Toestanden
21 juni 2009
“Ik ben geen rancuneuze mens.” Dat zijn de letterlijke woorden van de heer Klaus Van Isacker, algemeen hoofdredacteur van De Morgen, op de redactievergadering van 18 mei. De lijst van mensen die collectief buiten moesten, deed toen al anders vermoeden. De manier waarop de overblijvers nu behandeld worden, bevestigt alleen maar dat rancune zo niet de drijfveer dan toch minstens een bijzonder belangrijke factor is van het beleid van de hoofdredactie van De Morgen.
Waarom anders moet cultuurjournalist Dirk Steenhaut, reeds lang vóór de ontslagronde al veelvuldig geviseerd door de heer Van Isacker, gedwongen toetreden tot de sterfput van de eindredactie?
De heer Steenhaut is een kei in zijn vak. Hij schrijft als geïnteresseerde journalist en níét als dolenthousiaste fan, wat zeker in de wereld van muziekrecensenten veeleer uitzondering dan regel is. Ondanks die journalistieke afstandelijkheid geven zijn stukken ook altijd blijk van een grote liefde voor zijn onderwerp (veelal muziek van het alternatieve, zelfs experimentele soort) en voor de Nederlandse taal. Laat hem onder IJslandse lavabrokken zoeken naar onbekend muzikaal talent en hij leeft helemaal op. Met de Coldplays van deze wereld moet je hem daarentegen niet lastigvallen.
Als lezer kom je in de recensies van (DS) iets te weten over muziek zonder dat hij je lastigvalt met storende vergelijkingen en kromme metaforen. Zijn licht laat hij vooral schijnen op platen die niet op makkelijk succes mikken. Hij probeert de lezer er altijd van te overtuigen verder te kijken dan de Ultratop 50 en vervult zo een belangrijke rol voor de actieve meerwaardezoekers onder de muziekliefhebbers. Ook op het gebied van beeldende kunst en andere cultuuruitingen is de heer Steenhaut geen uil.
Toch vindt de heer Klaus Van Isacker dat de betrokken journalist “geen meerwaarde heeft voor de cultuurredactie”. Hij wordt gedegradeerd tot eindredacteur. Dat ging zo: afgelopen week kreeg de heer Steenhaut het voorstel om de eindredactie te versterken. Hij antwoordde dat hij daar niet op zou ingaan. Vervolgens werd hem gevraagd er een nachtje over te slapen. Niet nodig, “want ik mag erover nadenken tot ik blauw zie, maar, met alle respect voor de eindredactie, ik ga er niet heen”. En hij heeft verdomme gelijk, want de eindredactie is een strafkamp waar journalistieke talenten verkwist, vermoost en versmoord worden.
Een dag later was de heer Steenhaut niet van gedacht veranderd. Dat maakte ondertussen al geen moer meer uit, want uit de mond van de algemeen hoofdredacteur kwamen de volgende woorden: “Je hebt geen keus.” Einde gesprek. Je zult ‘t maar meemaken na ruim twintig jaar trouwe dienst.
Het is niet de enige vreemde beslissing van de man die het absolutisme een gezicht gaf op de Arduinkaai 29. Zo mag Paul Goossens, in 1978 oprichter van De Morgen en tegenwoordig vooral Europajournalist bij persagentschap Belga, zijn tweewekelijkse opiniebijdrage voortaan op zijn buik schrijven. Reden? “Ach, hij is toch niet goed.” Zegt de hoofdredacteur van wie niemand ooit een artikel gelezen heeft over zijn verre voorganger, een waar monument in de vaderlandse journalistiek. De heer Goossens was bij De Morgen hoofdredacteur van 1978 tot 1991. Ik ben benieuwd of de heer Van Isacker het even lang zal uithouden.
In ieder geval niet als de toestanden openbaar worden gemaakt waarover ik nu nog zedig zwijg. Ik zwijg uit respect voor de privacy van de betrokken personen. Ik zwijg ook omdat ik hen niet wil schaden door over hun wedervaren met de hoofdredactie te berichten. Maar als het moment gekomen is, zal men tot in Kobbegem de wenkbrauwen fronsen.
In afwachting daarvan nog dit: vrijdag hebben wij, de achttien mensen die het bedrijf de afgelopen twee maanden gedwongen of vrijwillig verlaten hebben, een uitstuiffeest gehouden in de Gentse Vooruit, de mythische plek die haar naam deelt met de krant waaruit De Morgen voortgesproten is. De laatste keer dat de redactie verzamelen blies in de Majolicazaal was drie jaar geleden, bij de afscheidsdrink van Wim Coessens. In 2006 moest de heer Coessens opstappen als algemeen directeur omdat de krant volledig opgeslorpt werd door De Persgroep Publishing. Voortaan was er geen sprake meer van NV Uitgeverij De Morgen, wel van media-unit De Morgen.
Met het verdwijnen van de directeur van De Morgen verdween ook een belangrijk tussenschot tussen de redactie en de directie van De Persgroep. De Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) titelde zelfs: ‘De Persgroep onthoofdt De Morgen‘. Profetische woorden. Ondertussen is duidelijk dat het personeel er inderdaad niet beter van geworden is, maar de oud-directeur wél. Hij was er ook, vrijdag. De ietwat schuchtere, afgeborstelde slungel van drie jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor een charismatische reus die blaakt van zelfvertrouwen.
Hij was niet de enige ex-medewerker van De Morgen bij wie zo’n transformatie vastgesteld werd. De hele avond lang merkten de beklaagde overblijvers op dat hun oud-collega’s er allemaal stralend bijliepen. Oprecht blij om bevrijd te zijn van De Morgen.
We kunnen niet anders dan de heer Klaus Van Isacker hetzelfde toewensen.