Sjofel en marginaal

14 oktober 2010

Niet zo gek lang geleden – het was wel nog volop zomer – zat ik op een Antwerps terras met Bert Bultinck, een oud-collega van De Morgen die nu net als ik arbeidt voor De Standaard, al is zijn functie wel iets indrukwekkender dan mijn freelancestatuut.

Bert gaf me onverhoeds een compliment. Hij zei dat hij dat niet zou kunnen, een volkscafé binnenwandelen, samen met de toogtisten pinten drinken en vervolgens naar buiten stappen met een verhaal. “Ik kan er ook niet aan doen, maar in zo’n café bekijken mensen mij meteen als een buitenstaander”, zei Bert.

“Mij ook”, repliceerde ik. “Ge moet als Gentenaar maar eens een Antwerps café binnen wandelen waar iedereen iedereen kent. Dat is niet evident.”

“Jamaar, da’s nog iets anders. Kijk naar mij: ik draag een bril en een tamelijk deftig hemd. Mensen zien mij meteen als een intellectueel die even onder het volk wil komen. Bij u is dat veel minder het geval, met uw jeansvest en uw oorringen en zo”

“Ik zie er sjofel en marginaal uit, wilt ge zeggen?”, vroeg ik dreigend.

Bert schoot in de lach, wat hij meestal doet in dergelijke situaties. Ik besloot zijn opmerking als een compliment op te nemen. Andermaal werd mij duidelijk dat mijn journalistieke toekomst in het volkscafé lag.

Ik heb nu al een aantal café bezocht en besproken, onder andere café Gent-St.-Pieters, café Viking in de Muide en de vele cafés in Antwerpen-Noord voor mijn boek over het natuurlijke tracé. Onlangs heb ik voor het eerst een caféreportage gemaakt in de Brugse Poort. Het was zogezegd een zwaar café in een zware buurt: verschillende klanten waren al in contact gekomen met het gerecht en ook cafébaas Georges Moyar heeft al eens ‘vast gezeten’, al was hij naar eigen zeggen onschuldig.

Fotograaf Hendrik Braet en ik vreesden er eerlijk gezegd een beetje voor, maar op ons muil hebben we uiteindelijk niet gekregen. Integendeel, de stamgasten begonnen ons meteen mee te trakteren. Hoe komt dat? Niet omdat wij er sjofel of marginaal uitzien, maar gewoon omdat wij ons graag laten trakteren terwijl wij aandachtig luisteren naar de mensen hun verhaal. Veel hoeft daar verder niet over gezegd te worden. Dat verhaal leest u als reportage op Apache.


Flattr this

Kwaliteit

28 juni 2010

De weg naar kwaliteitsjournalistiek ligt bezaaid met verraderlijke valkuilen.

Vandaag is er een artikel verschenen van mij op de journalistiek website Apache. Tegelijk stond er een reportage van me in dagblad De Standaard. Op zich is dat niet abnormaal: ik heb al meermaals voor Apache geschreven en sinds november 2009 schrijf ik regelmatig voor De Standaard. Het is zelfs al eerder voorgekomen dat er op dezelfde dag via beide media iets van mijn hand op de wereld werd losgelaten. En wat dan nog?

Toch was dat vandaag een beetje raar.

Voor De Standaard heb ik iets geschreven over de Alijn-Mobiel, het VW-busje waarmee het Gentse museum Huis van Alijn buurtfeesten aandoet. Wereldschokkend was dat artikel niet. Het stuk op Apache deed evenmin de gevestigde wereldorde op haar grondvesten daveren. Ik vond ‘t wel tamelijk interessant: een algemeen hoofdredacteur van een Vlaamse krant somde tien valkuilen op voor de media in de 21ste eeuw. Die algemeen hoofdredacteur heet Peter Vandermeersch. Dat is dus mijn grote baas – het was vorige week donderdag overigens de eerste keer dat ik hem ‘in het echt’ gezien heb.

Wijze mens, spreekt ook goed. Veel grappiger dan je zou verwachten.

Maar past dat wel, over je ene baas schrijven voor een andere opdrachtgever? Dat ik het niet weet, dedju. Je kunt gerust stellen dat mijn verslag van Vandermeersch’ lezing een behoorlijk objectieve, waarheidsgetrouwe weergave van de avond was, maar is objectiviteit niet het schuiloord van de lafhartige journalist die geen mening durft te verkondigen?

In ieder geval: ik denk niet dat ik in één van beide stukken in een van de valkuilen gereden ben die de heer Vandermeersch zo vlotjes uit zijn mouwen schudde. Toch heb ik een paar schaamtelijke fouten gemaakt, en wel in het artikel voor kwaliteitskrant De Standaard.

Allez ja, de mensen van het Huis van Alijn waren zeer tevreden, hoor. Alleen had ik in mijn reportage over het hoofd gezien dat:

  1. de zomertentoonstelling met vakantiefoto’s nog moet beginnen (ik had mij van maand vergist)
  2. de Alijn-Mobiel niet binnen geraakt op de binnenkoer van het Huis van Alijn.

Ik kruip dus door het stof, mij verontschuldigend tegenover al wie ik misleid heb met die verkeerde informatie. Kan ik nu nog aanspraak maken op op het label ‘kwaliteit’?

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 44 other followers