Très dangereux
14 juli 2012
Leg er u bij neer: de Gentse Feesten zullen nat zijn. U zult doorweekt op de Vlasmarkt toekomen en nog doorweekter terug naar huis gaan. En dan? We laten een beetje regen de feestvreugde toch niet dempen? Op uw tanden bijten en zuipen, verdomme.
Inderdaad: regen. Ik kom iets na vieren mijn huis uit gewandeld en daar wacht zij mij reeds op. Zacht, maar volhardend. Een blij wederzien is het niet, haar negeren lijkt mij de beste oplossing.
Zoals elk jaar zijn de Feesten nu nog niet officieel begonnen, maar zoals elk jaar verwacht ik straks toch op een bruisende Vlasmarkt te arriveren. Beetje prospectie doen, eventueel enkele nieuwe hoofdpersonages casten, checken of het Botramkot een betere locatie gekregen heeft dan vorig jaar, bon, ik zal me wel kunnen bezighouden.

Nog vóór de zon opkomt, is het meeste volk al verdwenen van op de Vlasmarkt. Alleen regendruppels zijn in groten getale aanwezig.
Traditioneel heb ik me ook nu helemaal niet voorbereid op de Gentse Feesten. Vraag mij niet wie er allemaal optreedt, hoe de Vlasmarkt ingericht is en of de Sfeerbeheerders dit jaar een vrolijk hoedje dragen: dat zal ik ter plekke wel allemaal uitvogelen. Het enige wat je nodig hebt om tien dagen Feesten te overleven is een zekere aanleg voor alcoholgewenning. In de voorafgaande weken en maanden moet je je lichaam voldoende in contact laten komen met alcohol opdat het niet te zeer opschrikt en jou met gruwelijke katers opzadelt wanneer je tien dagen aan een stuk moet presteren.
Sommige mensen beginnen zonder enige gewenning aan de Feesten. Ze hopen dat ze gaandeweg hun conditie zullen opbouwen, maar na enkele dagen zijn ze al zo kapot dat ze het einde van de tiendaagse niet meer halen. Ik voorspel zo’n scenario voor het meisje dat al zigzaggend de Albertbrug probeert over te fietsen. Voor haar is alcoholgewenning nog een projectje, een werkpuntje waar ze de komende tien dagen serieus zoet mee zal zijn.
Ik nader het centrum van de stad, maar veel leven is er niet. Zal er wel volk zijn op de Vlasmarkt, vraag ik me bezorgd af, of bevindt Gent zich nog in een sluimerslaap? Ah, gelukkig, op de Kouter zie ik tenminste enkele zatlappen rondlopen. Een goed teken. De idioten zijn druk bezig met het verslepen van weerloze verkeersborden. Daar zullen deze helden ongetwijfeld een enorme ego-boost aan overhouden waarvan ze zich ‘s anderendaags niet eens meer de oorsprong kunnen herinneren. Maar dat ego: tjonge, nog nooit zoveel zelfvertrouwen gehad!

Als een veelbelovende, maar helaas potdicht gesloten oase fonkelt het Botramkot op de grauwe, klamme Vlasmarkt. Vandaag geen mullepaté.
Oef, er is volk op de Vlasmarkt. Bedroevend weinig, maar ik kom niet toe op een plaats die zo dood is als een pier. In het tentje van de Kinky Star kom ik Ollie tegen. Ollie is de voormalige uitbater van de Trashiq. Je zou kunnen zeggen dat zijn café op de fles ging en dat deed het ellendige ding ook. Jammer, want zover ik mij kan herinneren heb ik er mooie tijden beleefd. Ollie is nu havenarbeider.
“Ik ben een slachtoffer van de crisis en het rookverbod”, analyseert hij zijn situatie. “Ik heb de effecten van de crisis onderschat. Maar met het slechte weer van tegenwoordig ben ik blij dat ik geen café meer openhoud. Die regen is dodelijk. Vorig jaar was het ook zo’n slecht weer op de Feesten. Dan draait ge meteen 70 procent minder omzet.”
Voor het eerst in jaren is Ollie weer een gewone bezoeker van de Vlasmarkt. Hij heeft een geheel eigen plan om de Feesten door te komen. “Iedere dag ga ik iets anders doen met m’n baard. Ik heb speciaal twee weken gespaard”, zegt hij trots. “Graag zou ik op de laatste dag rondlopen met een pornosnor.”
Voor de rest is Ollie kaal. “Eén keer in je leven moet je je toch wel eens kaalgeschoren hebben. Nu, bij mij is het veeleer een oplossing dan een statement”, vertelt hij.
Hij nodigt me uit om eens over z’n schedel te wrijven. Jawadde, dat voelt zacht. “Suede”, knikt Ollie. “Suedeheads zijn niet-racisten.” Ik feliciteer hem en kom even later terecht in het gezelschap van Adrien Cocquyt, de kleine broer van de gevreesde Edmond Jr.

Ja, natuurlijk, je kúnt je wagen tijdens de Gentse Feesten achterlaten op de Vlasmarkt. Maar wees dan niet verbaasd dat ie gebruikt wordt als toog.
“De dag vóór de Gentse Feesten moogt ge nooit missen!”, doceert Adrien als volleerde baas. “Dan komt ge alle mensen tegen die ge de volgende dagen nauwelijks nog zult zien omdat het veel te druk is.”
Ik schrijf zijn woorden netjes op, waarop Adrien me stomverbaasd aangaapt. “Is dat stenografie?”, vraagt hij wijzend op het hermetische gekrabbel in mijn notitieboekje.
“Neen, gewoon het alfabet”, verklaar ik.
Aan de plooien in zijn gezicht merk ik dat hij er het zijne van denkt. Adrien is toe aan een ander onderwerp en beveelt me om naar Walter De Buck te gaan kijken, zaterdag 14 juli om acht uur bij Sint-Jacobs.
“Leeft die mens nog?”, vraag ik verbaasd.
“Natuurlijk leeft die mens nog. Hij is beter dan ooit. Enfin, beter dan de voorbije jaren”, prijst Adrien Walter aan. “Zijn stem is nog altijd heel mooi.”
“Ze piept ondertussen wel een beetje”, merk ik op.
Adrien lijkt nog een poging te willen doen om die boude stelling te ontkennen, maar uiteindelijk laat hij de schouders hangen en geeft hij deemoedig toe: “Ja, inderdaad, hij piept een beetje, maar tóch heeft hij nog altijd een mooie stem!” Dat zal wel.
In de Kinky Star wordt er geen bier meer getapt – wat schandalig is, maar bon, er zijn erger problemen in de wereld – zodat ik naar de nachtwinkel moet voor pintjes. Ik heb met name beloofd om er eentje mee te brengen voor Tiemen en Ian. Ian is al bien, in die zin dat ik hem probleemloos kan wijsmaken dat hij er nog bloednuchter uitziet.
Het is al aardig klaar ondertussen en er staat minder dan tien man op de Vlasmarkt. Toch blijft er voldoende waanzin om je geen seconde te vervelen. Terwijl wij op de natte kasseien onze blikjes ledigen, krijgen we het gezelschap van een Congolese Belg die zich van kop tot teen in blauwe jeans gehuld heeft.

Vanuit de Stadshal heb je een uitmuntend én overdekt zicht op de Sint-Niklaaskerk. Hoe langer het blijft regenen, hoe meer fans het omstreden bouwsel zal krijgen.
“C’est très dangereux ici”, waarschuwt de man met tollende ogen, waarop hij in een krijsende lach schiet die huiveringwekkende herinneringen oproept aan de snerpende hysterie van Arthur Brown. Vervolgens kijkt hij minutenlang doordringend in de ogen van Tiemen.
Even later krijgen we het gezelschap van een man die in het Engels een sigaret komt vragen. Het blijkt gewoon een Gentenaar te zijn, maar niet zo één als alle andere. Hij steekt een warrig verhaal af over een goede maat van ‘m die al iets vaak in het prison gezeten heeft. “Justitie draait vierkant”, zucht de man.
Voor ons heeft hij echter een compliment. “Jullie hebben een goede positionering uitgekozen op dit plein, maar ik ben iemand anders”, legt hij uit, alvorens ons weer te verlaten en de Charlatan binnen te strompelen.
“Als justitie vierkant draait, is het tijd om naar de Charlatan te gaan”, merkt Tiemen droogjes op, en geef hem eens ongelijk.
Wij nemen afscheid en verlaten de Vlasmarkt, elk een geheel eigen richting kiezende. Blijven over: niet overdreven veel lege bekertjes en blikjes en die eeuwige regen waar we ons maar niet van kunnen verlossen.
Boven onze hoofden verschijnen ondertussen de eerste meeuwen, ongedurige beesten die immer hun ogen opensperren op zoek naar een brok eetbaar afval. Als moderne aasgieren cirkelen ook taxi’s rond de Vlasmarkt. Zij hebben hun prooien geroken: uitgeputte jongens en meisjes die genoeg gedronken hebben om niet meer op hun benen te kunnen staan, maar ook niet zoveel dat ze geen geld meer hebben voor een dure taxirit.
Ik ben nog nuchter genoeg om op eigen kracht naar een tramhalte te marcheren. Daar zit een man van etnische afkomst een of ander etnisch lied te zingen. Tussen de versregels door hikt hij erop los. Voor een cultureel volksfeest hebben de Gentse Feesten weinig genade voor minderheden.
- Nog vóór de zon opkomt, is het meeste volk al verdwenen van op de Vlasmarkt. Alleen regendruppels zijn in groten getale aanwezig.
- Als een veelbelovende, maar helaas potdicht gesloten oase fonkelt het Botramkot op de grauwe, klamme Vlasmarkt. Vandaag geen mullepaté.
- Ja, natuurlijk, je kúnt je wagen tijdens de Gentse Feesten achterlaten op de Vlasmarkt. Maar wees dan niet verbaasd dat ie gebruikt wordt als toog.
- Een pluim voor de stad Gent. Eerst ontnemen ze ons met een schaapsstal het zicht op de Sint-Niklaaskerk en vervolgens wordt ons zicht op de Stadshal verhinderd door een plastieken paardenstal. Dat alles in naam van de merchandising.
- Vanuit de Stadshal heb je een uitmuntend én overdekt zicht op de Sint-Niklaaskerk. Hoe langer het blijft regenen, hoe meer fans het omstreden bouwsel zal krijgen.
- Binnenin de Stadshal. Zelfs tijdens miezerig regenweer blijft het er verdomd gezellig schuilen.
Hippies en Ronny’s
29 juli 2010
Ze zijn voorbij. Die tien dagen waar elke Gentenaar maanden naar uitkijkt, zitten er weer op. Het was leuk, maar ik zal ze even niet missen, die Gentse Feesten. Tijd om terug te keren naar planeet Aarde.
Voor de tiende en laatste keer laat ik mijn vrouw eenzaam en alleen achter in ons bed. Normaal gezien sta ik tijdens de Gentse Feesten om halfvier ‘s ochtends op, maar vanavond ben ik niet eens in bed gekropen. Er is voor de verandering iets te doen vóór 4 uur: het optreden van Freddy De Vadder en de Bende van Miènde op het podium bij Sint-Jacobs. Daar wil ik mijn slaap gerust voor laten.
Steenworp

Een laatste keer fungeert de Vlasmarkt als openluchtdiscotheek. Dit is de nacht van de gemiste kansen, van de mensen die nog één maal alles willen geven.
Tijdens het optreden dommel ik niet in, wat altijd wijst op kwaliteit. Noch begin ik me na drie nummers te ergeren dat ik recht moet staan. Meestal word ik al vóór het eerste applaus ambetant als ik niet kan zitten. Vandaar dat ik slechts zeer zelden naar optredens ga en dat je me op muziekfestivals niet zult zien.
Het voordeel van de Gentse Feesten is dat je al dat culturele gedoe probleemloos kunt skippen. En als het is om te drinken vind ik het niet erg dat er geen zetels voorhanden zijn.
Nadat Freddy zich door de bisnummers gegromd heeft, begeef ik me naar de Parels. De Parels is een prima plek om te aperitieven op een steenworp van de Vlasmarkt. Je kunt er in alle rust cava staan drinken terwijl de trekkende en duwende massa op de Vlasmarkt zichzelf bijkans versmacht. Wat zijn we stijlvol, mijn maten en ik.
Korsten
Terwijl ons glas gevuld wordt met sprankelend vocht, vertelt Thomas Steurbaut dat hij een tip heeft voor me. “Volgend jaar moet je tijdens de Gentse Feesten eens een reportage maken over Ronnyville.”
“Ronnyville?”, vraag ik achterdochtig.
“Klein Turkije. Daar vind je de korst van de maatschappij.”
“Zijn die Ronny’s dan zo interessant?”
“Natuurlijk wel! Het zijn eigenlijk ook geen Ronny’s, maar korsten.”
“Wat bedoel je met ‘korsten’?”
“Een korst is iets dat op het lichaam zit en dat we liever kwijt zijn, maar dat wel nodig is.”
“Wil je zeggen dat Ronny’s nodig zijn op het lichaam der maatschappij?”

Brecht Decaestecker, journalist en blanke hiphopneger bij De Morgen, maakt enthousiast reclame voor zijn krant.
“Uiteraard zijn Ronny’s nodig! Zij zetten ons ras voort door kinderen te kweken”, argumenteert Thomas. “Intellectuelen poepen immers niet graag. Die trekken zich slechts af op pornofilms waarin het nota bene vol Ronny’s loopt.”
“Het klinkt alsof je hier lang over nagedacht hebt.”
“Maar het is toch allemaal vanzelfsprekend? Zelfs bij de oermensen had je volgens mij al Ronny’s. Intellectuelen vonden het wiel uit, de Ronny’s zorgden voor het zaad.”
“Bestaat er dan ook geen tussenvorm, een soort intellectuele macho?”
Thomas denkt even na. Dan verschijnt er een licht van groot respect in zijn ogen. “Er is één intellectuele macho in de hele wereld: Clint Eastwood. In vergelijking met hem zijn wij allemaal janetten.”
Ademruimte
Terwijl we de ziel van de intellectuele macho verder proberen te doorgronden slinkt onze groep zienderogen. Enkele mensen keren reeds voor de ochtendstond terug naar huis, anderen kunnen niet weerstaan aan de lokroep van de Vlasmarkt.
“Ik ga niet mee, het is nog te vroeg”, oordeelt Matthias. “Op de Vlasmarkt zijn er nu nog veel te veel mensen.”

In de periferie van de Vlasmarkt verorbert Matthias een pizza. 'Hier kan ik me tenminste rustig stellen eten zonder me vertrappeld te voelen.'
Matthias heeft gelijk, het ís nog veel te vroeg. Ikzelf verschijn altijd pas tegen 5 uur op de Vlasmarkt. Er is dan al iets meer ademruimte. Zeker op de allerlaatste nacht van de Gentse Feesten moet je je niet haasten om op de Vlasmarkt te verschijnen als je geen voorstander bent van drukkende massa’s.
Huilen
Uiteindelijk zetten we ons een halfuur later toch in beweging. “Het is nog altijd veel te vroeg”, sakkert Matthias. Maar zijn verzet baat niet, de groep heeft besloten om tussen het volk te staan, en tussen het volk zullen we staan.
Het is een massa volk. Niet aangenaam. Matthias en ik beginnen bijna te huilen als kleine kinderen wanneer we zien dat de toog van de Kinky Star schier onbereikbaar is. Een halfuur van mijn leven verspillen om aan te schuiven voor een pintje? Mooi niet.
“Zouden ze in ‘t Smulderken pintjes hebben?”, vraagt Matthias.
Dat is geen slecht idee. ‘t Smulderken is een broodjeszaak, geen nachtwinkel. Het zijn alleen de nachtwinkels die tussen 1 uur en 9 uur geen alcohol mogen verkopen. “Kom, laat ons eens kijken. Dan zijn we tenminste even weg van tussen al die mongolen hier”, besluit ik.
Magisch

Tijdens de laatste nacht van de Gentse Feesten draaien mensen de gruwelijkste dingen in hun molen om overeind te blijven.
We hebben geluk: er zijn pintjes te koop. We zetten ons neer op het terrasje en genieten van de rust en het bier. Om de stilte te verdrijven hebben we het over één van de Grote Thema’s van het Leven: de Liefde. Alras komen we tot de conclusie dat liefde niets meer is dan een combinatie van vriendschap en erotiek. Die combinatie heeft het best iets magisch, anders stop je er beter mee.
Verder hebben we op dat moment niet veel meer te zeggen over de liefde, dus keren we maar weer terug naar het zuipende volk. Waarom blijft het toch zo druk? Moeten de mensen niet werken morgen?
Onstabiele relatie
Kevin Devos, een man met smaak die de affiches opstelt van Gent Jazz en Jazz Middelheim, heeft een verklaring voor de drukte. “Dit is de nacht van de gemiste kansen”, doceert hij. “Voor alle mensen die nu al negen dagen proberen om een lief op te doen is het de laatste kans.”
“Je klinkt niet alsof die mensen nog veel hoop moeten koesteren.”
“Neen, dat is zo. Ze zullen het zich morgen allemaal beklagen dat ze niet aan de een of andere costa zaten. Daar hadden ze misschien meer succes.”
“Liefde en Gentse Feesten: ze gaan niet samen”, zeg ik. “Ofwel zie je mensen in een hoogst onstabiele relatie belanden, ofwel zie je een relatie die sowieso al aan het kwakkelen was spectaculair ontploffen, met vele bittere tranen tot gevolg.”
“Het is ongelooflijk”, knikt Kevin. “Elke ochtend passeer ik op weg naar huis langs Portus Ganda. Dat is werkelijk een echtscheidingsrechtbank. Er wordt geruzied dat het niet mooi meer is. Alle onuitgesproken dingen komen naar boven, vaak een uur nadat mensen nog met elkaar zouden trouwen.”
Vertrappeld

Frederik Segers is de nuchterste man van de Vlasmarkt. 'Ik heb ontdekt dat het hier ook best plezant is als je gewoon cola drinkt. Neen, echt waar, ik méén het!'
Het zou goed zijn als de mensen naar Kevins wijze woorden luisterden, maar helaas: de drukte verdwijnt maar niet. Zodoende staat Matthias nog altijd geërgerd met zijn ogen te draaien omdat er voortdurend zatte meisjes en jongens tegen hem opbotsen.
“Ik voel me een beetje vertrappeld”, verwijst hij naar het drama in Duisburg. “Ik kan me heel goed inbeelden wat de mensen in die tunnel ervoeren. Vooral emotioneel dan. In het echt zal het daar allicht nog wel anders geweest zijn, maar toch: hier is het ook ambetant.”
Topavond
Echt zorgen maak ik me niet. Veel van de aanwezigen op de Vlasmarkt zijn specialisten, feestvierders van gerodeerde routine. De anderen zijn veelal mensen met een schuldgevoel die de Feesten grotendeels gemist hebben en toch één avond hun smoelwerk willen tonen. Volgens mij is de massa ook te dronken en te goedgezind om in paniek te schieten. Hoe kan het anders dat zoveel mensen met een glimlach rondlopen?
Eén van die glimlachers is David Van Belleghem. “Het is een topavond”, onthult David. “Bijna iedereen die hier moet zijn, is hier. Daarbij is iedereen super sympathiek.”
Wijze uitspraak
Ook Marieke, een meisje van krullende haren en felblauwe ogen, amuseert zich. Er is stilaan wat meer ruimte ontstaan en onophoudelijk staat ze met haar achterwerk te zwieren. “Je gat is alles”, legt ze al dansend uit. “Ik heb er één. Ik kán het.”
Het doet me terugdenken aan een wijze uitspraak van Thomas van enkele uren geleden. ”Weet je wat mijn vader altijd zei toen ik klein was?”, vroeg Thomas me. “‘Het is aan je eigen hol dat je weet hoe een ander schijt.’ Dat wil zeggen: je weet wat een ander doet omdat je het zelf doet.”
Onwezenlijks

Edmond Cocquyt senior met zijn zoon Edmond junior. 'Alles is hier lang, lang geleden begonnen met vijf hippies die samen één Irish coffee dronken', herinnert senior zich.
Het is een inzicht dat slechts op de Vlasmarkt kan opborrelen: ons gat als ultieme baken van wijsheid en zelfvertrouwen. Ik heb er echter mijn bedenkingen bij, want ik zie over de smerige kasseien een baken van wijsheid schrijden dat niet voor een gat te vangen is: Edmond Cocquyt. Niet de bebrilde kerel die de Vlaspoppenworp organiseert, maar zijn eerbiedwaardige vader, een wandelende encyclopedie over Gent en de Gentse Feesten.
“Goedemorgen mijnheer Cocquyt, alles in orde?”, groet ik hem.
Edmond senior kijkt met een halve grijns om zich heen. “Tja. Het heeft iets onwezenlijks, hé. Driehonderd meter verder zie je al opnieuw een normale stad die normaal functioneert, maar hier blijven de mensen feesten”, zegt hij.
“Was het in uw tijd dan zo anders?”
“Vroeger was de Vlasmarkt het gebied van de kinderen”, herinnert Edmond senior zich. “Er stond hier elk jaar de een of andere constructie, bijvoorbeeld een gigantische koe. Via de aars kroop je naar binnen om er via haar tong weer uit te rollen.”
“Oei, dus op mooie ochtenden in de vroege jaren zeventig stond dit plein nog niet vol zatte mensen?”
“Neen, zeker niet. De Feesten waren toen louter bij Sint-Jacobs. Ik weet nog hoe ik mijn Mini parkeerde vlak voor café Trefpunt, de straat overstak naar het middenpleintje en dat ik dán pas op de Gentse Feesten was. Tegenwoordig denken mensen dat ze de Feesten hebben gezien als ze tien dagen aan een stuk op de Vlasmarkt hebben gestaan. Dat klopt natuurlijk niet.”
“Hoelang gaat de traditie om hier tot ‘s morgens vroeg te blijven drinken eigenlijk al mee?”
Edmond senior graaft in zijn geheugen. “Goh, dat is allemaal zeer geleidelijk begonnen, het is moeilijk om daar echt een jaar op te plakken”, zegt hij. “Toen Walter De Buck de Gentse Feesten nieuw leven inblies, was er hier op de Vlasmarkt één café: Ekkentu, waar nu De Pantomiene is. Al van in het prille begin kwamen we naar daar als de optredens bij Sint-Jacobs afgelopen waren. Dan zaten we met vijf, zes man Irish coffee te drinken tot een uur of zeven ‘s ochtends. Elk jaar werd dat een beetje groter en een beetje later.”
Oprecht blij ben ik dat te horen. Het betekent dat zelfs het hippe gedruis van de Vlasmarkt deel uitmaakt van de folklore van de Gentse Feesten. Er was geen cafébaas die met een kater in zijn bad lag, opeens een lumineus idee kreeg en enkele collega’s belde met de boodschap: “Yo, gasten, als we nu eens een openluchtdiscotheek installeren en allemaal Irish coffee beginnen te verkopen, zou dat niet de max zijn voor onze jaaromzet en al?”
Neen, dit plein draagt evenzeer de traditie van de oude hippies in zich. Zelfs de talloze West-Vlamingen die nu hun zogenaamde Flashmarkt inpalmen en overmoedig van hun plezante koffie slurpen, zijn epigonen van de langharige contrairen die er veertig jaar geleden een serieuze schop in hebben gegeven.
Het is mooie kennis om te vergaren op de laatste ochtend van de Gentse Feesten. Graag had ik er nog wat langer van genoten, op mijn plein, tussen de personages en de figuranten van mijn verhaal, maar daar komen de wagens en de machines van Ivago alweer aangestoven, met in hun kielzog een tiental journalisten en fotografen. Ons afval, dat we gedurende tien dagen met zoveel overtuiging tussen de kasseien hebben gestampt, wordt losgewrikt en weggevoerd. Geüniformeerde mannen deporteren onze vuiligheid naar de verbrandingsoven.
Dat het dus gedaan is. Mijn notitieboekje staat vol. Mijn Vlasmarkt loopt leeg. Eenieder strompelt naar zijn bed, al dan niet met een tussenstop langs een normaal terras in een normale stad, een stad die er niet meer uitziet alsof hij ieder jaar het grootste culturele volksfeest van de planeet organiseert.
Een laatste biertje lukt nog net, en dan, eindelijk, naar bed. Twee weken platte rust. Zodat we fris man zijn tegen de Patersholfeesten.

Journalist Brecht Decaestecker overschouwt de Vlasmarkt. 'Ik wou hier nog wat zieltjes ronselen voor mijn partij 'Hent West-Vlaams', maar ik heb me van zweetband vergist', treurt Brecht.

Hans, een stoere manskerel van wie vaak enige dreiging uitgaat, toont zich van zijn zachtste kant. 'Mijn wallen maken me menselijker.'

Zelfs oude hippies blijven welkom op de Vlasmarkt. 'Ik weet dat ik een heel lelijk mannetje ben, maar mijn hart is goed en mijn ziel is rein.'

Via zijn neusgaten laat deze man in zijn ziel kijken. 'Zie je wel dat ook mijn hart rein en goed is? Zelfs op dit uur en op deze plaats.'

Het retrofascistische Batakamp heeft met zijn witte kousen een nieuwe traditie gelanceerd die hopelijk snel in de kiem gesmoord zal worden.

Gert Boel is een hele kerel. Hij prijst zichzelf aan als een betrouwbare jongeman aan wie je gerust al je geheimen kunt toevertrouwen. 'En ook al je geld', giechelt hij vertrouwenwekkend.

De hoeden van Pampero zijn populair op de Vlasmarkt. 'De oude hippies van vroeger zouden dat natuurlijk niet graag zien, maar ja, wat hebben die kerels eigenlijk al bewezen in hun leven?'

Een man van onduidelijke komaf verplaatst zich sierlijk door de massa. 'Mijn petje accentueert de elegantie van mijn bewegingen.'

Hans Dekeyser maakt van de laatste ochtend van de Gentse Feesten gebruik om voor het eerst acte de présence te geven. Zijn stijlvolle petje redt hem van de hoon die hij eigenlijk verdient.

Bij sommige mensen laat hun hoofddeksel diepere sporen na dan de Gentse Feesten zelf. Tijd heelt gelukkig alle wonden.

'Ah, neen, nu kom ik eens naar de Gentse Feesten en staat die mottigaard met zijn fototoestel hier ook weer', zucht Teun Van de Voorde verongelijkt.

Brecht Decaestecker heeft dan toch twee mensen gevonden die De Morgen lezen. 'Jullie laat ik voor de rest van mijn leven niet meer gaan', jubelt hij uitgelaten.

De medewerkers van het Botramkot nemen uitbundig afscheid. 'En nu gaan we elkaar weer een jaar lang mijden als de pest!'

Manschappen van Ivago houden zich klaar om het Botramkot af te breken. 'Op de schroothoop met dat mottig ding', luiden hun instructies.

Vuilnismannen blazen met hun machine alle afval op nette hoopjes. Elke herinnering aan de feestvreugde wordt zo uitgewist.

Feestvierders gaan in het verweer tegen de opruimactie. 'Blaas hier maar eens op', roepen zij uitdagend.








