twijfelen, nemen beleefd een slokje van hun biertje of kijken wat doelloos rond.

Vuiligheid wordt opgekuist met een trekker. Niets hightech, gewoon noeste handenarbeid. Jobcreatie is weer helemaal in.

Een man probeert een hoop bekers op een hoopje te borstelen. Je moet je ergens mee kunnen bezighouden, hé, als je om negen uur 's ochtends nog op de Vlasmarkt staat.

Over de rassen heen ontstaat er verbroedering. Nima Jebelli had ontroerd een traan weggepinkt was hij nog present geweest. Dat kan hij dankzij deze foto alsnog doen.

Yves overschouwt tevreden de Vlasmarkt. Hier klopt zijn hart, hier stroomt zijn bloed, hier zal zijn geest ronddwalen mocht zijn lichaam ooit komen te verscheiden.

Adrien, telg uit het roemrijke Gentse geslacht Cocquyt, blijft stevig overeind op de Vlasmarkt. Een Cocquyt krijg je niet gauw klein.

Een putatieve prins eigent zich de troon van de Vlasmarkt toe. Onder zijn bewind zal het volk gratis bier krijgen en moeten alle flikken zichzelf in de nor draaien.

Enkele verschoppelingen zitten te wachten tot Ivago hen komt opscheppen. De fut is eruit, energie hebben ze niet meer, zelfs niet om de parasiet van een fotograaf weg te jagen.

Een man met West-Vlaamse roots monstert de leeggelopen Vlasmarkt. 'Het is goed geweest. Morgen komen we terug en hopelijk beleven we onder dezelfde omstandigheden een even glorieuze nacht', vat hij een en ander samen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: