De Gentse Feesten zitten erop, ook voor fotograaf Hendrik Braet. Terwijl Tim de nachten voor zijn rekening nam, bracht Hendrik de dagen in beeld. Een overzicht van zijn Feesten.

Door Hendrik Braet

Aan de Sint-Baafskathedraal. De beelden komen naar de fotograaf, niet omgekeerd.

Ik nam foto’s overdag, even lang als Tim de ochtend ervoor op de Vlasmarkt had gestaan. Gedurende de tijd dat ik op een plaats stond, veranderde ik de kadrage niet. Ik liet de beelden op mij afkomen en ging zelf niet op zoek. In totaal fotografeerde ik 1.218 minuten. De ruim 3.000 foto’s die ik genomen heb, heb ik samengevat in tien beelden.

Het uitganspunt van mijn onderzoek heb ik kunnen staven: er komt meer op je af als je stil staat dan als je rondloopt. Gedurende de vele uren dat ik op eenzelfde plaats stond, heb ik veel sympathie gekregen voor vissers.

Ik vond het bijzonder aangenaam om met ochtendraaf Tim samen te werken. Tim is op zo’n losse manier ongelooflijk volhardend dat ik daar alleen maar respect voor kan hebben.

Aan het almaar stijgende aantal bezoekers op de website te zien hebben jullie onze reportages ook gesmaakt. Dat motiveert om gedreven verder het dagdagelijkse in beeld te brengen als tegenwicht voor de ons steeds meer versmachtende commercialisering van onze menselijkheid.

Borsten

27 juli 2011

Jongens en meisjes hebben tien dagen lang te hope, te gare de Vlasmarkt vereerd met hun dans- en waggelpasjes. Er is bier en Irish coffee gemorst. Nu eens weerklonk er gelach, dan gehuil. Soms bleef het droog, vaak was het nat. De Gentse Feesten zijn voorgoed voorbij en volgend jaar zijn ze er weer.

Youri is een wijs man. Zodoende drinkt hij water op de Vlasmarkt.

Tjonge, jonge, ik heb zowaar een nieuw notitieboekje nodig, merk ik om half vijf, als ik voor de laatste keer na drie uur slapen uit mijn bed rol om richting Vlasmarkt te marcheren. Goed dat de Feesten slechts tien dagen duren of ik was een compleet wrak.

Halverwege mijn dagelijkse tocht kom ik zo’n wrak tegen. Een kale man van eind de vijftig met een troebele blik. Z’n mond hangt half open, af en toe bazelt hij een onsamenhangende klank. Een behulpzame dame houdt hem recht. Allez vooruit, denk ik, burgemeester Daniël Termont heeft zich op de laatste avond precies ook geamuseerd. Even overweeg ik een foto van de wankele politicus te maken, maar tegen dat ik mijn toestel klaar heb, is de burgemeester al te ver weg gestrompeld. Dat is maar best, zo.

Wanneer ik de Vlasmarkt nader, kruis ik concullega Renzo Van Rijckegem. “Dag Renzo. Zijt ge er al mee vandoor?”, vraag ik.

“Neen, ik zoek een afgelegen pissijn om rustig te masturberen, ik bedoel urineren.”

“Euh, in dat geval wens ik u veel succes”, zeg ik alvorens mij weg te haasten van dit vreemde individu.

Er is een massa volk, maar één van mijn hoofdpersonages ontbreekt. “Kevin heeft afgehaakt”, meldt Youri met spijt. Bij de rit van gisteren heeft ie blijkbaar z’n motor opgeblazen.

Youri zelf is aanwezig, maar met mate: hij drinkt een watertje. “Ik ben geen meeloper. Als iedereen drinkt, dan ik niet”, stelt hij nuchter.

Voor de laatste keer wordt het dag op de overvolle Vlasmarkt. Het plein is aan een verdiende, lange rust toe.

Boris en zijn vriendin, twee lieve mensen waarover poëzie geschreven mag worden, klagen mij aan. “Het is uw schuld dat Boris geen werk vindt!”, krijg ik te horen.

“Oei, door die foto’s in mijn verslagen van vorig jaar?”, vermoed ik.

“Ja, inderdaad. Zou het mogelijk zijn om mijn achternaam weg te halen?”, vraagt Boris.

“Geen probleem, hoor. Doe ik”, stel ik het koppel gerust. Nu zal het slechts een kwestie van dagen zijn vooraleer Boris’ carrière een vliegende start neemt.

Daar is Renzo weer. Hij slaat zowaar een praatje met een prettig meisje dat staat aan te schuiven om te pissen.

“Goed bezig, Renzo”, complimenteer ik hem nadien.

“Als ik gemasturbeerd heb, ben ik veel chiller met vrouwen”, erkent Renzo.

“Ge beseft toch dat ik dit alles noteer?”

“Zolang dat ge mij een pseudoniem geeft, is dat geen probleem.”

Tim Struyven heeft tien dagen na elkaar de zon zien opkomen op de Vlasmarkt. Zijn eervolle vermelding is binnen.

Renzo verdwijnt weer in de massa en maakt plaats voor een collega-journaliste. “Ik vind uw verslagen van de Gentse Feesten heel tof, maar ik heb één belangrijk punt van kritiek: er komen bijna geen vrouwen in voor”, zegt zij.

“Da’s niet moeilijk. Kijk rondom u. Het staat hier vol mannen. Ge ziet hier bijna geen vrouwen.”

Ze kijkt om zich heen en betwist dat de grote meerderheid van de feestvierders op de Vlasmarkt van mannelijke kunne is. De jonge journaliste schat de verhouding man-vrouw op 60/40 procent.

“Het ziet er mij toch veeleer 70/30 uit. Maar dat doet er ook niet toe. Ik beschrijf de gesprekken met de mensen die ik tegenkom. Ge kunt toch niet van mij verwachten dat ik speciaal wat vrouwen ga aanspreken om úw quota te halen?”

Hilde van 't Krochtje en Peter Pan staan samen de sfeer te beheren.

Terwijl de jongedame mij van antwoord dient, zie ik dat haar topje in een ongunstige plooi glijdt. Langzaam komt haar rechtertepel te voorschijn. Ze is net aan het uitleggen dat ze haar dissertatie schreef over het postfeminisme wanneer ik mij afvraag wat ik moet doen: een foto nemen van haar tepel, haar erop attenderen dat ze met een blote borst op de Vlasmarkt staat of toch maar zedig zwijgen, hopen dat ze ‘t zelf in de gaten krijgt en dan veinzen dat ik niets heb gezien. Gelukkig redt de attente Tine mij uit de nood: “Meiske, iedereen kan uw tepel zien!”

Het feministische geweld fatsoeneert zich meteen. “Deze nip slip is zeer gênant”, beseft Britney – een toepasselijk pseudoniem dat ze zelf heeft gekozen. “Maar zó erg is het niet. Ik heb een mooie tepel. Mijn lieven waren altijd vol lof over mijn borsten. Hebben andere vrouwen dan zulke lelijke borsten, vraag ik mij altijd af. Ik vind mijn eigen borsten de max! Vrouwen moeten trotser zijn op hun boezem.”

Een feestvierende dame schrobt mee de vuile Vlasmarkt schoon.

Hup, en we zijn vertrokken voor een discussie aangaande de positie van de vrouw in de samenleving die nog vele uren zal duren en – uiteraard – zal eindigen in tranen. “Weet ge wat het probleem is met vrouwen? Dat ze elkaar genadeloos afmaken”, zeg ik bij wijze van steen in de kikkerpoel.

“Da’s niet waar!”, reageert Britney verontwaardigd. “Ik heb een zeer goede relatie met mijn vriendinnen. Zelfs een vent zou die niet kapot kunnen krijgen.”

“Prijs uzelf gelukkig. Maar vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan en scheuren elkaar genadeloos aan stukken. Ik heb dat al genoeg zien gebeuren. Er is veel achterdocht.”

Tine en Madelien geven me gelijk. Zij zijn vijf jaar ouder dan Britney en hebben al ervaring te over met het achterbakse gedrag van sommige van hun seksegenotes. “Vrouwen hebben in een vriendschap voortdurend bevestiging nodig”, vindt Madelien. “Bij mannen is dat veel minder het geval.”

Britney gooit het over een andere boeg. “In uw verslagen komen er ook nauwelijks homo’s voor”, verwijt ze me.

“Da’s weer hetzelfde: moet ik nu speciaal op zoek naar homo’s om aan andermans quota te voldoen?”, vraag ik.

“Kijk, daar staan twee homo’s, misschien moet ge die een paar vragen stellen?”, suggereert Britney, die proactief het homopaar bij het gezelschap roept.

Een meisje knijpt haar neus dicht als ze over de Vlasmarkt loopt. Tien dagen bier en andere bucht morsen heeft zijn werk gedaan.

Sam en Michaël komen erbij. Het gesprek gaat meteen over vrouwen die op zoek zijn naar homovrienden. “Veel vrouwen willen een homovriend als accessoire”, gruwelt Michaël. “Dat is hatelijk. Ze gebruiken je om te shoppen en behandelen je pas in tweede instantie als vriend.”

“Worden jullie geil van borsten?”, vraag ik nieuwsgierig, met een knipoog naar Britney’s decolleté.

“Geil misschien niet echt”, begint Michaël. “Maar borsten zijn wel mooi om naar te kijken”, vult Sam aan. Goed dat we dat weten.

Marieke, een vriendin die ik al bijna een jaar niet meer gezien heb, voegt zich bij ons debatgroepje. Ik leg haar Britney’s verwijten voor. “Het is een mannenwereld”, haalt zij de schouders op.

“Vrouwen zijn aan een opmars bezig!”, benadrukt Britney.

Michaël knikt bevestigend. “In de opleiding farmacie was 80 procent van de studenten vrouw”, zegt hij.

“En de rest was homo?”, vraag ik.

“Inderdaad”, glimlacht de jongeman.

Madelien hecht weinig geloof aan de opmars van het vrouwelijke geslacht. “Er zijn twee redenen dat vrouwen het niet voor het zeggen hebben: baby’s en maandstonden. Britney is nog maar 25, ik ben er dertig. Zij is haar natuur nog aan het ontkennen, ik begin die met zeer veel moeite te aanvaarden. De biologische klok slaat de vrouw in de ketens, toont haar haar plaats. We werken het zelf in de hand. Vrouwen komen niet op voor zichzelf. Dat ís gewoon zo.”

Ook de sfeerbeheerders laten zich even gaan en hangen zichzelf gezwind aan een kuiswagen.

“Ik maak enkel een kind met een man die het waard is”, zegt Britney fel.

Er groeit gaandeweg bitsigheid tussen Marieke en Britney, die per se wil weten wat Mariekes mening is over de verdrukking van de vrouw in de hedendaagse samenleving. Marieke spreekt zich daar liever niet over uit, en dat maakt Britney boos. Marieke kan haar niet uitstaan, is het onmiddellijke oordeel, anders zou ze haar mening wel geven. Ik probeer nog uit te leggen dat ze het gesprek beter een andere richting uitstuurt in plaats van er zulke zware persoonlijke conclusies aan te koppelen, maar mijn bemiddelingspogingen vallen dood tussen de vuile kasseien van de Vlasmarkt.

“Inderdaad, vrouwen die elkaar niet kennen, vallen elkaar aan”, erkent Britney uiteindelijk.

“En mannen niet”, weet Tine.

“Vrouwen bestoken elkaar. Dat is zo jammer. We zouden een pact moeten sluiten”, zegt Britney een weinig verslagen.

Omdat het rijk der vrouw, gigantisch als het is, nu wel ruim voldoende aan bod gekomen is, ga ik goeiedag zeggen aan Maarten Quaghebeur, de charismatische organisator van Boomtown. “De Gentse Feesten hebben een eindpunt nodig, een fantastische afterparty op de Vlasmarkt”, zegt Maarten. “Maar als je alleen op de Vlasmarkt bent komen zuipen, heb je geen Gentse Feesten meegemaakt. Er is ook inhoud nodig.”

De vermoeidheid heeft Igors gezicht in een permanente lach der zotten gegoten.

Helaas is er maar weinig goede inhoud te vinden, zo zegt Maarten zonder boe of ba. “Ik wil geen koude rillingen meer krijgen als ik over de Korenmarkt loop of langs Polé Polé passeer. Diversiteit is goed, maar dan moet iedereen voluit gaan in zijn programmatie. Vele organisatoren doen hun best niet. Ze weten dat het plein sowieso wel vol zal staan.”

Voilà, dat is nog eens gesproken, zie. Een duidelijke mening zonder al te veel poespas, los van ontsporende genderdebatten waar beschonken heren en dames zich beter ver van houden. Ik bedank Maarten en begeef me op pad naar een pissijn, er goed op lettend dat Renzo Van Rijckegem uit m’n buurt blijft.

Onderweg kom ik An tegen. Ik ken haar niet, maar zij mij wel. Er moet haar iets van het hart. “Het is niet grappig als je als vrouw popje genoemd wordt. Of mannen wrijven zomaar over je kont bij het passeren. Geen respect. En als je dan niet reageert zoals zij willen, ben je een vuil wijf of een bitch. Het is echt niet wijs om als object te worden behandeld”, vertelt An.

Een paar meter verder ontmoet ik een zekere Karel, die ik evenmin ken. Ik spreek hem aan met ‘mijnheer’, wat hij bepaald niet kan appreciëren.

“Wat moest ik dan zeggen? ‘Juffrouw’?”, repliceer ik.

Mong & Maarten zijn twee jonge, drijvende krachten achter de Gentse Feesten. Ze staan te trappelen om de Feesten meer inhoud te geven.

“Weet ge, als ik vrouwen aanspreek met ‘meisje’, vinden ze dat niet wijs”, getuigt Karel fronsend. “Dan worden ze roodgloeiend. Maar wat ge ook zegt, ge kunt nooit goed doen!”

Het is tien uur, de muziek is gestopt. Straks zullen de mannen van Ivago het plein ontsmetten en ons, zatlappen, naar huis jagen. Ik zie dat David Van Belleghem klaar staat om te vertrekken. “Tevreden over de Feesten?”, vraag ik hem.

“Het was wijs, maar het was niet de beste editie”, zegt David. “Daarvoor zijn er te weinig weirde dingen gebeurd.”

Samen met de kuisploegen van Ivago verschijnen gewone burgers op de Vlasmarkt, zoals de jonge Xanthe en haar papa. Het meisje knijpt haar neus dicht. “Het stinkt hier!”, zegt ze. Ach, dat zal er haar over een dikke tien jaar niet van weerhouden om op de Vlasmarkt, dit eeuwige oord van verderf, te komen drinken en feesten.

Er begint een fascinerend kat-en-muisspel tussen vuilnismannen en hardnekkige feestvierders. “Het gaat ze niet lukken. Ze kunnen het plein schoonvegen, maar wij blijven”, zegt Steven vastberaden. “Gentenaars zijn zo. Wij zijn Stroppen.”

Uiteindelijk krijgen de mannen en vrouwen van Imago het vuile plein toch min of meer proper. Als dank krijgen ze in de Charlatan een warme sandwich aangeboden. Ik ontmoet er vuilnisvrouw Daphne, een stoere blondine waar je maar beter beleefd tegen blijft. “Het is het eerste jaar dat we overbemand zijn”, zucht Daphne een beetje ontgoocheld. “De sfeer was goed, maar er was te weinig vuiligheid. Op normale dagen ligt het soms vuiler dan tijdens deze editie.”

Een ventje helpt mee de kermis op de Vrijdagmarkt afbreken. Hij heeft een grote toekomst in de afbraaksector.

Ze wijst naar de regen als boosdoener. “Mensen komen niet buiten als het regent en dan ligt er automatisch veel minder vuil op straat. Niet geestig, want wij werken graag flink door. We moesten soms extra traag werken om onszelf bezig te blijven houden. De laatste dagen was het gelukkig beter weer, en zagen we meer vuiligheid”, vertelt Daphne. “Het voordeel van het slechte weer was wel dat we minder geconfronteerd zijn met agressie.”

“De laatste jaren voel we ook veel meer dankbaarheid voor ons werk”, zegt Daphne. “De mensen zijn content dat we de stad zo proper houden.”

Ook voor de mannen en vrouwen van Ivago is de Vlasmarkt het traditionele eindpunt van de Feesten. “Iedereen komt dan naar hier. Dit plein is het laatste dat we opkuisen”, grijnst Daphne. “Maar we zijn blij dat het er weer opzit.”

Ik krijg Kevin nog eens aan de lijn, die opmerkt dat het begint te regenen. “Dit is dus het einde. Zo is het ook begonnen”, sluit hij telefonisch de Gentse Feesten af.

Hulde aan iedereen die erbij was.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Net als de Vlasmarkt krijgt de Sint-Baafskathedraal rond 10 uur een grondige poetsbeurt.

Zo lang Tim ‘s nachts op de Vlasmarkt staat, zo lang sta ik overdag op één plaats te fotograferen. Deze morgen stond ik op mijn laatste post van 8.46 uur – toen stond Tim nog op de Vlasmarkt – tot 12.01 uur.

Door Hendrik Braet

Godsvruchtig dat we zijn eindigen we in schoonheid aan onze trotse kathedraal, het Sint-Baafs. Behalve een zonderling die waarschijnlijk van de Vlasmarkt kwam, zag ik alleen maar vrome gelovigen en toeristen op dit vroege uur.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Comaneukers

25 juli 2011

De Gentse Feesten zijn een aangenaam passende cocon. Tien dagen lang vergeet je allerlei vervelende dagelijkse beslommeringen. Maar als de Feesten op hun einde lopen, durft de realiteit al eens brutaal de kop opsteken. Gewoon negeren.

Een bovenmaatse zonnebril en een rood kruis maken duidelijk dat er met deze jongedame niet te spotten valt.

Graag bespaar ik u alle details. Maar opstaan als je enkele uren tevoren een uiterst pikante Thaise schotel hebt gegeten, gebeurt net iets vlotter dan in normale omstandigheden. Daar word je op een gepeperde manier wakker van.

Op weg naar de Vlasmarkt denk ik terug aan de woorden van Anne-Marie van gisteren: “Wat als mijn darm in actie schiet? Kakken op de Vlasmarkt is niet oké.” Ik besluit dan al dat mijn eerste consumpties Ricard zullen zijn. Het anijsdrankje is heilzaam voor het spijsverteringsstelsel en vormt een ideaal ontbijt voor wie zoals ik op een gruwelijk uur uit zijn nest kruipt om op de Vlasmarkt te gaan plaatsnemen.

Voor een zondagavond staat er relatief veel volk op het plein. Doch helaas weinig bekende gezichten – gisteren was dat wel even anders. Verdorie, denk ik, straks moet ik speciaal voor mijn voorlaatste verslag een nieuwe cast samenstellen. Maar vanuit de massa duikt opeens Servaas op. Het is ook zijn negende nacht op rij. “Wees gerust, uw vaste personages lopen hier allemaal rond”, merkt hij op.

Oef. Met een gerust gemoed ga ik m’n eerste Ricard halen. Terwijl het drankje mijn spijsverteringsstelsel heelt en de alcohol mijn slaapdronkenschap wegspoelt, komt Kevin aangewaaid. “We zingen en we lachen en we dansen en we doen alsof”, stelt Kevin. Hij zet zijn hand aan zijn mond en roept: “Vlasmarktje! Doe maar lekker alsof!”

Een evenwichtskunstenaar tart de malevolente effecten van de aardversnelling.

Kevin is een beetje knorrig vandaag. Hij had hier liever niet gestaan. “Godver, op dit moment geeft Prince een pre-show in Amsterdam. Als ik het op tijd had geweten, had ik erbij kunnen zijn”, vloekt mijn hoofdpersonage. Om ‘m te troosten bestel ik hem een pilsje. Daar maakt hem niet vrolijker, wat geen probleem is zolang hij me maar van spitante citaten blijft voorzien.

Opeens staat Bram Bostyn aan mijn zijde. Die spuit weer een hele hoop hapklaar te citeren frasen, maar zoals gewoonlijk voegt hij er telkens aan toe: “Maar niet op uw blog zetten of geen interview met Gunter!”

Het is de bedoeling dat ik Gunter Lamoot één dezer dagen interview over z’n imago. Als simpele journalist ben ik daardoor overgeleverd aan de almacht van de gehaaide manager in Bram. “Wat ge wel moogt opschrijven, is dat Gunter daarnet getrouwd is op de dj-toren. En wel door Jezus!”, zegt Bram enthousiast. Ik bedank hem voor de scoop en feliciteer Gunter zelf.

Kevin is er ondertussen niet vrolijker op geworden. Andermaal is hij het slachtoffer van Justine, die haar rode lipstick hanteert als een dodelijk wapen. Kevins gezicht zit onder de rode strepen. “Ge ziet eruit alsof ge met uw tong de Rode Zee hebt gespleten”, merk ik op.

De dj speelt het magistrale ‘Popcorn’ van Hot Butter en ik ontwaar een zweem van surrealisme op de deinende Vlasmarkt. Op dat moment kruipt een zekere Bart op een glasbak om vervolgens een straf staaltje evenwichtstechniek tentoon te spreiden. De massa juicht en brult. Even is Bart een ster. Dat hij zich lelijk bezeert als hij weer naar beneden kruipt, zien de meesten niet.

Servaas kijkt uit over de hem ondertussen zo vertrouwde Vlasmarkt. Twee dames spelen vrijwillig decorstuk.

“Gevallen?”, vraagt David Van Belleghem.

“Ja. Dat doet toch wel pijn”, geeft Bart toe.

“Ge mist ook een paar tanden”, merkt David op.

“Dat was al. Ik ben al veel gevallen in mijn leven”, grijnst Bart.

David stelt vast dat er weinig comaneukers zijn vandaag.

“Comaneukers? Wat zijn dat?”, vraag ik.

“Wel, soms ziet ge twee gasten aan één vrouw staan trekken, elk aan een arm. Uiteindelijk trekt één van hen aan het langste eind. De winnaar maakt nog een spottend gebaar naar de verliezer en gaat vervolgens comaneuken met zijn verovering. Dat is, simpel uitgelegd, hoe comaneukers te werk gaan. Maar gisteren waren er meer.”

“Ah zo. Interessant.”

“Ja. Ik stel voor dat ge ‘comaneukers’ gebruikt als titel voor uw volgende verslag.”

“Waarom ook niet.”

Een man vermomt zich als boom om te ontsnappen aan het alziende oog van het Sfeerbeheer.

David staat bekend als uiterst funky drummer, maar Servaas heeft eveneens muzikaal talent. Zo zong hij eertijds in een knapenkoor. “Toen was er opeens een nieuw scheppingsverhaal: in den beginne was er niets en toen was er een neus”, herinnert hij zich, wijzend op zijn reukorgaan. Je kunt zonder overdrijven stellen dat Servaas’ flonkaard een hele joekel is.

Ook Kevin levert een muzikale bijdrage. “Het is allemaal zeer simpel: rock-’n-roll is het best van al”, zegt hij terwijl de dj inderdaad een ouderwets goed rock-’n-roll-schijfje draait. De opzwepende muziek brengt enige vitaliteit in mijn geplaagde hoofdpersonage, van wie Servaas fluistert dat hij al om 22 uur had aangekondigd naar huis te gaan. Maar kijk, Kevin staat nog altijd te swingen.

“Nog een pintje?”, vraag ik.

Kevin kijkt naar zijn volle beker bier. “Boh, ‘t is niet omdat het glas nu nog vol is, dat het straks niet leeg is. Doe maar”, antwoordt hij. Even discussiëren we over de literaire waarde van zijn citaat – volgens hem is het een wegwerpertje – maar uiteindelijk overwint de zeer pragmatische drang naar alcohol.

We toasten op de Vlasmarkt. “Ik heb nog nooit zoveel dommigheid bij elkaar gezien”, oordeelt Kevin.

Justine beaamt dat. “Hou me tegen, of ga motten beginnen uit te delen”, zegt ze strijdlustig.

Nicholas waarschuwt dat hij nogal wat tanden kan verliezen als men hem thans laat vallen. "Dan val ik recht op mijn muil."

Toch beheersen de twee zich. Ze blijven deel uitmaken van de vredevolle atmosfeer op de Vlasmarkt. “Het gaat niet over enthousiasme, maar over engagement”, verklaart Kevin zijn legendarische uithoudingsvermogen.

Opeens explodeert er een aansteker. PLOF! Eén jongeman krijgt het projectiel in z’n gezicht. We maken hem wijs dat zijn rechteroog weg is. Het duurt even – een seconde of zo – voor hij beseft dat we hem in de maling nemen en dat hij slechts een klein wondje aan z’n wang heeft.

De beschuldiging voor de aanslag komt meteen op David Van Belleghem te liggen. “Gij ziet eruit als een Noor!”, merkt iemand op.

David wordt echter niet gelyncht door het volk omdat dat betere dingen te doen heeft. Dansen en netwerken bijvoorbeeld, ook als de muziek allang gedaan is. Toch loopt de Vlasmarkt verrassend snel leeg. Dat zijn we niet gewoon.

Volgens Edmond Cocquyt Jr. komt dat doordat café L’enfant terrible de feestvierders weglokt. “Dat is een aberratie”, verklaart Mong. “Het is natuurlijk typisch Gents dat zo’n café de regels omzeilt. Wat doen ze? Ze sluiten ‘s nachts om één voor drie. Om acht uur openen ze hier opnieuw de deuren. Vandaar dat de Vlasmarkt sneller leegloopt dan vroeger. De politie kan er niets aan doen, omdat het café de regels respecteert. Creatief gezien, maar volgend jaar zal het allicht niet meer pakken. De stad wil dergelijke afterparty’s niet. De Vlasmarkt moest net vroeger sluiten om mensen tegen zichzelf te beschermen, zodat ze niet op straat in slaap vallen. Maar kijk, de mensen drinken hier gewoon verder.”

Dat doe ik ook. Ik bevind me in een sympathiek gezelschap dat bier haalt voor me. Ik vertoon uitstelgedrag om de Feestenzone te verlaten. Laat de realiteit nog maar even wachten.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het kleinste cafeetje ter wereld is groots van opzet.

Zo lang Tim ‘s nachts op de Vlasmarkt staat, zo lang sta ik overdag op één plaats te fotograferen. Vandaag was dat van 15.14 uur tot 19.12 uur aan het ‘Grand Café’.

Door Hendrik Braet

In de Willem de Beersteeg staat sinds kort het kleinste café ter wereld. Het draagt de toepasselijke naam ‘Grand Café’. U moet zich wel gedragen, want de buitenwippers laten niet met zich sollen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Stil

24 juli 2011

Zowaar kenden de Gentse Feesten nog ‘ns een droge nacht. Het volk troepte massaal samen op de Vlasmarkt, met nadien een stevige afterparty bij Sint-Jacobs. Nog twéé nachten feest.

Gezellig liggen slapen op een zacht en droog voetpad: ook dat zijn de Gentse Feesten.

De nacht moet nog beginnen. Ik zit op de tram richting centrum. Achter me zitten enkele West-Vlaamse studentes te keuvelen. “Leuven is mooier dan Gent”, stelt één van de meisjes.

“Ah ja? En hebben ze daar ook Leuvense Feesten?”, repliceert één van haar vriendinnen meteen.

“Marktrock?”, probeert de eerste weer.

De stilte die volgt, is zwanger van dédain. In m’n baard grijns ik tevreden. Zelfs Gentse West-Vlamingen zijn wijzer dan hun Leuvense soortgenoten.

Vele uren later sta ik op het kloppende hart van de nachtelijke Feesten. Dankzij het mooie weer zijn een hoop bekende gezichten komen opdagen. Zoals ook Anne-Marie, die naast een eetstandje staat en zich daardoor opeens zorgen maakt over haar spijsverteringsstelsel. “Wat als mijn darm opeens in actie schiet?”, vraagt ze zich verontrust af. “Kakken op de Vlasmarkt is niet oké.”

Uit Karels keelgat schalt een oerkreet. Met de vuist in de lucht belijdt hij zijn geloof in de kracht van muziek.

Dat heeft ze goed gezien. Het is een positieve zaak dat de ontsporende jeugd toch nog bepaalde ethische grenzen in acht neemt.

Jan komt bij me staan. Hij heeft iets horen waaien aangaande de discobal aan de dj-toren, zo deelt hij mee. “De spiegelbol is de clitoris van de Vlasmarkt, zeggen sommigen”, vertelt hij. “Maar niemand kan eraan, dus zal de Vlasmarkt nooit klaarkomen.”

Dat is een inzicht waar een mens stil van wordt. Ik wend me zodoende tot Kevin, die sinds gisteravond specialist is in stille zaken. Kevin presenteerde Boomtown en leidde de minuut stilte in goede banen ter ere van de Noorse terrorismeslachtoffers. “Ondertussen was ook bekend geraakt dat Amy Winehouse en Johnny Hoes dood waren. Alles samen goed voor niet minder dan dríé minuten stilte. Joke Schauvliege (minister van Geluidsnormen, TVDM) zal content geweest zijn”, zegt Kevin schamper.

Samen met z’n kompaan Youri zet hij zich even neer op een betonblok. Na acht dagen feesten begint de vermoeidheid te wegen. “Ik zit hier ook maar als weerloos zoogdier”, verdedigt Kevin zichzelf.

Een oudere Vlaming danst met een Afrikaanse evenwichtskunstenaar. We hebben het gecheckt: het blikje bier is niet vastgemaakt met velcro.

Toch zal Kevin niet plooien. Vanuit de achtergrond duikt hij plotsklaps op met twee handen vol pintjes. “Je moet niet weglopen voor de feiten, Tim!”, zegt hij als hij er mij eentje in de pollen steekt. Alzo voorzien van bier horen wij hoe de dj zijn set afsluit met een nummertje van de betreurde Amy Winehouse. Tot sentimentele taferelen leidt dat gelukkig niet, of ik was naar huis.

De tent van de Kinky Star is toe, maar toch glipt Ruben nog even naar binnen voor een állerlaatste pilsje. Als hij terug buiten staat, schudt hij verward het trotse hoofd. “Het is een andere wereld daarbinnen”, vertelt hij. “Plots is iedereen daar een West-Vlaamse hartchirurg.”

Ik ruik achterdochtig aan mijn pint, bang voor hallucinogene schimmels die zich in de leidingen van de tapinstallatie ophouden, maar ruik gelukkig niets verdachts.

David Van Belleghem loopt ook nog rond. “Dag David, goeimorgen. Wat zie jij er nog fris uit”, groet ik.

“Frisheid zit vanbinnen”, knikt David erkentelijk.

Steeds mee mensen verlaten het plein. Anne-Marie begrijpt niet waarom. “Waar gaat ge naartoe?”, vraagt ze. “De winkels zijn gesloten.”

“Anne-Marie, ‘t is zondag”, merk ik op.

“Ah ja, juist. Gij houdt bij welke dag van de week we zijn en zo?”

Een jongedame draagt een 100 procent biologisch hoofddeksel. De goden van de ecologie zegenen haar.

Ook Nikolaas van het Botramkot weet dat de Feesten nog maar twee dagen meer duren. “Het wordt tijd dat het gedaan is”, bromt de jongeman gebroken en geradbraakt. “Het begint te wegen. Mijn ingewanden beginnen te rommelen.” Hopelijk voor hem schiet zijn darm niet voortijd in actie, want zoals Anne-Marie al wist, is kakken op de Vlasmarkt niet oké.

David Van Belleghem komt er, zijn contract als medehoofdpersonage erend, bij staan. Hij raakt in een discussie verwikkeld met Anne-Marie, die stevig van zich afbijt. “Natuurlijk zijt gij ros”, vertelt David haar op zeker moment. “Alsof ge al tien jaar Irish coffee drinkt.” Een dame zo te kakken stellen, die David durft.

Op den duur schieten we nog maar met een handvol diehards over op de Vlasmarkt – het groepje rond Kevin en Anne-Marie is verdwenen in de nevelen der legenden. Gerald Claeys van de Charlatan, the boss of it all, komt bij ons staan. “Wat wij hier doen, is uniek in de wereld. Tien dagen lang tot acht uur ‘s morgens feest, waar elders vindt ge dat?”, vertelt Gerald trots. Van het slechte weer van de voorbije week trekt hij zich maar weinig aan. “De regen heeft ervoor gezorgd dat meer Gentenaars naar hier kwamen. Er was meer samenhorigheid. De regen is een externe factor: iedereen wordt nat. Dat verbindt de mensen met elkaar. Noem het voor mijn part God.”

Een dronken tijger vliegt James naar de keel. Zijn strottenhoofd wordt live verzwolgen.

Over God gesproken: één van de evangelische christenen die iedere ochtend zieltjes proberen te winnen met koffie en chocomelk passeert. “Lopen die hier nu nog rond?”, grijnst Gerald een beetje verrast. “Die christenen zijn een deel van het sfeerbeheer. Zij nemen de nazorg voor hun rekening.”

“En ze communiceren zonder oortjes, rechtstreeks met God!”, lacht David.

Ook wij verlaten uiteindelijk het heilige plein. Ik besluit nog even langs te gaan bij L’enfant terrible, waar een afterparty op gang is gekomen. Het terras zit vol nachtbrakers. Ik raak verzeild in een discussie over de 27 Club. “De Bijbel is fout. Jezus was ongetwijfeld ook 27″, zegt iemand.

“Neen, Jezus was dertig”, weerlegt een ander. “Je moet al zot zijn om te geloven dat de Bijbel juist is. In ieder geval is Amy Winehouse van haar vensterbank gevallen terwijl ze haar ramen stond te zemen.”

Een man vraagt aan een meisje of ze een push-up-bh aan heeft. “Neen, ik draag geen push-up”, bijt zij terug.

“De push-up-bh behoort tot ons privéleven. Wij koesteren dat”, benadrukt de vaste vriend van de dame. Meer heb ik daar niet aan toe te voegen. Bij deze houd ik me stil, tot de volgende vergadering.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Een mooi strand onder een een donkere hemel. Toerisme tijdens de post-industriële evolutie.

Zo lang Tim ‘s nachts op de Vlasmarkt staat, zo lang sta ik overdag op één plaats te fotograferen. Vandaag stond ik gespaard van plensbuien op het Dokstrand van 14.25 uur tot 18.13 uur.

Door Hendrik Braet

Je zou het bijna vergeten door al dat feestgewoel in de binnenstad, maar we hebben ook een heus strand vlak bij de Dampoort. U kunt er gerust uw kinderen de vrije loop laten en op uw gemak in een strandstoel genieten van een Vedett.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Monsters

23 juli 2011

Zet een paar duizend man in de gietende regen en wat krijg je? Een vrolijke massa. Op voorwaarde dat die massa kan beschikken over ongelimiteerde voorraden Irish coffee.

De Vlasmarkt als openluchtdisco. Dankzij het sfeerlicht valt de regen niet op.

“Excuseer, bent u hier uit de buurt?”, vraag een man met een Antwerpse tongval.

“Jazeker”, antwoord ik.

“Ik ben m’n auto kwijt. Hij staat geparkeerd in een laan met tramsporen en bomen in het midden. Er is een stuk waar ge maar dertig moogt rijden.”

Ik probeer de bestuurder niet te ontmoedigen door te zeggen dat er in Gent wel duust stukken straat aan die beschrijving beantwoorden. “Wel, als u de volgende straat naar links inslaat, en de hele tijd rechtdoor stapt, komt u uit op een laan die min of meer aan uw beschrijving beantwoordt”, zeg ik optimistisch, goed wetende dat het leven van deze mens definitief verwoest is. Hij zal z’n wagen nóóit nog terugvinden, hij zal nimmer meer thuis geraken en voor de rest van zijn verdoemde bestaan doolt hij voortaan door de grauwe straten van het post-industriële Gent, voortdurend aan wildvreemden vragend waar hij zijn automobiel achtergelaten heeft.

Met moeite een kilometer verder hoor ik achter mij geschuifel. “Hey, gij daar met uw leren frakske en uw blonde krullen.” Mensen die schuifelen als ze iets willen vragen, zijn van een provinciale lompheid die verantwoordt dat ze even genegeerd worden. Is “Excuseer, mijnheer” nu werkelijk zo moeilijk?

Uiteindelijk draai ik mij toch om. Ik zie een dwerg – maar geen klinische – in een korte broek. “Ja?”

“Hoe geraak ik in Zelzate?”

Met haar stralende ogen brengt Anne-Marie een beetje warmte op de Vlasmarkt.

Ik trek een wenkbrauw op. “Goeie vraag. Hoe dacht ge daar precies te geraken?”, vraag ik met een subtiele blik op z’n korte beentjes.

“Met de bus.”

Ik stel de man gerust: dat ik het niet weet vanwaar er een bus naar Zelzate vertrekt. “Maar als ge de tramsporen blijft volgen, zult ge er op den duur wel op uitkomen”, leg ik uit.

Met plezier laat ik de onbeleefde kabouter aan z’n lot over en vervolg mijn weg richting Vlasmarkt. Het is de hele nacht droog gebleven, maar bij mijn aankomst daar begint het zowaar te regenen. Van overdadig zomerweer zal er ook deze ochtend geen sprake zijn.

“We hebben te maken met anabuvisme“, merkt Vincent op.

“Dat is een aardig neologisme. Wat betekent het?”

“Het betekent ‘zomerse dranken nuttigen in winterse omstandigheden’. Zoals wij hier nu staan te doen”, rilt Vincent.

“Aha, je zou dus kunnen zeggen dat de Gentse Feesten 2011 een anabuviale toestand zijn?”

“Inderdaad”, knikt Vincent.

Ik bedank hem voor zijn bijdrage en vraag me af wat Boris, een personage dat de vorige jaren ook al eens mocht opdagen, te zeggen heeft.

Boris staat met opgeheven hoofd op Vlasmarkt. Deze bink buigt niet voor wat regendruppels.

“Oudenaarde is de ruggengraat van de Vlasmarkt”, poneert Boris zonder blikken of blozen.

Kevin, zelf een kind van de Vlaamse Ardennen, beaamt dat volmondig. “Maar natuurlijk is dat zo. Mensen uit Oudenaarde houden de Feesten overeind.”

Ach, vrees ik, met of zonder Oudernaarderezen, veel is er niet meer overeind te houden aan de Gentse Feesten editie 2011. De regen heeft ze genekt. Toch blijven er altijd mensen die die simpele waarheid ontkennen, zoals Jan, die een ostentatieve zonnebril draagt. “Dan blijft het langer donker”, verklaart Jan. Het daglicht wordt inderdaad met de minuut sterker.

Wanneer mijn aanwezigheid gevraagd wordt op de dj-toren kan ik even ontsnappen aan het neergutsende hemelwater. Boris mag niet mee naar boven. De ontgoocheling in zijn ogen is niet te verdragen door mensen die er nog geen gewoonte van hebben gemaakt anderen te ontgoochelen. Ik heb er met andere woorden geen problemen mee.

Boven zie ik een Antwerpenaar in kostuumpak met ontzetting uitkijken over de dansende, doorweekte massa. “Dit is het ultieme fanatisme”, bazelt de man, die voor een grote drankenfirma werkt, hoofdschuddend.

“Maar neen, dat zijn gewoon de Gentse Feesten”, weerleg ik met grootstedelijk blasé.

Tom Verbruggen verdient andermaal een pluim om bier te halen. Ook zijn fotografisch werk mag op mijn lof rekenen. Edmond Cocquyt Jr. blijft dan weer netjes in zijn rol van authentiek Gents curiosum. De Heer heeft van elk zijn getal nodig.

Als ik me weer op de begane grond begeef, klampen enkele studenten journalistiek me aan. “Welnu, sinds 1948 hebben vrouwen stemrecht. Maar nog altijd beschikken ze niet over eigen pissijnen op de Gentse Feesten. Wij vragen ons af hoe dat komt”, steekt Michael Lombaerts van wal. “Durven ze niet opkomen voor zichzelf? Is het dat?”

“Goed mogelijk”, antwoord ik. Ik zeg hen hun bijdrage te appreciëren, maar krijg in ruil niet eens een pintje aangeboden.

"Ik ben bang", huivert Nimrodiensis als hij met een ongure autochtoon op de foto moet.

Ik richt mijn aandacht op Nimrodiensis Maximalis, het hoofdpersonage van de Gentse Feesten van verleden jaar. Hij is speciaal opgestaan om in alle friste te kunnen genieten van het volkse feest op de Vlasmarkt.

“Er lopen hier veel monsters rond!”, constateert Nimrod met enige huivering. “Mensen die rare bekken trekken. ‘k Ben bang!”

Van Bert heeft Nimrodiensis echter niets te vrezen. De goedmoedige metalbassist kuiert onverstoorbaar door de plensende regen. “Het geheim van goede Feesten”, zo zegt Bert, “zijn goede schoenen. Vorig jaar had ik slecht schoeisel aan. Het plakt nog altijd aan de vloer. De schoenen die ik nu draag, zijn comfortabel en blijven droog.”

“Ze zien er wel wat sullig uit”, merk ik op.

Bert haalt z’n schouders op. “Zolang ik er comfortabel mee naar de Gentse Feesten kan, maakt dat niet uit.”

Nima en Maarten krijsen het uit van schrik als ze beseffen dat er weer een nieuwe nacht voorbij is. "Wij zijn bang!"

Bert verlaat de Vlasmarkt, net als vele anderen. De muziek is inmiddels gestopt. Een buitenlandse bezoeker schreeuwt boos naar de dj-toren: “It’s a graveyard over here! Give us some music, man!” Zijn schreeuw valt in goed gesoigneerde dovemansoren.

“Rien ne pleut plus”, laat Nimrod zich ontvallen als het ophoudt te regenen.

“Vanwaar ben jij afkomstig?”, vraagt Boris.

“Kortrijk. Ik representeer de stad als het ware”, antwoordt Nimrod.

“In uw blote mouwen dan nog.”

“Mooi zo, Boris, die schrijf ik op. ‘Blote mouwen’. Zoveel poëzie op dit uur van de dag, hoe is het mogelijk”, becommentarieer ik.

Ik krijg een dreigende blik terug. “Gij zijt veel te vriendelijk”, oordeelt Boris met afschuw.

“Hoezo?”, vraag ik.

“Hier een beetje nuchter de scherprechter van de zatte mensen komen uithangen…”, gromt hij.

Voor het tot een bloedige broederstrijd komt, vrolijkt Ineke onze harten op. “C’est moi, le Kinky Star”, lacht ze als een ontheemde jongeman vraagt of het gelijknamige café nog open is. “Mais je suis fermée!”

Maar Inekes vreugdevolle aanwezigheid kan niet voorkomen dat twee mannen opeens met elkaar op de vuist gaan. Ze slaan vol op elkaars wezen. Ik probeer tussenbeide te komen, maar geen avance. Uiteindelijk zijn er drie sfeerbeheerders nodig om de ene agressieveling in bedwang te houden. De andere is fluitend van het plein gewandeld.

Kevin haalt op de hem eigen wijze – eerst de ene, dan de andere – zijn schouders op. “Kom, laat ons een ontbijt nuttigen. Ik trakteer.”

Een anders uiterst stijlvolle dame heeft nogal wat ladders en gaten in haar luipaardpanty's.

Een uitstekend plan. Daar zitten we dan in Broodpunt aan de Ottogracht. “Boomtown en BataMatiQ zijn de enige twee projecten tijdens deze Gentse Feesten met een deftige programmatie”, vindt Kevin. “Al de rest is shit.”

Hij betreurt dat BataMatiQ zo hard getroffen wordt door de regen. “Voor 80 euro drankbons in vier uur tijd, da’s dramatisch, man”, zucht de goedmoedige Oudenaarderees.

Maarten Quaghebeur, die mee aan tafel schuift, is evenmin enthousiast. “De Gentse Feesten zitten in hun slechtste editie sinds vele jaren. Organisatoren hebben een heel jaar gewerkt, maar kunnen het potentieel er niet uithalen.” Er is echter niet alleen het slechte weer. “Gent zal ook moeten nadenken over waar het naartoe wil met de Feesten: een braderij of een sterk inhoudelijk aanbod.”

“De Gentse Feesten zijn op sterven na dood”, orakelt Kevin. “Wat een bloedarmoede dit jaar!”

“Ik weet hoeveel subsidies sommige organisatoren krijgen. Maar als ik hun programma bekijk, is het precies alsof ik 1998 beland ben. Da’s dertien jaar geleden”, benadrukt Maarten. Hij nodigt me uit op zijn Boomtown, waar Kevin straks de avond zal presenteren.

Mijn uiterste best zal ik doen, zo beloof ik. Maar diep in mezelf weet ik reeds: schrijven is wat ik zal doen en de rest van de dag zal opgaan aan schrijven. Of er mentale ruimte overblijft voor een popfestival, valt sterk te betwijfelen. Niet dat ik niet van popmuziek houd, maar ik wil m’n energie sparen voor de Vlasmarkt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Een man met een doos trotseert de kasseien van de Vlasmarkt.

Zo lang Tim ‘s nachts op de Vlasmarkt staat, zo lang sta ik overdag op één plaats te fotograferen. Vandaag was dat de Vlasmarkt.

Door Hendrik Braet

Ik heb mij op Tim zijn territorium gewaagd. Van 14.23 uur tot 17.39 uur stond ik op het platform op de Vlasmarkt. Met dank aan Urgent.fm voor het mooie uitzicht en om ons gisteren in de ether te brengen!

 

 

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gentse mokken

22 juli 2011

De mooiste nachten zijn die waarvan je het nooit zou verwachten. Zomerse warmte zorgt níét voor meer ambiance. Op de Vlasmarkt danst het volk liever in de gietende regen.

De rookmachine doet z'n werk op de dj-toren op de Vlasmarkt: de stinkende lelijkaards verdwijnen in het verborgene, proper gewassen dames blijven zichtbaar.

“Ey, ga je mij naar huis voeren?”, vraagt een West-Vlaamse jongevrouw die op weg naar huis wil vertrekken met haar fiets. “Je mag vanachter zitten.”

No can do. Ik moet naar de Vlasmarkt.”

“Pfff, ‘t is daar toch al gedaan.”

“Maar neen, het moet daar nog beginnen!”, weet ik. Hoe kan het feest op de Vlasmarkt thans al gedaan zijn als het daglicht zich nog niet heeft kunnen manifesteren? Ik vervolg goedschiks mijn weg naar het heilige plein.

Daar ontmoet ik Wouter, die in het verleden al opdaagde als nevenpersonage. Wouter maakt er ieder jaar een sport van om de evangelische christenen onder de kasseien te praten die rondgaan met het Woord Gods en bekertjes koffie. Eén keer ging dat net iets vlotter dan anders. “Achteraf bleek er maar één conclusie mogelijk: iemand had voor de lol MDMA in de koffie van die christenen opgelost”, redeneert Wouter. “Ik heb een etmaal nodig gehad om me weer normaal te voelen na dat gesprek.”

In de gietende regen kijken we uit over de Vlasmarkt. Ik herken helaas weinig van m’n vaste personages. Om maar niet te zeggen geen. Kevin heeft zich allicht laten wegregenen en David Van Belleghem zal zich uit voorzienigheid niet eens buiten gewaagd hebben. Zodoende moet ik het met Wouter stellen. Die vestigt mijn aandacht op Schopenhauer. “Eadem, sed aliter. Hetzelfde, maar anders. Dat is wat de Vlasmarkt is. Je kunt hier elke dag staan, het is hier elke dag hetzelfde, maar toch keer je telkens naar huis met een ander verhaal”, analyseert deze filosoof.

Opeens vliegt er beker bier tegen ons. Wouter en ik draaien ons om. Een dronken heerschap kijkt ons aan alsof er niets gebeurd is. “Hebt gij dat bier tegen ons gesmeten?”, vraagt Wouter met z’n raspende stem.

Met het bier dat we in het Westen weggooien zouden we in de derde wereld nogal wat mensen zat kunnen voeren.

De dronkelap wijst naar een vuilbak op een meter van ons. “Ik heb mijn beker daarnaar gesmeten.”

“Dan is het u verdomme toch niet goed gelukt om te mikken”, merkt Wouter op.

“Uw beker is ontegensprekelijk tegen ons gevlogen”, voeg ik eraan toe.

“Draait ulder om of ik sla op uw muil”, repliceert de zatte aap.

Ai, denk ik, arme sukkelaar, nu zijt ge zeker een halfuur van uw leven kwijt. Inderdaad: Wouter neemt de handschoen op en begint op de hem eigen wijze te discussiëren met de dronken man. Die slaat uiteraard niet op Wouters bek, maar ziet wel kostbare seconden van zijn leven wegtikken terwijl Wouter hem verbaal in de grond stampt.

Vanuit de dj-toren zie ik opeens Edmond Cocquyt Jr. naar mij wijzen. Hij doet teken dat ik naar boven moeten komen. Waarom ook niet, in de vipruimte van de Vlasmarkt kan een mens genieten van beschutting tegen de regen. Maar tegelijk moet ik erkennen dat het er behoorlijk saai is. Iedereen staat maar wat op elkaar gepakt en de pintjes zijn op.

Niet veel later sta ik weer tussen het plebs. De zon is ondertussen al op. Tim Struyven komt in mijn beeld gelopen – hij is een vast gezicht van deze editie. “De regen heeft het kaf van het koren gescheiden. En wij zijn het koren”, legt Tim uit. Ik feliciteer hem met zijn opmerking en vertrouw ze toe aan het papier.

Bizar: hoe meer het regent, hoe meer mensen dansen op de Vlasmarkt.

Aan de Kinky Star staat Steve te schuilen. Hij heeft ‘t wel gehad met de regen. “Ik kan goed zwemmen, maar het is me nu toch te nat”, schudt hij z’n massieve kop. De meerderheid van de feestvierders geven ‘m ongelijk. Zij staan te dansen op de gladde kasseien, van het hemelwater trekken zij zich weinig aan.

Ik formuleer er een theorie over: meer zon betekent meer mensen en dus minder ruimte om te dansen. Meer regen betekent minder mensen en dus méér plaats om de beentjes te strekken. Ook maandagochtend regende het en stonden de mensen eveneens te dansen. Als je genoeg gedronken hebt, maakt het toch niet uit of je nat dan wel droog bent, dus kun je evengoed swingen in de regen.

Opnieuw kom ik Wouter tegen. Die heeft weinig zin om z’n tronie te lenen voor een fotoportret. “Neen, ge moogt geen foto’s nemen van mij. Fotografeer mij maar zonder toestemming”, stelt hij kordaat. Ik schik me naar zijn wensen.

Ondertussen leer ik Christiane kennen. Zij is de oudste madam op de Vlasmarkt – ik schat haar ergens in de zestig. Haar witte kleed zit onder de vlekken van Irish coffee en ze heeft zo’n onnozele zonnebril met lichtjes erin. Desondanks herken ik in haar een chique dame. “Mijn ouders waren afkomstig van Kortrijk, waar ze fabrieken hadden. Wij spraken Frans en algemeen Nederlands thuis. Mijn vader was boos als ik Gents sprak. Maar ik ben van hier, mijn hart klopt Gents”, zegt ze terwijl ze vastberaden op de Gentse kasseien stampt.

Wouter neemt Christiane in een beschermende omarming. Hij wil haar behoeden voor de elementen.

Al veertig jaar woont ze ondertussen in Brussel – soms heeft ze moeite om iets in het Nederlands uitgelegd te krijgen en schakelt ze over op de taal van Voltaire. “Mijn zoon Didier wou vroeger nooit Nederlands spreken, enkel Frans. Maar hij werkt momenteel in Amsterdam, waardoor hij Hollands beginnen te spreken is. Verschrikkelijk!”, lacht Christiane.

Ze controleert mijn leren vest. “Volgens mij is het geen echt leder”, oordeelt ze.

“Volgens mij wel. Tweedehands gekocht en zeiknat, maar het is toch echt leder”, verdedig ik m’n trouwe jas.

“Hmmm, misschien”, zegt ze niet geheel overtuigd. “Maar ik begrijp het wel, hoor. Alles is zo duur tegenwoordig voor jonge mensen. Ze kunnen zich een huis, een tv en een wagen permitteren en daar houdt het op.” Ik erken dat het allemaal niet makkelijk is tegenwoordig.

De muziek is reeds stilgevallen en langzaam loopt het plein leeg, maar evengoed blijven mensen voor de gezelligheid staan, als bevonden zij zich op een aangename netwerkreceptie.

Sfeerbeheerster par excellence Hilde waarschuwt nogmaals voor pickpockets. Die vluchten huilend terug naar hun kraakpanden.

Even later zit ik dankzij gunstig toeval samen met Christiane op de tram. Ze heeft net een pakje Cuberdons gekocht op de Groentemarkt en geeft er mij eentje. Ik steek het snoepje zonder veel omhaal in mijn mond, wat op lichte afkeuring van Christiane kan rekenen. “Je moet het topje eraf bijten en eraan zuigen”, doceert ze met haar charmante Gents. Even later biedt ze mij ook een Gentse mok aan, een lekker koekje met anijssmaak. Zoveel gezelligheid heb ik op een tram nog nooit niet mogen meemaken.

Ooit schrijf ik een ode aan de fantastische Gentse mokken, die dat ge kunt opeten, die met hun jonge lijven die staan te dansen op de Vlasmarkt, en die van een schone leeftijd die nog altijd zo jong van geest zijn dat het verouderingsproces u niet kan afschrikken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 48 other followers