Schoon Gents

2 april 2013

Het Gents zakwoordenboek van Freek Neirynck.

Het Gents zakwoordenboek van Freek Neirynck.

Freek Neirynck was ooit een boer, maar thans is hij als perfesser Gensch beter thuis in het Gents dan vele van zijn stadsgenoten. Onlangs verscheen zijn Gents zegswijzenboek, maar ook zijn Gents zakwoordenboek blijft geestig. Een overzicht van de wijste Gentse woordjes.

Een woordenboek lezen doe je meestal niet voor je plezier, maar dialectwoordenboeken vormen een serieuze uitzondering op die regel. Daarin doe je steevast geestige ontdekkingen. Ik heb me eerder al ferm vermaakt met het Woordenboek van de Vlaamse dialecten van de UGent en het Modern verdwijnwoordenboek van van Dale.

Onlangs is van Freek Neirynck (geboren te Tielt, maar tot wasdom gekomen in Gent) een Gents Zegswijzenboek verschenen. In afwachting daarvan heb ik zijn Gents zakwoordenboek uitgelezen. Veel woorden daarin lijken sterk op hun standaardtalige tegenhanger of hun Franse origineel, maar er zitten ook vele termen tussen die op zichzelf staan en zelfs niet in andere dialecten voorkomen.

Hieronder een selecte van de woordekens die mij het meest konden bekoren en die ik vaker zou moeten gebruiken, in spreek- én schrijftaal.

A

afgepetoatert heel erg moe
appeltsjoeze 1. rode suikerappel, pomme d’amour; 2. oorveeg

B

balgveulder slokop, veelvraat
beirkuipe 1. geervat; 2. zwaarlijvig mens
bekroeze(n) bedrinken
bleutsuuft onintelligent persoon
bloasuuft opschepper, blaaskaak
bloendekapper 1. beenhouwer, slager; 2. (politie)sabel; 3. politieagent
bloomzak vadsig, immobiel persoon
bremsteg bronstig, loops

D

dzjoel 1. pantoffelheld; 2. slomerd; 3. nietsdoener

E

eepateere(n) doen
eierschijter bleek persoon
ertefritter chagrijnige, criticaster

F

fanfreluusjkes wansmakelijke ornamenten
fatiegeere(n) 1. moe makend; 2. vervelen
fierlantswoander oorveeg
floosje 1. kwast; 2. lul

G

gatlekker 1. vleier; 2. kruiper
gefliekflak geflikflooi
geloest (goed) van borsten voorzien
gemamt van borsten voorzien
gerre 1. spleet; 2. vagina
getiektakt gedreven, aangezet tot
gietekeutel 1. uitwerpsel van een geit; 2. onbelangrijk, onbenullig iemand

J

joodenzwiet slappe koffie

K

kaduuk(elijk) 1. onvolmaakt, gammel; 2. ziekelijk
kerresmerte aandoening aan de bips
kiekendief 1. kippendief; 2. wouw; 3. scheldnaam voor roodharige
kleinke 1. deurknop; 2. grof woord voor vagina
klookuuft dommerik
kluite(n)kliever vrek
kluutenschuurder 1. lui iemand; 2. ongeëngageerd persoon
krijs(ch)er pleurant, (betaalde) wener op een begrafenis
kroakemandel 1. gepofte, gezouten erwten op straat en in cafés verkocht; 2. klein persoon
kwiestenbiebel grappig persoon

L

labekak(ker) beunhaas, bange man, lummel
laberachteg onverzorgd
labezoete luie, slome vrouw
lammetsjanne luie vrouw
lavertegoart lafaard in het kwadraat, lafhartige
leegvel luie vrouw
lollekestriebenoal vredegerecht

M

madaam piepie toiletdame
mankepetsjanke(n) moeilijk, sukkelachtig gaan
mo(o)stoartschijter bange, flauwe vent

N

noardretse(n) achternalopen
noastbestoansel bloedverwant
noonepisse slappe koffie

O

olekebolekekoas gezelschapspel met 9 vakjes waarbij men rijen moet maken met ‘x’ en ‘o’
oliedeuts 1. oliebol; 2. sukkel
oopgepomponeert (overdreven) geschminkt
oopscharte(n) verleiden, binnen doen

P

pampele(n) bepotelen
peekelteeve zure of kijvende vrouw
petoaterbeschuut(se) allerliefste
pieloetses opkomende borstjes
pierjankloas zwakkeling
pietoe viespeuk
plakatief plakkerig, kleverig
plamoaster 1. klap in het gezicht; 2. grote hoeveelheid
poepescheet(s)e 1. achterwerk; 2. lieveling
pregge gierige vrouw
preut(e)dekker minuscuul vrouwenslipje
puurtsjesvolk plebs

R

reufte astrant kereltje
rijs(t)papgat slap, gerimpeld achterwerk
roskameinge pak slaag

S

sakreenoendepietsjes verdomme
schamfeleerkes valse borsten
schuifele(n) fluiten
seskes stuipen, vallende ziekte
sjamfoeter schoft
Slechtemansberg Sint-Amandsberg
sparadrap pleister
steertenterter belediger

T

tangerachteg hunkerend
tantewannekes praatjes, smoesjes, tralala
teutele(n) stotteren
tootentrekker huichelaar
trak plankenkoorts
treute zagerige vrouw
tsjoepe(n) 1. (verkeers)kegels; 2. puntige uitsteeksels; 3. stelen

V

verbastadeere(n) verbasteren
verdes(t)eleweere(n) verknoeien
vermasakreere(n) vernielen, verminken
vuile taluure stripteasetent op de kermis

W

Waloenpeijie Wallonië
welgemoakt lichamelijk bevallig
wieteleire 1. verdwaalde; 2. penis
woalekop Zuid-Belg
woaterloeze ferme vrouwenborst

Z

zeemels zenuwen
ziektiele piskous, incontinente vrouw
ziepbaroen omhooggevallen iemand
zijpgat afhangende kont
zoetwoatersjienees persoon van vreemde origine

Maonomics

4 februari 2013

De Chinese communisten hebben ons verslagen in ons eigen spelletje: het kapitalisme. In ‘Maonomics’ legt de Italiaanse econome Loretta Napoleoni uit hoe de stalen vuist van Bejing de onzichtbare hand van het liberale westen tot moes knijpt. Haar boek is ontluisterend – en zeer belangrijk.

Maonomics: de Chinezen nemen de wereld over en wij staan erop te kijken.

Maonomics: de Chinezen nemen de wereld over en wij staan erop te kijken.

Wat steken ze daar toch allemaal uit achter de Chinese Muur? Terwijl onze bedrijven massaal op de fles gaan en onze fabrieken aan de lopende band de poorten sluiten, blijft de Chinese economie tegen een duizelingwekkend tempo groeien – 7,8 procent is het zwákste cijfer in dertien jaar.

Hegemonie

Ondertussen stijgt de Belgische staatsschuld iedere seconde met 500 euro en moet onze regering besparen, besparen, besparen om nog met een begrotingstekort te eindigen. De Chinezen blijven keihard investeren, zowel in eigen land en in Afrika, en hun schuld bedraagt dan nog altijd maar 19 procent van het bnp. In België is dat 100 procent.

Wat doen wij verkeerd, wat doen de Chinezen zo goed en wat betekent dat voor de toekomst? In Maonomics. Why Chinese communists make better capitalists than we do (2011) geeft Loretta Napoleoni niet alleen inzicht in de wereld van vandaag, zij blikt ook vooruit naar de wereld van morgen. Begin maar al te wennen aan een wereld waar er van westerse hegemonie geen sprake meer is.

Calamiteiten

De onzichtbare hand van de neoliberalen is verbrijzeld, wordt straks afgehakt en achteloos in de hoek geworpen. Jawel, na de val van de Berlijnse Muur was het kapitalisme de grote winnaar. Maar nu pas begint duidelijk te worden dat het communistisch kapitalisme van de Chinezen veel steviger in zijn schoenen staat dan de westerse markteconomieën, waar deregulering het ordewoord was.

Eerder stipte de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang in zijn boek 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism (2010) al aan dat het kapitalisme meer gebaat is bij een goed werkende verzorgingsstaat dan bij de doorgedreven deregulering waar neoliberale denkers voor pleiten. Als niemand begrijpt hoe de markt werkt, gebeuren er calamiteiten.

Acute reanimatie

“Er zijn vele verhalen over de financiële crisis van 2008 die laten zien dat personen die geacht werden het slimst te zijn, niet werkelijk begrepen waar ze mee bezig waren. Er werden zoveel ingewikkelde financiële producten ontwikkeld dat zelfs de financiële experts zelf ze niet meer helemaal konden begrijpen, tenzij ze zich erin specialiseerden, en soms zelfs toen niet”, schreef Chang.

De schuldencrisis heeft ook de overheden zwaar in de problemen gebracht. In de VS rolden ze net niet van hun fiscal cliff, in Europa had de euro meermaals acute reanimatie nodig. De westerse metropolen zijn moe en versleten, stelt Napoleoni:

A sense of decadence permeates their institutions; the political machine is rusty with age and the effects of deregulation. We’re old, say the faces of commuters, each day boarding ever more crowded and inefficient transport systems. We’re old, say our young people destined for precarious work or unemployment.

Met haar scherpe blik tuurt Loretta Napoleoni over de Chinese Muur.

Met haar scherpe blik tuurt Loretta Napoleoni over de Chinese Muur.

“Our economy too is old, and even our democracy shows signs of dementia”, voegt ze daaraan toe. Het vrije Westen ligt op apengapen, terwijl de Chinese dictatuur de successen aaneenrijgt. Hoe is het zo ver kunnen komen? Het communisme had met de val van de Sovjet-Unie, in 1991, toch bewezen dat het gewoon níét werkt?

Uitpersen

Volgens Napoleoni hadden de Chinezen de lessen van Karl Marx veel beter begrepen dan de Russen. “The Soviets’ error was to remove profit from the economic equation, thinking such an amputation was enough to give life to the dictatorship of the proletariat”, schrijft ze. De Chinezen – met wijlen Deng Xiaoping voorop – hebben uit Marx’ analyse van het kapitalisme geleerd hoe ze datzelfde kapitalisme naar hun hand konden zetten. Deng was ervan overtuigd dat het marxisme slechts gemoderniseerd kon worden door zijn absolute tegenpool: het westers kapitalisme. Hij had gelijk, zo bewijst het Chinese succes:

China’s success confirms that Marx is not the one whom history has proven wrong. Unlike the Soviets, the Chinese have managed to create a form of communism that works economically, that evolves, one that guarantees progress and well-being more than other systems as confirmed by startling economic data: from 2009 to 2010 the average Chinese per capita income increased in real terms, and the GDP rose by 9 percent during a period of high unemployment and zero growth in Western democracies.

Voor die niet te stuiten economische groei, moesten de Chinezen een prijs betalen, namelijk het (laten) uitbuiten – vaak op barbaarse wijze – van het werkvolk. “In order to modernize China, it’s true that Deng laid the foundations of a system to exploit its labor force, but the ones to recreate the inhuman conditions of the Industrial Revolution in the country were entrepreneurs from Western democracies”, oppert Napoleoni. De Chinezen stelden hun de deur open voor westerse industriëlen en het zijn die ondernemende jongens – almaar op zoek naar goedkope werkkrachten – die de arbeiders kwamen uitpersen:

It is perhaps the greatest obstacle for us Westerners: to admit that a communist regime has done in China what capitalism did in England two centuries earlier; that two parallel worlds, those of Marx and of Deng, have in just two centuries converged; and that the “bad guys” are once again our own industrialists.

In die zin, merkt Napoleoni op, is het Chinese kapitalisme tegelijk de triomf en de schande van het marxisme. “Its shame may have been widespread injustice, lack of personal freedom, and for many years a low standard of living. Its greatest achievement is to have made wealth accessible to all, without destroying socialism”, vat ze samen.

Bloedige onderdrukking

Maar in het Westen kunnen we onszelf troosten met de gedachte dat China, ondanks het economische succes, een totalitaire staat is met een eenpartijstelsel en weinig respect voor de mensenrechten. Bejing is echter niet geïnteresseerd in vrije verkiezingen en wel omdat die niet compatibel zijn met de Chinese realiteit. In China wordt de westerse democratie in het beste geval geassocieerd met wanorde. Als we denken aan de bloedige campagnes “om de democratie in te voeren” in Irak en Afghanistan, zijn er ook nog enkele andere associaties te maken:

For the Chinese, the world that the American superpower has presided over for the past twenty years has been neither peaceful nor “civilised.” Liberal democracy is an instrument in the hands of an arrogant and reckless elite that wants to dominate the planet, the offspring of Dick Cheney, George W. Bush, and their neoconservative friends.

De Communistische Partij van China (CPC) heeft zich de vraag gesteld wat het belangrijkste is: algemeen stemrecht of respect voor de wet? Daarbij heeft ze voor dat laatste gekozen: “Whereas democracy as a “technique” can be exported, the spirit of respect for the law is a cultural acquisition, impossible to impose on a people.”

De bloedige onderdrukking, in 1989, van het protest op het Plein van de Hemelse Vrede blijft evenwel een gore smet op het Chinese blazoen. In naam van het algemeen belang vielen er honderden doden. Chinese dissidenten blijven ook vandaag gevangenisstraffen riskeren. De CPC staat stevig aan het roer en op een democratie zoals wij die kennen, hoeven de Chinese burgers vooralsnog niet te hopen. Tegelijk heeft China de terreur van de Grote Sprong Voorwaarts reeds lang achter zich gelaten. Persvrijheid blijft een probleem in China, maar – zo oppert Napoleoni – is onze pers, die zich lustig de grootste leugens laat inlepelen door machthebbers, dan zo veel beter? Zij heeft daar haar twijfels bij:

What is the difference between our press and that of the Chinese? The former feeds false information to a reader unable to tell the difference; the latter imposes a form of explicit censorship. Therefore, paradoxically, how can we know if what we are told about Chine is true? It could be a well-crafted manipulation on the part of our “free press.”

De Chinese pers neemt zelfs meer en meer haar verantwoordelijkheid als waakhond: “While in the West the press falls prey to spin, in China investigative journalism is growing, a tremendously powerfully [sic] weapon in the hands of civil society that twenty years ago didn’t exist.”

Kritische kanttekeningen

En zoals het Chinese communisme compatibel is met het kapitalisme, zo verweeft het zich ook met het aloude confucianisme, de leer van Charles Ernest Confucius:

Oddly enough the communist principles most easily assimilated by the Chinese were precisely those that Marxism shares with Confucianism: meritocracy, well-being of the population, and aversion toward the elite. Where Maoism failed was in the imposition of behaviors that went against this philosophy, like the Cultural Revolution.

In het confucianisme is de staat het symbool en de bewaker van de Chinese beschaving. “The most appropriate, and wide-spread, comparison is with the father, whose authority is limitless. Thus the state is like the father: it protects and at the same time demands respect from its children/subjects”, vat Napoleoni samen. “The role of the Chinese Communist Party as supreme arbiter is nothing other than the latest incarnation of the same values, the father-state. If we want to understand China we must account for its people’s fidelity and pride in the state – their model, not ours.”

Door het Chinese model naast het onze te leggen laat Napoleoni zich verleiden tot enkele kritische kanttekeningen bij de vrijheid die wij zogezegd genieten in het Westen:

Even if we condemn the social repression that has occurred in China in the name of progress, we cannot fail to notice that our own democracy is increasingly open to abuse by those wielding political and economic power. And we should hope that our state too looks after us rather than leaving us “freedom” that translates into slavery to the market.

Afbraakpolitiek

Zeker Ronald Reagan en Maggie Thatcher moeten het ontgelden. De kampioenen van het neoliberalisme hebben het kapitalisme grote schade toegebracht net door de staat en de sociale zekerheid – zover er al één was in de VS – zo veel mogelijk af te bouwen. Napoleoni is zeer scherp in haar oordeel over de dominerende politici van de jaren tachtig:

Unlike Deng Xiaping, who sabotaged Maoism with the aim of reforming the system and saving Chinese communism, once in power Reagan and Thatcher were limited in their destruction because they didn’t have a plan. But the ferocity with which they swept down on the nation-state, aided above all by the jackhammer that was the Wall Street Journal, managed to fool many: such ardor had to be connected to al well-defined project, a new political system.

De Italiaanse econome woont zelf in Londen en legt een rechtstreekse link tussen de afbraakpolitiek van Thatcher en de doffe ellende die thans zo veel Engelse arbeidersbuurten teistert. “It is a mistake to tear apart the social fabric of a country”, schrijft Napoleoni. “The dismantling of the state produced a defeated prolatariat class, relegated to urban ghettoes with rampant unemployment, were petty crime favored the birth of the gangs terrorizing the country today.” We hadden nooit op de onzichtbare hand mogen vertrouwen om welvaart te creëren:

Would you trust the defense of the country to the “invisible hand”? Would you trust mercenaries to defend the national borders? Then why have we put our well-being in their hands?

Monolithisch blok

Het Westen heeft zichzelf onherstelbare schade toegebracht, terwijl de Chinezen stapje voor stapje zijn beginnen te hervormen. Napoleoni suggereert dat het tijd is dat wij van de China gaan leren als we niet onder de voet gelopen willen worden:

Some still deceive themselves that our design and creativity, being superior to that of the Chinese, will save us. This is not the case, and if we don’t manage to change our current course, we risk ending up begging our subsistence form the Asian tourists visiting our city-museums.

De vraag is hoe we van het Chinese systeem kunnen leren als we niet begrijpen hoe het werkt. In het Westen zitten we nog altijd met de perceptie dat China, door het communisme, een monolithisch blok is. Die zienswijze is verkeerd: “Communism doesn’t mean that all businesses are run by the state. China’s central government has more or less the same control over private companies that Western governments have in their own countries.”

Hooghartige houding

Nu is er nog tijd voor het Westen om hervormingen door te voeren – en néén, daaronder mag niet de invoering van één eenpartijstelsel verstaan worden of een nationalisering van de productiemiddelen – maar in Afrika heeft China de westerse mogendheden definitief de loef afgestoken. Chinese investeerders en Afrikaanse potentaten hebben elkaar gevonden, met dank aan de hooghartige houding ook van onze politici en zakenmensen:

The CCP understood that African governments, often autocratic, needed a partner other than the United States, which imposed its own model by means of economic threats from organisations like the IMF or the World Bank. This is exactly what China offered: an alternative, in open competition with the West, and thus not just a source of money and infrastructure, but an entire development model, capitalist but non-Western.

Napoleoni geeft het voorbeeld van Guinea. Daar waren Amerikaanse bedrijven enkel geïnteresseerd in bauxiet, een belangrijk aluminiumerts. Het mineraal ter plaatse verwerken kon niet, want, zo argumenteerden de Amerikanen, daarvoor was er onvoldoende elektriciteit. De Chinezen daarentegen boden aan om niet alleen de bauxietmijnen te financieren, maar ook waterdammen voor elektriciteitsproductie en spoorwegen om het afgewerkte product te vervoeren:

“Give us the raw material, we’ll take care of the rest – this is the predatory approach of the rich countries; instead the Chinese construct then necessary infrastructure. And we ask why the most attractive contracts go to them.

Onwaarschijnlijke kansen

De relatie tussen de Chinezen en hun Afrikaanse partners is er één waarbij elk zijn voordeel doet, analyseert Napoleoni. “For the Africans this approach comes as a breath of fresh air, as the first time in history they find themselves treated as equals rather than subordinates”, schrijft ze. Allicht zullen we over enkele decennia kunnen vaststellen welke onwaarschijnlijke kansen het Westen laten liggen heeft in het grondstofrijke Afrika:

China may be communist, but its economy is capitalist. And Africa is, at the same time, the last frontier that this economic system has to conquer and the Promised Land where it will undergo its final transformation.

Als de economische motor aanslaat in Afrika, zal dat meer ondanks dan dankzij ons zijn. Het is maar te hopen dat onze eigen economische motor zichzelf dan weer in gang heeft kunnen trekken.

Geboortebeperking

5 oktober 2012

Daar is hij weer met zijn geboortebeperking. Professor-emeritus Etienne Vermeersch (UGent) is een zeer slimme mens, maar over demografie moet hij zich dringend beter leren informeren.

Etienne Vermeersch wil het aantal geboortes beperken, terwijl het probleem ligt bij de consumptie.

In Knack vond de wijsgeer het nodig om nog eens met volle macht te hameren op één van zijn stokpaardjes. “Het is volstrekt immoreel dat iedereen zoveel kinderen zou mogen hebben als hij of zij dat wil”, stelde Vermeersch, die ervoor pleit om anticonceptie veel feller te promoten.

Pijnlijk, want het pleidooi van Vermeersch is achterhaald. Nu al krijgen vrouwen in de meeste Europese landen gemiddeld minder dan twee kinderen. Dat is al jaren zo, maar eergisteren stond het nog maar eens in de krant (De Morgen, 3/10/12). Hoofdpunt van dat artikel: de Verenigde Naties verwachten dat er tegen 2050 wereldwijd meer zestigplussers dan jongeren zullen rondlopen. Voor Europa verwacht men dat de bevolking meer dan 30 procent bejaarden zal tellen. Opvallend: ook in China en Iran slaat de vergrijzing in alle hevigheid toe. Andere ontwikkelingslanden volgen.

Wat betekent dat nu? Niet meer of minder dan dat de bevolkingsgroei tot stilstand komt. In China gebeurt dat onder dwang van de overheid, in Iran deelt het islamitische regime (!) al vele jaren miljoenen condooms uit en in Europa zijn vrouwen vrijwillig gestopt met grote gezinnen op de wereld te zetten, dikwijls door de verbeterde economische situatie, vaak ook doordat de maatschappij het vrouwen zowat onmogelijk maakt om nog kinderen op te kweken.

Wat voor zin heeft het dan nog om te hameren op de geboortebeperking? De bevolkingsgroei is een probleem van het verleden, niet langer van deze tijd. Nu moeten we in de eerste plaats de consumptie gaan beperken. Vermeersch merkt in Knack terecht op dat de ecologische voetafdruk van een kind uit een rijk land twintig keer zo groot is al die van een Afrikaans kind. Conclusie van de professor? “Dus moet ook in de rijke landen het geboortecijfer omlaag.”

Ondertussen stond gisteren in de krant (De Morgen 4/10/12) dat in Europa de helft van alle groenten en fruit verloren gaat. Dat heeft ongetwijfeld niets, maar dan ook niets te maken met ons verkwistende consumptiepatroon. Het is een probleem dat we slechts kunnen oplossen door vrouwen te stimuleren om nóg minder kinderen te krijgen.

Al jaren ligt het geboortecijfer onder het vervangingscijfer van 2,1 kinderen per vrouw – zonder migratie zal de Europese bevolking onherroepelijk krimpen. Lap, nog méér voedsel dat nooit opgegeten geraakt. Dat er steeds minder jonge mensen zullen overblijven die moeten opdraaien voor een aangroeiend leger bejaarden, is blijkbaar nog niet doorgedrongen tot professor Etienne Vermeersch. Hij blijft steken in de fantasie dat er te te veel kinderen rondlopen.

Esthetische ervaring

25 juli 2012

Al wat de zomer nu nog brengt, krijgen we voor niets. Na de Gentse Feesten leven we op geleende tijd. De hoofdpersonages mogen herbronnen terwijl de omgeploegde Vlasmarkt aan zijn winterslaap begint.

Ook de sterren tekenen eindelijk present op de laatste nacht van de Gentse Feesten. De Ochtendster neemt zelfs de zon op sleeptouw.

Voor de elfde keer wandel ik richting Vlasmarkt. Het laatste lood in mijn schoenen is opvallend licht van tred. De Vlasmarkt roept luider dan anders, want afscheidsfeestjes zijn de mooiste. Wanneer het laatste feestvreugde uitgestorven is, wachten ongetwijfeld angst en pijn, maar die emotionele kater is een zorg voor later.

Heel wat feestvierders wachten niet op de laatste zonsopkomst en kuisen nu al hun schop af. “Hé, wacht op mij!”, roept een zatte aap naar zijn vrienden, die minder last hebben van een waggelende gang.

“Stapt gewoon mee!”, schreeuwt een meisje terug naar hem. Ze is moe en heeft geen zin meer in zijn dronken gewortel.

“Hey, ik ben wel goed bezig!”, gilt hij verontwaardigd. Waarop hij even zwijgt en met luide stem een andere boodschap de wereld instuurt: “Ik heb honger! Ik heb honger! Ik heb honger!” Sommige mensen doen echt geen moeite om te verborgen dat zij hopeloze aanstellers zijn.

De broers Kobe en Klaas weten dat zij dankzij hun genetische materiaal de heetste kerels van de Vlasmarkt zijn. ‘Ondanks het vele vrouwelijke schoon kunnen wij onszelf niet bedwingen elkaar een broederlijke tong te draaien.’

Op de Vlasmarkt staat mijn trouwe hoofdpersonage Vos een sms te tikken. “In volzinnen!”, benadrukt hij. “Mijn moeder is beter in turbotaal dan ik. Ze is zestig jaar oud en stuurt me mails waar ik niets van versta.”

Er staat veel volk op het plein. Veel bekende gezichten en vriendelijke onbekenden, dat wel, maar ook goedgezinde Feestenganger kunnen al eens lelijk in de weg staan, vooral als je een pintje wilt halen wegens een dorstig gevoel. “Het peloton is nog veel te groot”, vindt ook Vos. “Ze denken allemaal dat het hier al de Champs Elysées is, maar we zitten nog maar aan de Alpe d’Huez.”

Ik begin me ernstig vragen te stellen over zijn functioneren als hoofdpersonage als ook hij al met wielerterminologie komt aanzetten. Dat neigt naar volksmennerij. Vos drukt me echter op het hart dat hij niet van plan is om de populistische toer op te gaan. “Weet ge wat het probleem is met de volksmond? Dat hij stinkt uit zijn bek”, stelt hij.

Met of zonder worst in je mond, zolang je vreugde uitstraalt, ben je welkom op de Vlasmarkt.

Inderdaad, en daarom is het tijdje voor een streepje poëzie. “Gij moet een gedichtje schrijven over dat vliegtuig”, wijst Alice naar een zilveren stip aan de steeds blauwere hemel.

“Waarom?”, vraag ik. “Ik houd niet van poëzie.”

“Omdat niemand anders het ziet. Gij kunt iets schrijven over de mensen die erin zitten.”

“Neen, want ik ken die mensen niet.”

“Oké, dan kunt ge daar geen poëzie over schrijven.”

“Momenteel ken ik alleen de mensen die hier op de Vlasmarkt staan.”

Na tien dagen Gentse Feesten is Vos nog niets van zijn hoffelijkheid verloren. Breed grijnzend heet hij feestvierders welkom op de Vlasmarkt.

“De Vlasmarkt is niets”, stelt Alice. “Het is gewoon een plaats. Er zijn pintjes en mottige Irish coffees. Iedereen drinkt dat omdat ze denken dat dat traditie is, maar die Irish coffees zijn hier gewoon en dáárom drinken mensen er zoveel.”

“Ik heb een probleem met mijn causaliteit”, deelt Femke mede. “Ik weet wat eraan zal voorafgaan.”

Mijn goede maat en collega Wouter trekt één groot oog naar Femke en een ander groot oog naar een oudere dame die afkeurend passeert. “Ja, zeg, oud wijf”, foetert hij. “Wij zijn jong, wij leven nog. Gij niet.”

Een iets te enthousiaste feestvierder heeft zijn boule de Berlin op ongepaste wijze proberen te negotiëren. Nu maar hopen dat mooie maagden hem komen schoonlikken.

Toch beginnen de jaren ook aan ons, dertigers, te knagen. “Ik laat de Vlasmarkt over aan de jongeren”, verklaart Karel plechtig. “De oude goden deemsteren weg en breken de toekomst open voor de jongere goden.”

“Op de laatste avond laat iedereen zich gaan. Op niemand zit er nog een rem”, constateert Jan, die daarbij de al te gehaaide cultuurondernemer Bram even uit het oog verliest. “Dit is een schilderij van Jeroen Bosch. Je kunt ernaar blijven kijken. Het is een esthetische ervaring, alsof je rondloopt in een levend openluchtmuseum vol personages. Er heerst een samenhorigheidsgevoel en tegelijk is er potentiële agressie, maar toch loopt het hier niet uit de hand. Deze massa is het laatste wat er overblijft van de Gentse Feesten, deze ochtend is de schoonste avond van het jaar.”

Vos pinkt zowaar een traantje weg, ikzelf ga pissen, want anders verzuip ik mijn blaas en die moet nog een heel leven mee. Terwijl ik de lul sta uit te hangen, zie ik hoe een man zich meermaals in het gezicht slaat. Hij stapt weg, een vrouwmens huilend achterlatend op een smerige dorpel. Tien meter verder draait hij zich om. “Alstublieft, voor de allerlaatste keer, kom mee.”

Wanneer de alcohol ons ontdoet van de vertrouwde omgangsvormen, is het bijzonder lastig met elkander communiceren. Op de Vlasmarkt speelt ‘Total Eclipse of the Heart’ van Bonnie Tyler. Wat een wreed feest.

Gent Jazz-programmator Vos is in een vrijgevige bui wanneer hij Boomtown-organisator Maarten tegenkomt. ‘Hier zie, 20 euro subsidie voor je festivalletje.’

“Ik ben weg”, zegt David plotsklaps. “Ik moet mijn gras afrijden.” Sinds hij in het landelijke Vinderhoute woont, heeft David heel andere plichten dan die van hoofdpersonage spelen op dit plein.

We wuiven David uit en drinken zelf nog een pintje. “Nog nooit heb ik zoveel zattigheid bij elkaar gezien”, grijnst Vos. “Iedereen is kapot. Straks slapen ze een hele dag en daarna volgt weer de rest van de werkweek.”

Ook hijzelf staat op het punt om de Feesten achter zich te laten. “Ik denk dat ik ga stoppen als hoofdpersonage”, zegt hij boudweg. “Het is afgelopen, ik doe niet meer mee. Ik neem nu afscheid en geef de fakkel door. Volgend jaar kom ik nog weleens terug in een leuke cameo.”

“Ik denk dat ik u dan maar beter volledig dump als personage”, antwoord ik koeltjes.

‘Kom, paps, naar huis, ik heb genoeg gezopen’, beveelt een jong ventje zijn vader. Ook voor jonge ventjes zijn de Feesten een ware beproeving.

Bram mengt zich in het gesprek. “Als gehaaide manager neem ik Vos over”, kondigt hij aan. “Voortaan bezit ik de copyrights op al zijn uitspraken. Noem me gerust de Wouter Vandenhaute van de Vlasmarkt.”

Verdraaid, ik moet dus op zoek naar een nieuw hoofdpersonage dat nog niet onder de vleugels van Bostyns mediaconglomeraat zit. Wanneer ik na vele afscheidsgebaren en -kussen de Vlasmarkt verlaat, staat een zatte Hollander wel druk te solliciteren om een rolletje. Hij brult een hele monoloog bij elkaar over van alles en nog wat. Eén flik raakt zijn getier zo beu dat hij op de Nederlandse man afstapt en hem toesnauwt: “En nu stoppen of ik steek u binnen!”

Met weidse gebaren verwijdert de Hollander zich van het plein, maar zijn volle hart blijft maar overlopen via zijn mond: “Eén dag! Eén dag! Mijn oma is dood, ze had 102 kunnen worden!”, tiert hij. “Eén dag! Wist je dat er witte haaien zitten in de Noordzee?! Eén dag! Er zitten fucking witte haaien in de Noordzee! Eén dag!”

In het belang van de esthetische ervaring van mijn lezers zal ik Vos toch nog eens vragen of hij zich werkelijk geen comeback kan inbeelden. Al was het maar voor één dag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Verzet

23 juli 2012

De Gentse Feesten zijn nog niet helemaal voorbij, maar toch begin ik ze al te missen. Zeker na de prachtige nacht die vanochtend verdampte onder een felle zon. Preventieve nostalgie is een geliefd luxeproduct.

Als geen ander weet Renzo uiting te geven aan het boomstammetjesgevoel op de Vlasmarkt. Een uitgebalanceerd gebaar kanaliseert zijn vreugde.

Ik heb me overslapen! Het grootste deel van een liter witte wijn, ettelijke glazen shiraz en een aantal cocktailshots hebben me genekt. Schande: voor het eerst tijdens deze Gentse Feesten ben ik dronken. Mijn schaamte is groot. De wekker die me anders getrouw doet opstaan, heeft deze keer niet op mijn aandacht kunnen rekenen. Twee uur slaap werden er ongewild drie.

Het is te danken aan Matthias dat ik alsnog op de Vlasmarkt zal geraken. Matthias was drie jaar geleden mijn allereerste hoofdpersonage. Gevatte inzichten wisselde hij af met epische fotomomenten. Helaas is zijn wilskracht sterker dan zijn drang naar alcohol en verkiest hij de focus van de meditatie boven de roes van de drank. Hem naar de Vlasmarkt lokken is de jongste tijd veel moeilijker. Dit jaar had ik hem zelfs nog niet gezien op de Feesten. Niet getreurd, met een simpel telefoontje om vijf uur ‘s ochtend maakt hij zijn afwezigheid helemaal goed.

Een dame heeft een ‘ik vind je løk’-sticker op Matthias’ voorhoofd gekleefd. Vanuit zijn bevoorrechte positie kan hij niet lezen wat er staat, maar getuige zijn glimlach is de boodschap aangekomen.

Met een schok schiet ik uit mijn slaap en spring ik in mijn kleren. Een spurt naar de dichtstbijzijnde tramhalte is noodzakelijk. Vóór de zon wil ik arriveren op de Vlasmarkt en dankzij het vaak verwenste openbaar vervoer slaag ik daar nog in ook. Zes uur, slechts een uur later dan normaal, maar nog zat van de avond tevoren: chance dat mijn ouders het niet weten. Als straf steekt de onverbiddelijke Vos een Irish coffee in mijn poten en omringd door het beste volk dat de Feesten te bieden hebben, wacht ik tot de zon opkomt boven mijn geliefde plein.

Al snel besef ik dat mijn reportagewerk lijdt onder mijn toestand. Mijn zo al onleesbare geschrift maakt zich helemaal los van het Latijnse alfabet en mijn geheugen speelt verstoppertje waar ik erbij sta. Toch blijf ik ijverig noteren, want observaties zijn pas iets waard als je ze neerschrijft. Alle hoofdpersonages die me nu iets toevertrouwen, doen dat op eigen risico en moeten morgen niet komen klagen dat ik ze onzin in de mond heb gelegd.

“Ook op zondag is de werkweek een illusie”, merkt Vos op over het geringe aantal mensen. “De Vlasmarkt, dát is de realiteit.”

Nog vóór zijn warrige woorden mijn onsamenhangende kop tot overeenstemming hebben gebracht, bombardeert hij me al met nieuw cognitief geschut. “Zorg impliceert dat we vroedvrouwen zijn, maar wat ben je met een preekmodus als er zout bij de suiker zit?”, denk ik dat Vos vraagt, maar het kan evengoed iets anders geweest zijn. “Wat rest je dan nog? Het boeddhisme. Ondanks alles ben ik weer op de Vlasmarkt beland en sta ik hier nog.”

David is in gesprek met een man die er liever niet mee geconfronteerd wordt dat zijn broek zowat tot op zijn enkels is afgezakt.

“Je moet hier staan tot je er genoeg van hebt”, benadrukt Matthias in een poging zijn veelvuldige afwezigheid te kaderen. “Op een bepaald moment besef je dat het genoeg is geweest en dan heb je je doel bereikt: het was superwijs en de max, nu moet je stoppen. Wanneer je een zekere afstand neemt, kun je dit alles des te beter appreciëren. Belangrijk is wat je ermee doet in je leven. Je kunt in de stront gaan liggen, maar je kunt ook andere mensen zat zien worden zoals je zelf zat bent. Het is geen kwestie van zo zat mogelijk te zijn, maar van jezelf te vinden.”

Gewapend met lange baard en dito haar bekijkt Fonne het hele gebeuren van op een kritische afstand. Zijn blik valt op het handje van het Sfeerbeheer. “Dat is het symbool van de repressie”, stelt de man. “Je bent hier om jezelf te vervoegen en volwassen te worden, edoch, de repressie probeert jouw leven te leiden en is nu zelfs al op de Vlasmarkt gearriveerd. Je moet daarom voldoende afstand nemen, zodat je een dam opwerpt tegen de repressie.”

Een beetje onwennig en nimmer zijn imago uit het oog verliezend helpt Edmond de Vlasmarkt op te kuisen. Hij let er goed op zijn witte jasje niet te bevuilen.

“Is er dan werkelijk zoveel repressie?”, vraag ik verbaasd.

“Als je al van de Vlasmarkt wordt gestuurd omdat je dorst hebt naar een fles champagne, dan is dat repressie”, beklemtoont Fonne. “De clue is dat we ons verzet niet mogen laten slabakken.”

Het zijn meteen de laatste woorden die ik opschrijf. De alcohol heeft me zo fel te grazen dat ik mijn notitieboekje maar beter opberg. Terwijl ik sta te genieten van de vreugdevolle ambiance besef ik: en morgen is er nóg een dag. Daar kan de repressie niets meer aan veranderen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Kinderboerderij

22 juli 2012

Vroeger eindigde iedere ochtend van de Gentse Feesten zonovergoten. Elke morgenstond was er één van warme euforie. Vanochtend konden we eindelijk weer van dat roemrijke verleden proeven. Dat deden we met ongeziene gulzigheid.

Terwijl Karel reflecteert over het triestige lot van de mensheid heet de charmante Vos de lezer welkom op de Vlasmarkt.

“I can’t wait to sleep!”, kirt een Amerikaanse fietster tegen haar vriendinnen wanneer ik voor de negende keer mijn huis verlaat. Slapen? Stom kind, de nacht moet nog beginnen.

Het is amper twee uur. Wat opvalt als je al zo vroeg op pad bent, is het aantal heteroseksuele koppels dat voorbeeldig huiswaarts keert. Drie uur later en je ziet praktisch alleen groepjes jonge mannen de straten afschuimen als wellustige hiveminds, gedistribueerde organismes gedreven door de meest primaire en basale impulsen, zonder de redelijkheid van het nuchtere individu. Ja, vrouwen zíjn een probaat middel tegen mannelijke idiotie, zelfs als ze te bezopen zijn om nog op hun benen te staan, want dan moeten wij zorg dragen voor het hulpeloze, maar verderfelijke schepsel dat schuilgaat in ieder vrouwmens.

“Hi, wodka?”, vraagt een dame zwaaiend met een fles groenachtig spul. Ik sla het aanbod vriendelijk af, want ik moet gefocust blijven. Er rust een belangrijke taak op mijn schouders. Vanavond zal ik in mijn hoedanigheid van kortharige hippie enkele honderden vlaspoppen uitkieperen over de massa. Nationale feestdag betekent nog altijd Vlaspoppenworp, een oude traditie die nieuw leven werd ingeblazen door Edmond Cocquyt jr.

David, Tony en een andere man met een naam beelden uit wat het woord ‘Pantera’ met hen doet.

Wanneer je helemaal bovenaan op de dj-toren van de Vlasmarkt staat, hoor je pas hoe verschrikkelijk luid de massa is. Haar kabaal overstemt welhaast de muziek en dan zijn we nog niet eens begonnen te gooien.

De dj zet zijn set stop, Edmond geeft zijn jaarlijkse speech over hippies en alternatievelingen, en het plein verandert in een golvende mensenzee. Je voelt de spanning in je lijf. In twee minuten tijd is de Vlaspoppenworp afgelopen, maar achteraf blijft de adrenaline nazinderen. Dat is verdorie nog eens iets anders dan eenzaam en alleen op een klavier zitten tokkelen.

Ik verdrink de kick op de koer van de Charlatan. Buiten is er té veel volk. Dat is de reden waarom ik normaal gezien pas om vijf uur op de Vlasmarkt arriveer: laat de massa zichzelf schiften, zodat ik de dageraad in alle rust kan zien aanbreken. Pas wanneer het ochtendschemer voorzichtig begint op te rukken, zoek ik het feestende plein weer op. Het is er nog altijd onwezenlijk druk.

Renzo Van Rijckegem staat ‘s ochtends zijn sexappeal op te schroeven. Vrouwen kunnen nauwelijks nog hun kleren aan houden.

Hoofdpersonage Karel kan zich niet herinneren dat hij de nacht tevoren fantastische oneliners heeft gelanceerd als “Het leven is de voorstudie van de dood” en “Get used to the nothingness”. “Heb ik dat werkelijk gezegd?”, vraagt hij met een diepe frons. “Soms spreek ik in tongen. I’m just a vessel, you know.

“Gaan we onder de bol staan?”, vraagt een passerende toerist aan zijn vrienden. Ja, doe dat, daar heb je een fantastisch zicht en iedere toeristische gids geeft de paar vierkante meters onder de discobol van de Vlasmarkt drie sterren. Een toplocatie met gepaste accommodatie.

“Het staat hier vol wannabes”, zucht Bart, een personage dat dit jaar pas voor het eerst op de voorgrond treedt.

“Hoe herken je die?”, vraag ik beleefd.

“Mensen met te veel praatjes, met een mening over alles”, rolt Bart een beetje geërgerd met de ogen.

Ook de vast terugkerende personages Bram en Fauve voelen zich niet op hun gemak. “Er zijn te veel toeristen. Fakers”, stelt Bram. “We hebben de nacht uitgezeten, maar nu zijn we door.”

Steve, de ontwerper van mijn logo, blijft voor zijn doen relatief rustig. “Ik heb socialisten nodig om agressief te worden”, vertrouwt hij me toe.

Onversaagd is een man te diep in het glas gedoken. Zijn gelaat draagt de sporen van zijn grenzeloze overgave.

Hoofdrolspeler Vos komt lichtjes verdwaasd uit de massa opdoemen. “Ongelooflijk”, schudt hij het hoofd. “Hier aan de Kinky Star staan we echt wel aan de juiste kant van de Vlasmarkt. Aan de andere kant zijn ze zot. Ze graaien in uw zakken en ze springen op u. Het zijn beesten.”

“Dit het einde van de kinderboerderij,” komt ene Ben me vertellen, “nu begint de zoo. De gedomesticeerde varkens worden wilde beesten.”

“Zijt ge zelf een wild beest of veeleer een varken?”

“Euh.”

“Ge doet maar wat?”

“Ja”, knikt Ben, opgelucht dat ik hem niet langer op de rooster leg met te moeilijke vragen voor dit moment van de dag.

Ook Thomas, die zijn eerste stappen zet als personage en nog een beetje zoekt naar de juiste toon, levert graag een bijdrage. “Typisch aan de Gentse Feesten”, zegt hij, “is dat koppels boel maken. Vaak wil de ene al naar huis terwijl de andere nog wil blijven. Voor hen zijn de Feesten quite a stretch. De Gentse Feesten doen… – oei, ik heb telefoon, het is toch niet mijn vrouw, ah, neen, gelukkig, een maat – …komt neer op de flexibiliteit van uw relatie checken.”

Ruben en Nima verlaten onder luid gejoel en geproest de Vlasmarkt. Waar zij zullen aanspoelen, weten ze nog niet, maar de goot is beslist een veilige gok.

Vos is nog altijd niet goed van zijn confrontatie met de ander kant van de Vlasmarkt. “In een straal van 20 meter ronde de Bar des Amis loopt het vol crapuul. Het zijn conservatieve lui met een mottige zonnebril van J&B. Ik verzet me tegen hun aanwezigheid op de Vlasmarkt. Mijn wantrouwen tegenover hen is zeer groot.”

“Ge voelt u geen deel van hun wereld?”

“Elk groepsgevoel is mij vreemd. Ik ben hier als individu.”

Nima, een hoofdpersonage dat geliefd is bij vele lezers, doet zijn beklag over raciale vooroordelen op de Vlasmarkt. “Vanavond ben ik getuige én slachtoffer geweest van racisme”, zegt hij ontdaan. “Op een bepaald moment passeerden er mij twee meisjes. ‘Pas op, er lopen hier veel Marokkanen rond’, zei de ene terwijl ze naar mij keek. Het valt mij op als ik zelf niet drink. Nu kan ik me voorstellen hoe het voelt om vrouw te zijn op de Gentse Feesten. Autochtone mannen weten niet hoe lastig het hier is voor ons. Zoals ze vrouwen in hun poep nijpen, zo voelen ze aan mijn besneden eiken.”

‘Gaan we lekken?!’, probeert Nima andermaal. Dit keer is het enthousiasme bijzonder groot, maar ongelukkiger wijze staat Bart in de weg.

Toch hebben ook autochtonen mannen het niet altijd onder de markt. “Ik ben daarnet nogal hard afgewezen”, vertrouwt Bert, een vriendelijk personage dat dit jaar wegens agendaproblemen geen grotere rol kon opnemen, me toe. “Ik stond met een meisje te praten en na een kwartier zei ze: ‘Ik ga naar huis, maar niet met u.’ Dat komt aan.”

“A uterus to say ‘you’ to”, citeert Nima uit zijn eigen absurde oeuvre. Wegens de combinatie van de klanken ‘you’ en ‘to’ wordt Bert er niet echt vrolijk van, maar hij kan zich tenminste troosten met de gedachte dat hij zich ook zonder vrouw niet heeft overgegeven aan idiotie en crapuleus conservatisme. Plus daarbij: de zon schijnt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De massa

21 juli 2012

Wauw. Wat een massa. Wat een ongelooflijk drukke bende. De Vlasmarkt heeft gekreund onder het volk. Toch was er minder waanzin dan ooit. Maar ach, niet getreurd, waanzin creëer je zelf.

Luttele minuten voor Nima huiswaarts plooit, laat hij zich nog betrappen op het verorberen van een pot Vlasmarktpasta. Alsof het allemaal niet besant.

Het is ver gekomen wanneer provincialen al tot in mijn straat verdwalen. Daar lopen ze dan te hoop, drie meisjes en één jongen, zoekend naar de juiste richting, zich afvragend met welk doel. Ach, het zijn brave kinderen, geen tuig van de richel dat uit is op vernieling.

Anders zit dat met het gemotoriseerd verkeer. Ik zie opvallend veel wagens passeren en ze scheuren opvallend agressief voorbij. Gierende banden, ronkende motoren, pk’s die IQ’s overstijgen: het lawaaierige repertoire van stuurloos testosteron.

De feiten bevestigen de voortekenen: de Vlasmarkt staat afgeladen vol, voor het eerst sinds het begin van de Feesten. Geen goed getimede regenbui vannacht, de weergoden hebben nagelaten om alle eendagscrapuul terug naar huis te spoelen opdat de klassementsdrinkers zich ongestoord van hun taak kunnen kwijten.

Dat het volk zo wild rond hem kolkt, stoort getrouw hoofdpersonage David allerminst. “Ik wil me laten uitschrijven als hoofdpersonage, zodat ik kan opgaan in de massa”, stelt David.

Let niet op de bril, het gaat om de moustache. Ollie loopt thans rond met een pornorsnor, maar zal morgen alweer modificaties aanbrengen.

“De anonieme massa?”

“Neen, zo ver wil ik niet gaan. Doe maar de nonieme massa van bekend volk”, nuanceert hij.

Elke, een collega met een fijne pen en dito principes, komt me melden dat een vriendin zopas haar punani heeft getoond.

“Tsunami?”

“Punani. Dat is een eufemisme voor foef.”

“O. Leuk.”

“Leuk? Ik vind dat een beetje vuil, hoor. Dat is een gebrek aan zelfrespect.”

“Ik vind van niet. We moeten de samenleving koesteren waarin vrouwen hun foef kunnen tonen zonder dat ze gestenigd of verketterd worden als hoeren.”

“Ik kan niet akkoord gaan met je. Zelf zou ik nooit mijn foef tonen aan wildvreemde mannen. Private delen zijn privaat om een reden.”

“Dat is hoe jij ernaar kijkt, maar als andere vrouwen wél vinden dat ze hun foef mogen flashen, is dat hun individuele keuze.”

Vos en David maken van de vergadering op de Vlasmarkt een societygebeuren waar vele lieden zich te minderwaardig voor voelen.

“Denk jij dat liberalisme zo ver mag gaan?”

“Ik zou niet weten waarom het níét zo ver mag gaan”, antwoord ik. Daarmee zijn we nog niet tot overeenstemming gekomen, maar dat hoeft ook niet. Volwassen mensen hebben respect voor meningen die de hunne niet zijn.

David wijst op een man met een vreemd gezicht. “Het voordeel van een baard is dat ge ermee kunt wegsteken dat ge een kin hebt”, merkt hij op.

Die opmerking geldt als een ludieke terzijde, want Elke neemt thans weer het woord. “Iedereen op de Vlasmarkt is op zoek naar iets wat ze nooit zullen vinden”, zegt ze erudiet. “Ik heb het ook gedaan, vroeger.”

“En, ooit iets gevonden.”

“Mja. Vluchtig. Je moet er jong voor zijn en geloven in de rock-’n-rollprins. Ondertussen weet ik dat het losers zijn met veel issues.”

Andermaal acht David het tijd voor een terzijde. Ik dacht dat hij zichzelf uitgeschreven had als hoofdpersonage, maar hij blijft maar een bepalende rol opeisen. “Gaat gij hier soms cruisen?”

Een blonde vrouw met een hoedje verdient het dat twee gesofisticeerde mannen haar op de foto komen vergezellen.

“Cruisen? Wat is dat?”

“Tussen de mensen door wandelen, van de ene open plek in de massa naar de andere. Cruisen is onontbeerlijk op de Gentse Feesten. Neem een paar mensen mee en maak er een fijne kruistocht van”, raadt hij me aan.

Ik bedank hem voor de suggestie, maar besluit dat het veel gemakkelijker is om gewoon te blijven staan. Laat de mensen maar tot mij cruisen, dat kost minder moeite. Kijk, daar komt Adrien Cocquyt al aangespoeld. Ook hij ergert zich een beetje aan de drukte.

“Mensen van buiten Gent hebben veel minder respect voor de stad”, stelt hij. “Op tien meter van het urinoir staan ze tegen een gevel te pissen. Dat kan toch niet?”

Ik geef hem gelijk. Zoiets kan niet en moet ernstig beboet worden.

Terwijl op de achtergrond het feest losbarst, kiest Karel voor ingetogen rust.

“Hoe later op de avond, hoe ouder de mensen”, constateert Karel, de opkomende kunstenaar die samen met mij gewaarwordt dat we steeds meer ademruimte krijgen naargelang de zon hoger aan de hemel klimt.

“Die jonge gasten kunnen niet zuipen”, vermoed ik. “Plus daarbij: no commitment. Engagement en volharding zijn hen vreemd.”

Karel is wel een toegewijde feestvierder. “Brengt het vloeibare goud uit de Kinky Star en laaft u aan de hoorn des overvloeds!”, beveelt hij in het wilde weg.

Elke blijft er kalm bij. “Ik ben en leef een beetje saai. Ik heb al mijn zotte emoties al achter mij gelaten”, zegt ze onthecht.

“Het leven is de voorstudie van de dood”, merkt Karel op. “De dood is niets en het leven is uiteindelijk ook maar een kwestie van doelloos rondhangen. Get used to the nothingness!

Een Antwerpse jongeman breekt zich het motörhoofd met de vraag hoe hij in ‘s hemelsnaam op een Gentse vensterbank verzeild is geraakt.

Alweer is de muziek opgehouden en krijgen we een dagelijkse regenbui in onze nek. Het meeste volk is nu definitief naar huis. Doch, zoals altijd wenkt aan L’Enfant Terrible de afterparty. Ik ontmoet er Michiel, een journalist die uitgeweken is naar Nederland.

“Kijk eens aan, dat volk staat hier maar te zuipen as if there’s no tomorrow“, sla ik gade.

“Erger nog, ze staan hier alsof ze geen lief hebben, geen werk, geen vrienden, geen familie, geen oma’s die dood kunnen gaan”, vult Michiel aan. “Maar het erge feit is: oma’s gaan dood, altijd en overal.”

Dat de massa het maar goed in haar oren knoopt, wanneer zij zich vanavond wegens de nationale feestdag voor het vaderland staat te intoxiceren.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Losbandigheid

20 juli 2012

Verschillende onafhankelijke bronnen hebben mij bevestigd: vannacht werd op de Vlasmarkt het wildste feestje tot nu toe gebouwd. Eindelijk kreeg de waanzin een kans, zonder dat het Sfeerbeheer agressieve zuipkeutels van het plein hoefde te gooien.

Fluitend geeft Vos het marsritme aan. De rattenvanger van de Vlasmarkt bezweert de massa.

Mijn nacht begint met de geur van versgebakken brood. Ergens in de buurt is een bakker serieus sjette aan ‘t geven. Maar hoe bekoorlijk ook, mijn verlangen gaat niet naar een nog warme boterham, wel naar een bekertje bier. Tijdens de Gentse Feesten moet het klassieke ontbijt zijn plaats kennen.

Zoals elke ochtend loop ik langs de oevers van de Leie. Aan de Recollettenlei staan drie jongelingen in het water te pissen. Er passeren twee jongedames. “O, meiske, als ik u nog eens tegenkom, ge zult wat meemaken”, fleemt één van de zeikmossels in een of ander provinciaal dialect. De twee juffertjes reageren niet en lopen gestaag voort, tot ontzetting van de geile dronkelap, die hun helaas niet achterna kan lopen omdat zijn pisseloen nog volop urine aan ‘t lozen is.

“Kijk eens aan zo’n kort rokske. Laat uw mama u zo buitenkomen?! Hoer!”, schreeuwt hij. Zijn vrienden mompelen dat hij zijn kop moet houden, maar daar heeft de ongemanierde vlegel geen oren naar. “Het is toch waar dat het een hóér is!”, brult hij nogmaals voor de hele buurt.

Eline en Sara, twee talentrijke dames met een pen, kunnen ook overweg met een vette discobeat.

Ja, inderdaad, dat zal wel zijn dat het een hoer is. Zoals het altijd de schuld is van vrouwen dat sommige mannen zich niet meer kunnen gedragen zodra ze hun vlees willen afkuisen aan een bevallig grietje.

Ook op de Vlasmarkt loopt het vol bevallige grietjes, onder wie voor het eerst tijdens deze Feesten mijn eigen vrouw. Dat werd tijd. Wij moeten elkaar niet beloven ons te gedragen, want wij zijn volwassen mensen die zichzelf slechts zeer uitzonderlijk te schande maken.

Daar is ook Jan weer. Hoewel hij al enkele keren een cameo heeft gemaakt, is hij nog niet definitief doorgebroken als personage. Dat heeft te maken met zijn onregelmatige aanwezigheid. “Onregelmatig? Neen, ik kom enkel op de even dagen naar de Vlasmarkt. Hoe dat komt? De regen of de ouderdom, ik weet het niet”, zegt Jan. In de dansende massa speurt zijn oog naar schoonheid. “Hoe later, hoe minder echte liefde. Er staan ondertussen maar enkele hoge bomen meer tussen het struikgewas. Hoe later, hoe meer struikgewas.”

Volgens Jan zou er meer volk naar de Feesten gekomen zijn als iedereen een hoodie had. ‘Zo’n kap biedt elegante bescherming tegen de regen.’

“Waar staat mijn vrouw?”, vraagt een bezorgde Hans me. Hans is een aanhankelijke Oostendenaar die zoveel van zijn geboortestad houdt dat hij al vele jaren woonachtig is te Gent.

“Ik heb haar gezien bij een neger”, lieg ik.

“Een neger?!”, vraagt Hans bezorgd.

Ik kijk wat om me heen en ben geschokt als ik enkele meters verder Teun opmerk: ze voert effectief een gesprek met een vlotte jongen van Sub-Saharaanse afkomst! “Euh, Hans, daar staat ze”, wijs ik.

Karel, een opkomend kunstenaar uit Oudenaarde, heeft het gesprek gevolgd en schudt het hoofd. “Tja, wanneer je je blanke middenklasser kunt inruilen voor een neger, grijp je je kans”, observeert hij.

“Zeg, wanneer hebben wij elkaar nog al gezien?”, vraagt mij opeens een bruinharige krullenbol met een snorretje op zijn bovenlip.

“Enkele dagen geleden op de Vlasmarkt? Vorig jaar op de Vlasmarkt? Twee jaar geleden op de Vlasmarkt?”, suggereer ik.

“Waart gij niet onlangs ook op het feest van Vos?”

“Vos zoals in ‘Luc De Vos’, de zanger?”, vraag ik, want er zijn vele Vossen, zoals bijvoorbeeld ook mijn hoofdpersonage Kevin. “Met zijn gigantische zeug aan het spit voor zijn vijftigste verjaardag?”

Raf is een gehaaide technocraat die op het kabinet van een socialistisch minister werkt. Desondanks is medemenselijkheid hem niet vreemd.

“Ja, dat feest.”

“Daar was ik inderdaad ook.”

Thomas – zo blijkt hij te heten en het internet ontkent dat niet – verontschuldigt zich en zegt dat hij lijdt aan prosopagnosie. Ik vraag hem het woord op te schrijven in mijn notitieboekje, want ik ken het niet. “Het betekent dat ge geen gezichten kunt herkennen”, legt Thomas uit. “Mensen komen u dan soms groeten en dan kunt ge enkel beleefd knikken terwijl ge u afvraagt: wie is dat nu weer? Enfin, de diagnose is natuurlijk niet wetenschappelijk vastgesteld, maar ik heb er toch maar last van. Nu moet ik helaas naar het toilet.”

“Tot de volgende keer dat ge mij niet herkent”, groet ik beleefd.

Tijd om op adem te komen is er niet, want daar is Vos – niet de zanger, maar de programmator van Gent Jazz – weer. “De mensen zijn veel grappiger dan gisteren”, deelt hij mee.

De galante Jan laat Annelies schuilen onder zijn hoodie. Samen vormen zij een dam tegen de regen.

“Hoezo?”

“Ze zijn veel emotioneler en losbandiger. De losbandigheid komt voort uit het defaitisme wegens de nakende ondergang. Als ik val, zal ik huilen van geluk. Het is de val die alles gelijkmaakt”, verklaart Vos. “Mensen denken altijd dat nihilisme dingen kapotmaakt, maar het kan ook een positieve kracht zijn. Als ge beseft dat het allemaal zeer weinig voorstelt, kunt ge enkel fluiten van vreugde. Pas op, ik pleit niet voor oeverloos relativisme. Sommige dingen zijn gewoon te erg.”

Jan sluit zich min of meer aan bij Vos. “Het is de eerste avond dat de waanzin zich openbaart”, weet de schrandere journalist. “Het weer valt mee, de Irish coffee doet zijn werk, dus iedereen gaat ervoor. Mooi! Helaas is er ook meer potentieel geweld, maar het Sfeerbeheer waakt. De algemene flow zit wreed goed.”

Hoewel hij een pleidooi houdt voor waanzin, ziet hij er zelf nog behoorlijk scherp van geest uit. “Als ge minder dronken zijt dan de mediaan, voelt ge u meer toeschouwer dan deelnemer. Dat maakt het geestig genoeg om hier te blijven”, vertelt Jan.

Druilerige ochtendregen is het enige geldige excuus voor vrouwen om hun sjaal te transformeren tot een hoofddoek.

Niet dat je het plein zomaar kunt verlaten wanneer Vos de crowd managet. “Niemand gaat naar huis zonder mijn toestemming”, klopt hij zich op de borst. “Als er gedanst moet worden, zal er gedanst worden. Mensen die naar huis gaan, dat kunnen wij niet aanvaarden.”

Toch krijgen sommigen wel degelijk het bevel naar huis te gaan. Zo is er Steve, de ontwerper van mijn logo, die de socialistische apparatsjik Raf een goede raad heeft: “Raf! Het is geen uur meer voor een socialist! Ga naar huis!”

Op de Vlasmarkt heeft de regen het ondertussen weer overgenomen van de muziek. Desondanks blijven sommigen dansen, al is dat soms met een open rits, zoals bij Joël. Die gebaart dat dat allemaal niet erg is. “Er moet een overdracht van gemengde gevoelens blijven bestaan”, verkondigt hij.

Hopelijk kan de Heer hartelijk lachen met zoveel losbandigheid.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Troosteloos

19 juli 2012

Elke dag Gentse Feesten, je vraagt je af waarom dat niet gewoon het hele jaar door kan. Maar dan komt de zon (een beetje) op en ruik je hoezeer de Vlasmarkt stinkt. Vreemd dat bacteriologen het gistende plein nog niet hebben ontdekt.

Een feestvierder beseft nog niet goed dat hij voor even verlost is van loonslavernij en beeldt ijverig een kantoor uit.

Zolang ik mijn benen blijf bewegen, dat kan niet missen, komt de Vlasmarkt vanzelf dichterbij. Een stevig marsritme is niet goed voor mijn boots, wel voor mijn fysieke integriteit. De motorboot die om twintig na vier ‘s ochtends over de Leie komt gesjeesd: ze mogen hem hebben. Waar zijn die pipo’s mee bezig? Even lekker naar de Feesten met de speedboot? Stel je niet aan en blijf in Sint-Martens-Latem.

Aan de Kouter ben ik getuige van een intriest tafereel. Een opgefokte twintiger probeert zijn bewusteloze vriendin voort te slepen aan haar arm. Hij tilt haar half op en laat haar lichaam dan toch maar weer op de grond vallen. Zij geeft geen kik. “Kom, wij zijn naar huis!”, schreeuwt hij wanhopig. Het meisje blijft liggen.

De man neemt haar handtas en verwijdert zich enkele meters. “Kom mee, ik heb je bankkaart!”, dreigt hij. In vele omstandigheden een doorslaggevend argument om wakker te schieten, maar nog altijd geeft het meisje geen teken van leven.

“Niet dat ik mij wil moeien, maar misschien moet ge toch eens een ambulance bellen”, adviseer ik hem terwijl hij helemaal op van de zenuwen een sigaret opsteekt.

“Maar neen, ze doet maar alsof. Dat ziet ge toch?!”

De liefde voor Irish coffee is soms zo groot dat mensen er hals over kop in duiken.

“Bijvoorbeeld omdat ze haar ogen niet opendoet, nergens op reageert en zich over het voetpad laat voortslepen als een zielloze voddenpop?”, vraag ik.

Met lichte paniek in de ogen schiet de jongeman weer naar zijn vriendin. “Kom, Tina, stelt u recht! Of ik moet de ambulance bellen!”, roept hij. Eindelijk komt er weer wat leven in de comateuze vrouw.

Jonge mensen hebben het niet gemakkelijk wanneer de werkelijkheid zich van haar slechtste kant toont.

Gelukkig toont de Vlasmarkt zich even later van zijn beste kant. Net zoals gisteren is er weer aardig wat volk en de ambiance zit erin. Het duurt niet lang voor ik Barbara tegen het lijf loop. Haar elegante, maar soms onvoorspelbare verschijning manifesteert zich voor het eerst tijdens deze editie van de Feesten.

Uit het blikje bier in haar handen concludeer ik dat ze er vurig voor pleit om de Gentse Feesten betalend te maken. Zulke aantijgingen ontkent ze echter. “Ik ben een dame, ik laat me trakteren”, zegt ze corrigerend.

Alweer van de partij zijn Fauve en Bram, die dankzij hun volharding en wilskracht dagelijks terugkerende personages zijn. Bram is de al te gehaaide manager van al te gehypete artiesten en pleit er in die hoedanigheid voor om
de constructie ‘al te’ vaker te gebruiken. Wanneer ik die suggestie al te bot van de hand doe, is Bram niet onder de indruk. “Het taalgevoel zit bij Fauve”, beseft hij.

Nog maar zeer zelden heeft een vrouw zo zedig haar benen opengesperd tijdens de Gentse Feesten. Dit huzarenstuk vereist een indrukwekkend atletisch vermogen.

De relatieve rust op de Vlasmarkt wordt bruut verstoord door ene Pikachu. Barbara kan dat niet laten gebeuren. “Hé, Pikachu, hebt gij veiligheidsschoenen aan?”, vraagt ze ferm.

“Neen, maar ik heb wel condooms bij”, repliceert de ontketende Pokémon. Hoewel Barbara daar even niet van terug heeft, gaat zijn impliciete boodschap verloren en druipt het gele beest eenzaam en alleen af.

Kijk eens daar, ook Vos is opnieuw aanwezig. Ik had ‘m wegens veelvuldig absenteïsme al bijna opgegeven als hoofdpersonage, maar zijn comeback lijkt op een succes uit te draaien. Als programmator van Gent Jazz heeft Vos enkele wijsheden over het muzieklandschap uit te strooien.

“Weet ge waarom België zo’n ongelooflijke undergroundcultuur heeft? Omdat er om de vijf minuten een station is. Alles is werkelijk dichtbij. Ge moet nooit ver reizen om nieuwe muziek te ontdekken”, legt Vos uit. “Als ge opgroeit in een middelgrote stad in Frankrijk of Engeland komt ge alleen maar kutmuziek tegen.”

Walgend probeert een gehandschoende sfeerbeheerder Edmond Cocquyt jr. van het plein te verwijderen.

Toch heeft het dichte (spoor)wegennet in België ook onverhoedse schaduwkanten. “De reden waarom Belgen niets van country begrijpen, is net dat het hier vol rode lichten en lintbebouwing staat”, grijnst Vos.

We kijken wat rondom ons en ik voel me zo vrij om het officieel de leukste avond – zelfs al is het al ochtend – te verklaren. Vos kijkt verbaasd. “Hoezo? Ik heb nog niets grappigs verteld”, merkt hij achterdochtig op.

“Vos, het draait niet allemaal rondom u!”, berisp ik hem. “De mensen amuseren zich, ze lachen en ze dansen en ze doen alsof, maar daar hebben ze u niet voor nodig.”

“Het beeld is troosteloos, maar dat wil niet zeggen dat troosteloos niet plezant is”, beaamt Vos, vanuit zijn bevoorrechte positie uitkijkend over de dansende massa. “Deze mensen maken van hun verlies een overwinning.”

Toms ene oog kan de Feesten beter verteren dan het andere. Hij zal z’n oogarts toch eens onder drie ogen moeten spreken.

“Wat verliezen ze juist?”, wil ik weten.

“Vraag het hen zelf. Al zie ik vooral veel ontgoocheling. Als volksvriend probeer ik hen te steunen en waardig te begeleiden. Al weet ik niet of ik een goed voorbeeld ben.”

De zon is zich weer boven de horizon aan het wroeten. Je kunt de kasseien van vettigheid zien blinken. Daarstraks ben ik er al bijna over uitgegleden. Gevaarlijke smurrie, als je ‘t mij vraagt. Vos vermoedt een businessplan achter de gladde kasseien. “Hoe meer mensen uitglijden, hoe meer Irish coffees er verloren gaan en hoe meer drank de cafés verkopen. Het effect versterkt zichzelf voortdurend. Ik hou wel van dat soort ondernemerschap”, glimlacht hij met matige bewondering.

De muziek houdt op, de mensen feesten nog even voort. Vantussen de glibberige kasseien stijgt een forse walm op – voedzame specie, want een hond likt gulzig de voegen uit, tot ontzetting van zijn baasje. Na een laatste pilsje op het terras van L’Enfant Terrible marcheer ik terug naar huis. De hele stad stinkt. Er is goed gefeest vannacht.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Superioriteitsgevoel

18 juli 2012

Oef. Eindelijk nog eens volk op de Vlasmarkt. Mensen laten zich beïnvloeden door het weer, dat is ongelooflijk. Ze zouden zich beter laten beïnvloeden door een niet aflatende hang naar drank en vreugdevol gezelschap.

Dames die witte kousen dragen, vermijden met een flink gat dat hen een truttig imago opgeplakt wordt. Stoerheid heerst.

De gruwelijk vroege ochtend begint voor de vijfde keer op rij om vier uur. Vóór ik mijn huis verlaat, controleer ik nog even mijn gelaat op sporen van erosie. Eerlijk is eerlijk: buiten het eerste grijze haar in mijn baard heeft mijn queeste nog maar weinig afdrukken nagelaten. Vreemd genoeg heb ik zelfs nog geen bloeddoorlopen ogen. De vermoeidheid zal vroeger moeten opstaan om mij te grazen te nemen.

Buiten is het een lekker weertje. Het regent niet en er fonkelen sterren aan het balsturige, eigenwijze firmament. Met stip het meeste heldere punt aan de hemel is Venus, de zwavelzure ochtendster die mij recht naar de Vlasmarkt leidt.

Eigenlijk is het zelfs gewoon te warm. Wat is er mis met enkele regendruppeltjes om tijdens het marcheren verkoeling te bieden. Maar goed, als het prettige weer betekent dat mijn hoofdpersonages eindelijk weer present zijn, klaag ik niet.

Present zijn ze. Na twee dagen afwezigheid maakt zelfs Vos een comeback. Ik had ‘m al opgeven en zat te tobben over de een of andere afscheidsrede. Die kan dus ook weer de papiermand in. Of er veel leuke quotes uit Vos te halen zijn, valt te betwijfelen, want klaarblijkelijk drinkt hij met de rem op wegens een vergadering in de nakende voormiddag.

Jonas houdt zoveel van zijn stad dat hij de postcode onder zijn sleutelbeen heeft laten tatoeëren. Zo bezweert hij het oprukkende provincialisme.

Ik ontwaar zelfs verschillende mensen met een flesje water, terwijl ikzelf rustig ontbijt met een Ricard. Hoe zit dat hier met die niet-alcoholische troep? “O, een investering in morgen”, verklaart Stijn, een ingeweken Gentenaar die als geen ander van de Feesten houdt en zodoende probeert te doseren.

De Feesten zijn echter niet voor iedereen een pretje. Zo is er Marta, een vriendelijke dame die al aan haar tweede sessie Vlasmarkt zit. “Ik heb een bubbel”, zegt ze, “en als daar iemand in komt, ben ik weg.” Inderdaad: er komt iemand te dicht bij haar en als een schichtige hinde schiet ze weg in het spreekwoordelijke struikgewas op de Vlasmarkt.

Ook Jonas, een nieuw personage, heeft geen opperbeste relatie met de Feesten. “Als echte Gentenaar haat ik de Gentse Feesten. Maar vanavond was tot dusver zeer goed en dat maakt het allemaal weer waard”, stelt hij.

Voor het eerst dit jaar verwelkomen we ook opnieuw David Van Belleghem, al sinds mensenheugenis één van de vaste gezichten op de Vlasmarkt. Wat is er gebeurd dat we hem nog niet gezien hebben? Vinderhoute happened. Samen met zijn vrouwlief is David verkast naar het mooiste dorpje van België. Zodoende moest hij de voorbije dagen niet alleen de regen overwinnen, maar ook een zekere afstand – een mentale hindernis die te hoog bleek, waardoor hij als een luie zwam in z’n zetel bleef zitten.

De nieuwe bril van David is zo grotesk dat zelfs zijn eigen vrouw er een punthoofd van krijgt.

“Wanneer ik klaar ben met feesten, bel ik naar mijn vrouw en komt ze me ophalen”, onthult David, die zich al meteen de gewoontes van het platteland heeft eigen gemaakt.

Verdomme, waarom komt Vos geen hapklare quotes leveren? O, hij staat te praten met het meisje met de merkwaardige oorbellen. Zij converseren op zo’n manier dat ik er voor hen niet meer toe doe. Wanneer Vos uitgepraat is, komt hij nog even de volgende mededeling afleveren: “Ik ben door. Geniet nog van de massa en het volk.” Daar moet ik het mee stellen, want weg is ie wel degelijk.

Anne-Marie en Annelies, van al mijn personages de meest toegewijde tijdens deze Gentse Feesten, hebben een boodschap voor me. Die boodschap komt niet van henzelf, maar bevindt zich op de gsm van Annelies. Zij heeft immers de volgende sms ontvangen over uw dienaar:

“Leuke vrienden met een misplaatst superioriteitsgevoel. Uitlachtv is er niets bij vergeleken. Ach je ziet niet eens of het krln is, noch had ze toestemming gegeven voor die foto. Verwondert me niet dat het een DM journo is/was…”

Kritische bedenkingen komen mij via via onder ogen. Ik betwist echter dat mijn superioriteitsgevoel misplaatst is.

Ik hou van dergelijke berichten. Er valt makkelijker mee om te gaan dan met lof. Op lovende woorden kun je nooit gepast reageren, tenzij door beaat te glimlachen en te hopen dat het snel voorbijgaat. Negatieve kritiek is een stuk plezanter, ook al omdat ze dikwijls veel oprechter is. Het is goed voor mijn eigenbeeld dat mensen mij wijzen op mijn superioriteitsgevoel, al begrijp ik niet wat er zo misplaatst aan is. Wat ik ook niet goed begrijp, is waarom die mens zich boos maakt over een foto waarop de genaamde ‘krln’ blijkbaar niet eens te herkennen valt. Moet ik dan zonder toestemming een foto publiceren waarop ze wél herkenbaar in beeld verschijnt? En laat ons wel wezen: voor uitlachjournalistiek ben ik een veel te brave jongen. Af en toe een onnozel mopje, meer moet je niet van mij verwachten.

Emmah, een personage dat vorig jaar al even de show mocht stelen, kwam enkele dagen geleden herkenbaar in beeld, maar mept me niet met een vuistslag tegen de grond. Wel heeft haar vader de bewuste foto gezien. “Maar Emmah, ge hebt een blauw oog!”, riep de man verbaasd uit. “Maar papa, dat zijn gewoon mijn wallen!”, repliceerde Emmah vrolijk. Dankzij een goede communicatie verdwijnen misverstanden snel tot het verleden.

James en Emmah showen hun zonnebril. Ook Tom probeert op de achtergrond iets te showen.

James, de vriend van Emmah, heeft een ietwat morbide levensdoel: hij wil het wereldrecord van oudste zelfmoordenaar breken. “Wanneer ik 101 ben, zal ik van het hoogste gebouw van de Vlasmarkt springen”, kondigt hij aan. “Al is dat tentje daar misschien ook wel goed”, wijst hij naar een kraam waar ze koffie in alle soorten en maten verkopen.

Opeens doet Emmah iets geheel onverwachts: ze giet haar laatste slokje Irish coffee uit over de Vlasmarkt. “Wat doe je nou?!”, vraag ik verbaasd.

“Dat laatste slokje drink ik nooit op”, zegt ze alsof dat de normaalste zaak van de wereld is.

“Waarom niet? Omdat alle alcohol er al uit is en er enkel koffie overblijft? Valt de koffie je te zwaar? Zeg op, waarom deed je dat?”

“Gewoon, omdat die laatste slok al te koud heeft tegen dat ik die bereikt heb.”

De sfeerbeheerders proberen nieuwe technieken uit om het gedrag van de massa in goede banen te leiden.

“O”, reageer ik een beetje ontgoocheld op zo’n eenvoudige uitleg.

“Weet gij wat Irish-coffeemisbruikers zijn?”, vraagt James – mannen gegoyeren elkaar.

“Euh, neen”, beken ik. “Zijn dat mensen die je Irish coffee vasthouden terwijl je gaat pissen en hem dan zonder scrupules helemaal leegdrinken?”

“Neen, leeg drinken ze hem niet. Maar tegen dat je terugkomt van het pissijn is je Irish coffee wel koud.”

“Maar dat is dan toch je eigen schuld?”

James haalt zijn schouders op. “Het blijft misbruik.”

Het is stilaan tijd om af te sluiten, de nacht heeft lang genoeg geduurd. “Morgen begin ik vroeger aan de Irish coffees”, belooft James. “Zodat ik niet meer smaak dat dat eigenlijk niet te zuipen is.”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 48 other followers