Rechts

27 september 2011

Vandaag in Humo: een reportage over rechtse studentenclubs in Gent. Daaronder vallen zeker het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) en de Nationalistische Studentenvereniging (NSV!). Omdat de Jong N-VA al eens als een jolige bende rechtse jongens en meisjes wordt afgeschilderd, komen ook zij aan bod.

Het artikel staat in de studentenbijlage van het gerespecteerde weekblad. Hieronder plaats ik de oorspronkelijke, wat langere versie. De scans heb ik van de Facebook-pagina van Jonas Naeyaert, preses van het KVHV, geplukt.

Het zal je meer overkomen: je bent een rechtse, Vlaamsgezinde student en je studiegenoten zijn stuk voor stuk overtuigde progressievelingen die heimwee hebben naar de paarse regeringen van Guy Verhofstadt. Dan ben je de pineut. Of niet? ‘Vier jaar geleden werden Vlaamsgezinde studentenverenigingen als extremistisch beschouwd. Maar Bart De Wever heeft ons uit de marginaliteit gehaald.’

De pet van Jonas Naeyaert laat over zijn engagement weinig twijfel bestaan.

Stel: ik ben een jonge student, vers uit het middelbaar onderwijs. Eindelijk ben ik verlost van de politiek correcte flurk van een godsdienstleraar die het multiculturele denken met alle geweld door de strot van zijn leerlingen wil stampen. Of ik aan de UGent de juiste studiekeuze heb gemaakt, weet ik nog niet. Wat ik wel weet, is dat ik sympathie heb voor de Vlaamse zaak, dat Bart De Wever (N-VA) groot gelijk heeft en dat ik me graag afzet tegen de stuitende naïviteit van al wat zich links en progressief noemt. Ik ben jong én rechts, mag het? Alleen vraag ik me af bij welke politieke studentenvereniging ik me moet aansluiten. Jong N-VA UGent? Bwa, die zijn niet rechts genoeg. De Nationalistische Studentenvereniging (NSV!)? Goh, allicht zijn die een beetje té radicaal voor hun eigen goed. Het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV)? Ga weg, ik mag rechts zijn, ik ben niet oubollig.

‘De NSV! zijn marginalen, het KVHV zijn marginalen met geld en Jong N-VA? Tja, dat bloedt dood’, sneert een oudgediende uit het Gentse studentenleven.

Hoezo, Jong N-VA bloedt dood? De Gentse studentenafdeling van ’s lands grootste partij bestaat amper vijf jaar. Die hoort springlevend te zijn. Lokt het succes van Bart De Wever dan geen horden schachten? ‘We hebben momenteel vijftig leden’, schat voorzitter Gregory Deseck (22), die aan zijn masterjaar geschiedenis begint. ‘Sinds onze oprichting in 2006 is het aantal leden rechtlijning toegenomen. We merken geen speciale evolutie sinds de verkiezingsoverwinning van de N-VA, maar door de aanslepende regeringsonderhandelingen kijken we wel uit naar het begin van het academiejaar, wanneer de nieuwe studenten in Gent arriveren. We hebben goede hoop.’

Het electorale succes van de N-VA zorgt er vooral voor dat de flamingante studenten minder in het verdomhoekje zitten. ‘Het stigma is zeker kleiner’, bevestigt Deseck. ‘In de beginjaren kregen we al eens slechte woorden te verwerken. Het Vlaams-nationalisme had nog een slechte naam en dat straalde af op Jong N-VA. Vlaamsgezinde organisaties werden als extremistisch beschouwd.’

‘We zijn indertijd begonnen met een budget van 50 euro’, lacht oprichter en huidig Kamerlid voor de N-VA Peter Dedecker (27). ‘Na een jaar hadden we zes leden. Toen werden we nog vaak op één hoop gegooid met het Vlaams Belang.’

Ook Nick Mouton (33), tegenwoordig N-VA-schepen in Lovendegem, moest als Vlaamsgezinde student opboksen tegen een hoop vooroordelen. Mouton was begin de jaren 2000 voorzitter van de Vlaams-Nationale Studentenunie (VNSU), de voorloper van Jong N-VA. ‘Het waren moeilijke tijden. Je diende voortdurend uit te leggen dat je Vlaamsgezind kon zijn zonder dat je extreem rechts was. Dat was vermoeiend’, herinnert hij zich. ‘Al wie Vlaamsgezind maar niet extreem rechts was, was welkom bij de VNSU. We moesten ons continu onderscheiden van het toenmalige Vlaams Blok. Voor mezelf was er echter nooit een contradictie tussen Vlaamsgezindheid en een eerder progressief gedachtegoed. Ik heb dat nooit als tegenstrijdig ervaren. Ik was toen al samen met mijn huidige vrouw Iftara. Sommigen konden niet vatten dat ik Vlaamsgezind was omdat ik een relatie had met iemand van allochtone origine. Als Vlaams-nationalist kreeg je bijna automatisch een xenofobe stempel.’

‘Bart De Wever en de N-VA hebben het Vlaams-nationalisme uit de marginaliteit gehaald. De laatste twee, drie jaar is het stigma op ons verdwenen’, stelt Gregory Deseck opgelucht. ‘De drempel is lager geworden. Op café word je niet meer vreemd bekeken als je zegt dat je van Jong N-VA bent. Daar komen wel urenlange debatten van, maar dat hebben we graag.’

Een pagina uit Humo. Het is mogelijk best wel een interessante pagina.

De NSV! wordt wel met een scheef oog bekeken. De vereniging droeg lange tijd – en draagt eigenlijk nog altijd – een donkerbruine stempel. Meer Vlaanderen betekende niet alleen minder België, maar evengoed minder migratie en minder multicultuur. Ergo, de NSV’ers zijn een bende fascisten en racisten en horen niet thuis aan de universiteit, zo redeneerden de linkse studentenverenigingen. Die vormden aan de UGent lang een hecht antifascistisch blok in het Politiek en Filosofisch Konvent, dat de erkende politieke studentenbewegingen verenigt. Daardoor kreeg de NSV! gedurende vele jaren nul op het rekest telkens als zij een aanvraag indiende om aan de Gentse universiteit erkend te worden.

Maar kijk: vorig jaar lukte het de NSV! dan toch om – voor het eerst sinds 1984 – de erkenning binnen te rijven. Lang duurde de pret niet. ‘Momenteel zitten we weer in het vagevuur’, zucht preses Vincent Schoenaers (21), die geschiedenis studeert. ‘We zijn onze erkenning kwijt door een beslissing van het bestuurscollege van de universiteit, maar mogelijk krijgen we ze binnenkort weer terug. Dat spelletje is nu al een aantal jaar bezig.’

Als de studentenclub weer erkend wordt, betaalt de universiteit bepaalde werkingskosten terug. ‘Maar we proberen voor een eigen spaarpotje te zorgen door lidgeld, steun van oud-leden en sponsoring. Ook een cantus zorgt voor inkomsten. We zijn zoveel mogelijk zelfbedruipend’, zegt Schoenaers.

Voor de NSV! blijft het moeilijk om zichzelf salonfähig te maken in universitaire kringen, maar nieuwe studenten vinden wel makkelijker hun weg naar de vereniging. ‘Ik weet niet of dat met de opeenvolgende verkiezingen te maken heeft. Het kan ook zijn doordat we actiever geworden zijn’, vermoedt Schoenaers. ‘Momenteel tellen we een veertigtal leden. Dat is een goed gemiddelde voor een politieke studentenvereniging. We zien vooral dat er meer volk komt naar de debatten die we organiseren. Die gaan over onderwerpen die nu meer aandacht krijgen dan vroeger, zoals migratie.’

Op zondag 18 september stapten heel wat NSV’ers mee in de protestmars tegen het akkoord over de splitsing van kieskring BHV. ‘Het is een slecht akkoord. Wij zijn voor de meest radicale oplossing: een zuivere splitsing zonder toegevingen. De NSV! gaat nog altijd voor een onafhankelijk Vlaanderen met Brussel als tweetalige hoofdstad. De faciliteiten moeten worden afgeschaft.’ Is dat wel realistisch? ‘Wij laten Brussel niet los. Die stad bestaat al duizend jaar, terwijl hij pas sinds de jaren dertig een overwegend Franstalig karakter heeft gekregen’, merkt Schoenaers op. ‘Brussel blijft ook een Brabantse stad vanwege de vele pendelaars uit de omliggende provincie. Wel is de samenstelling van de bewoners in korte tijd sterk veranderd door de migratie.’

Dat is voor de NSV! geen reden om Brussel de rug toe te keren. ‘Anders zouden we ons evengoed van Antwerpen en Gent moeten afkeren. We vinden wel dat er een migratieprobleem is. Het eerst wat moet gebeuren, is een migratiestop. Wij geloven niet dat migratie een vorm van vrijheid is. Veel mensen worden tot migratie gedwongen door economische omstandigheden. Daarom moeten we de problemen ook aanpakken in de landen van herkomst’, zegt Schoenaers. ‘Ons eigen consumptiepatroon heeft daar een invloed op. Het kan niet dat het Westen zijn overschotten blijft dumpen op buitenlandse markten. Daardoor gaan de lokalen boeren failliet. Dat is een mondiaal probleem dat we vanuit Vlaanderen zomaar niet kunnen oplossen. Wel kunnen we hier bijvoorbeeld de onveiligheid aanpakken. Het Vlaams Belang focust daar heel hard op, maar het gaat verder. Zo is er een verschil in het gebruik van de openbare ruimte. Mensen uit zuiderse culturen leven bijvoorbeeld meer op straat en dat kan soms botsen. Er bestaan geen pasklare antwoorden om zulke samenlevingsproblemen op te lossen. Geen enkele strekking heeft die, wat men ook beweert.’

‘Linkse studentenverenigingen zien Brussel als een multicultureel experiment. Daar geloven wij niet in. Je mag niet experimenteren met mensen. Dat kan al eens ontploffen, om het plastisch uit te drukken’, stelt de NSV!-preses. ‘De multiculturele maatschappij heeft nooit bestaan, toch niet met de omvang en de samenhang van vandaag. Multiculturaliteit is tegenwoordig een ideologie op zoek naar een historische basis. Vroeger ging het er ongestructureerd aan toe. Er bestond geen woord voor. In het multiculturele Antwerpen van vijfhonderd jaar geleden waar men zo graag naar verwijst, leefden misschien 500 Italiaanse handelaars op een bevolking van 100.000 man. Vele buitenlanders woonden er niet permanent. Inwijking kwam vooral uit de Kempen.’

‘Economisch zijn we niet rechts, maar eerder links – hoewel de betekenis van die begrippen vervaagt. Wij zijn wel conservatief’, legt Schoenaers uit. Dat komt vooral tot uiting in de ethische standpunten van de studentenvereniging, zoals over abortus en euthanasie. In hun politieke beginselverklaring staat dat abortus weer in het strafrecht moet. ‘Die stelling is zeer kort uitgedrukt. Je kunt mensen niet zomaar met een wet in een richting dwingen. Je moet meer sensibiliseren opdat zo’n wet overbodig wordt’, zegt de preses diplomatisch. ‘Onze mening is genuanceerder dan wat er in de beginselverklaring staat. Daardoor ontstaat er wel een vooroordeel. Sommige mensen kijken niet verder dan de statuten.’

Blijft het katholieke geloof belangrijk voor de conservatieve jongens en meisjes van de Nationalistische Studentenvereniging? ‘Er zit van alles bij ons. Zowel praktiserende christenen, atheïsten als aanhangers van het heidendom. Zelf ben ik niet echt gelovig. Mijn conservatisme komt niet voort uit een geloof in het religieuze’, stipt Schoenaers aan.

In de politieke beginselverklaring van de NSV! valt punt twee nogal op: onvoorwaardelijke amnestie voor de collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog. Leeft dat thema nu nog altijd, zelfs bij jongens en meisjes die zeventig jaar na de feiten student zijn? ‘Dat komt misschien raar over, maar toen de NSV! in de jaren zeventig opgericht werd, was dat thema nog zeer actueel’, verklaart Schoenaers. ‘Verschillende mensen die de repressie hadden meegemaakt waren toen vijftig. Het is een traditie om voor amnestie te blijven pleiten. Er wordt niet meer actief mee gewerkt binnen de NSV!, maar we blijven de informatie levend houden. Het thema leeft nog bij leden die familie hadden die de repressie hebben meegemaakt, maar veel zijn er dat niet.’

Hoewel de NSV! expliciet stelt dat zij niet gebonden is aan een partij, blijkt de vereniging sinds haar oprichting in 1976 een kweekvijver voor politiek talent dat later zijn weg vond naar de top van het Vlaams Belang. Filip Dewinter, Frank Vanhecke, Bruno Valkeniers, Marijke Dillen en Karim Van Overmeire: allen waren zij lid in hun studententijd.

Maar net als ex-VB’er Karim Van Overmeire wordt ook de huidige generatie NSV’ers verleid door de formatie van Bart De Wever. ‘Bij de laatste verkiezingen heeft het merendeel op de N-VA gestemd, terwijl de meesten enkele jaren geleden nog voor het Vlaams Belang kozen’, zegt Vincent Schoenaers. ‘Ik vermoed dat velen dat gedaan hebben uit strategische overwegingen. Veel van onze leden hangen niet vast aan een partij, maar brengen een pragmatische stem uit als er verkiezingen zijn.’

Maakt het succes van De Wever het gemakkelijker om flamingant te zijn? ‘Wij hebben altijd durven zeggen dat we Vlaamsgezind zijn’, repliceert Schoenaers. ‘Over het algemeen zijn de reacties nu wel positiever. De houding is minder afwijzend. Er wordt meer gepraat.’

Als de NSV! weer mag toetreden tot het PFK, zal zij zich comfortabel aan de zijde van het KVHV schurken. Dat verbond gaat al sinds 1923 door het leven als het KVHV. De Gentse afdeling werd enkele keren opgedoekt, maar rees telkens weer op uit haar as. ‘We tellen zo’n dertig actieve studentenleden, maar daarnaast blijven ook afgestudeerde leden een rol spelen, zodat we vaak met 150 man zijn. Het ledenaantaal fluctueert door de jaren: nu eens zijn het er twintig, dan vijftig. Zoals elke politieke studentenvereniging zijn we niet zo zichtbaar, maar we houden zeker ons hoofd boven water’, vertelt preses Jonas Naeyaert (21), die afstudeerde in de politiek wetenschappen en voor het nieuwe academiejaar twijfelt tussen criminologie en rechten.

‘Er is een stijging van het aantal schachten, maar of dat door de N-VA komt, kun je niet zomaar zeggen. Het kan evengoed zijn omdat we meer activiteiten organiseren’, zegt Naeyaert voorzichtig. ‘Je mag niet te snel causale verbanden leggen, maar het is goed mogelijk dat het succes van de N-VA er wel iets mee te maken heeft. Bij de veertien nieuwe schachten die zich tot nu toe aangesloten hebben, is het merendeel voor de N-VA. Bij de vorige verkiezingen heb ikzelf op de N-VA gestemd voor de Senaat en op het Vlaams Belang voor de Kamer. Het zou contradictorisch zijn om mij aan één partijpolitieke koers te houden.’

‘In 2004 stemde zowat iedereen in de Gentse afdeling op het Vlaams Belang, nu stemt driekwart op de N-VA’, weet een oud-preses van het KVHV die liever anoniem blijft.

Gastheer Jonas Naeyaert staat me te woord in Gentlemen’s Club De Gekko, in het hart van de Gentse studentenbuurt. Er speelt metal. Een rosse kat baant zich een weg tussen mooie houten meubels – kloek timmerwerk uit lang vervlogen tijden. Aan de muren hangen een grote Vlaamse vlag en de Prinsenvlag, de vaan van de orangisten die hereniging met het Nederlandse koninkrijk beogen. Op een ventilator kleeft een sticker met een duidelijke boodschap: ‘Political correctness? Nein danke!’ Naeyaert schenkt me een Belgisch pintje in een Duits bierglas en steekt een sigaret op. Het rookverbod telt hier niet, want De Gekko is geen officiële horecazaak, wel een groot uitgevallen studentenkot – Naeyaerts hoogslaper bevindt zich boven de bar.

De Gekko komt uitstekend van pas voor vergaderingen van het KVHV-bestuur, maar binnenkort zou dat wel eens kunnen veranderen. De Vlaams-nationalistische vereniging droomt immers van een eigen huis. ‘Daardoor moet onze studentengemeenschap sterker staan’, zegt Naeyaert. ‘Het moet een centrum voor het Vlaamse studentenleven worden waar plaats is voor iedere student met een Vlaams hart.’

Naeyaert blijft liever discreet over het jaarbudget van het KVHV, maar dat de studentenvereniging ervan droomt een eigen studentenhuis te kopen, doet vermoeden dat er een solide financiële backing is. ‘We kunnen toegeven dat ons budget iets groter is dan dat van bijvoorbeeld de ALS en Comac (twee extreem linkse studentenverenigingen, red.)’, zegt de preses met een behoorlijk understatement. ‘Bij het PFK krijgen we jaarlijks iets van een 600 euro. Daar kun je niet echt een werking op bouwen. Voor onze openingsacties alleen al geven we al snel meer dan het dubbele uit. Voor een club als de onze is het overigens gevaarlijk om volledig afhankelijk te worden van subsidies. Die kraan kan toegedraaid worden.’

Het budget komt vooral van oud-leden. ‘Oud-studenten zorgen voor een heel groot stuk van onze werkingsgelden’, vertelt Naeyaert. ‘We hebben geld, maar niet door subsidies, wel door onze eigen leden. Dat maakt ons financieel én intellectueel rijker. Zonder centen kun je geen werking hebben.’

Daarnaast blijft het KVHV de studentencodex verkopen, samen met het SK (Seniorenkonvent), dat de regionale studentenclubs overkoepelt. De codex is het liedboek van de student en onontbeerlijk op een studentencantus. Het ding kost zo’n 10 euro. ‘Het KVHV verspreidt de codex uit culturele manifestatie, niet om geld te verdienen’, benadrukt Naeyaert. ‘We verkopen enkele duizenden codices per jaar. Het aantal schachten blijft al jaren stabiel, terwijl de studentenpopulatie toeneemt. Het studentenleven neemt dus af. Iedereen heeft tegenwoordig een tv en internet op zijn computer. Vroeger had je enkel een bureau en een bed op je kot. Als je geluk had, was er ook een zetel. De studenten zaten op café. Nu blijven ze meer op hun kot. Op café gaan wordt altijd maar duurder en duurder en dan is er ook nog eens het rookverbod.’

Het KVHV blijft zwerven bij het traditioneel studentikoze studentenleven. Dat wil zeggen dat ze ook vasthouden aan de typische petten en lintjes. ‘Dat is een deel van ons cultureel-studentikoos patrimonium. Vlaamse studenten hebben altijd met petten en linten rondgelopen. Ik vind dat heel belangrijk. Dat behoort tot de identiteit van Vlaamse studenten.’ Die petten leveren soms al eens problemen op. ‘Je bent natuurlijk zeer herkenbaar. Voor bepaalde linkse individuen werkt zo’n pet als een rode lap op een stier. Het VRG (Vlaams Rechtsgenootschap, studentenkring van de rechten, red.) draagt ook petten en soms krijgen die ruzie doordat linkse studenten zich vergissen – wat hen meestal zuur bekomt’, lacht Naeyaert.

De Vlaams-conservatieve vereniging beroept zich nogal eens op een stijlvol studentenleven. ‘Al te vaak zien we het studentenleven ontsporen tot vulgariteit. Vele tradities worden gewoon vergeten – die zijn blijkbaar niet meer cool. Maar op een cantus kotsen en pissen onder de tafel past niet bij ons. Wij proberen een zeker stijl alsook normen en waarden uit de studentencodex te eerbiedigen. Wij willen niet in de vuiligheid rollen.’ Dragen de KVHV’ers dan een kostuum op een cantus? ‘Vaak wel. Dat ademt een zekere stijl uit. Maar het is niet omdat we traditioneel studentikoos zijn dat er geen plaats is voor plezier. Dat is complementair bij ons.’

Naast de studentikoze werking is er ook de politieke werking. Het KVHV is compexloos rechts. ‘Communisten mogen universiteitsgebouwen vandaliseren, maar wij zouden ons moeten schamen omdat we pluralistisch rechts zijn? Dat is een scheeftrekking’, vindt Naeyaert. ‘We trekken een lijn in het centrum en iedereen die zich daar rechts van bevindt, is welkom bij het KVHV. Onze rangen tellen rechts-liberalen, radicaal-nationalisten en conservatieve katholieken. Dat pluralisme creëert een rijkdom. Er ontstaat een dialoog zonder dat we moeten inboeten op onze boodschap, wat bijvoorbeeld wel met de toenmalige Volksunie is gebeurd.’

Heeft het KVHV dan geen welomlijnd ideologisch programma? ‘De léden zijn het KVHV. De NSV! werkt wel met een zeer rigide ideologische structuur. Rechts-liberalen vinden er moeilijk hun draai. Studenten met een eerder atypische ideologische invulling van het Vlaams-nationalisme kunnen bij ons wel gedijen. Wij zien dat als een rijkdom’, vertelt Naeyaert. Dus de leden hoeven bijvoorbeeld niet tegen abortus te zijn om bij het KVHV te horen? ‘Door de band genomen zijn we tegen abortus, terwijl sommige leden daar een uitzondering op vormen. We zijn het er wel over eens dat abortus te veel gezien wordt als een soort voorbehoedsmiddel. Er wordt respectloos en gratuit mee omgesprongen.’

‘We vinden niet dat waarden en normen voorbijgestreefd zijn. Wij vinden dat geen romantische zever’, zegt de preses. Is er heden ten dage te weinig respect voor de westerse waarden? ‘Zeer zeker’, knikt hij beslist. ‘Gent is bijvoorbeeld geen probleemstad zoals Brussel of Londen, maar wat ik wel zie, is dat er zowel bij autochtonen als allochtonen sprake is van vervreemding. De derde generatie allochtonen valt tussen twee stoelen in. Ze zijn noch Turks of Marokkaans noch Vlaams. Die generatie, een product van de integratie, zien we volledig ontsporen. Stilaan mag daarover gepraat worden, ook binnen de traditionele partijen. Maar we vrezen dat het wel eens te laat kan zijn om de huidige demografische ontwikkelingen terug te draaien.’

Wat zou er dan moeten gebeuren? ‘Volgens het KVHV ligt het vooral aan onze eigen mentaliteit. We moeten niet zozeer een vijandbeeld creëren, maar we moeten zelf, als volk, sterker staan. Kijk naar de geboortecijfers. Die zijn relatief desastreus. Een Belgische vrouw krijgt gemiddeld 1,6 kinderen, terwijl een geboortecijfer van 2,1 nodig is om je bevolking in stand te houden. Het geboortecijfer bij allochtonen ligt echter op 6 à 7. Binnen enkele jaren kan dat zeer grote demografische aardverschuivingen opleveren. We geloven daarom dat er een migratiestop mag komen.’ Naeyaert hoedt er zich voor om te stellen dat er voor vreemdelingen geen plaats is in Vlaanderen. ‘We geloven niet dat een buitenstaander niet kan thuishoren in onze maatschappij. Maar hoe groter de groep buitenstaanders is, hoe moeilijker het wordt om die groep in te kapselen.’

In Nederland is de islamofobe PVV van Geert Wilders als een komeet omhoog geschoten. Kunnen KVHV’ers zich vinden in het discours van de Nederlandse populist? ‘Goh. We kunnen ons herkennen in bepaalde punten, maar het totale verhaal van Wilders is niet het project van het KVHV. Wilders heeft een zeer sterk vijandbeeld. Hij houdt zich graag bezig met islambashen. Wij geloven niet dat de islam per se een probleem is. We hebben niets tegen een brave moslim die vijf keer per dag bidt. Dat is niet het probleem waar we vandaag mee te maken hebben.’ Ook het Vlaams Belang vernauwt het migratieprobleem steevast tot de islam. ‘Wij zien problemen in massamigratie en globalisering, niet in personen of religies.’

Ook Jong N-VA UGent mocht mee op de foto.

In Gent is er de laatste jaren een enorme instroom van Oost-Europeanen. Is dat dan het grote probleem? ‘Goh, je kunt daar niet zomaar een zwart-witbeeld op plakken. Het zijn ook niet de modale Bulgaren en Roemenen die problemen veroorzaken. Ik denk eerder aan bendes en dergelijke.’

Enkele maanden geleden deelde het Gentse Kamerlid Tanguy Veys (VB) flyers rond in Turkse handelszaken met als boodschap: ‘Keer tevreden terug!’ Op het pamflet prijkte een vliegtuig met de Turkse vlag. ‘Dergelijke stunts zijn tegenwoordig legio bij het Vlaams Belang. (blaast) Ik ga niet zeggen dat die actie ongepast is, want wij geloven niet in politieke correctheid. We kunnen half tevreden zijn met die actie, maar wij werken wel aan een ander project.’

Meer waarden en normen? Nayaert knikt. ‘Niet alleen de derde generatie allochtonen ontspoort, maar ook de autochtone jeugd. Als de maatschappij zelf geen sterke inherente sociale waarden heeft om vreemdelingen in te kapselen, wiens schuld is het dan? We zijn niet eens in staat om onze eigen maatschappij in handen te houden’, zegt de student somber. ‘Het aantal echtscheidingen ligt heel hoog. Kinderen worden daardoor opgevoed in moeilijke omstandigheden en komen vaak terecht in de werkloosheid en de criminaliteit. Er is sprake van verval. Onze tegenstanders noemen ons al snel moraalridders, maar dat is onzin. De cijfers spreken voor zich. De morele ontreddering door kapotte gezinssituaties is groot. Wij geloven nog altijd dat het gezin de hoeksteen van de maatschappij is. Dat klinkt ouderwets, maar het gezin is wel een nucleus die voor stabiliteit zorgt. Kinderen die worden opgevoed in een stabiel gezin krijgen later in hun leven betere kansen. Als daar afbreuk aan gedaan wordt, krijg je bepaalde consequenties.’

Zijn de meeste leden gelovig? ‘Ja, maar velen zijn niet praktiserend. Er zitten zelfs enkele atheïsten bij. We willen meer zijn dan een katholiek vriendenclubje. Iedereen kan zich wel vinden in de christelijke waarden en de relevantie daarvan voor de maatschappij.’

Zelf is Naeyaert niet eens katholiek. ‘Ik ben luthers. Ik ben katholiek gedoopt, maar uit theologische overtuiging heb ik mij laten herdopen. Ik ben echter niet antikatholiek’, glimlacht hij. Hoe reageren medestudenten erop dat hij gelovig is? ‘Sommigen vinden dat raar. Dat is niet meer trendy. Maar wij zijn geen club voor de modale student. Onze leden hebben iets meer te bieden dan de doorsneestudent.’

We spreken elkaar op de vooravond van de protestmars in faciliteitengemeente Linkebeek tegen het akkoord over de splitsing van BHV. Uiteraard gaat Naeyaert mee betogen. ‘Die protestmars lag al langer vast, maar het akkoord over BHV is een reden te meer om te protesteren. Objectief gezien is er een verbetering, maar de faciliteitengemeenten zijn we allicht voorgoed kwijt, terwijl dat Vlaamse grond is. De Vlamingen zijn nu triomfantelijk omdat ze zogezegd veel bereikt hebben, terwijl ze toegevingen hebben gedaan die miniem lijken, maar waarop de Franstaligen later zullen incashen. De regeringsonderhandelingen zijn nog niet voorbij. Er moet nog over geld gepraat worden en ik voorspel dat de Vlaamse partijen door het akkoord over BHV zeer inschikkelijk zullen zijn.’

‘KVHV kiest resoluut voor onafhankelijkheid’, beklemtoont Naeyaert. ‘Er zijn wel enkele leden die voor confederalisme pleiten, maar grotendeels leeft de overtuiging dat België een achterhaalde structuur is die niet meer in staat is om het belang van het merendeel van de bevolking te dienen. Wij geloven dat een staat zo dicht mogelijk bij het volk moet staan. De Belgische politiek staat echter mijlenver van de burger. Door de grendelgrondwet en de belangenconflicten die de vorige staatshervormingen hebben ingevoerd, is de politieke mogelijkheid om hervormingen door te voeren in Vlaanderen stelselmatig onmogelijk gemaakt. Door de particratie leven politici in een fantasiewereldje. Het confederalisme zou ook weer zo’n halfslachtige oplossing zijn: we willen wel een beetje hervormen, maar toch niet te veel. Willen, maar niet kunnen.’

Zal Vlaanderen een stuk rechtser worden zodra het onafhankelijk is? ‘Het is een objectieve vaststelling dat Vlamingen conservatiever zijn dan onze zuidelijke buren. Dus ja, het politieke landschap in een onafhankelijk Vlaanderen zou zich verrechtsen. De democratie zou wel beter werken. Je hebt ‘demos’ nodig: dat is niet zozeer een volk, maar een sociologische entiteit die bepaalde waarden en normen deelt. Met een te grote groep die te pluraal is, wordt het zeer moeilijk om democratie uit te voeren. Dat is wat we zien in België. De belangen liggen te ver uiteen. België is in se niet democratisch. Het sociaal-economische debat zou veel beter gevoerd kunnen worden in een onafhankelijk Vlaanderen.’

Hoe realistisch is dat onafhankelijke Vlaanderen? ‘Het DNA van de traditionele partijen is onlosmakelijk verbonden aan België. Hun machtsstructuur zit in België. Zonder België wordt het voor hen zeer moeilijk om hun macht te bewaren. Hun belangen liggen daardoor niet in het oplossen van België. Maar zeg nooit nooit.’

Het succes van de N-VA lijkt het einde van het land wel dichterbij te brengen. ‘Het is zonder precedent dat de Vlaams-nationalistische partijen in Vlaanderen samen meer stemmen hebben dan de traditionele partijen. Ik had enkele jaren geleden niet durven voorspellen dat de N-VA zo’n superboom zou meemaken’, geeft Naeyaert toe. ‘De houdbaarheidsdatum van België is al lang overschreden. Bij de Vlaming ontstaat er een roep om verandering, wat zijn uiting vindt in het stemgedrag. Die Vlaamsgezinde onderstroom is er gewoon. In 2004 stemde nog één miljoen Vlamingen op het Vlaams Belang, niet alleen een Vlaams-nationalistische maar ook een rechtse partij.’

Voelt het niet ongemakkelijk om voluit rechts te zijn in een progressieve omgeving als een universiteit? ‘Universiteiten zijn vaak een bolwerk van progressief links – dat zie je ook in de Verenigde Staten. Links staat daar buitenproportioneel sterk’, beseft Naeyaert. Hoe komt dat? ‘Mensen die ideologisch rechts georiënteerd zijn, zullen andere professionele keuzes maken dan linkse mensen, die vaker voor een ngo of in het onderwijs gaan werken. Links is zeer sterk in het creëren van een culturele hegemonie, wat rechts veel te weinig doet. De politieke correctheid is een zeer goed voorbeeld. Over sommige dingen mag je niet spreken. Dat is “sociaal niet wenselijk”.’

Is de politieke correctheid niet aan het kantelen? Nu is het al bijna taboe als je zegt dat je voor het behoud van België bent. ‘Ik denk dat niet. Het ironische is trouwens dat wij het enige land zijn waar het revolutionaire linkse kamp een betoging houdt vóór het behoud van het systeem. Ik denk niet dat het ondertussen al politiek correct is om te zeggen dat je tegen België bent. Integendeel.’

‘Politieke correctheid is een vorm van cultureel marxisme. De essentie van het KVHV is dat er vrij over alles gesproken kan worden zonder taboe en zonder politieke correctheid. Wat we wel zien is dat bepaalde meningen die KVHV al honderd jaar verkondigt meer en meer ingang vinden. Dat vinden wij uiteraard positief. Maar is dat een verademing? Laat ons zeggen dat we ons nooit veel hebben aangetrokken van wat het establishment, de staat of de universiteit van ons dacht. Maar het is goed dat er een bewustzijn ontstaat bij de Vlaamse burger. Dat kunnen we enkel aanmoedigen.’

Het KVHV is aan geen enkele partij gebonden en dat is volgens Naeyaert een groot voordeel. ‘We zijn niet gebonden aan beleidsopties of een rigide programma. Wij kunnen doen wat we willen. We kunnen ook de mensen uitnodigen die we willen. Wij zijn een academische club. Die moet niet op zichzelf terugplooien. In de Vlaamse beweging zien we veel navelstaarderij. Dat brengt niets op. Je moet je geest openhouden en je blik op de horizon richten. Vooruit denken. Wij zijn niet bang voor andere meningen – die prikkelen de geest.’

Dus het KVHV nodig ook mensen uit met wie de leden het niet eens zijn? ‘Nadat Erik De Bruyn eerder dit jaar uit de sp.a was gestapt, hebben wij hem uitgenodigd voor een lezing. We wilden hem een forum geven aan de universiteit om reclame te maken voor zichzelf. We waren benieuwd naar zijn plannen. Niet dat KVHV’ers ooit voor hem zouden stemmen, maar iedereen is welkom op onze activiteiten. Maar De Bruyn wou niet komen! (lacht)’

Naeyaert stelt expliciet dat het KVHV elitevormend is. ‘We willen een speerpunt vormen. Dat is essentieel in onze werking. We willen studenten klaarstomen om in het professionele leven bepaalde agendapunten te bewerkstelligen. We proberen onze leden te vormen tot mensen met een coherente ideologie. Andere politieke studentenverenigingen zijn daar veel minder mee bezig’, vertelt Naeyaert.

‘Elite wordt vaak als een lelijk woord gezien, maar daarmee bedoelen we mensen die goed zijn in iets. Dat zie je nu al: oud-KVHV’ers zijn zeer prominent aanwezig in de politiek en de bedrijfswereld. Al mag het nog wat gestroomlijnd worden. Het doel is om mensen op plaatsen te krijgen waar ze invloed kunnen uitoefenen om zo onze idealen te verwezenlijken’, verklaart Naeyaert. Als je naar het aantal (oud-)ministers kijkt, lijkt die missie alvast goed te slagen: onder andere Pieter De Crem (CD&V), Wilfried Martens (CD&V), Tony Van Parys (CD&V) en Jaak Gabriels (Open Vld) waren lid van het KVHV. Ook Gerolf Annemans (VB), Carl Decaluwé (CD&V) en Bart De Wever (N-VA) koppelden er hun politieke interesse aan een studentikoze omkadering.

De oud-leden blijven actief betrokken bij het KVHV. ‘Wij geloven in een levensbond, wat je ook ziet ook bij de Duitse studentenverenigingen. Ons project stopt niet bij het afstuderen. Dan begint de echte werking pas. Je bent klaargestoomd voor de werkelijkheid en dan verlaat je de bubbel van het studentenleven. Het heeft een grote waarde dat de oud-leden blijven komen en dat we die nog iets te bieden hebben en zij ons. Studenten ageren, oud-studenten financieren’, doet de preses uit de doeken.

Door het contact met de voorgangers blijven bepaalde streefdoelen doorgegeven worden aan iedere nieuwe generatie. Zoals – ook bij het KVHV – de vraag om amnestie. ‘De grieven van de Vlaamse onafhankelijkheidsstrijd blijven grotendeels dezelfde. Het is aan ons om iets te veranderen, niet aan mensen die tachtig of negentig zijn. Al is het wel een beetje moeilijk voor ons om ons in te beelden wat er toen allemaal is gebeurd. Anderzijds heb je maar een geschiedenisboek open te slaan om te leren wat de repressie was. Als je de geschiedenis niet kent, kun je de toekomst niet veranderen’, betoogt Naeyaert.

Hij vindt het abnormaal dat amnestie nog altijd zo gevoelig ligt. ‘In alle buurlanden is de evolutie van amnestie voltrokken. Het is heel normaal dat er verzoening is na zo’n verdeelde toestand. De Belgische staat blijft echter de haat aanwakkeren. We zijn ondertussen zeventig jaar verder en er mag nog altijd niet over gesproken worden. Ik vind dat heel kleinzerig en typerend voor de Belgische staat, die meer bezig is met de belangen van een kleine groep dan met de belangen van de Belgen. We doen geen campagnes meer voor amnestie, maar dat wil niet zeggen dat het thema niet meer relevant is.’

Voelen rechtse studenten zich nog altijd het slachtoffer van linkse repressie? ‘De verdraagzaamheid is gegroeid’, erkent Naeyaert. ‘Tien jaar geleden kwam je soms in de problemen als je een Vlaamse studentenpet droeg, maar nu gebeurt dat niet zo vaak meer. Soms roept men nog wel eens “racist!” of “fascist!” als er een Vlaamse vlag op je tas kleeft, maar niet meer zo frequent als enkele jaren geleden. Die evolutie begon al vóór de boom van de N-VA. Soms is er nog sprake van vandalisme of graffiti. Vorig jaar zijn enkele KVHV-leden aangevallen met kettingen, vermoedelijk door anarchistische krakers. Maar vroeger kwam dat veel vaker voor, zeker in de Overpoortstraat (de uitgaansbuurt voor studenten, red.). Ofwel verdwijnt de polarisatie ofwel is de harde kern van onverdraagzaam ultralinks aan het verdwijnen.’

‘Het geweld kwam niet alleen van extreem links’, corrigeert een oud-student uit de tijd van toen. ‘Ook rechts deed mee. De anarchisten vielen één van onze cafés aan, wij vielen daarop een kraakpand binnen. Tien jaar geleden was dat een vorm van communicatie. Nu is die periode voorbij – gelukkig maar.’

Zitten de drie flamingante studentenvereniginen elkáár eigenlijk in de haren om nieuwe zieltjes te veroveren? Vincent Schoenaers van de NSV! ontkent. ‘We beschouwen het KVHV en Jong N-VA niet als concurrentie, maar als een aanvulling. Het zijn medestanders. Tussen studentenverenigingen is er geen concurrentie zoals tussen politieke partijen.’

‘In het wereldje kent iedereen elkaar. We komen naar elkaars activiteiten. We zijn zeker geen concurrenten’, benadrukt ook Naeyaert. Er zijn wel verschillen. ‘Het KVHV is nationaal-conservatief. De NSV! is nationaal-revolutionair. Hun focus ligt meer op provoceren en actievoeren. Wat niet wil zeggen dat wij vies zijn van enige actie: onlangs nog hebben wij de IJzertoren bezet nadat het IJzerbedevaartcomité had beweerd dat de Vlaamse strijd gestreden was. De kiesuitslag zegt iets anders.’

In vergelijking met de hardere broertjes lijkt Jong N-VA wel het kneusje van de flamingante studentenclubs. ‘Je kunt Jong N-VA moeilijk een echte studentenvereniging noemen’, vindt Naeyaert. ‘Het is een jongerenafdeling van een politieke partij die vanuit Brussel de koers bepaalt. Veel marge heb je dan niet.’

‘Bij Jong N-VA houden we ons in grote lijn aan de koers van de partij’, erkent voorzitter Gregory Deseck. ‘De band met de N-VA is niet meteen een pluspunt. Flamingante studenten zullen voor de NSV! of het KVHV kiezen omdat die onafhankelijk zijn. Jongeren sluiten zich liever niet te snel aan bij een partij.’

Zorgt Bart De Wever niet voor een aanzuigeffect bij studenten die zich kunnen vinden in de Vlaamse verzuchtingen? ‘Ik denk niet dat Bart De Wever echt voor bekeerlingen zorgt. Daar heb ik mijn twijfels bij’, zegt Deseck. ‘Veel leden waren al flamingant voor ze student waren. Anderen zijn als student geïnteresseerd geraakt in politiek, zoals ikzelf. Ik ben opgegroeid in een apolitiek gezin. Door de lessen over de geschiedenis van België ben ik flamingant geworden. Er zijn logische en rationele redenen om Vlaamsgezind te zijn. Studenten die zonder politieke voorkeur hun studie beginnen en zich dan pas een mening vormen, zijn wel in de minderheid.’

‘Het politieke engagement is verminderd, maar je ziet wel meer autodidacten opduiken die individueel hun mening hebben gevormd’, vult Naeyaert aan. Hij is er zelf zo één. ‘Vanaf mijn vijftiende is mijn interesse in politiek beginnen te groeien. Ik woon hier in Gent, een multiculturele stad, en dan ontwikkel je je eigen visie op de multiculturele maatschappij.’

‘Autodidacten zijn vaak radicaler. En hoe linkser de faculteit, hoe rechtser en geëngageerder ze meestal zijn’, vertelt de anonieme oud-preses van het KVHV geamuseerd. Hij beklemtoont dat het KVHV geen clubje is voor stamboomflaminganten. Het is meer een meritocratie. ‘In het KVHV zitten rijke stinkerds samen met studenten die zelf hun studie betalen. Het grote voordeel van het georganiseerde studentenleven is dat je mensen echt goed leert kennen. Je zit samen achter de vrouwen, ligt samen dronken in de goot en organiseert samen activiteiten. Dan merk je snel wie wat waard is. Het is een soort officierenschool.’

Borsten

27 juli 2011

Jongens en meisjes hebben tien dagen lang te hope, te gare de Vlasmarkt vereerd met hun dans- en waggelpasjes. Er is bier en Irish coffee gemorst. Nu eens weerklonk er gelach, dan gehuil. Soms bleef het droog, vaak was het nat. De Gentse Feesten zijn voorgoed voorbij en volgend jaar zijn ze er weer.

Youri is een wijs man. Zodoende drinkt hij water op de Vlasmarkt.

Tjonge, jonge, ik heb zowaar een nieuw notitieboekje nodig, merk ik om half vijf, als ik voor de laatste keer na drie uur slapen uit mijn bed rol om richting Vlasmarkt te marcheren. Goed dat de Feesten slechts tien dagen duren of ik was een compleet wrak.

Halverwege mijn dagelijkse tocht kom ik zo’n wrak tegen. Een kale man van eind de vijftig met een troebele blik. Z’n mond hangt half open, af en toe bazelt hij een onsamenhangende klank. Een behulpzame dame houdt hem recht. Allez vooruit, denk ik, burgemeester Daniël Termont heeft zich op de laatste avond precies ook geamuseerd. Even overweeg ik een foto van de wankele politicus te maken, maar tegen dat ik mijn toestel klaar heb, is de burgemeester al te ver weg gestrompeld. Dat is maar best, zo.

Wanneer ik de Vlasmarkt nader, kruis ik concullega Renzo Van Rijckegem. “Dag Renzo. Zijt ge er al mee vandoor?”, vraag ik.

“Neen, ik zoek een afgelegen pissijn om rustig te masturberen, ik bedoel urineren.”

“Euh, in dat geval wens ik u veel succes”, zeg ik alvorens mij weg te haasten van dit vreemde individu.

Er is een massa volk, maar één van mijn hoofdpersonages ontbreekt. “Kevin heeft afgehaakt”, meldt Youri met spijt. Bij de rit van gisteren heeft ie blijkbaar z’n motor opgeblazen.

Youri zelf is aanwezig, maar met mate: hij drinkt een watertje. “Ik ben geen meeloper. Als iedereen drinkt, dan ik niet”, stelt hij nuchter.

Voor de laatste keer wordt het dag op de overvolle Vlasmarkt. Het plein is aan een verdiende, lange rust toe.

Boris en zijn vriendin, twee lieve mensen waarover poëzie geschreven mag worden, klagen mij aan. “Het is uw schuld dat Boris geen werk vindt!”, krijg ik te horen.

“Oei, door die foto’s in mijn verslagen van vorig jaar?”, vermoed ik.

“Ja, inderdaad. Zou het mogelijk zijn om mijn achternaam weg te halen?”, vraagt Boris.

“Geen probleem, hoor. Doe ik”, stel ik het koppel gerust. Nu zal het slechts een kwestie van dagen zijn vooraleer Boris’ carrière een vliegende start neemt.

Daar is Renzo weer. Hij slaat zowaar een praatje met een prettig meisje dat staat aan te schuiven om te pissen.

“Goed bezig, Renzo”, complimenteer ik hem nadien.

“Als ik gemasturbeerd heb, ben ik veel chiller met vrouwen”, erkent Renzo.

“Ge beseft toch dat ik dit alles noteer?”

“Zolang dat ge mij een pseudoniem geeft, is dat geen probleem.”

Tim Struyven heeft tien dagen na elkaar de zon zien opkomen op de Vlasmarkt. Zijn eervolle vermelding is binnen.

Renzo verdwijnt weer in de massa en maakt plaats voor een collega-journaliste. “Ik vind uw verslagen van de Gentse Feesten heel tof, maar ik heb één belangrijk punt van kritiek: er komen bijna geen vrouwen in voor”, zegt zij.

“Da’s niet moeilijk. Kijk rondom u. Het staat hier vol mannen. Ge ziet hier bijna geen vrouwen.”

Ze kijkt om zich heen en betwist dat de grote meerderheid van de feestvierders op de Vlasmarkt van mannelijke kunne is. De jonge journaliste schat de verhouding man-vrouw op 60/40 procent.

“Het ziet er mij toch veeleer 70/30 uit. Maar dat doet er ook niet toe. Ik beschrijf de gesprekken met de mensen die ik tegenkom. Ge kunt toch niet van mij verwachten dat ik speciaal wat vrouwen ga aanspreken om úw quota te halen?”

Hilde van 't Krochtje en Peter Pan staan samen de sfeer te beheren.

Terwijl de jongedame mij van antwoord dient, zie ik dat haar topje in een ongunstige plooi glijdt. Langzaam komt haar rechtertepel te voorschijn. Ze is net aan het uitleggen dat ze haar dissertatie schreef over het postfeminisme wanneer ik mij afvraag wat ik moet doen: een foto nemen van haar tepel, haar erop attenderen dat ze met een blote borst op de Vlasmarkt staat of toch maar zedig zwijgen, hopen dat ze ‘t zelf in de gaten krijgt en dan veinzen dat ik niets heb gezien. Gelukkig redt de attente Tine mij uit de nood: “Meiske, iedereen kan uw tepel zien!”

Het feministische geweld fatsoeneert zich meteen. “Deze nip slip is zeer gênant”, beseft Britney – een toepasselijk pseudoniem dat ze zelf heeft gekozen. “Maar zó erg is het niet. Ik heb een mooie tepel. Mijn lieven waren altijd vol lof over mijn borsten. Hebben andere vrouwen dan zulke lelijke borsten, vraag ik mij altijd af. Ik vind mijn eigen borsten de max! Vrouwen moeten trotser zijn op hun boezem.”

Een feestvierende dame schrobt mee de vuile Vlasmarkt schoon.

Hup, en we zijn vertrokken voor een discussie aangaande de positie van de vrouw in de samenleving die nog vele uren zal duren en – uiteraard – zal eindigen in tranen. “Weet ge wat het probleem is met vrouwen? Dat ze elkaar genadeloos afmaken”, zeg ik bij wijze van steen in de kikkerpoel.

“Da’s niet waar!”, reageert Britney verontwaardigd. “Ik heb een zeer goede relatie met mijn vriendinnen. Zelfs een vent zou die niet kapot kunnen krijgen.”

“Prijs uzelf gelukkig. Maar vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan en scheuren elkaar genadeloos aan stukken. Ik heb dat al genoeg zien gebeuren. Er is veel achterdocht.”

Tine en Madelien geven me gelijk. Zij zijn vijf jaar ouder dan Britney en hebben al ervaring te over met het achterbakse gedrag van sommige van hun seksegenotes. “Vrouwen hebben in een vriendschap voortdurend bevestiging nodig”, vindt Madelien. “Bij mannen is dat veel minder het geval.”

Britney gooit het over een andere boeg. “In uw verslagen komen er ook nauwelijks homo’s voor”, verwijt ze me.

“Da’s weer hetzelfde: moet ik nu speciaal op zoek naar homo’s om aan andermans quota te voldoen?”, vraag ik.

“Kijk, daar staan twee homo’s, misschien moet ge die een paar vragen stellen?”, suggereert Britney, die proactief het homopaar bij het gezelschap roept.

Een meisje knijpt haar neus dicht als ze over de Vlasmarkt loopt. Tien dagen bier en andere bucht morsen heeft zijn werk gedaan.

Sam en Michaël komen erbij. Het gesprek gaat meteen over vrouwen die op zoek zijn naar homovrienden. “Veel vrouwen willen een homovriend als accessoire”, gruwelt Michaël. “Dat is hatelijk. Ze gebruiken je om te shoppen en behandelen je pas in tweede instantie als vriend.”

“Worden jullie geil van borsten?”, vraag ik nieuwsgierig, met een knipoog naar Britney’s decolleté.

“Geil misschien niet echt”, begint Michaël. “Maar borsten zijn wel mooi om naar te kijken”, vult Sam aan. Goed dat we dat weten.

Marieke, een vriendin die ik al bijna een jaar niet meer gezien heb, voegt zich bij ons debatgroepje. Ik leg haar Britney’s verwijten voor. “Het is een mannenwereld”, haalt zij de schouders op.

“Vrouwen zijn aan een opmars bezig!”, benadrukt Britney.

Michaël knikt bevestigend. “In de opleiding farmacie was 80 procent van de studenten vrouw”, zegt hij.

“En de rest was homo?”, vraag ik.

“Inderdaad”, glimlacht de jongeman.

Madelien hecht weinig geloof aan de opmars van het vrouwelijke geslacht. “Er zijn twee redenen dat vrouwen het niet voor het zeggen hebben: baby’s en maandstonden. Britney is nog maar 25, ik ben er dertig. Zij is haar natuur nog aan het ontkennen, ik begin die met zeer veel moeite te aanvaarden. De biologische klok slaat de vrouw in de ketens, toont haar haar plaats. We werken het zelf in de hand. Vrouwen komen niet op voor zichzelf. Dat ís gewoon zo.”

Ook de sfeerbeheerders laten zich even gaan en hangen zichzelf gezwind aan een kuiswagen.

“Ik maak enkel een kind met een man die het waard is”, zegt Britney fel.

Er groeit gaandeweg bitsigheid tussen Marieke en Britney, die per se wil weten wat Mariekes mening is over de verdrukking van de vrouw in de hedendaagse samenleving. Marieke spreekt zich daar liever niet over uit, en dat maakt Britney boos. Marieke kan haar niet uitstaan, is het onmiddellijke oordeel, anders zou ze haar mening wel geven. Ik probeer nog uit te leggen dat ze het gesprek beter een andere richting uitstuurt in plaats van er zulke zware persoonlijke conclusies aan te koppelen, maar mijn bemiddelingspogingen vallen dood tussen de vuile kasseien van de Vlasmarkt.

“Inderdaad, vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan”, erkent Britney uiteindelijk.

“En mannen niet”, weet Tine.

“Vrouwen bestoken elkaar. Dat is zo jammer. We zouden een pact moeten sluiten”, zegt Britney een weinig verslagen.

Omdat het rijk der vrouw, gigantisch als het is, nu wel ruim voldoende aan bod gekomen is, ga ik goeiedag zeggen aan Maarten Quaghebeur, de charismatische organisator van Boomtown. “De Gentse Feesten hebben een eindpunt nodig, een fantastische afterparty op de Vlasmarkt”, zegt Maarten. “Maar als je alleen op de Vlasmarkt bent komen zuipen, heb je geen Gentse Feesten meegemaakt. Er is ook inhoud nodig.”

De vermoeidheid heeft Igors gezicht in een permanente lach der zotten gegoten.

Helaas is er maar weinig goede inhoud te vinden, zo zegt Maarten zonder boe of ba. “Ik wil geen koude rillingen meer krijgen als ik over de Korenmarkt loop of langs Polé Polé passeer. Diversiteit is goed, maar dan moet iedereen voluit gaan in zijn programmatie. Vele organisatoren doen hun best niet. Ze weten dat het plein sowieso wel vol zal staan.”

Voilà, dat is nog eens gesproken, zie. Een duidelijke mening zonder al te veel poespas, los van ontsporende genderdebatten waar beschonken heren en dames zich beter ver van houden. Ik bedank Maarten en begeef me op pad naar een pissijn, er goed op lettend dat Renzo Van Rijckegem uit m’n buurt blijft.

Onderweg kom ik An tegen. Ik ken haar niet, maar zij mij wel. Er moet haar iets van het hart. “Het is niet grappig als je als vrouw popje genoemd wordt. Of mannen wrijven zomaar over je kont bij het passeren. Geen respect. En als je dan niet reageert zoals zij willen, ben je een vuil wijf of een bitch. Het is echt niet wijs om als object te worden behandeld”, vertelt An.

Een paar meter verder ontmoet ik een zekere Karel, die ik evenmin ken. Ik spreek hem aan met ‘mijnheer’, wat hij bepaald niet kan appreciëren.

“Wat moest ik dan zeggen? ‘Juffrouw’?”, repliceer ik.

Mong & Maarten zijn twee jonge, drijvende krachten achter de Gentse Feesten. Ze staan te trappelen om de Feesten meer inhoud te geven.

“Weet ge, als ik vrouwen aanspreek met ‘meisje’, vinden ze dat niet wijs”, getuigt Karel fronsend. “Dan worden ze roodgloeiend. Maar wat ge ook zegt, ge kunt nooit goed doen!”

Het is tien uur, de muziek is gestopt. Straks zullen de mannen van Ivago het plein ontsmetten en ons, zatlappen, naar huis jagen. Ik zie dat David Van Belleghem klaar staat om te vertrekken. “Tevreden over de Feesten?”, vraag ik hem.

“Het was wijs, maar het was niet de beste editie”, zegt David. “Daarvoor zijn er te weinig weirde dingen gebeurd.”

Samen met de kuisploegen van Ivago verschijnen gewone burgers op de Vlasmarkt, zoals de jonge Xanthe en haar papa. Het meisje knijpt haar neus dicht. “Het stinkt hier!”, zegt ze. Ach, dat zal er haar over een dikke tien jaar niet van weerhouden om op de Vlasmarkt, dit eeuwige oord van verderf, te komen drinken en feesten.

Er begint een fascinerend kat-en-muisspel tussen vuilnismannen en hardnekkige feestvierders. “Het gaat ze niet lukken. Ze kunnen het plein schoonvegen, maar wij blijven”, zegt Steven vastberaden. “Gentenaars zijn zo. Wij zijn Stroppen.”

Uiteindelijk krijgen de mannen en vrouwen van Imago het vuile plein toch min of meer proper. Als dank krijgen ze in de Charlatan een warme sandwich aangeboden. Ik ontmoet er vuilnisvrouw Daphne, een stoere blondine waar je maar beter beleefd tegen blijft. “Het is het eerste jaar dat we overbemand zijn”, zucht Daphne een beetje ontgoocheld. “De sfeer was goed, maar er was te weinig vuiligheid. Op normale dagen ligt het soms vuiler dan tijdens deze editie.”

Een ventje helpt mee de kermis op de Vrijdagmarkt afbreken. Hij heeft een grote toekomst in de afbraaksector.

Ze wijst naar de regen als boosdoener. “Mensen komen niet buiten als het regent en dan ligt er automatisch veel minder vuil op straat. Niet geestig, want wij werken graag flink door. We moesten soms extra traag werken om onszelf bezig te blijven houden. De laatste dagen was het gelukkig beter weer, en zagen we meer vuiligheid”, vertelt Daphne. “Het voordeel van het slechte weer was wel dat we minder geconfronteerd zijn met agressie.”

“De laatste jaren voel we ook veel meer dankbaarheid voor ons werk”, zegt Daphne. “De mensen zijn content dat we de stad zo proper houden.”

Ook voor de mannen en vrouwen van Ivago is de Vlasmarkt het traditionele eindpunt van de Feesten. “Iedereen komt dan naar hier. Dit plein is het laatste dat we opkuisen”, grijnst Daphne. “Maar we zijn blij dat het er weer opzit.”

Ik krijg Kevin nog eens aan de lijn, die opmerkt dat het begint te regenen. “Dit is dus het einde. Zo is het ook begonnen”, sluit hij telefonisch de Gentse Feesten af.

Hulde aan iedereen die erbij was.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Comaneukers

25 juli 2011

De Gentse Feesten zijn een aangenaam passende cocon. Tien dagen lang vergeet je allerlei vervelende dagelijkse beslommeringen. Maar als de Feesten op hun einde lopen, durft de realiteit al eens brutaal de kop opsteken. Gewoon negeren.

Een bovenmaatse zonnebril en een rood kruis maken duidelijk dat er met deze jongedame niet te spotten valt.

Graag bespaar ik u alle details. Maar opstaan als je enkele uren tevoren een uiterst pikante Thaise schotel hebt gegeten, gebeurt net iets vlotter dan in normale omstandigheden. Daar word je op een gepeperde manier wakker van.

Op weg naar de Vlasmarkt denk ik terug aan de woorden van Anne-Marie van gisteren: “Wat als mijn darm in actie schiet? Kakken op de Vlasmarkt is niet oké.” Ik besluit dan al dat mijn eerste consumpties Ricard zullen zijn. Het anijsdrankje is heilzaam voor het spijsverteringsstelsel en vormt een ideaal ontbijt voor wie zoals ik op een gruwelijk uur uit zijn nest kruipt om op de Vlasmarkt te gaan plaatsnemen.

Voor een zondagavond staat er relatief veel volk op het plein. Doch helaas weinig bekende gezichten – gisteren was dat wel even anders. Verdorie, denk ik, straks moet ik speciaal voor mijn voorlaatste verslag een nieuwe cast samenstellen. Maar vanuit de massa duikt opeens Servaas op. Het is ook zijn negende nacht op rij. “Wees gerust, uw vaste personages lopen hier allemaal rond”, merkt hij op.

Oef. Met een gerust gemoed ga ik m’n eerste Ricard halen. Terwijl het drankje mijn spijsverteringsstelsel heelt en de alcohol mijn slaapdronkenschap wegspoelt, komt Kevin aangewaaid. “We zingen en we lachen en we dansen en we doen alsof”, stelt Kevin. Hij zet zijn hand aan zijn mond en roept: “Vlasmarktje! Doe maar lekker alsof!”

Een evenwichtskunstenaar tart de malevolente effecten van de aardversnelling.

Kevin is een beetje knorrig vandaag. Hij had hier liever niet gestaan. “Godver, op dit moment geeft Prince een pre-show in Amsterdam. Als ik het op tijd had geweten, had ik erbij kunnen zijn”, vloekt mijn hoofdpersonage. Om ‘m te troosten bestel ik hem een pilsje. Daar maakt hem niet vrolijker, wat geen probleem is zolang hij me maar van spitante citaten blijft voorzien.

Opeens staat Bram Bostyn aan mijn zijde. Die spuit weer een hele hoop hapklaar te citeren frasen, maar zoals gewoonlijk voegt hij er telkens aan toe: “Maar niet op uw blog zetten of geen interview met Gunter!”

Het is de bedoeling dat ik Gunter Lamoot één dezer dagen interview over z’n imago. Als simpele journalist ben ik daardoor overgeleverd aan de almacht van de gehaaide manager in Bram. “Wat ge wel moogt opschrijven, is dat Gunter daarnet getrouwd is op de dj-toren. En wel door Jezus!”, zegt Bram enthousiast. Ik bedank hem voor de scoop en feliciteer Gunter zelf.

Kevin is er ondertussen niet vrolijker op geworden. Andermaal is hij het slachtoffer van Justine, die haar rode lipstick hanteert als een dodelijk wapen. Kevins gezicht zit onder de rode strepen. “Ge ziet eruit alsof ge met uw tong de Rode Zee hebt gespleten”, merk ik op.

De dj speelt het magistrale ‘Popcorn’ van Hot Butter en ik ontwaar een zweem van surrealisme op de deinende Vlasmarkt. Op dat moment kruipt een zekere Bart op een glasbak om vervolgens een straf staaltje evenwichtstechniek tentoon te spreiden. De massa juicht en brult. Even is Bart een ster. Dat hij zich lelijk bezeert als hij weer naar beneden kruipt, zien de meesten niet.

Servaas kijkt uit over de hem ondertussen zo vertrouwde Vlasmarkt. Twee dames spelen vrijwillig decorstuk.

“Gevallen?”, vraagt David Van Belleghem.

“Ja. Dat doet toch wel pijn”, geeft Bart toe.

“Ge mist ook een paar tanden”, merkt David op.

“Dat was al. Ik ben al veel gevallen in mijn leven”, grijnst Bart.

David stelt vast dat er weinig comaneukers zijn vandaag.

“Comaneukers? Wat zijn dat?”, vraag ik.

“Wel, soms ziet ge twee gasten aan één vrouw staan trekken, elk aan een arm. Uiteindelijk trekt één van hen aan het langste eind. De winnaar maakt nog een spottend gebaar naar de verliezer en gaat vervolgens comaneuken met zijn verovering. Dat is, simpel uitgelegd, hoe comaneukers te werk gaan. Maar gisteren waren er meer.”

“Ah zo. Interessant.”

“Ja. Ik stel voor dat ge ‘comaneukers’ gebruikt als titel voor uw volgende verslag.”

“Waarom ook niet.”

Een man vermomt zich als boom om te ontsnappen aan het alziende oog van het Sfeerbeheer.

David staat bekend als uiterst funky drummer, maar Servaas heeft eveneens muzikaal talent. Zo zong hij eertijds in een knapenkoor. “Toen was er opeens een nieuw scheppingsverhaal: in den beginne was er niets en toen was er een neus”, herinnert hij zich, wijzend op zijn reukorgaan. Je kunt zonder overdrijven stellen dat Servaas’ flonkaard een hele joekel is.

Ook Kevin levert een muzikale bijdrage. “Het is allemaal zeer simpel: rock-’n-roll is het best van al”, zegt hij terwijl de dj inderdaad een ouderwets goed rock-’n-roll-schijfje draait. De opzwepende muziek brengt enige vitaliteit in mijn geplaagde hoofdpersonage, van wie Servaas fluistert dat hij al om 22 uur had aangekondigd naar huis te gaan. Maar kijk, Kevin staat nog altijd te swingen.

“Nog een pintje?”, vraag ik.

Kevin kijkt naar zijn volle beker bier. “Boh, ‘t is niet omdat het glas nu nog vol is, dat het straks niet leeg is. Doe maar”, antwoordt hij. Even discussiëren we over de literaire waarde van zijn citaat – volgens hem is het een wegwerpertje – maar uiteindelijk overwint de zeer pragmatische drang naar alcohol.

We toasten op de Vlasmarkt. “Ik heb nog nooit zoveel dommigheid bij elkaar gezien”, oordeelt Kevin.

Justine beaamt dat. “Hou me tegen, of ga motten beginnen uit te delen”, zegt ze strijdlustig.

Nicholas waarschuwt dat hij nogal wat tanden kan verliezen als men hem thans laat vallen. "Dan val ik recht op mijn muil."

Toch beheersen de twee zich. Ze blijven deel uitmaken van de vredevolle atmosfeer op de Vlasmarkt. “Het gaat niet over enthousiasme, maar over engagement”, verklaart Kevin zijn legendarische uithoudingsvermogen.

Opeens explodeert er een aansteker. PLOF! Eén jongeman krijgt het projectiel in z’n gezicht. We maken hem wijs dat zijn rechteroog weg is. Het duurt even – een seconde of zo – voor hij beseft dat we hem in de maling nemen en dat hij slechts een klein wondje aan z’n wang heeft.

De beschuldiging voor de aanslag komt meteen op David Van Belleghem te liggen. “Gij ziet eruit als een Noor!”, merkt iemand op.

David wordt echter niet gelyncht door het volk omdat dat betere dingen te doen heeft. Dansen en netwerken bijvoorbeeld, ook als de muziek allang gedaan is. Toch loopt de Vlasmarkt verrassend snel leeg. Dat zijn we niet gewoon.

Volgens Edmond Cocquyt Jr. komt dat doordat café L’enfant terrible de feestvierders weglokt. “Dat is een aberratie”, verklaart Mong. “Het is natuurlijk typisch Gents dat zo’n café de regels omzeilt. Wat doen ze? Ze sluiten ‘s nachts om één voor drie. Om acht uur openen ze hier opnieuw de deuren. Vandaar dat de Vlasmarkt sneller leegloopt dan vroeger. De politie kan er niets aan doen, omdat het café de regels respecteert. Creatief gezien, maar volgend jaar zal het allicht niet meer pakken. De stad wil dergelijke afterparty’s niet. De Vlasmarkt moest net vroeger sluiten om mensen tegen zichzelf te beschermen, zodat ze niet op straat in slaap vallen. Maar kijk, de mensen drinken hier gewoon verder.”

Dat doe ik ook. Ik bevind me in een sympathiek gezelschap dat bier haalt voor me. Ik vertoon uitstelgedrag om de Feestenzone te verlaten. Laat de realiteit nog maar even wachten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Stil

24 juli 2011

Zowaar kenden de Gentse Feesten nog ‘ns een droge nacht. Het volk troepte massaal samen op de Vlasmarkt, met nadien een stevige afterparty bij Sint-Jacobs. Nog twéé nachten feest.

Gezellig liggen slapen op een zacht en droog voetpad: ook dat zijn de Gentse Feesten.

De nacht moet nog beginnen. Ik zit op de tram richting centrum. Achter me zitten enkele West-Vlaamse studentes te keuvelen. “Leuven is mooier dan Gent”, stelt één van de meisjes.

“Ah ja? En hebben ze daar ook Leuvense Feesten?”, repliceert één van haar vriendinnen meteen.

“Marktrock?”, probeert de eerste weer.

De stilte die volgt, is zwanger van dédain. In m’n baard grijns ik tevreden. Zelfs Gentse West-Vlamingen zijn wijzer dan hun Leuvense soortgenoten.

Vele uren later sta ik op het kloppende hart van de nachtelijke Feesten. Dankzij het mooie weer zijn een hoop bekende gezichten komen opdagen. Zoals ook Anne-Marie, die naast een eetstandje staat en zich daardoor opeens zorgen maakt over haar spijsverteringsstelsel. “Wat als mijn darm opeens in actie schiet?”, vraagt ze zich verontrust af. “Kakken op de Vlasmarkt is niet oké.”

Uit Karels keelgat schalt een oerkreet. Met de vuist in de lucht belijdt hij zijn geloof in de kracht van muziek.

Dat heeft ze goed gezien. Het is een positieve zaak dat de ontsporende jeugd toch nog bepaalde ethische grenzen in acht neemt.

Jan komt bij me staan. Hij heeft iets horen waaien aangaande de discobal aan de dj-toren, zo deelt hij mee. “De spiegelbol is de clitoris van de Vlasmarkt, zeggen sommigen”, vertelt hij. “Maar niemand kan eraan, dus zal de Vlasmarkt nooit klaarkomen.”

Dat is een inzicht waar een mens stil van wordt. Ik wend me zodoende tot Kevin, die sinds gisteravond specialist is in stille zaken. Kevin presenteerde Boomtown en leidde de minuut stilte in goede banen ter ere van de Noorse terrorismeslachtoffers. “Ondertussen was ook bekend geraakt dat Amy Winehouse en Johnny Hoes dood waren. Alles samen goed voor niet minder dan dríé minuten stilte. Joke Schauvliege (minister van Geluidsnormen, TVDM) zal content geweest zijn”, zegt Kevin schamper.

Samen met z’n kompaan Youri zet hij zich even neer op een betonblok. Na acht dagen feesten begint de vermoeidheid te wegen. “Ik zit hier ook maar als weerloos zoogdier”, verdedigt Kevin zichzelf.

Een oudere Vlaming danst met een Afrikaanse evenwichtskunstenaar. We hebben het gecheckt: het blikje bier is niet vastgemaakt met velcro.

Toch zal Kevin niet plooien. Vanuit de achtergrond duikt hij plotsklaps op met twee handen vol pintjes. “Je moet niet weglopen voor de feiten, Tim!”, zegt hij als hij er mij eentje in de pollen steekt. Alzo voorzien van bier horen wij hoe de dj zijn set afsluit met een nummertje van de betreurde Amy Winehouse. Tot sentimentele taferelen leidt dat gelukkig niet, of ik was naar huis.

De tent van de Kinky Star is toe, maar toch glipt Ruben nog even naar binnen voor een állerlaatste pilsje. Als hij terug buiten staat, schudt hij verward het trotse hoofd. “Het is een andere wereld daarbinnen”, vertelt hij. “Plots is iedereen daar een West-Vlaamse hartchirurg.”

Ik ruik achterdochtig aan mijn pint, bang voor hallucinogene schimmels die zich in de leidingen van de tapinstallatie ophouden, maar ruik gelukkig niets verdachts.

David Van Belleghem loopt ook nog rond. “Dag David, goeimorgen. Wat zie jij er nog fris uit”, groet ik.

“Frisheid zit vanbinnen”, knikt David erkentelijk.

Steeds mee mensen verlaten het plein. Anne-Marie begrijpt niet waarom. “Waar gaat ge naartoe?”, vraagt ze. “De winkels zijn gesloten.”

“Anne-Marie, ‘t is zondag”, merk ik op.

“Ah ja, juist. Gij houdt bij welke dag van de week we zijn en zo?”

Een jongedame draagt een 100 procent biologisch hoofddeksel. De goden van de ecologie zegenen haar.

Ook Nikolaas van het Botramkot weet dat de Feesten nog maar twee dagen meer duren. “Het wordt tijd dat het gedaan is”, bromt de jongeman gebroken en geradbraakt. “Het begint te wegen. Mijn ingewanden beginnen te rommelen.” Hopelijk voor hem schiet zijn darm niet voortijd in actie, want zoals Anne-Marie al wist, is kakken op de Vlasmarkt niet oké.

David Van Belleghem komt er, zijn contract als medehoofdpersonage erend, bij staan. Hij raakt in een discussie verwikkeld met Anne-Marie, die stevig van zich afbijt. “Natuurlijk zijt gij ros”, vertelt David haar op zeker moment. “Alsof ge al tien jaar Irish coffee drinkt.” Een dame zo te kakken stellen, die David durft.

Op den duur schieten we nog maar met een handvol diehards over op de Vlasmarkt – het groepje rond Kevin en Anne-Marie is verdwenen in de nevelen der legenden. Gerald Claeys van de Charlatan, the boss of it all, komt bij ons staan. “Wat wij hier doen, is uniek in de wereld. Tien dagen lang tot acht uur ‘s morgens feest, waar elders vindt ge dat?”, vertelt Gerald trots. Van het slechte weer van de voorbije week trekt hij zich maar weinig aan. “De regen heeft ervoor gezorgd dat meer Gentenaars naar hier kwamen. Er was meer samenhorigheid. De regen is een externe factor: iedereen wordt nat. Dat verbindt de mensen met elkaar. Noem het voor mijn part God.”

Een dronken tijger vliegt James naar de keel. Zijn strottenhoofd wordt live verzwolgen.

Over God gesproken: één van de evangelische christenen die iedere ochtend zieltjes proberen te winnen met koffie en chocomelk passeert. “Lopen die hier nu nog rond?”, grijnst Gerald een beetje verrast. “Die christenen zijn een deel van het sfeerbeheer. Zij nemen de nazorg voor hun rekening.”

“En ze communiceren zonder oortjes, rechtstreeks met God!”, lacht David.

Ook wij verlaten uiteindelijk het heilige plein. Ik besluit nog even langs te gaan bij L’enfant terrible, waar een afterparty op gang is gekomen. Het terras zit vol nachtbrakers. Ik raak verzeild in een discussie over de 27 Club. “De Bijbel is fout. Jezus was ongetwijfeld ook 27″, zegt iemand.

“Neen, Jezus was dertig”, weerlegt een ander. “Je moet al zot zijn om te geloven dat de Bijbel juist is. In ieder geval is Amy Winehouse van haar vensterbank gevallen terwijl ze haar ramen stond te zemen.”

Een man vraagt aan een meisje of ze een push-up-bh aan heeft. “Neen, ik draag geen push-up”, bijt zij terug.

“De push-up-bh behoort tot ons privéleven. Wij koesteren dat”, benadrukt de vaste vriend van de dame. Meer heb ik daar niet aan toe te voegen. Bij deze houd ik me stil, tot de volgende vergadering.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Monsters

23 juli 2011

Zet een paar duizend man in de gietende regen en wat krijg je? Een vrolijke massa. Op voorwaarde dat die massa kan beschikken over ongelimiteerde voorraden Irish coffee.

De Vlasmarkt als openluchtdisco. Dankzij het sfeerlicht valt de regen niet op.

“Excuseer, bent u hier uit de buurt?”, vraag een man met een Antwerpse tongval.

“Jazeker”, antwoord ik.

“Ik ben m’n auto kwijt. Hij staat geparkeerd in een laan met tramsporen en bomen in het midden. Er is een stuk waar ge maar dertig moogt rijden.”

Ik probeer de bestuurder niet te ontmoedigen door te zeggen dat er in Gent wel duust stukken straat aan die beschrijving beantwoorden. “Wel, als u de volgende straat naar links inslaat, en de hele tijd rechtdoor stapt, komt u uit op een laan die min of meer aan uw beschrijving beantwoordt”, zeg ik optimistisch, goed wetende dat het leven van deze mens definitief verwoest is. Hij zal z’n wagen nóóit nog terugvinden, hij zal nimmer meer thuis geraken en voor de rest van zijn verdoemde bestaan doolt hij voortaan door de grauwe straten van het post-industriële Gent, voortdurend aan wildvreemden vragend waar hij zijn automobiel achtergelaten heeft.

Met moeite een kilometer verder hoor ik achter mij geschuifel. “Hey, gij daar met uw leren frakske en uw blonde krullen.” Mensen die schuifelen als ze iets willen vragen, zijn van een provinciale lompheid die verantwoordt dat ze even genegeerd worden. Is “Excuseer, mijnheer” nu werkelijk zo moeilijk?

Uiteindelijk draai ik mij toch om. Ik zie een dwerg – maar geen klinische – in een korte broek. “Ja?”

“Hoe geraak ik in Zelzate?”

Met haar stralende ogen brengt Anne-Marie een beetje warmte op de Vlasmarkt.

Ik trek een wenkbrauw op. “Goeie vraag. Hoe dacht ge daar precies te geraken?”, vraag ik met een subtiele blik op z’n korte beentjes.

“Met de bus.”

Ik stel de man gerust: dat ik het niet weet vanwaar er een bus naar Zelzate vertrekt. “Maar als ge de tramsporen blijft volgen, zult ge er op den duur wel op uitkomen”, leg ik uit.

Met plezier laat ik de onbeleefde kabouter aan z’n lot over en vervolg mijn weg richting Vlasmarkt. Het is de hele nacht droog gebleven, maar bij mijn aankomst daar begint het zowaar te regenen. Van overdadig zomerweer zal er ook deze ochtend geen sprake zijn.

“We hebben te maken met anabuvisme“, merkt Vincent op.

“Dat is een aardig neologisme. Wat betekent het?”

“Het betekent ‘zomerse dranken nuttigen in winterse omstandigheden’. Zoals wij hier nu staan te doen”, rilt Vincent.

“Aha, je zou dus kunnen zeggen dat de Gentse Feesten 2011 een anabuviale toestand zijn?”

“Inderdaad”, knikt Vincent.

Ik bedank hem voor zijn bijdrage en vraag me af wat Boris, een personage dat de vorige jaren ook al eens mocht opdagen, te zeggen heeft.

Boris staat met opgeheven hoofd op Vlasmarkt. Deze bink buigt niet voor wat regendruppels.

“Oudenaarde is de ruggengraat van de Vlasmarkt”, poneert Boris zonder blikken of blozen.

Kevin, zelf een kind van de Vlaamse Ardennen, beaamt dat volmondig. “Maar natuurlijk is dat zo. Mensen uit Oudenaarde houden de Feesten overeind.”

Ach, vrees ik, met of zonder Oudernaarderezen, veel is er niet meer overeind te houden aan de Gentse Feesten editie 2011. De regen heeft ze genekt. Toch blijven er altijd mensen die die simpele waarheid ontkennen, zoals Jan, die een ostentatieve zonnebril draagt. “Dan blijft het langer donker”, verklaart Jan. Het daglicht wordt inderdaad met de minuut sterker.

Wanneer mijn aanwezigheid gevraagd wordt op de dj-toren kan ik even ontsnappen aan het neergutsende hemelwater. Boris mag niet mee naar boven. De ontgoocheling in zijn ogen is niet te verdragen door mensen die er nog geen gewoonte van hebben gemaakt anderen te ontgoochelen. Ik heb er met andere woorden geen problemen mee.

Boven zie ik een Antwerpenaar in kostuumpak met ontzetting uitkijken over de dansende, doorweekte massa. “Dit is het ultieme fanatisme”, bazelt de man, die voor een grote drankenfirma werkt, hoofdschuddend.

“Maar neen, dat zijn gewoon de Gentse Feesten”, weerleg ik met grootstedelijk blasé.

Tom Verbruggen verdient andermaal een pluim om bier te halen. Ook zijn fotografisch werk mag op mijn lof rekenen. Edmond Cocquyt Jr. blijft dan weer netjes in zijn rol van authentiek Gents curiosum. De Heer heeft van elk zijn getal nodig.

Als ik me weer op de begane grond begeef, klampen enkele studenten journalistiek me aan. “Welnu, sinds 1948 hebben vrouwen stemrecht. Maar nog altijd beschikken ze niet over eigen pissijnen op de Gentse Feesten. Wij vragen ons af hoe dat komt”, steekt Michael Lombaerts van wal. “Durven ze niet opkomen voor zichzelf? Is het dat?”

“Goed mogelijk”, antwoord ik. Ik zeg hen hun bijdrage te appreciëren, maar krijg in ruil niet eens een pintje aangeboden.

"Ik ben bang", huivert Nimrodiensis als hij met een ongure autochtoon op de foto moet.

Ik richt mijn aandacht op Nimrodiensis Maximalis, het hoofdpersonage van de Gentse Feesten van verleden jaar. Hij is speciaal opgestaan om in alle friste te kunnen genieten van het volkse feest op de Vlasmarkt.

“Er lopen hier veel monsters rond!”, constateert Nimrod met enige huivering. “Mensen die rare bekken trekken. ‘k Ben bang!”

Van Bert heeft Nimrodiensis echter niets te vrezen. De goedmoedige metalbassist kuiert onverstoorbaar door de plensende regen. “Het geheim van goede Feesten”, zo zegt Bert, “zijn goede schoenen. Vorig jaar had ik slecht schoeisel aan. Het plakt nog altijd aan de vloer. De schoenen die ik nu draag, zijn comfortabel en blijven droog.”

“Ze zien er wel wat sullig uit”, merk ik op.

Bert haalt z’n schouders op. “Zolang ik er comfortabel mee naar de Gentse Feesten kan, maakt dat niet uit.”

Nima en Maarten krijsen het uit van schrik als ze beseffen dat er weer een nieuwe nacht voorbij is. "Wij zijn bang!"

Bert verlaat de Vlasmarkt, net als vele anderen. De muziek is inmiddels gestopt. Een buitenlandse bezoeker schreeuwt boos naar de dj-toren: “It’s a graveyard over here! Give us some music, man!” Zijn schreeuw valt in goed gesoigneerde dovemansoren.

“Rien ne pleut plus”, laat Nimrod zich ontvallen als het ophoudt te regenen.

“Vanwaar ben jij afkomstig?”, vraagt Boris.

“Kortrijk. Ik representeer de stad als het ware”, antwoordt Nimrod.

“In uw blote mouwen dan nog.”

“Mooi zo, Boris, die schrijf ik op. ‘Blote mouwen’. Zoveel poëzie op dit uur van de dag, hoe is het mogelijk”, becommentarieer ik.

Ik krijg een dreigende blik terug. “Gij zijt veel te vriendelijk”, oordeelt Boris met afschuw.

“Hoezo?”, vraag ik.

“Hier een beetje nuchter de scherprechter van de zatte mensen komen uithangen…”, gromt hij.

Voor het tot een bloedige broederstrijd komt, vrolijkt Ineke onze harten op. “C’est moi, le Kinky Star”, lacht ze als een ontheemde jongeman vraagt of het gelijknamige café nog open is. “Mais je suis fermée!”

Maar Inekes vreugdevolle aanwezigheid kan niet voorkomen dat twee mannen opeens met elkaar op de vuist gaan. Ze slaan vol op elkaars wezen. Ik probeer tussenbeide te komen, maar geen avance. Uiteindelijk zijn er drie sfeerbeheerders nodig om de ene agressieveling in bedwang te houden. De andere is fluitend van het plein gewandeld.

Kevin haalt op de hem eigen wijze – eerst de ene, dan de andere – zijn schouders op. “Kom, laat ons een ontbijt nuttigen. Ik trakteer.”

Een anders uiterst stijlvolle dame heeft nogal wat ladders en gaten in haar luipaardpanty's.

Een uitstekend plan. Daar zitten we dan in Broodpunt aan de Ottogracht. “Boomtown en BataMatiQ zijn de enige twee projecten tijdens deze Gentse Feesten met een deftige programmatie”, vindt Kevin. “Al de rest is shit.”

Hij betreurt dat BataMatiQ zo hard getroffen wordt door de regen. “Voor 80 euro drankbons in vier uur tijd, da’s dramatisch, man”, zucht de goedmoedige Oudenaarderees.

Maarten Quaghebeur, die mee aan tafel schuift, is evenmin enthousiast. “De Gentse Feesten zitten in hun slechtste editie sinds vele jaren. Organisatoren hebben een heel jaar gewerkt, maar kunnen het potentieel er niet uithalen.” Er is echter niet alleen het slechte weer. “Gent zal ook moeten nadenken over waar het naartoe wil met de Feesten: een braderij of een sterk inhoudelijk aanbod.”

“De Gentse Feesten zijn op sterven na dood”, orakelt Kevin. “Wat een bloedarmoede dit jaar!”

“Ik weet hoeveel subsidies sommige organisatoren krijgen. Maar als ik hun programma bekijk, is het precies alsof ik 1998 beland ben. Da’s dertien jaar geleden”, benadrukt Maarten. Hij nodigt me uit op zijn Boomtown, waar Kevin straks de avond zal presenteren.

Mijn uiterste best zal ik doen, zo beloof ik. Maar diep in mezelf weet ik reeds: schrijven is wat ik zal doen en de rest van de dag zal opgaan aan schrijven. Of er mentale ruimte overblijft voor een popfestival, valt sterk te betwijfelen. Niet dat ik niet van popmuziek houd, maar ik wil m’n energie sparen voor de Vlasmarkt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gentse mokken

22 juli 2011

De mooiste nachten zijn die waarvan je het nooit zou verwachten. Zomerse warmte zorgt níét voor meer ambiance. Op de Vlasmarkt danst het volk liever in de gietende regen.

De rookmachine doet z'n werk op de dj-toren op de Vlasmarkt: de stinkende lelijkaards verdwijnen in het verborgene, proper gewassen dames blijven zichtbaar.

“Ey, ga je mij naar huis voeren?”, vraagt een West-Vlaamse jongevrouw die op weg naar huis wil vertrekken met haar fiets. “Je mag vanachter zitten.”

No can do. Ik moet naar de Vlasmarkt.”

“Pfff, ‘t is daar toch al gedaan.”

“Maar neen, het moet daar nog beginnen!”, weet ik. Hoe kan het feest op de Vlasmarkt thans al gedaan zijn als het daglicht zich nog niet heeft kunnen manifesteren? Ik vervolg goedschiks mijn weg naar het heilige plein.

Daar ontmoet ik Wouter, die in het verleden al opdaagde als nevenpersonage. Wouter maakt er ieder jaar een sport van om de evangelische christenen onder de kasseien te praten die rondgaan met het Woord Gods en bekertjes koffie. Eén keer ging dat net iets vlotter dan anders. “Achteraf bleek er maar één conclusie mogelijk: iemand had voor de lol MDMA in de koffie van die christenen opgelost”, redeneert Wouter. “Ik heb een etmaal nodig gehad om me weer normaal te voelen na dat gesprek.”

In de gietende regen kijken we uit over de Vlasmarkt. Ik herken helaas weinig van m’n vaste personages. Om maar niet te zeggen geen. Kevin heeft zich allicht laten wegregenen en David Van Belleghem zal zich uit voorzienigheid niet eens buiten gewaagd hebben. Zodoende moet ik het met Wouter stellen. Die vestigt mijn aandacht op Schopenhauer. “Eadem, sed aliter. Hetzelfde, maar anders. Dat is wat de Vlasmarkt is. Je kunt hier elke dag staan, het is hier elke dag hetzelfde, maar toch keer je telkens naar huis met een ander verhaal”, analyseert deze filosoof.

Opeens vliegt er beker bier tegen ons. Wouter en ik draaien ons om. Een dronken heerschap kijkt ons aan alsof er niets gebeurd is. “Hebt gij dat bier tegen ons gesmeten?”, vraagt Wouter met z’n raspende stem.

Met het bier dat we in het Westen weggooien zouden we in de derde wereld nogal wat mensen zat kunnen voeren.

De dronkelap wijst naar een vuilbak op een meter van ons. “Ik heb mijn beker daarnaar gesmeten.”

“Dan is het u verdomme toch niet goed gelukt om te mikken”, merkt Wouter op.

“Uw beker is ontegensprekelijk tegen ons gevlogen”, voeg ik eraan toe.

“Draait ulder om of ik sla op uw muil”, repliceert de zatte aap.

Ai, denk ik, arme sukkelaar, nu zijt ge zeker een halfuur van uw leven kwijt. Inderdaad: Wouter neemt de handschoen op en begint op de hem eigen wijze te discussiëren met de dronken man. Die slaat uiteraard niet op Wouters bek, maar ziet wel kostbare seconden van zijn leven wegtikken terwijl Wouter hem verbaal in de grond stampt.

Vanuit de dj-toren zie ik opeens Edmond Cocquyt Jr. naar mij wijzen. Hij doet teken dat ik naar boven moeten komen. Waarom ook niet, in de vipruimte van de Vlasmarkt kan een mens genieten van beschutting tegen de regen. Maar tegelijk moet ik erkennen dat het er behoorlijk saai is. Iedereen staat maar wat op elkaar gepakt en de pintjes zijn op.

Niet veel later sta ik weer tussen het plebs. De zon is ondertussen al op. Tim Struyven komt in mijn beeld gelopen – hij is een vast gezicht van deze editie. “De regen heeft het kaf van het koren gescheiden. En wij zijn het koren”, legt Tim uit. Ik feliciteer hem met zijn opmerking en vertrouw ze toe aan het papier.

Bizar: hoe meer het regent, hoe meer mensen dansen op de Vlasmarkt.

Aan de Kinky Star staat Steve te schuilen. Hij heeft ‘t wel gehad met de regen. “Ik kan goed zwemmen, maar het is me nu toch te nat”, schudt hij z’n massieve kop. De meerderheid van de feestvierders geven ‘m ongelijk. Zij staan te dansen op de gladde kasseien, van het hemelwater trekken zij zich weinig aan.

Ik formuleer er een theorie over: meer zon betekent meer mensen en dus minder ruimte om te dansen. Meer regen betekent minder mensen en dus méér plaats om de beentjes te strekken. Ook maandagochtend regende het en stonden de mensen eveneens te dansen. Als je genoeg gedronken hebt, maakt het toch niet uit of je nat dan wel droog bent, dus kun je evengoed swingen in de regen.

Opnieuw kom ik Wouter tegen. Die heeft weinig zin om z’n tronie te lenen voor een fotoportret. “Neen, ge moogt geen foto’s nemen van mij. Fotografeer mij maar zonder toestemming”, stelt hij kordaat. Ik schik me naar zijn wensen.

Ondertussen leer ik Christiane kennen. Zij is de oudste madam op de Vlasmarkt – ik schat haar ergens in de zestig. Haar witte kleed zit onder de vlekken van Irish coffee en ze heeft zo’n onnozele zonnebril met lichtjes erin. Desondanks herken ik in haar een chique dame. “Mijn ouders waren afkomstig van Kortrijk, waar ze fabrieken hadden. Wij spraken Frans en algemeen Nederlands thuis. Mijn vader was boos als ik Gents sprak. Maar ik ben van hier, mijn hart klopt Gents”, zegt ze terwijl ze vastberaden op de Gentse kasseien stampt.

Wouter neemt Christiane in een beschermende omarming. Hij wil haar behoeden voor de elementen.

Al veertig jaar woont ze ondertussen in Brussel – soms heeft ze moeite om iets in het Nederlands uitgelegd te krijgen en schakelt ze over op de taal van Voltaire. “Mijn zoon Didier wou vroeger nooit Nederlands spreken, enkel Frans. Maar hij werkt momenteel in Amsterdam, waardoor hij Hollands beginnen te spreken is. Verschrikkelijk!”, lacht Christiane.

Ze controleert mijn leren vest. “Volgens mij is het geen echt leder”, oordeelt ze.

“Volgens mij wel. Tweedehands gekocht en zeiknat, maar het is toch echt leder”, verdedig ik m’n trouwe jas.

“Hmmm, misschien”, zegt ze niet geheel overtuigd. “Maar ik begrijp het wel, hoor. Alles is zo duur tegenwoordig voor jonge mensen. Ze kunnen zich een huis, een tv en een wagen permitteren en daar houdt het op.” Ik erken dat het allemaal niet makkelijk is tegenwoordig.

De muziek is reeds stilgevallen en langzaam loopt het plein leeg, maar evengoed blijven mensen voor de gezelligheid staan, als bevonden zij zich op een aangename netwerkreceptie.

Sfeerbeheerster par excellence Hilde waarschuwt nogmaals voor pickpockets. Die vluchten huilend terug naar hun kraakpanden.

Even later zit ik dankzij gunstig toeval samen met Christiane op de tram. Ze heeft net een pakje Cuberdons gekocht op de Groentemarkt en geeft er mij eentje. Ik steek het snoepje zonder veel omhaal in mijn mond, wat op lichte afkeuring van Christiane kan rekenen. “Je moet het topje eraf bijten en eraan zuigen”, doceert ze met haar charmante Gents. Even later biedt ze mij ook een Gentse mok aan, een lekker koekje met anijssmaak. Zoveel gezelligheid heb ik op een tram nog nooit niet mogen meemaken.

Ooit schrijf ik een ode aan de fantastische Gentse mokken, die dat ge kunt opeten, die met hun jonge lijven die staan te dansen op de Vlasmarkt, en die van een schone leeftijd die nog altijd zo jong van geest zijn dat het verouderingsproces u niet kan afschrikken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nog roster

21 juli 2011

We zitten aan de helft. Nog maar. Vreemd, want ik had het gevoel dat het einde in zicht was. Maar neen. Nóg vijf nachten zuipen en roken en zuipen en roken.

Liza en Ian hebben hun eigen drank mee. De jeugd mag zich dergelijke antikapitalistische zonden permitteren.

Zes veertigers houden me staand. “Mijnheer, deze mensen gaan trouwen. Wilt gij getuige zijn?”

“Nu?”, vraag ik.

“Neen, over drie maanden.”

“Sorry, dat zal niet lukken. Slaapwel.” De veertigers vervolgen strompelend hun weg naar huis.

Een mens die om half vijf opstaat om naar de Vlasmarkt te vertrekken, komt onderweg wat tegen. Zeker tijdens de nacht vóór 21 juli. De mensen kunnen tijdens de Nationale Feestdag uitslapen, dus durven ze al eens massaal naar de Feesten af te zakken. Traditioneel komen vooral hele horden provincialen op dat lumineuze idee.

Op de Vlasmarkt is het beduidend drukker dan de vorige dagen. Dat het de vorige avond droog is gebleven, heeft ongetwijfeld meegespeeld. Maar opvallend: er lopen maar weinig opgefokte Ronny’s tussen de massa. Dat scheelt alvast een paar bloedneuzen.

“Ik versmelt met de Vlasmarkt. Ik word vlas!”, kermt Nimrodiensis Maximalis, mijn hoofdpersonage tijdens de vorige Gentse Feesten.

Kevin, het hoofdpersonage van de editie van 2011, kan niet achterblijven en schudt terstond ook een oneliner uit zijn mouw. “De elite van de massa is het volk”, stelt Kevin zonder blikken of blozen. “Vandaag is het hier niet normaal. Iedereen is zot. Ge staat nergens op uw gemak.”

Ook Lolly, een dame die ik enkele dagen tevoren nog mocht fotograferen, is niet te spreken over de drukte. “‘t Mag beginnen te regenen”, foetert ze.

Adrie Cocquyt heeft tegenwoordig rosse krullen. Daarvoor verdient hij respect.

Ik ontmoet Servaas, die voor het eerst de Feestenmarathon aflegt: tien dagen gáán. “Vroeger ging ik te weinig, maar dit jaar is het een beetje te veel”, evalueert Servaas zijn onderneming. “Veel kennis doe je hier toch niet op. Dan lees ik liever een boek, als ik zo eerlijk mag zijn.”

Een concullega die vijf meter verder staat, belt me. “Zijt ge op zoek naar oneliners voor uw reportage? Wel, Miel heeft er hier op overschot”, zegt de paljas.

“Is dat zo? Oké, ik kom af”, zeg ik terwijl ik mijn notitieboekje alvast bovenhaal.

Miel moet even nadenken over een eerste oneliner. “Hoge bomen, lange planken”, zegt hij uiteindelijk. “En euh…”

“Ja?”

“Euh…”

De concullega draait ontgoocheld met zijn ogen. “Ja, ik zal er dan maar één geven. Eentje van Heidegger: ‘Der Mensch ist kein Ding.’ En waarom schrijf jij dat eigenlijk op? Ejjehieheenheheuhen?

Ik laat de twee onelinerloze dertigers verder aan hun lot over en luister nogmaals naar wat Kevin te zeggen heeft. “Ik heb me speciaal bezopen om de massa te ontkennen”, deelt hij mede. Da’s een mooie.

Kevin heeft op de koop toe een leuk idee voor een reportage: laat ons iedereen met een rugzak ondervragen over de inhoud ervan. Check.

Onze eerste slachtoffers zijn Liza en Ian. Liza heeft in haar rugzak een blikje Cara alsook een plastic fles met bruine rum. Haar vriend Ian heeft lege flesjes Cara – dat zijn de lekkerste – en een fles witte rum zitten. “Wij hebben geen geld om aan de toog drank te kopen”, zegt Ian.

Een ander persoon – één die niet onder zijn of enige andere naam wil getuigen – heeft zowaar absint bij.

De volgende slachtoffers die we treffen, hebben enkel regenkledij bij, waardoor we het idee gauw aborteren. Wat we wel tegenkomen, zijn mensen die net als ik rost van haarkleur zijn, zoals David Van Belleghem en Adrien Cocquyt. Onze groep rostekoppen telt enkele van de meest archetypische Vlasmarktgezichten. David merkt als eerste de correlatie: “Hoe langer je op de Vlasmarkt staat, hoe roster je wordt.”

De komende vijf nachten zullen we dus enkel nóg roster worden. Maar ach, geen nood: er is expliciet wetenschappelijk bewijs geleverd dat je van lang op de Vlasmarkt te staan ook een lange fluit krijgt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Fout concept

19 juli 2011

De echte wereld bestaat nog. De echte wereld is wreed en wispelturig. De veilige cocon van de Vlasmarkt verlaten, loopt steevast uit op gerommel. Maar ook tussen het feestende volk bevinden zich verraderlijke creaturen.

Peter Pan daagt alleman uit het oneens te zijn met hem. Daarover gaat iedereen akkoord.

De klok zegt 5.08 uur en ik zeg: “Whoa, fuck.” Een oranje licht komt reeds aan de einder gloren. Ik zal me mogen reppen om eerder op de Vlasmarkt te zijn dan de zon.

Dankzij mijn zevenmijlslaarzen ben ik net op tijd. Ná zonsopgang op de Vlasmarkt toestuiken zou ongepast zijn. ‘t Is al erg genoeg dat ik mezelf drie à vier uur slaap per nacht gun.

“Tim!”, hoor ik meteen. Mijn gehoor leidt mijn blik naar Wouter, een eerbare collega die met z’n grijze pet een stijlvol voorbeeld probeert te zijn voor de al te bont geklede massa.

“Dag Wouter. Hoe gaat ‘t?”

“Boh. Bijna twéé keer op mijn muil gehad!”

“How come?”

Wouter legt uit dat er hem twee gasten, los van elkaar, komen vragen zijn wat zijn probleem was. Telkens waren het peten van exact 1,95 meter groot. Telkens heeft hij gevraagd wat hún probleem was. Een beetje link, maar zijn neusbeen is niet tot in zijn hersens geslagen. “Er is wel een agressieprobleem bij mensen van 1,95 meter. Nog nooit heeft iemand van mijn lengte op mijn muil willen slaan”, merkt Wouter op.

Liesbeth heeft een vreemdsoortig spellement in haar haar dat misschien wel, misschien niet zal uitgroeien tot een nieuwe modetrend.

Ik vermoed dat het met het mooie weer te maken heeft. Als het regent en waait, tref je enkele fanatieke feestvierders op de Vlasmarkt. Als zelfs een wolkbreuk hun plezier niet kan vergallen, zullen ze het zeker niet door andermans lompigheid laten verknallen. Schijnt de zon, dan komen helaas ook lichtgeraakte tiepen opdagen die van het minste een probleem maken.

“Waar blijft de regen om alle marginalen weg te spoelen?”, vraagt Tom Verbruggen, een fantastisch fotograaf die het best met zijn volledige naam aan het woord komt, zich af.

“Ach, wees blij voor de horeca dat de zon schijnt. Dat is goed voor hun recette”, sus ik.

Tom gelooft niet dat het weer de enige bepalende factor is: “De economische crisis is op zijn einde aan het lopen en dat is een probleem. Hoe meer crisis, hoe meer volk op de Vlasmarkt. Hoe moeilijker de economische tijden, hoe smeriger de mensen willen uitgaan. Het tegengestelde geldt helaas ook.”

Ondertussen is op de dj-toren een halfslachtige striptease-act gaande. Een blonde vrouw heeft zich ontdaan van haar T-shirt en zwaait wild met d’r lange haren. Eén keer flasht ze een blote tiet, maar veel meer is er niet aan. “Kun je geloven dat er nu vrouwen klagen dat dat plat en vulgair is?”, zucht mijn voornaamgenoot Tim V. “Oké, het is misschien een beetje plat, maat dit is nog altijd de Vlasmarkt. Het mag hier best wel een beetje kinky zijn.”

David Van Belleghem, een personage dat al enkele jaren meegaat, haalt de schouders op. “Mensen zijn een fout concept. Ideologieën zijn in wezen goed, maar de mensen komen het altijd verknoeien”, stelt David.

Opeens merk ik dat er rondom mij nogal wat plezante sigaretten worden gedraaid. Bah, drugs. De Nederlander Daan komt erbij staan en begint een heel exposé over de chemische structuur alsook de geschiedenis van hasj en THC. Daan is een atypische Nederlander, in die zin dat hij wel mondig is, maar niet goed articuleert. Ik versta kortom geen kloten van wat hij allemaal uitkraamt.

David Van Belleghem trotseert het felle daglicht met een doffe bril.

We krijgen het gezelschap van twee West-Vlaamse meisjes. Hen versta ik wel. Ze hebben last van een vervelende vijftiger. “Schandalig, zei hij, schandalig dat ik hier nog altijd sta op mijn leeftijd, nog altijd mijn piet aan het volgen”, vertelt West-Vlaams meisje #1. “Wat een vule vent!”, haalt West-Vlaams meisje #2 haar neus op. De morele fijngevoeligheid van West-Vlaamse dames kan niet overschat worden.

Anouk heeft geen last van een man, maar van een vrouw. “Hoe ver kan onzekerheid gaan? Een meisje vraagt me nu dat ik haar lief niet zou kussen. Ik heb zó niets gedaan, zo laag ben ik niet gevallen”, drukt Anouk ons op het hart. “Haar onzekerheid maakt alles kapot. Het zit allemaal in haar hoofdje.”

Als ik om 8.10 uur de Vlasmarkt verlaat – de werkelijkheid vereist mijn aanwezigheid in het verre Mechelen – kom ik enkele mensen van de Jesus Crew tegen, die het Woord Gods alsook koffie verspreiden. Het zijn Amerikanen. Sympathieke mensen. Ik beloof dat ik één dezer een mooie reportage over hen zal schrijven.

Bij de McDonald’s op de Korenmarkt kom ik alweer Amerikanen tegen, dit keer vermoeide jongeren die in de zon een ontbijt (hamburger & cola) zitten te verorberen.

Crisis of niet, Amerikanen zijn consequente mensen.

Eén minuut voor ik op de trein naar Mechelen stap, krijg ik te horen dat de werkelijkheid mijn aanwezigheid in Mechelen niet langer vereist. Even overweeg ik om terug te keren naar de Vlasmarkt. Maar zoals reeds eerder gezegd: daar opdagen ná zonsopgang is een fout concept.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Eeuwige trouw

17 juli 2011

De zonnegod ziet de Vlasmarkt graag. Het mag de hele dag regenen dat het niet meer normaal is, ‘s anderendaags laat hij ‘s ochtends vroeg even zijn stralen op het feestende volk nederschijnen. Waarna de oude wijven wéér met hele busladingen tegelijk uit de hemel beginnen te vallen.

De bolletjestrui is in Vlaamse handen. Laat ons drinken!

Mijn dag begint niet goed. Wanneer ik wakker word om iets na vier check ik via Facebook wat er de afgelopen uren zoal gebeurd is op de Vlasmarkt. Eén van de jongste posts is van een deugniet die z’n eigen fluit gefotografeerd heeft. Oók een goeiemorgen, makker.

Als ik aan mijn dagelijkse ochtendwandeling richting Vlasmarkt begin, valt het me op dat de hemel wolkenloos is. Dat beurt me op. Vandaag zal ik zon zien – dat mag wel eens.

Om 5.05 uur arriveer ik op de grootste afterparty van Gent. Er is veel meer volk dan gisteren, toen de Feesten al gedaan leken nog voor ze moesten beginnen. Ik word gesommeerd naar de Bar des Amis, een verderfelijke plaats, helemaal aan de andere kant van het plein. Ik ben geen warm mes, en de massa is geen boter, dus loop ik een blokje om om mijn doel vlot te bereiken. In een donker steegje zit een vrouw wild te plassen. Als ze zich weer rechtstelt, blinken haar blote billen in het ijle maanlicht. Foto’s van dergelijke fenomenen zul je op Facebook niet snel zien opduiken. Jammer.

Dankzij m’n gsm vind ik mijn meisje terug, waarna ik m’n gsm verlies. Het meisje kruipt op de tram en ik blijf alleen achter tussen duizenden feestende zatte apen.

Eén van hen is Alexis. “Sinds vandaag ben ik Brusselaar”, zegt hij trots. “Ik ben lang één van de straatstenen van Gent geweest, maar na tien jaar werd het tijd voor een andere stad. Gent heeft me niets meer te bieden.” Niets, behalve Irish coffees, een gemoedelijke massa en tien dagen feest tot het ochtendgloren?

Met dergelijks smalle broekspijpen krijgt ge bijkans hoogtevrees als ge naar de tippen van uw schoen kijkt.

Ik ontmoet een collega. Hij is dronken en ik ben nuchter. Hij haalt terstond een pint voor me. Ik win zodoende op alle vlakken. “Alles mag en niets kan. Dat is Gent”, zegt één van z’n maten. Mijn collega is te ver heen om die waarheid te appreciëren, maar ik noteer ze in mijn boekje, zodat hij ze in rustiger tijden kan herkauwen.

“Hier op de Vlasmarkt wordt op dit uur nogal aan psychoanalyse gedaan”, analyseert een jongeman terwijl hij aan de toog staat te wachten op z’n pintje. “Op dit moment zijn wij allemáál filosofen.” Onze gifbekers zijn gevuld met een zwart, lichtzoet vocht waar een dot schuim op prijkt.

Een andere jongeman heeft minder talent voor analyse. Met zijn Zwart-Afrikaanse lijf gooit hij zich tegen alleman aan om beschuldigend te wijzen: “You are racist!” Steevast volgt dan oprechte ontkenning: “No, no, not racist. Tolerant!” Als de jongen weer andere slachtoffers gaat beschuldigen, rollen de mensen veelbetekenend met hun ogen. “Vervelende negerlul”, is dan één van de tolerante opmerkingen die je kunt opvangen.

De zon gooit haar eerste stralen op ons gelaat. De dj draait een eind aan zijn set. De dranktentjes gaan dicht. De sfeerbeheerders doen hun ronde: “Gelieve het plein te verlaten. Of we duwen er u straks van.” Het is kwart na acht. Een Russische Gentenaar probeert me wat onsamenhangende nonsens over de zon en het vitaminepeil te verkopen, but I don’t buy it.

Ook Sam, een klasgenoot van, goh, ruim een decennium geleden, voelt het moment opkomen om waarheden te verkondigen. “In een relatie moet je niet alleen alles kúnnen zeggen, je moet alles zéggen. Er mogen geen geheimen zijn”, poneert hij. Ik ga niet akkoord met zijn stelling. Ik koester de littekens op mijn ziel. Die zijn van mij en van mij alleen.

Tiemen, nog zo’n klasgenoot, en ik krijgen een sigaret aangeboden van een echte Gentenaar die ‘Gent’ als ‘Hent’ uitspreekt. Sam krijgt geen sigaret, waarop hij wat pinnig reageert. “Allez, jeannette, ga weg, gaat u ergens anders aftrekken. Dikke mongool.” Zo gaat het nog wel enkele minuten door. Het enige wat Sams slachtoffer daartegenin kan brengen, is dat hij bijkans van zattigheid tegen de straatstenen pletst. Het is geen gelijke woordenstrijd.

Onze kring valt uit elkaar, en ik ontmoet Barbara en Filip. “Ze zijn het hier aan het uitmelken”, schudt zij haar kritische hoofd. “Ze voeren de mensen veel te rap zat.” Ik geef haar gelijk.

Het afscheid van de Vlasmarkt gebeurt in stijl. Zo keren wij tevreden terug naar huis.

“Wij staan hier dronken te worden op basis van koffie, en dus op de rug van de derde wereld”, knikt Filip stellig. “Ik ben dan wel geen rooie, maar als ik zie tot welke decadentie hun harde werk leidt, voel ik toch wel iets van compassie met de boeren in Afrika en Zuid-Amerika. Maar goed, dit is nu eenmaal hoe het kapitalisme werkt.” Ik geef hem gelijk. Filip neemt het compliment dankbaar in ontvangst. “Mijn doelstelling is om demagoog te worden. Onthou vooral mijn voornaam: ‘Filip’ op zijn Vlaams.”

Pats! Barbara draait zich boos om en kaffert een drinkebroer uit. “Mijn gat is een djembé voor zatlappen geworden”, blaast ze. Nogmaals erken ik dat ze gelijk heeft.

Een sfeerbeheerder probeert ons wanhopig weg te jagen. “Allez, ‘t is tijd om naar huis te gaan. Ga alstublieft weg. Ik wil slapen.” Pretbederver. “Er staan hier meer sfeerbeheerders dan mensen”, probeer ik nog. “Als het Sfeerbeheer collectief het plein verlaat, is het meteen leeg.” Maar de wanhoop in de ogen van de vrijwilligers doet ons toch plooien.

Aan de uitgang van de Vlasmarkt wuift een dame in fleurig kleed de vermoeide mensen uit. “Het is de derde keer dat ik dit draag: op mijn trouw, op mijn scheiding en nu. Met dit kleedje bewijs ik mijn eeuwige trouw aan de Gentse Feesten.”

Het is 9.11 uur. Tijd om naar huis te gaan en een beetje zondagse arbeid te verzetten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

‘t Is gedaan

16 juli 2011

De Gentse Feesten beginnen vandaag en niet gisteren. Ik heb ‘t mogen merken. Op de officieuze openingsnacht op de Vlasmarkt stonden meer flikken dan burgers.

Een pasgetrouwde bruid arriveert met haar ruikertje op de Oude Beestenmarkt. Een beschonken heerschap heeft ook veel zin om z'n ruiker boven te halen.

Waar ben ik mee bezig? Ik heb geen tijd voor de Feesten. Te veel werk. Serieus. Maar wie zal er anders de dwaze stoten van de zatte kloten vastleggen?

Ter voorbereiding kijk ik in de krant wanneer de zon zal opkomen. Kwart voor zes. Ik reken uit hoeveel uren ik kan slapen om toch nog op tijd op de Vlasmarkt te geraken.

Om 5.29 uur stipt arriveer ik. En wat stel ik vast? Dat er geen druppel drank meer te krijgen is. Ja, er is nog volk. Waarom ze precies daar blijven staan, Joost mag het weten. Het doet me denken aan de zombies uit Dawn of the Dead: die trokken instinctief naar hun vertrouwde shopping mall omdat ze niet wisten naar waar anders. Dood of dronken, de macht der gewoonte overstijgt alles.

Een hele horde flikken staat de feestvierders misprijzend aan te gapen. Er zijn hier verdorie meer gendarmen dan gewone burgers. Die weten nu tenminste wel waar ze belastingen voor betalen.

Vanuit de Charlatan komen nog mensen gedruppeld. Ik waag mijn kans en begeef me naar de ingang. Tevergeefs. “Sorry, mijnheer, ‘t is gedaan”, melden de portiers. Bon, als het zo zit, ben ik maar weer naar huis, redeneer ik met ochtendlijke nuchterheid.

Dat is echter buiten David en Julie gerekend. David is een personage dat ik de komende dagen hopelijk nog dikwijls mag opvoeren. Hij heeft een talent voor solide filosofische inzichten die ook ná het drinkgelag steek blijven houden.

“Kom, we zijn naar de Oude Beestenmarkt. Laat ons daar nog een pintje drinken”, beslist David.

Op het terras van café Video zit zowaar nog volk. Mét bier. We zijn gered! David en ik slagen erin om als laatsten een pilsje te bestellen. Nauwelijks enkele minuten later krijgt Julie te horen dat het ook hier gedaan is.

Op de stoep staat een Feestenganger van respectabele leeftijd tegen de gevel te leunen. “Afgang. Een Belgische specialiteit”, rochelt hij cynisch als de Video leegstroomt.

“Wij zijn misschien ongelukkig en we voelen ons slecht in ons vel”, orakelt de David. Hij wijst naar een groepje gedrogeerde dudes achter hem. “Maar die gasten zijn er nog véél slechter aan toe. Hun ongeluk kunnen wij ons niet voorstellen.”

Omdat een reportage nooit compleet is zonder surrealistische noot, arriveert een pasgetrouwd stel op de Oude Beestenmarkt. De stralende bruid poseert gewillig op de foto en laat zich overhalen om haar ruikertje op traditionele wijze weg te werpen. Niemand van de zatte jongens en meisjes slaagt erin het bosje bloemen te vangen, maar jolijt is er wel.

Zodra het jonge paar weer weg is, doemt weer de waarheid op die we al de hele tijd trachtten te negeren: het is hier echt wel gedaan.

Ik ben weg en noteer 6.20 uur in mijn notitieboekje.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 48 other followers