Vrije wil

15 juni 2011

'Ons brein' van Chris Frith.

We hebben geen vrije wil. Onze hersenen hebben ons eigenlijk zelfs niet nodig. Daarbij houden ze ons ook nog eens voor de gek. Niet af en toe, maar de hele tijd. Toch is het goed om in de illusie van de vrije wil te blijven geloven. Dat zegt de Britse neuropsycholoog Chris Frith.

Onlangs verscheen het boek Making Up The Mind (2007) van Chris Frith (69) in Nederlandse vertaling als Ons brein. Ik heb het boek uitgelezen, vond het interessant en mocht de auteur enkele vragen stellen. De weergave van ons gesprek staat vandaag in De Morgen.

Zoals gewoonlijk raad ik u aan om de gazet te kopen en dat interview te lezen. Wie meer wil weten, vindt hieronder de lange versie. En daaronder nog eens een artikel op basis van de meest sprekende citaten uit het boek.

Als de vrije wil een illusie is, betekent dat niet dat we geen verantwoordelijkheid dragen voor onze daden. Dat stelt de Britse neuropsycholoog Chris Frith. In zijn onlangs vertaalde boek Ons brein legt hij uit hoe onze hersenen ons voortdurend voor de gek houden.

Tot op vandaag zijn de menselijke hersenen het meest complexe studieobject in het ons bekende universum. Achterhalen hoe het brein werkt, is geen sinecure. Door de combinatie van experimenten en hersenscans leren we beetje bij beetje bij over de werking van onze hersenen. Wat blijkt? Het brein is zowaar een wetenschappelijk apparaat. “De wetenschap boekt vooruitgang door modellen van de wereld te maken, door op basis van die modellen voorspellingen te doen, en door de fouten in die voorspellingen te gebruiken om betere modellen te construeren. Vandaag onthult de wetenschap dat ons brein dezelfde principes gebruikt om kennis over de wereld te vergaren”, schrijf neuropsycholoog Chris Frith in zijn boek Ons brein.

Alleen zijn we als bewuste wezens helemaal niet betrokken bij dat proces. In zijn boek beschrijft Frith talloze voorbeelden waarbij het brein informatie achterhoudt voor ons. “Mijn brein kan perfect zonder mij”, laat hij zich zelfs ontvallen. Is dat werkelijk zo?

“Dat is voor een groot stuk waar”, nuanceert Frith. “Voor 90 procent doet ons brein wat het doet zonder dat wij daar bewust over moeten nadenken. Maar voor sociale interactie hebben onze hersenen ons nog altijd nodig. Het brein kan op zijn eentje geen conversatie voeren. (lacht)

Is dat dan het enige voordeel van ons zelfbewustzijn, dat we gesprekken kunnen aangaan?
Chris Frith: “Dat lijkt me een heel belangrijk voordeel is. Dankzij ons zelfbewustzijn is het gemakkelijker om te communiceren en samen te werken binnen een groep. Daardoor bouwen we een betere kennis op van de fysieke wereld dan we op ons eentje zouden kunnen.”

“Daarnaast geloof ik dat de vrije wil in zekere mate een sociale constructie is. We ervaren het gevoel van vrije wil doordat we met andere mensen interageren. Zij keuren onze daden goed of af.”

In uw boek gaat u ervan uit dat de vrije wil een illusie is, onder andere omdat de hersenen bepaalde beslissingen nemen zonder ons te consulteren.
“Als ik naar een object reik en het vastpak, doe ik dat eigenlijk vóór ik het goed en wel besef. Voor een muzikant die viool speelt, is het extreem handig dat hij niet bewust hoeft na te denken over de positie van zijn linkerhand om noten te vormen. Zo kan hij zich beter focussen op de grotere structuur van het muziekstuk. We voeren een hoop triviale handelingen uit zonder dat we daarover nadenken. Zo kunnen we ons concentreren op belangrijker zaken.

'Blijf geloven in de vrije wil, zelfs al is het een illusie', raadt Chris Frith aan.

Zoals bewuste, weloverwogen beslissingen nemen. Of doen onze hersenen ook dat voor ons?
“We zijn er ons als mens niet van bewust hoe we keuzes maken. Uit experimenten blijkt dat mensen beter in staat zijn om een geschikte wagen te kiezen als ze er níét over nadenken. Laat het brein rustig de cijfertjes verwerken.

“Tijdens de Verlichting maakte de idee opgang dat instinct en emoties in de weg stonden van goede beslissingen en rationeel gedraag. Tegenwoordig geloven we dat niet meer. Rationeel gedrag is meestal niet rationeel maar gerationaliseerd. Je doet iets en pas achteraf leg je uit waarom het goed was om dat te doen. Op die manier probeer je je gedrag goed te praten. Onze emoties zijn echter belangrijk bij het maken van goede beslissingen.”

Kunnen we slechte beslissingen dan ook afschuiven op ons brein?
“Dat is een delicaat onderwerp, want daarmee kom je op het terrein van de rechtsgang. Kunnen mensen door de rechtbank vrijgesproken worden als ze zeggen: ‘My brain made me do it’? Persoonlijk vind ik van niet. Het gevoel dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun daden blijft overheersen. Vergeet niet dat we kunnen oefenen om het goede te doen. Hoewel je er op het moment zelf niet over nadenkt, ben je door je verleden en opvoeding meer geneigd om het goede te doen dan het slechte.”

Sommigen beweren dat de vrije wil móét bestaan omdat we anders geen verantwoordelijkheid zouden dragen voor onze misdaden. We moeten gestraft kunnen worden en dat kan alleen maar als de vrije wil bestaat.
“Straffen kunnen het gedrag van mensen veranderen, of er nu een vrije wil bestaat of niet. Zelfs als vrije wil een illusie is, moeten we er daarom toch in blijven geloven.”

Gaan we ons dan anders, minder verantwoordelijk gedragen als we niet meer geloven in die vrije wil?
“De idee dat je niet over een vrije wil beschikt, kan je gedrag veranderen zodat je je egoïstischer gaat gedragen. In een zeer recent experiment kreeg een groep studenten uitgelegd dat vrije wil niet bestond. Een andere groep kreeg een andere uitleg te horen. Toen men nadien een examen afnam van de studenten, bleek de eerste groep beduidend vaker te spieken. Gelukkig hebben de sociale netwerken waarin we ons begeven een corrigerende invloed op dat gedrag.”

Tegelijk beschrijft u dat u zich nooit kunt ontdoen van die illusie, zelfs al wéét u dat de vrije wil niets meer dan dat is.
“Er zijn verschillende illusies die we niet kunnen doorprikken, zelfs al weten we hoe ze werken. Kijk maar naar geometrische illusies: zelfs al wéét je dat een lijn recht is, toch blijf je ze krom zien. Onze kennis functioneert op een ander niveau dan onze ervaringen. Daardoor kunnen we niet voorbij gezichtsbedrog kijken. Voor de vrije wil geldt hetzelfde: hoe vaak je wetenschappers ook hoort zeggen dat de vrije wil een illusie is en dat ons handelen gedetermineerd is, dan nog blijft de stellige indruk dat jij volledige controle hebt over wat je doet.”

Is het ook mogelijk om een gebrek aan vrije wil te ervaren?
“O ja. Zo hebben sommige patiënten met hersenschade last van een anarchistische hand, die buiten hun controle om beweegt. Zo’n hand neemt een potlood en begint ermee te krabbelen of grijpt deurknoppen vast zonder dat de patiënt daar iets aan kan doen. Sommigen gaan daarom zelfs zo ver om hun hand vast te binden. Bij mensen die lijden aan schizofrenie is één van de symptomen dat ze in de waan verkeren dat hun handelingen niet de hunne zijn, dat een externe kracht hen controleert. Het mechanisme daarachter verstaan we nog niet helemaal.”
Schizofrene mensen lijken er ook een nogal eigen wereldbeeld op na te houden.

“Mogelijk is één van de kenmerken van schizofrenie dat de patiënt geen rekening meer houdt met het wereldbeeld van anderen. Ze passen hun model van de fysieke wereld niet meer aan. Bij koppels kan het zelfs gebeuren dat de normale persoon het wereldbeeld van de psychoot overneemt. In extreme gevallen kan dat leiden tot sektes die collectief zelfmoord plegen. Ik veronderstel dat de leider dan psychotisch is en zijn volgelingen overtuigd heeft van zijn visie. Hetzelfde zien we ook bij de mensen die geloofden dat de wereld op 21 mei zou vergaan. (geamuseerd) Soms verspreiden massale zinsbegoochelingen zich iets te gemakkelijk.”

Terwijl onze hersenen constant hun beeld van de wereld bijschaven, blijven we zelf soms zeer hardnekkig aan bepaalde overtuigingen vasthangen.
“Dat is waar. (lacht) Soms verdraaien we de feiten om ons wereldbeeld toch in stand te houden. Ondanks alle bewijs van het tegendeel is het vaak moeilijk om zo’n idee los te laten. Tegelijk is er een vorm continuïteit nodig. Je kunt niet om de drie weken van wereldbeeld veranderen.”

In zijn boek – overigens geestig geschreven, zelfs al gaat het over een serieus onderwerp – bewandelt Frith een tussenweg, enerzijds tussen de ‘echte’ wetenschappers die stellen dat psychologie geen wetenschap kan zijn en anderzijds tussen de psychoanalytici die beweren dat de menselijke geest zich nooit zal laat vatten door eender welke wetenschappelijke onderzoeksmethode. Met een flinke dosis zelfspot claimt hij dat psychologie wel degelijk wetenschappelijk kan zijn:

Het probleem van de psychologie is dus opgelost. We moeten ons geen zorgen meer maken over die zachte, subjectieve verslagen van onze innerlijke wereld. In plaats daarvan kunnen we de hersenactiviteit op een harde, objectieve manier meten. Misschien dat ik nu wel kan toegeven ik psycholoog ben.

De auteur toont aan dat het onderscheid tussen het geestelijke en het fysieke vals is. Het is een door ons brein gecreëerde illusie:

Alles wat we weten, of het nu over de fysieke of over de geestelijke wereld gaat, weten we dankzij ons brein. Maar de verbinding tussen onze hersenen en de fysieke objectenwereld is niet rechtstreekser dan de verbinding tussen onze hersenen en de geestelijke ideeënwereld. Door alle onbewuste beslissingen die het brein neemt voor ons te verbergen, geeft het ons de illusie dat we rechtstreeks in contact staan met fysieke voorwerpen. Ondertussen geeft het ons ook de illusie dat onze eigen innerlijke wereld op zichzelf staat en privé is.

Omdat we geen directe verbinding hebben met de fysieke wereld rondom ons, zo argumenteert Frith, moeten onze hersenen conclusies trekken op basis van de globale, onnauwkeurige gegevens die ze van onze zintuigen krijgen. “Die conclusies kunnen verkeerd zijn. Verder weet ons brein allerlei zaken die nooit onze bewuste geest bereiken”, schrijft hij. Niet alleen weten onze hersenen dingen die wij niet weten, ook nemen zij allerlei beslissingen buiten ons medeweten om, zelfs al hebben we de indruk dat wij die beslissing hebben genomen. “Onze ervaring dat we toch op dat moment een keuze maken, is een illusie. En als we onszelf alleen maar wijsmaken een keuze te hebben, maken we onszelf ook alleen maar wijs dat we over een vrije wil beschikken”, noteert Frith.

Ons brein functioneert als een soort cognitieve filter. “We zijn ons gewoonweg niet bewust van alle conclusies en keuzes die onze hersenen voortdurend moeten maken. Als er wat verkeerd loopt, kunnen onze ervaringen van de wereld zelfs compleet fout zijn”, schrijft de auteur. Dat roept een interessante vraag op: hoe kunnen we ooit zéker zijn van wat we beleven?

Een correct beeld van de fysieke wereld is echter niet onmogelijk. Ons brein leert de buitenwereld immers kennen door modellen van die wereld te creëren. “Dat zijn niet zomaar willekeurige modellen. Ze worden aangepast om de zintuiglijke gewaarwordingen die we ervaren als we met de wereld interageren op de best mogelijke manier te voorspellen”, legt Frith uit. Dat klinkt ingewikkeld. Eenvoudig gezegd komt het hier op neer: het brein leert constant uit zijn eigen fouten:

Fouten vertellen ons brein dat zijn model van de wereld niet goed genoeg is. Aan de hand van de aard ervan weet ons brein hoe het zijn model van wereld kan verbeteren. De kring is rond en het brein kan herbeginnen, steeds opnieuw tot de fouten te onbeduidend geworden zijn om zich nog zorgen over te maken. Gewoonlijk volstaat een paar van dergelijke cycli en doet ons brein daar slechts 100 milliseconden over.

Van dat complexe mechanisme zijn we ons – gelukkig maar – niet bewust. “Als we ons bewegen, beseffen we nauwelijks dat we iets voelen en we zijn er ons zelden van bewust dat we onze bewegingen corrigeren, ook al doen we dat vrijwel voortdurend. Maar op de achtergrond werkt ons brein hard door om dat comfortabele gevoel teweeg te brengen”, verklaart Frith. Doordat het brein voortdurend zijn modellen van de wereld aanpast zonder dat wij dat beseffen, lijken we de wereld moeiteloos en rechtstreeks te blijven ervaren.

“Je zou kunnen zeggen dat onze waarnemingen fantasieën zijn die samenvallen met de werkelijkheid”, schrijft Frith. “Door gebruik te maken van gecontroleerde fantasie, ontsnapt ons brein aan de tirannie van onze omgeving.” Bij mensen die lijden aan schizofrenie komt het model echter niet overeen met de fysieke wereld, de gouden standaard voor onze modellen. De fantasie vormt een eigen werkelijkheid waaruit het zeer moeilijk te ontsnappen is:

Als hun beleving onwaarschijnlijk of onmogelijk lijkt, zullen ze eerder hun ideeën over hoe de wereld in elkaar zit veranderen, dan de echtheid van hun ervaringen ontkennen. Hoe dan ook, hallucinaties verbonden aan schizofrenie hebben een zeer interessante eigenschap: het zijn geen ervaringen over de fysieke wereld. Het is niet enkel een kwestie van kleuren zien en geluid horen. Neen. De schizofrenen horen stemmen commentaar geven op hun acties, suggesties doen en bevelen geven. Met andere woorden: ons brein kan ook een valse geestelijke wereld creëren.

Ook bij ‘normale’ mensen kunnen de verwachtingen zo sterk zijn dat ze zien wat ze verwachten, in plaats van wat er werkelijk is, merkt Frith op. Toch blijven de meeste mensen het gevoel hebben dat ze over een vrije wil beschikken, zelfs al zijn heel wat handelingen voorspelbaar, zelfs bij gamers, zoals ik gisteren las. Frith wil de mensen er zeker niet van overtuigen hun illusie van vrije wil te doorprikken. “Zelfs een illusie heeft verantwoordelijkheden”, stipt hij immers aan.

Lees dat boek, maar doe het uit vrije wil, niet omdat ik het u bevolen heb.

Ons brein. Hoe de hersenen het verstand te boven gaan. Chris Frith. Uitgeverij Epo. 263 pagina’s, 22,50 euro.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 71 andere volgers