Nog roster
21 juli 2011
We zitten aan de helft. Nog maar. Vreemd, want ik had het gevoel dat het einde in zicht was. Maar neen. Nóg vijf nachten zuipen en roken en zuipen en roken.

Liza en Ian hebben hun eigen drank mee. De jeugd mag zich dergelijke antikapitalistische zonden permitteren.
Zes veertigers houden me staand. “Mijnheer, deze mensen gaan trouwen. Wilt gij getuige zijn?”
“Nu?”, vraag ik.
“Neen, over drie maanden.”
“Sorry, dat zal niet lukken. Slaapwel.” De veertigers vervolgen strompelend hun weg naar huis.
Een mens die om half vijf opstaat om naar de Vlasmarkt te vertrekken, komt onderweg wat tegen. Zeker tijdens de nacht vóór 21 juli. De mensen kunnen tijdens de Nationale Feestdag uitslapen, dus durven ze al eens massaal naar de Feesten af te zakken. Traditioneel komen vooral hele horden provincialen op dat lumineuze idee.
Op de Vlasmarkt is het beduidend drukker dan de vorige dagen. Dat het de vorige avond droog is gebleven, heeft ongetwijfeld meegespeeld. Maar opvallend: er lopen maar weinig opgefokte Ronny’s tussen de massa. Dat scheelt alvast een paar bloedneuzen.
“Ik versmelt met de Vlasmarkt. Ik word vlas!”, kermt Nimrodiensis Maximalis, mijn hoofdpersonage tijdens de vorige Gentse Feesten.
Kevin, het hoofdpersonage van de editie van 2011, kan niet achterblijven en schudt terstond ook een oneliner uit zijn mouw. “De elite van de massa is het volk”, stelt Kevin zonder blikken of blozen. “Vandaag is het hier niet normaal. Iedereen is zot. Ge staat nergens op uw gemak.”
Ook Lolly, een dame die ik enkele dagen tevoren nog mocht fotograferen, is niet te spreken over de drukte. “‘t Mag beginnen te regenen”, foetert ze.
Ik ontmoet Servaas, die voor het eerst de Feestenmarathon aflegt: tien dagen gáán. “Vroeger ging ik te weinig, maar dit jaar is het een beetje te veel”, evalueert Servaas zijn onderneming. “Veel kennis doe je hier toch niet op. Dan lees ik liever een boek, als ik zo eerlijk mag zijn.”
Een concullega die vijf meter verder staat, belt me. “Zijt ge op zoek naar oneliners voor uw reportage? Wel, Miel heeft er hier op overschot”, zegt de paljas.
“Is dat zo? Oké, ik kom af”, zeg ik terwijl ik mijn notitieboekje alvast bovenhaal.
Miel moet even nadenken over een eerste oneliner. “Hoge bomen, lange planken”, zegt hij uiteindelijk. “En euh…”
“Ja?”
“Euh…”
De concullega draait ontgoocheld met zijn ogen. “Ja, ik zal er dan maar één geven. Eentje van Heidegger: ‘Der Mensch ist kein Ding.’ En waarom schrijf jij dat eigenlijk op? Ejjehieheenheheuhen?“
Ik laat de twee onelinerloze dertigers verder aan hun lot over en luister nogmaals naar wat Kevin te zeggen heeft. “Ik heb me speciaal bezopen om de massa te ontkennen”, deelt hij mede. Da’s een mooie.
Kevin heeft op de koop toe een leuk idee voor een reportage: laat ons iedereen met een rugzak ondervragen over de inhoud ervan. Check.
Onze eerste slachtoffers zijn Liza en Ian. Liza heeft in haar rugzak een blikje Cara alsook een plastic fles met bruine rum. Haar vriend Ian heeft lege flesjes Cara – dat zijn de lekkerste – en een fles witte rum zitten. “Wij hebben geen geld om aan de toog drank te kopen”, zegt Ian.
Een ander persoon – één die niet onder zijn of enige andere naam wil getuigen – heeft zowaar absint bij.
De volgende slachtoffers die we treffen, hebben enkel regenkledij bij, waardoor we het idee gauw aborteren. Wat we wel tegenkomen, zijn mensen die net als ik rost van haarkleur zijn, zoals David Van Belleghem en Adrien Cocquyt. Onze groep rostekoppen telt enkele van de meest archetypische Vlasmarktgezichten. David merkt als eerste de correlatie: “Hoe langer je op de Vlasmarkt staat, hoe roster je wordt.”
De komende vijf nachten zullen we dus enkel nóg roster worden. Maar ach, geen nood: er is expliciet wetenschappelijk bewijs geleverd dat je van lang op de Vlasmarkt te staan ook een lange fluit krijgt.
- Psychedelische effecten mogen op de Vlasmarkt. Bij de Academie zou je er een dikke buis voor krijgen.
- Een flits van groen en een vredesteken: daar hebben we Sami uit Sint-Amandsberg.
- Zoek de blinkende discobal.
- Fotograaf Ruben poseert met een dame die gerust voor zijn lens mag poseren.
- Zo’n bril dragen is vrágen om gefotografeerd te worden.
- Twee mannen en evenveel paardenkoppen. Belgisch surrealisme op de Nationale Feestdag.
- Lege flesjes Cara schijnen subtieler te smaken dan volle. Al blijft ook hier de afdronk vort.
- Het vurtste bier uit de categorie vurtste bieren. Als je rondloopt met Cara, stop je beter meteen met drinken.
- Liza en Ian hebben hun eigen drank mee. De jeugd mag zich dergelijke antikapitalistische zonden permitteren.
- Sommigen hebben absint bij. Alsof ze van Irish coffees nog niet zot genoeg worden.
- Een dame met authentieke Germaanse gezichtsbeschildering trotseert de vijandige blikken.
- Een rugzak met bruine rum. Alsof er op de Vlasmarkt geen drank te krijg is.
- Adrien Cocquyt heeft tegenwoordig rosse krullen. Hij verdient respect wegens moed en volharding..
- De sfeerbeheerders dragen één van hun collega’s weg.
- Een dame verbergt zich achter een stoere zonnebril. Met zo’n blafte heb je geen advocaat meer nodig.
- Met een tampon en een zonnebril heb je er gauw een goede vriend bij.
- Ook overbelicht heeft het haar van David Van Belleghem een roodachtige schijn.
- Een man met baard en plastron denkt na over de toekomst van de dingen.
- Heleen heeft een hippe tas. Je kunt er als het ware zeer veel brol in kwijt.
- De sfeerbeheerders wachten geduldig tot het zatte volk vanzelf afdruipt.
- Heleen bewijst dat streepjes een hypnotiserend effect kunnen hebben.
- Een socialistisch advocaat is een pleidooi aan het voeren om de middenklasse geld af te troggelen.
- De enige kater die ik tijdens mijn marathon al ben tegengekomen, was rost. Het is een doorzetter.
























Cara pils, yuk! Dat is toch bier voor smerige havenots? (Daarbijzeg: om vier uur opstaan om naar de Vlasmarkt te gaan is toch wreed zwaar bedriegtenboel, zo’n concurrentievervalsing!)
Je maakt natuurlijk een grapje, Hugues, maar voor de mensen die dat niet doorhebben, zet ik de dingen graag even op een rijtje.
1. Ik geef zeer duidelijk aan dat ik de nacht niet doorsteek. Nergens belazer ik de lezer, dus is er ook geen sprake van bedrog.
2. Sowieso vind ik de Gentse Feesten maar plezant vanaf vier, vijf uur ‘s morgens. Toen ik nog de tijd had om nachten door te steken ging ik ook maar tegen dan naar de Vlasmarkt. Het heeft enkele jaren geduurd voor ik beseft heb: in plaats van je urenlang te zitten vervelen in het Baudelopark, kun je evengoed in je bed liggen.
3. Sommige mensen hebben congé, staan iedere ochtend op de Vlasmarkt en slapen overdag. Andere mensen hebben geen congé en staan nooit op de Vlasmarkt. Ik heb geen congé, sta toch iedere ochtend op de Vlasmarkt en werk overdag.
Kortom: iemand die met mij zal willen concurreren, zal wel zéér vroeg moeten opstaan.
Ah, je hebt geen congé. Hmja, zo had ik het nog niet bekeken. Met concurrentievervalsing bedoel ik: vroeger nam ik een week congé met de feesten en dan kwam ik naar de Vlasmarkt om te zien of ik nog iemand kon binnendraaien. Met zo’n frisse gasten gelijktegij zou ik destijds dus geen één kans meer gemaakt hebben: maar als je dan toch nog moet gaan werken (hehe)…