Comaneukers
25 juli 2011
De Gentse Feesten zijn een aangenaam passende cocon. Tien dagen lang vergeet je allerlei vervelende dagelijkse beslommeringen. Maar als de Feesten op hun einde lopen, durft de realiteit al eens brutaal de kop opsteken. Gewoon negeren.

Een bovenmaatse zonnebril en een rood kruis maken duidelijk dat er met deze jongedame niet te spotten valt.
Graag bespaar ik u alle details. Maar opstaan als je enkele uren tevoren een uiterst pikante Thaise schotel hebt gegeten, gebeurt net iets vlotter dan in normale omstandigheden. Daar word je op een gepeperde manier wakker van.
Op weg naar de Vlasmarkt denk ik terug aan de woorden van Anne-Marie van gisteren: “Wat als mijn darm in actie schiet? Kakken op de Vlasmarkt is niet oké.” Ik besluit dan al dat mijn eerste consumpties Ricard zullen zijn. Het anijsdrankje is heilzaam voor het spijsverteringsstelsel en vormt een ideaal ontbijt voor wie zoals ik op een gruwelijk uur uit zijn nest kruipt om op de Vlasmarkt te gaan plaatsnemen.
Voor een zondagavond staat er relatief veel volk op het plein. Doch helaas weinig bekende gezichten – gisteren was dat wel even anders. Verdorie, denk ik, straks moet ik speciaal voor mijn voorlaatste verslag een nieuwe cast samenstellen. Maar vanuit de massa duikt opeens Servaas op. Het is ook zijn negende nacht op rij. “Wees gerust, uw vaste personages lopen hier allemaal rond”, merkt hij op.
Oef. Met een gerust gemoed ga ik m’n eerste Ricard halen. Terwijl het drankje mijn spijsverteringsstelsel heelt en de alcohol mijn slaapdronkenschap wegspoelt, komt Kevin aangewaaid. “We zingen en we lachen en we dansen en we doen alsof”, stelt Kevin. Hij zet zijn hand aan zijn mond en roept: “Vlasmarktje! Doe maar lekker alsof!”
Kevin is een beetje knorrig vandaag. Hij had hier liever niet gestaan. “Godver, op dit moment geeft Prince een pre-show in Amsterdam. Als ik het op tijd had geweten, had ik erbij kunnen zijn”, vloekt mijn hoofdpersonage. Om ‘m te troosten bestel ik hem een pilsje. Daar maakt hem niet vrolijker, wat geen probleem is zolang hij me maar van spitante citaten blijft voorzien.
Opeens staat Bram Bostyn aan mijn zijde. Die spuit weer een hele hoop hapklaar te citeren frasen, maar zoals gewoonlijk voegt hij er telkens aan toe: “Maar niet op uw blog zetten of geen interview met Gunter!”
Het is de bedoeling dat ik Gunter Lamoot één dezer dagen interview over z’n imago. Als simpele journalist ben ik daardoor overgeleverd aan de almacht van de gehaaide manager in Bram. “Wat ge wel moogt opschrijven, is dat Gunter daarnet getrouwd is op de dj-toren. En wel door Jezus!”, zegt Bram enthousiast. Ik bedank hem voor de scoop en feliciteer Gunter zelf.
Kevin is er ondertussen niet vrolijker op geworden. Andermaal is hij het slachtoffer van Justine, die haar rode lipstick hanteert als een dodelijk wapen. Kevins gezicht zit onder de rode strepen. “Ge ziet eruit alsof ge met uw tong de Rode Zee hebt gespleten”, merk ik op.
De dj speelt het magistrale ‘Popcorn’ van Hot Butter en ik ontwaar een zweem van surrealisme op de deinende Vlasmarkt. Op dat moment kruipt een zekere Bart op een glasbak om vervolgens een straf staaltje evenwichtstechniek tentoon te spreiden. De massa juicht en brult. Even is Bart een ster. Dat hij zich lelijk bezeert als hij weer naar beneden kruipt, zien de meesten niet.

Servaas kijkt uit over de hem ondertussen zo vertrouwde Vlasmarkt. Twee dames spelen vrijwillig decorstuk.
“Gevallen?”, vraagt David Van Belleghem.
“Ja. Dat doet toch wel pijn”, geeft Bart toe.
“Ge mist ook een paar tanden”, merkt David op.
“Dat was al. Ik ben al veel gevallen in mijn leven”, grijnst Bart.
David stelt vast dat er weinig comaneukers zijn vandaag.
“Comaneukers? Wat zijn dat?”, vraag ik.
“Wel, soms ziet ge twee gasten aan één vrouw staan trekken, elk aan een arm. Uiteindelijk trekt één van hen aan het langste eind. De winnaar maakt nog een spottend gebaar naar de verliezer en gaat vervolgens comaneuken met zijn verovering. Dat is, simpel uitgelegd, hoe comaneukers te werk gaan. Maar gisteren waren er meer.”
“Ah zo. Interessant.”
“Ja. Ik stel voor dat ge ‘comaneukers’ gebruikt als titel voor uw volgende verslag.”
“Waarom ook niet.”
David staat bekend als uiterst funky drummer, maar Servaas heeft eveneens muzikaal talent. Zo zong hij eertijds in een knapenkoor. “Toen was er opeens een nieuw scheppingsverhaal: in den beginne was er niets en toen was er een neus”, herinnert hij zich, wijzend op zijn reukorgaan. Je kunt zonder overdrijven stellen dat Servaas’ flonkaard een hele joekel is.
Ook Kevin levert een muzikale bijdrage. “Het is allemaal zeer simpel: rock-’n-roll is het best van al”, zegt hij terwijl de dj inderdaad een ouderwets goed rock-’n-roll-schijfje draait. De opzwepende muziek brengt enige vitaliteit in mijn geplaagde hoofdpersonage, van wie Servaas fluistert dat hij al om 22 uur had aangekondigd naar huis te gaan. Maar kijk, Kevin staat nog altijd te swingen.
“Nog een pintje?”, vraag ik.
Kevin kijkt naar zijn volle beker bier. “Boh, ‘t is niet omdat het glas nu nog vol is, dat het straks niet leeg is. Doe maar”, antwoordt hij. Even discussiëren we over de literaire waarde van zijn citaat – volgens hem is het een wegwerpertje – maar uiteindelijk overwint de zeer pragmatische drang naar alcohol.
We toasten op de Vlasmarkt. “Ik heb nog nooit zoveel dommigheid bij elkaar gezien”, oordeelt Kevin.
Justine beaamt dat. “Hou me tegen, of ga motten beginnen uit te delen”, zegt ze strijdlustig.

Nicholas waarschuwt dat hij nogal wat tanden kan verliezen als men hem thans laat vallen. "Dan val ik recht op mijn muil."
Toch beheersen de twee zich. Ze blijven deel uitmaken van de vredevolle atmosfeer op de Vlasmarkt. “Het gaat niet over enthousiasme, maar over engagement”, verklaart Kevin zijn legendarische uithoudingsvermogen.
Opeens explodeert er een aansteker. PLOF! Eén jongeman krijgt het projectiel in z’n gezicht. We maken hem wijs dat zijn rechteroog weg is. Het duurt even – een seconde of zo – voor hij beseft dat we hem in de maling nemen en dat hij slechts een klein wondje aan z’n wang heeft.
De beschuldiging voor de aanslag komt meteen op David Van Belleghem te liggen. “Gij ziet eruit als een Noor!”, merkt iemand op.
David wordt echter niet gelyncht door het volk omdat dat betere dingen te doen heeft. Dansen en netwerken bijvoorbeeld, ook als de muziek allang gedaan is. Toch loopt de Vlasmarkt verrassend snel leeg. Dat zijn we niet gewoon.
Volgens Edmond Cocquyt Jr. komt dat doordat café L’enfant terrible de feestvierders weglokt. “Dat is een aberratie”, verklaart Mong. “Het is natuurlijk typisch Gents dat zo’n café de regels omzeilt. Wat doen ze? Ze sluiten ‘s nachts om één voor drie. Om acht uur openen ze hier opnieuw de deuren. Vandaar dat de Vlasmarkt sneller leegloopt dan vroeger. De politie kan er niets aan doen, omdat het café de regels respecteert. Creatief gezien, maar volgend jaar zal het allicht niet meer pakken. De stad wil dergelijke afterparty’s niet. De Vlasmarkt moest net vroeger sluiten om mensen tegen zichzelf te beschermen, zodat ze niet op straat in slaap vallen. Maar kijk, de mensen drinken hier gewoon verder.”
Dat doe ik ook. Ik bevind me in een sympathiek gezelschap dat bier haalt voor me. Ik vertoon uitstelgedrag om de Feestenzone te verlaten. Laat de realiteit nog maar even wachten.
- Met een SUV is het altijd avontuurlijk parkeren, ook in de woeste natuur van een grootstedelijk gebied.
- Bij het krieken van de dag zijn er geen wolken te bespeuren. Er hangen enkel discoballen aan de hemel.
- Gele schoenen drukken een jeugdige vitaliteit uit die je ‘s morgens enkel op de Vlasmarkt vindt.
- Een bovenmaatse zonnebril en een rood kruis maken duidelijk dat er met deze jongedame niet te spotten valt.
- Wie even wil uitrusten, vindt op een glasbak een rustig stekje.
- Een evenwichtskunstenaar tart de malevolente effecten van de aardversnelling.
- De stoerste botjes op het stinkende asfalt van de Vlasmarkt.
- Een geruite korte broek op de Vlasmarkt. Het is een beetje een vloek, maar geen krachtterm.
- Een man met een rok op de Vlasmarkt. De frisse ochtendlucht zorgt dat hij wakkerder is dan de rest van de feestvierders.
- Servaas kijkt uit over de hem ondertussen zo vertrouwde Vlasmarkt. Twee dames spelen vrijwillig decorstuk.
- Met een hippe zonnebril begin je met succes aan een nieuwe dag op de Vlasmarkt.
- Met een beetje hulp van Kevin zet Justine haar beste beentje voor.
- Een vreemd besnord heerschap tracht een jonkvrouw te kussen. Die is gelukkig niet besnord.
- Met een stijlvol hoedje geeft Adrien Cocquyt het goede voorbeeld. Mode is een vorm van sfeerbeheer.
- Een man torst ‘s ochtends vroeg een zware last. Toch kraakt hij niet.
- Op de Vlasmarkt vallen er heel wat zeldzame diersoorten te herkennen, zoals het zesvingerige rendier.
- Een zonnebril is stoer en praktisch, tenzij hij verstrengeld geraakt in je haar. Dan smelt je stoere imago als sneeuw voor de zon.
- Er is een aansteker ontploft. Die vloog tegen het gezicht van deze jongeman. Hij bloedde hevig en stierf een vreselijke dood.
- Een man vermomt zich als boom om te ontsnappen aan het alziende oog van het Sfeerbeheer.
- Als het niet regent, kun je je net zo goed te slapen leggen op de stoep. Het nadeel van de meeste bedden is dat ze zo ver weg zijn.
- Op epische wijze staat Edmond Cocquyt Jr. een sigaret te roken op ‘zijn’ Vlasmarkt.
- Als je een zware halsketting draagt, gaan mensen je respecteren. Plotsklaps letten ze niet meer op je geruite jasje of je moustache.
- David Van Belleghem probeert eigenhandig de Vlasmarkt vrij te maken voor de kuisploeg van Ivago.
- Nicholas laat zich niet zomaar verwijderen. Als ze hem echt weg willen, moeten ze hem wegdragen.
- Nicholas waarschuwt dat hij nogal wat tanden kan verliezen als men hem thans laat vallen. “Dan val ik recht op mijn muil.”
- David en Nicholas leveren een heldhaftige strijd met de zwaartekracht. Die zal alsnog winnen, al is het maar voorlopig.
- Een jongedame spurt met haar fiets over de Vlasmarkt. Zij wil weg van dit oord van verderf, dit stinkende plein met zijn rare vogels.
- Met gele kousen druk je uit dat je een gevaarlijk individu bent. “Pas op, ik kan agressief worden”, is de niet mis te verstane boodschap.
- Edmond Cocquyt Jr. legt David Van Belleghem uit hoe de wereldeconomie in elkaar steekt.
- Een sfeerbeheerder zonder uniform ziet er zowaar uit als een normaal mens.
- Mong Cocquyt op de afterparty bij Sint-Jacobs. Hij mengt zich graag ‘ns onder het volk, maar niet te lang.
Op jacht
7 januari 2010
Freelance journalisten zijn jagers. Eeuwig op jacht, alle mogelijke sporen nagaand, om terug naar huis te keren met een sappig verhaal. Helaas komen zij steeds vaker terug van een kale reis, zoals journaliste Mieke De Jeagher beschrijft in een opmerkelijk opiniestuk op De Werktitel. De situatie is zo dramatisch dat freelance journalisten tegenwoordig niet meer op pad zijn om geld in het laatje te brengen maar om – letterlijk – voedsel op tafel te krijgen.
Het winterweer leent zich daar perfect toe. Alles wat rondhuppelt in de sneeuw laat zijn sporen na. Zich laag bij de grond houdend volgt de freelance journalist die sporen, erop lettend dat hij zijn prooi nadert met de zon in zijn nek en de wind op kop. En dan, als hij dicht genoeg genaderd is, slaat hij toe, springt hij vanuit het struikgewas op de vette merel die vanavond ten huize freelance journalist het hoofdmaal zal vormen. In de natuur primeert de wet van de sterkste.
Overschot
4 januari 2010

In een aperitiefbar zoudt ge minstens 10 euro mogen betalen voor de toastjes die ik gratuit verorberd heb in m'n eigen comfortabele fauteuil.
Met het nieuwe jaar komt er ook een nieuwe categorie op deze blog. De aloude containercategorieën ‘Over bier’, ‘Over gazetten’, ‘Over Gent’ en ‘Over schrijven’ verwelkomen met enige plechtigheid hun nieuwe vriendje ‘Over eten’.
Pas op, ik ga me nu niet op de voedseljournalistiek storten. Maar af en toe iets posten over de fijne etenswaren die ik op weg gestuurd heb naar mijn maag: ik vind dat dat kan. In ons kleine taalgebied bewees The Clumsy Chef al dat voedselblogs niet het voorrecht zijn van huismoeders met te veel vrije tijd. ‘Clumsy’ schrijft passioneel over eten zonder ook maar één seconde zijn cool te verliezen. Dat verdient niet alleen respect, maar ook navolging.
De culinaire belevenissen die ik het vermelden waard vind, zullen aldus verschijnen tussen alle andere brol op deze uithoek van het internet. Het bord met de toastjes die ik gisteren verorberd heb, mag de spits afbijten. Voor een vieruurtje was dat verdomd luxueus: pata negra, Gentse everzwijnham, kwartelpaté met druiven en blue stilton. (Omdat ik het niet kon laten, heb ik ook een toastje besmeerd met Boursin.) Ik ben natuurlijk geen snob: die ingrediënten behoorden tot de overschot van allerlei lekkers voor oudejaar. Verder heb ik daar niets over te melden. Bondig, hé?

































