We leven nog
Shiraz is een stad waar draadloos internet – in tegenstelling tot Esfahan – nog niet doorgebroken is. Vanuit het verloederde havenstadje Bushehr kan ik de buitenwereld wel weer een teken van leven geven.
Reporter van toestanden, lezer van dingen
Shiraz is een stad waar draadloos internet – in tegenstelling tot Esfahan – nog niet doorgebroken is. Vanuit het verloederde havenstadje Bushehr kan ik de buitenwereld wel weer een teken van leven geven.
De Iraniërs zijn een fantastisch volk. Vriendelijke, eerlijke mensen met niet te veel praatjes. Maar als dagjesmensen zijn ze verschrikkelijk.
Het blauw van de hemel gaat gesluierd achter een waas van woestijnstof. De woestijn is het terrein der zandnegers. Vandaag brengen wij haar een bezoek.
De tv in de ontbijtruimte van ons hotel staat op CNN. Een item over de Italiaanse premier Silvio Berlusconi en het proces over zijn seksfeestjes onderhoudt de aanwezige toeristen. Il Cavalieri loopt grijnzend in beeld.
Pas na twee dagen valt het op: hier luiden des ochtends geen klokken. Een vreemd gemis.
Met ons groepje van acht zijn wij allicht de enige Westerlingen in heel Teheran. Vandaag duizenden mensen gezien op straat, in parken en in bazaars. Andere toeristen uit ‘onze’ côté van de wereld zijn we nergens tegengekomen.
Draadloos internet hebben ze hier dus, in Teheran. Daar ben ik blij om.
‘Oké, we doen het!’ Ramon twijfelde niet lang toen Russische vrienden vroegen of hij mee aan een rijdende trein ging hangen. Zodoende denderde hij even later al treinsurfend door de suburbs van Moskou. Voor Humo interviewde ik de waaghals.
Vannacht weer een spannende horrorfilm bijeen gedroomd.