We leven nog

22 april 2011

Shiraz is een stad waar draadloos internet – in tegenstelling tot Esfahan – nog niet doorgebroken is. Vanuit het verloederde havenstadje Bushehr kan ik de buitenwereld wel weer een teken van leven geven.

Welnu, in Bushehr gaat het zoute van de zee altijd gepaard met de duffe geur van olie. Een olfactorisch curiosum. Het stadje ligt geprangd tussen industrie en haven en ergens moet hier ook een omstreden kernreactor staan.

Niets om ons zorgen over te maken. Als de aarde begint te beven zal het instortende hotel ons vermorzelen voor tsunami en meltdown de kans krijgen ons de duvel aan te doen. Leve het kaduke Iraanse metselwerk.

Straks gaan we een wijl zonnebaden. Dat moet in de voormiddag gebeuren, want daarna is het hier te heet.

Zelfs zonder gedoe in de reactor is ons reisgezelschap onderhevig aan meltdown, zo warm is het hier. Voor het eerst in twee weken ga ik zonder m’n trouwe leren vest op stap.

Toeristen

16 april 2011

De Iraniërs zijn een fantastisch volk. Vriendelijke, eerlijke mensen met niet te veel praatjes. Maar als dagjesmensen zijn ze verschrikkelijk.

Enkele dagen geleden zat ik in de woestijn – als souvenir heb ik een hoorn mee van een wild schaap, zelfgevonden en al. Het dorp waar we zaten, was een labyrint van lemen huizen, bruine blokken waar een houten deur in zit en verder niets. Gezellig.

Er stond een koude wind. Geen probleem, want ik loop hier al de hele tijd rond met mijn leren vest.

Opeens werden we ingesloten door twee wagens. De dorpelingen dwongen ons in hun bestofte roestbakken. We werden ontvoerd voor een kopje thee. De gastvrijheid van het trotse Iraanse volk is dwangmatig maar oprecht.

‘s Avonds werden we nogmaals ontvoerd, maar dan voor een ‘plezante thee’.

Gisteren zaten we in een bergdorp op drie uur rijden van Esfahan. Prachtige plek, Abyaneh. De bewoners zijn koppige ezels die gedurende eeuwen foert zeiden tegen de islam.

Thans is het bergdorp een geliefde plek voor Iraanse zondagstoeristen – vrijdag is in de islamitische wereld equivalent voor de westerse zondag.

Vuilaards zijn het.

De natuur rond Abyaneh lijkt woest en ongerept. Het is niet onlogisch dat gezinnen er komen picknicken. Helaas laten ze hun afval na de maaltijd gewoon liggen. De bedding van het bergriviertje ligt zodoende vol plastic zakken en ander afval.

Zolang de vrouwen een hoofddoek dragen, is het geen enkel probleem als ze gebruikte plastieken talloren in de beek smijten. Allah kijkt goedkeurend toe.

Straks rijden we met de bus naar Shiraz. Toen Omid, uitbater van het Aashoub Café, dat hoorde, betrok zijn gezicht. “Not good”, treurde de jonge Iraniër. Gedurende enkele dagen had hij een groep westerlingen als vaste klanten en dat vond hij niet alleen een eer, maar vooral een verademing.

De alledaagse vrijheden die wij zo normaal vinden, zijn het Paradijs op Aard voor de Iraanse jongeren. In België is het binnenkort voor iedereen verboden te roken op café, in Iran worden vrouwen streng berispt als ze buitenshuis een sigaret opsteken.

Het is één van de vele regeltjes die zo absurd zijn dat zelfs de mannen er zich aan ergeren.

Stof

14 april 2011

Het blauw van de hemel gaat gesluierd achter een waas van woestijnstof. De woestijn is het terrein der zandnegers. Vandaag brengen wij haar een bezoek.

Gisteren hebben we gefeest. We hebben zelfs gedronken. We zagen een krottenwijk en een Pers met ogen blauwer dan de bestofte hemel. Hij geleek een Brit die te lang in de oven heeft gezeten.

Een taxichauffeur zei dat de Opperayatollah zijn kloten kon kussen en bijna vroegen wij een mullah: “Bessannet as een vrommens eur jeunt?”

Thans drink ik op het schoonste pleintje van Esfahan versgeperst vruchtensap. De sfeer is hier relaxed. In een straatje in de buurt hoorde ik gisteren ‘Dogs’ van Pink Floyd weerklinken.

Het beste nummer van de beste plaat van The Floyd: Animals. Dat ze er op het Ministerie van Cultuur & Censuur maar eens goed naar luisteren.

Slippertje

11 april 2011

De tv in de ontbijtruimte van ons hotel staat op CNN. Een item over de Italiaanse premier Silvio Berlusconi en het proces over zijn seksfeestjes onderhoudt de aanwezige toeristen. Il Cavalieri loopt grijnzend in beeld.

Een mens vraagt zich af wat het lot zou zijn van een Iráánse politicus die van dergelijke feiten verdacht wordt, wetende dat één slippertje al tot steniging kan leiden.

Volgend item: het boerkaverbod in Frankrijk. Voor alle duidelijkheid lopen er hier in Teheran geen boerkamadammen rond. We hebben nog maar één gesluierde dame gadegeslagen. Die was op straat aan het sukkelen met het rietje van een vruchtensapje. Medelijden voelde ik niet.

Klokkengelui

11 april 2011

Pas na twee dagen valt het op: hier luiden des ochtends geen klokken. Een vreemd gemis.

Verder hebben ze niet-alcoholisch bier dat naar Desperado of Mexicano smaakt. Als ik me genoeg concentreer, ervaar ik een placebo-effect.

De chauffeurs zijn crazy. De taxichauffeurs zijn nog zotter. Die van vorige nacht was krankzinnig. De meisjes zaten te verkrampen van schrik, maar ik dacht: dit is leuker dan Bobbejaanland, Walibi en Bellewaerde tezamen en nog veel goedkoper ook.

In het steegje van ons hotel zijn er een vijftal winkels. Allemaal verkopen ze velgen en niets dan velgen. Van die protserig blinkende metalen schijven. Ook om de hoek zijn er tientallen velgenmarchands. Vreemd, want ik heb nog geen enkele auto zien rondrijden met dergelijke frivoliteiten.

“I want to speak to the manager”, zei één van de reisgenoten gisteren met een uitgestreken gelaat tegen de receptionist van het hotel, wijzend op het portret van de gewaardeerde ayatollah. Zodoende ben ik met de slappe lach in m’n nest gekropen.

Cultuurshock

10 april 2011

Met ons groepje van acht zijn wij allicht de enige Westerlingen in heel Teheran. Vandaag duizenden mensen gezien op straat, in parken en in bazaars. Andere toeristen uit ‘onze’ côté van de wereld zijn we nergens tegengekomen.

Cultuurshock 1: er is juist geen sprake van een cultuurshock. Ik heb niet het gevoel dat ik op een andere planeet beland ben. De meeste mannen dragen jeans en T-shirt, en de vrouwen zouden dat ook wel willen als ze mochten.

Cultuushock 2: de mensen van Teheran kijken op als ze ons door hun straten zien marcheren. Wij zijn een curiosum. De cultuurshock is hún deel.

Cultuurshock 3: men vindt het de max dat we Iran bezoeken. Vele mensen mompelden het, een beetje bedeesd, anderen kwamen het spontaan zeggen: “Welcome in Iran!” Er zijn mij vandaag drie (jonge) mensen spontaan komen aanspreken. Ze slaan zo graag een praatje met ons, Westerlingen, die zeer casual en complexloos omgaan met de wereldhegemonie van hun fijne beschaving. Een meisje vroeg welhaast bewonderend of ze onze groep mocht fotograferen.

Cultuurshock 4: er heeft mij nog niemand proberen te bekeren tot de islam. Houden zo, jongens. Zo blijven we overeenkomen.

Internet in Iran

10 april 2011

Draadloos internet hebben ze hier dus, in Teheran. Daar ben ik blij om.

Met de iPod Touch kan ik echter niet op Facebook – noch via de app, noch via Safari.

Twitter: evenzeer nada.

De normale website van mijn gazet blijft mij ook een antwoord schuldig, m.demorgen.be werkt wel.

Doch standaard.be en m.standaard.be werken allebei terwijl er net vandaag een stel blote tieten op de voorpagina staat. Dat mag niet van de ayatollah.

Volgens de schitterende app Wifi Finder zijn er drie hotspots in Teheran.

Verder is het hier prachtig weer, zijn de mensen zeer vriendelijk en lopen er schattige ratten in de open riolen.

Wijs.

Treinsurfen

5 april 2011

Als een echte held van de spoorweg hangt Ramon vanachter aan een Russische trein. (Foto Ramon / 0331C)

‘Oké, we doen het!’ Ramon twijfelde niet lang toen Russische vrienden vroegen of hij mee aan een rijdende trein ging hangen. Zodoende denderde hij even later al treinsurfend door de suburbs van Moskou. Voor Humo interviewde ik de waaghals.

Je kunt Ramon gerust verslaafd aan adrenaline noemen. Na die eerste keer in Moskou wou hij meteen opnieuw gaan treinsurfen. Uiteindelijk deed hij het er drie keer. In België is het er nog niet van gekomen, maar de drang blijft.

Hier te lande is de scene nog niet uitgebouwd. Er zijn enkele gasten met serieus wat ‘hanguren’ op de teller – daarover in de Humo van volgende week meer – maar voor de rest is er nog geen sprake van een rage.

In Rusland is dat wel het geval en ook in Polen en Duitsland is er een ware subcultuur van treinsurfers. Het meest tot de verbeelding sprekend zijn de stunts van The Train-Rider, één van de weinigen die al een hogesnelheidstrein heeft durven te surfen. Daarvoor gebruikte hij wel speciaal materiaal, zoals zuignappen om niet weg te waaien. Geniet of gruwel mee:

Kleine opmerking: dat die peet gestorven is aan leukemie, is een hoax.

In Zuid-Afrika huppelen jongeren vrolijk over het dak van rijdende treinen. Het kan haast niet anders dan dat er daar regelmatig één in het decor vliegt. Maar ‘t ziet er verdorie wel veel plezieriger uit dan hele dagen voor je tv hangen:

In de Verenigde Staten bestaat er nog een oude variant op train surfing: freighthopping. Al sinds de negentiende eeuw reizen de hobo’s op goederentreinen rond in de VS. Ze hebben zelfs hun eigen codetaal ontwikkeld om hun lotgenoten te waarschuwen of te informeren.

De fotograaf Swampy is een hedendaagse hobo. Hij legt het leven op de goederentrein vast in beelden die een mens doen verlangen om er zelf bij te zijn. Over het algemeen ziet dat freighthoppen er ook minder gevaarlijk uit dan treinsurfen. Klik op de foto hieronder voor meer beelden.

http://www.flickr.com/photos/toothpaw/5262878412/in/set-72157608687992167/

‘t Is natuurlijk net dat gevaar dat treinsurfen zo aantrekkelijk maakt, en ik kan niet ontkennen dat ik me aangetrokken voel.

Dichter bij de Duivel

4 april 2011

Vannacht weer een spannende horrorfilm bijeen gedroomd. Zo zou ik ‘m pitchen:

Drieëndertig kompels zitten opgesloten in een ingestorte mijnschacht. Als de temperatuur verder oploopt, stijgen zwaveldampen op uit de bodem. De Satan manifesteert zich. Angst wordt gruwel. Bezetenen doen elkaar de duvel aan.

Hoe het verhaal eindigt, weet ik niet, want plots stond ik bovenaan op een kilometershoge wolkenkrabber, dicht bij de Goedheid Gods. Daar ben ik vervolgens van gewaaid, zodat ik weer met mijn (gebroken) pootjes op de grond belandde.

Zo kan ie wel weer.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 48 other followers