Oversekst
21 april 2012
Moord in de Senaat (2009), de debuutroman van Pol Van Den Driessche, is een politieke thriller met een deerniswekkend slechte plot en een stijl die uitblinkt in onnozelheid. Dat wisten we al. Maar bij herlezing blijkt het geobsedeerde hoofdpersonage Fred Berckmans ook erg veel trekjes van de auteur te hebben.
De voormalige CD&V-senator debuteerde met Moord in de Senaat toen nog niet algemeen bekend was dat hij vrouwen graag eens in de tieten of de billen mocht knijpen. Dat de vrijpostige Berckmans voortdurend flauwe seksuele toespelingen maakte, was irritant, maar als lezer kon je nog hopen dat het personage louter een fantasietje was van een gefrustreerde auteur.
De recente onthullingen over de journalist-politicus leren dat Van Den Driessche zijn fantasietjes al te graag in de praktijk omzet. Berckmans, eveneens een christendemocratisch senator en historicus, blijkt zelfs braver dan de auteur. Veel woorden, maar geen daden. Hij is zowaar een engeltje in een op seks belust parlement, zo blijkt wanneer hij zit te roddelen met Kamerlid Maaike Dottermans:
‘En hoe weet jij dat dan allemaal zo goed?’, zette Dottermans hem op zijn nummer. ‘Zelf meegedaan aan die leuke spelletjes?’
‘Neen, al heb ik soms het gevoel iets te hebben gemist. Er lopen in dit machtscentrum zoveel mensen die samen al eens extreme emoties beleven. Nergens waar er ook meer geroddeld wordt, het is bijna zoals in de media’, plaagde Berckmans.
De vermoorde Willy Paulussen – een verwijzing naar de liberale ex-senator Paul Wille – was een veel geilere aap, zo maken we op uit een conversatie tussen Berckmans en Dottermans:
‘Doe je nu mee of niet, lief?’, slijmde Berckmans.
‘Wist je dat Paulussen van korte rokjes hield?’, vroeg Dottermans aan haar verbouwereerde tafelgenoot.
Ongelooflijk, een senator die naar kortgerokte billen kijkt (zonder erin te knijpen!):
‘…en blijkbaar stond de liberale quaestor achter mij en monsterde hij mijn billen en kont. Met de opmerking dat zwarte kant voor hem de mooiste lingerie blijft. Gevolgd door de stelling dat hij een kenner was met ervaring tot ver buiten het koninkrijk België.’
‘De geilaard! Ik wist het, met zijn geniepige oogjes.’
Van Den Driessche heeft oog voor het soort anekdotiek waarvan we alleen maar kunnen hopen dat hij ze zelf verzonnen heeft:
‘Ooit liep de dochter van een minister naakt door de parlementaire wandelgangen, terwijl er een nachtelijk debat plaatsvond. De frêle dame werd achternagezeten door een andere minister die enkel nog zijn onderbroek aan had, klaar voor de actie.’
‘Je meent het?’, zei Aysun met open mond. ‘Je moet een boek met al die saillante verhalen publiceren. Als je maar voor eeuwig zwijgt over…’
Het ergerlijke is niet dat er vleselijke lusten voorkomen in Moord in de Senaat. Christus Jezus, we zijn tegenwoordig wel wat gewoon. In het werk van Herman Brusselmans, Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts wordt er heel wat meer gevogeld, gerukt, gesopt en geëjaculeerd. De seksscènes van Brusselmans zijn zo grotesk net omdat de auteur overtuigd is van de banaliteit van geslachtsgemeenschap. “Als je één keer seks hebt gehad, kan je vijftig goede pornoromans schrijven”, stelt de Gentse schrijver. Vele personages van Lanoye worden het slachtoffer van hun onbeheersbare lust. Bij Hemmerechts is seks vaak een donker spel tussen man en vrouw.
Wat is seks in het oeuvre van Pol Van Den Driessche? Ik neem even de vrijheid om in plaats van de auteur te antwoorden: het is iets ondeugends, voortdurend aanwezig, maar verder volstrekt onschuldig. Je zou ook kunnen zeggen: een kleffe constante die erbij hoort omdat Van Den Driessche het nu eenmaal niet kan laten zijn eigen driften op zijn personages te projecteren:
”t Is al goed, Sherlock Holmes. Kom, we keren terug, anders denkt die bode dat we hier iets onzedigs aan het doen zijn’, zei Maaike om de sfeer te ontspannen.
‘Hier zou ik het nog wel eens met jou…’, speelde Fred daarop in.
‘Stop, ik wil het niet horen!’ Ze liep haastig terug naar de ingang.
‘Hoe vond u het daarbeneden, mevrouw de deputée‘, groette de Kamerbode een tikje ondeugend.
Geen enkel mannelijk personage zal nalaten een vrouwelijke bips aandachtig te bestuderen:
Enkele joggers keken vreemd naar het trio. Zeker naar de vrouw die met een omhooggestoken kont haar neus in een rooster stak.
Mannen maken vrijuit opmerkingen tegen vrouwen en die vinden dat alleen maar plezierig. Op zich zijn de passages waarin de hormonen opborrelen braaf genoeg. Maar de flauwe toespelingen blijven maar terugkomen – tot het zielig begint te worden omdat Fred Berckmans noch de verteller lijken te beseffen hoezeer ze zich aanstellen:
‘Maar ik heb een ander plannetje, Maaike lief…’ Meestal als Berckamns het woord ‘lief’ gebruikte bij een vrouw, moest hij iets van haar hebben of had hij iets goed te maken. Maaike kneep haar ogen half dicht, afwachtend.
Eén keer is een radiopresentatrice beledigd door de neerbuigende houding van Berckmans:
‘Hola, hola, Liesbetje zoet, ik ben hier wel nog even bezig een ochtendlijk standje uit te proberen met mijn lief. Ik bel je later nog. ‘t Gaat wel lekker. Sorry!’, floepte Fred er haastig en luid uit.
[...]
‘En zei hij nu dat hij aan het vrijen was? Noemde hij me Liesbetje?’
Maar meestal reageren de hoofse dames lacherig op het dorpse machismo van de senator:
‘Á propos, ben je klaar voor deze namiddag? Sexy laarsjes en een modieuze broek in de aanslag, mag ik hopen?’
‘Sure. Neen, vriendje, ik kom in goede oude Agalev-stijl: gummilaarzen, slobberbroek, trui en een parkajas. Jij zorgt voor de zaklampen?’
‘Yep, samen onder de grond! Dat is eens iets anders dan onder de lakens.’
‘Keep on dreaming, Berckamns!’
En vrouwen zélf zijn natuurlijk ook oversekste dozen, dat kan niet missen. Vragen zij niet gewoon om een hand tussen hun gastvrije dijen?
‘Binnenkort nodig ik je uit voor een etentje!’
‘Beloven, jaja!’, spotte Laura. ‘Ga maar wat wetten maken in plaats van detective te spelen. Moet jouw productiviteitsgraad niet wat worden opgetrokken?’
Ze lijkt alleen maar streng, ik wed dat ze niets van haar hitsigheid van dertig jaar geleden heeft verloren, dacht Berckmans, maar hij was zo verstandig dat niet uit te spreken.
De auteur staat toe dat zijn alter ego zichzelf voortdurend loopt te verheerlijken en laat hem tegelijk de spot drijven met politici die – ha! de sukkelaars! – hun affaires in de pers zagen verzeilen, zoals deze verwijzing naar het liefdesleven van Patrick Dewael:
‘Ik heb de Kamervoorzitter eens diep in z’n ogen gekeken. Daar kan die charmeur niet aan weerstaan, hoewel hij braver is geworden nadat zijn jongste escapades in de boekskes uit de doeken werden gedaan.’
“Macht en aanzien, winst en verlies, geld en seks: alle ingrediënten voor lekkere story’s. Je moest eens weten”, zegt Fred Berckmans ergens in het boek. Wel, we weten het nu. Een lekkere story is het niet. Je kunt enkel hopen dat de auteur zelf wat braver zal worden.
Antidemocraat
3 januari 2012
In De Morgen schreef collega Douglas De Coninck een artikel over Sharia4Belgium, de radicale moslimgroepering die nogal wat aandacht weet te vergaren. In zijn stuk nam Douglas enkele passages over uit een gesprek dat ik had met Fouad Belkacem alias Abu Imran. Hieronder vindt u het integrale interview.
Dat Sharia4Belgium de laatste tijd nogal actief is. Vorige week werden tot tweemaal toe leden van het fundamentalistische broederschap in de boeien geslagen omdat ze winkelwandelaars trachtten te bekeren. Enkele weken geleden haalden ze nog vlotjes alle media met hun stelling dat het Atomium een afgodsbeeld is dat maar beter tegen de vlakte gaat.
De ‘dreigementen’ tegenover het blinkende monument lijken ludiek, maar wat Belkacem te zeggen heeft over de democratie en de rechtsstaat is dat niet. Met de glimlach verwijst hij de scheiding der machten naar de prullenbak. Geen enkele moeite neemt de man om zijn grote wensdroom – heel Europa knechten onder de regels van de sharia – te verbergen.
Vaak rijst de vraag of je dergelijke antidemocraten een forum moet geven. Ik heb me die vraag ook gesteld. Maar mijn nieuwsgierigheid is groter: ik wil weten wat die mensen te zeggen hebben. Dat iemand het eeuwig onafgewerkte proces dat democratie is, wil afschaffen ten gunste van een systeem dat 1.400 jaar lang geen millimeter evolutie heeft gekend, intrigeert mij. Ik ga ervan uit dat een dergelijk antidemocratisch gedachtegoed weinig kans maakt bij de hedendaagse westerling.
Geweld wil Abu Imran naar eigen zeggen niet gebruiken. Verder laat hij weinig twijfel over de doelstellingen van Sharia4Belgium: ‘De Belgische democraten zijn extremistische misdadigers, gevaarlijke mensen die gestopt moeten worden.’ Een gesprek met een antidemocraat in hart en nieren.
Onlangs bestempelde Abu Imran het Atomium nog als een symbool van afgoderij, maar neen, waanzin detecteer je niet in de blik van Fouad Belkacem (29), zoals zijn officiële naam luidt. Dit is de man die het hoge woord voert namens Sharia4Belgium.
Voor een moslim die zijn geloof op militante wijze belijdt en uitdraagt, heeft Belkacem een verrassend gevoel voor humor. “Ik ben Vlaming!”, antwoordt hij lachend wanneer ik pols naar zijn etnische afkomst. “Maar mijn ouders komen uit de grensstreek tussen Algerije en Marokko.” Een grens die hij overigens verwerpt, want de Maghreblanden vormen in zijn visie één geheel.
Achter zijn strenge baard gaat een guitig, jong gezicht schuil. Met een speelse glimlach om de lippen trekt de leider van de radicale moslimgroepering van leer tegen álle westerse waarden en álle westerse instellingen. Woensdag werden vijftien leden van het vreemde broederschap nog gearresteerd omdat ze zonder toelating hun boodschap stonden te verkondigen in Antwerpen.
“Als democraten openlijk zeggen dat zij democratie over de hele wereld willen verspreiden, en zelfs F-16’s sturen om ons plat te bombarden, dan is het maar een kleine moeite om in het hartje van Europa de democratie te verwerpen en op te roepen tot sharia en islam”, zegt hij uitdagend.
“De democratie staat op uitsterven. Langs alle kanten zijn er gaten en problemen. Daarom zie je overal oorlogen en nieuwe conflicten. Het is ermee gedaan. Het einde is nabij. Ooit zullen de Belgen inzien dat zij het slachtoffer zijn van een bende criminelen die met hun voeten speelt, die hen uitbuit en misleidt. Er zijn problemen en wij hebben de oplossing. Spijtig genoeg is de westerse geest zo bekrompen dat men niet meer naar de feiten kijkt.”
Of de westerse burger heeft helemaal geen zin om de democratie overboord te gooien en zijn toevlucht te zoeken tot de islam en sharia?
Abu Imran: “Wij hebben niet gezegd: word moslim. We vragen om de zaak even te bekijken. De criminaliteit is torenhoog. Er is een politieke én een economische crisis. Over de hele wereld is er oorlog, mee gefinancierd met het geld van Belgische belastingbetalers. De Belg moet gaan werken, zijn rijkdommen worden hem afgepakt zodat Pieter De Crem (CD&V) de cowboy kan uithangen in Libië om zichzelf te bewijzen aan zijn afgoden en heren in de Verenigde Staten. ‘Het is een eer voor mij om de Amerikanen te dienen’, zei hij op televisie. Is het niet schandalig om dat te weten en er niets aan te doen?”Je kunt wel iets doen. Bij de volgende verkiezingen bijvoorbeeld niet meer stemmen op Pieter De Crem.
“Een oplossing binnen de democratie? Je wilt het systeem dus gebruiken tegen het systeem zelf?”Pieter De Crem is niet het systeem. Hij is maar een deel van de democratie.
“Wij zijn flexibel. We vegen gewoon het hele systeem van de kaart en installeren een zuiver, goddelijk systeem dat perfect is. Dat is het speciale van onze ideologie, van ons geloof. Het is niet gebouwd op mensen, die gecorrumpeerd kunnen worden.”Een islamitische staat heeft toch ook leiders nodig?
“Een kalief dient de wetten van Allah te gehoorzamen. Als hij dat niet doet, zal het volk hem ter verantwoording roepen. In de democratie heb je een ambtstermijn en kun je vier jaar het varken uithangen. Pas als je ambtstermijn erop zit, kunnen we weer op jou of iemand anders stemmen. In de sharia bestaat dat niet.”Is er momenteel één land waarvan u zegt: daar zijn ze op de goede weg?
“Neen. Tussen 1995 en 2001 kwam Afghanistan in de buurt onder het leiderschap van Mullah Omar – moge Allah hem beschermen. Ze waren nog maar begonnen met de implementatie van de islamitische staat, maar door de invasie van het Westen heeft het niet mogen zijn. Vierenveertig landen kwamen Afghanistan platbombarderen en nu klagen zij over de chaos en de miserie. Had de mensen dan toch met rust gelaten.”“Wij hebben 1.300 jaar geleefd onder de sharia. Al die tijd hebben we bewezen dat we het kunnen. De moslims zijn toen tot in Spanje, Frankrijk en Oostenrijk geraakt.”
Zou een ongelovige ongelovig mogen blijven in een islamitisch België?
“Zolang hij zich houdt aan de sharia is er geen probleem. Als hij beschermgeld betaalt, worden zijn rijkdom, zijn eer en zijn bloed beschermd. Niemand heeft het recht hem aan te raken.”Dus als atheïst zal ik niet opgejaagd worden?
“Zolang je beschermgeld betaalt en je je houdt aan de wetten, zoals de heiligen en de godsdiensten respecteren. Wij adviseren de mensen wel om moslim te worden, maar we kunnen je enkel aanmoedigen. Als je niet overtuigd bent: oké, geen probleem. Betaal beschermgeld – 20 euro per jaar – en je geniet onze volledige bescherming. Prachtig!”Als u de Belgische partijprogramma’s – los van de ethische kwesties – bekijkt, bij hetwelk leunt uw visie dan het dichtst aan?
“Eerlijk gezegd bij geen enkel programma. Het enige in deze democratie waarin ik mij kan vinden, is dat een persoon het recht heeft om één dag per week te rusten. Voor de rest mag het hele wetboek naar de hel.”Als er verkiezingen zijn, gaan jullie dan eigenlijk stemmen?
“Absoluut niet. Ik zou graag hebben dat alle moslims hun geloof beschermen. Iemand die gaat stemmen, bevestigt dat een parlementariër of een minister het recht heeft om wetten te maken naast Allah.”Wie gaat stemmen, is medeplichtig?
“Tuurlijk. Zo zit democratie in elkaar. Jullie stemmen op misdadigers die jullie uitbuiten. Dat slaat nergens op.”Er bestaan geen politici met een oprecht engagement?
“(schudt het hoofd) Spijtig genoeg zijn er wel nog heel wat naïeve mensen. De meeste kiezers lezen niet eens het partijprogramma, maar luisteren gewoon naar de mooie praat van de politici en naar de propaganda in de media. Kijk hoeveel stemmen Bart De Wever (N-VA), die sukkel, heeft gekregen. Wat heeft hij veranderd? 541 dagen heeft hij zitten spelen met de emoties en de rijkdommen van de Belgische inwoners. Dat is dan het hartje van Europa. Iedereen is trots om Belg of Vlaming te zijn, terwijl het meest onontwikkelde land ter wereld niet zoveel dagen nodig heeft om een regering te vormen.”“In België moet je op alles wat je koopt, invoert of uitvoert belastingen betalen. Doe je dat niet, dan ben je een fraudeur en vlieg je in de gevangenis. Je rijkdommen worden je onrechtvaardig ontnomen. De Belgische regering buit de gemeenschap uit. Op de koop toe word je behandeld als een stuk vuil.”
U verzet zich tegen de Belgische rechtbanken omdat het symbolen zouden zijn van afgoderij.
“Dat klopt. Wij roepen moslims op niet naar de rechtbanken te stappen. Voor familiale zaken en maatschappelijke problemen bieden we een alternatief: een islamitische sharia-rechtbank. Allah heeft ons gezegd: ‘Als jullie geschillen of problemen hebben, regel dat dan in de traditie van de Koran.’ Ik kan me niet voorstellen dat een man samen met zijn godvrezende vrouw, de moslima met haar pure, zuivere status, naar de rechtbank zou gaan om een ongelovige een oordeel te laten vellen. (verontwaardigd) Hoe kan iemand zoiets in zijn hoofd halen? Onze zuivere, reine kinderen kunnen we toch niet meenemen naar de rechtbanken van een sm-rechter, een perverseling van een rechter die masturbeert tijdens de rechtszaken. Hoe kun je zoiets doen?”Vindt u het hier eigenlijk nog leuk in België?
“Natuurlijk, ik amuseer me de hele tijd. (lacht) Zoals je kunt zien in onze video’s heb ik altijd een glimlach op mijn gezicht. Ik voel me goed.”Misschien is het door uw eeuwige grijns dat mensen denken dat jullie een toneeltje opvoeren?
“Dat is niet zo. Ik denk dat ik al voldoende bewezen heb dat we bloedserieus zijn. En een grapjas zou zijn huiswerk niet zo goed hebben gemaakt als ik. Wij bestrijden de ongelovigen met onze tongen.”Begrijpt u dat de angst leeft dat jullie gewelddadige jihadisten zijn?
“Laat ons eerlijk zijn: iemand die geweld gebruikt, komt niet dagelijks in de media. Ik geef praktisch iedere dag een interview. Wij produceren drie video’s per week. We lopen op straat onze boodschap te verkondigen. We gebruiken provocatie en uitdagende uitspraken om de boodschap goed te laten overkomen – anders zat jij hier niet. Is dat het profiel van een jihadistische groepering? Terreurorganisaties werken zo niet. Die opereren ondergronds, je weet niet wie de leiders zijn.”Is de politie al komen aankloppen om te controleren wat jullie eigenlijk allemaal uitsteken?
“Ik ben één keer uitgenodigd door de antiterreureenheid. Zelfs de cel antiterrorisme (van de federale gerechtelijk politie, TVDM) weet dat wij enkel provoceren. Eén van de hoofdinspecteurs zei: ‘Stop nu toch eens met dat uitdagen. Je weet dat het niet strafbaar is, maar telkens als je provoceert, komt er een klacht waar wij ons mee moeten bezighouden.’ (grijnst) Ik heb medelijden met de Belgische inwoners die zoveel belastinggeld betalen voor antiterrorisme, terwijl die inspecteurs daar de hele dag zitten te niksen. Dankzij ons hebben ze nog iets te doen. Eigenlijk bieden wij werkgelegenheid. (lacht)”Nadat jullie het Atomium hadden verketterd, zei Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi (sp.a) over jullie: ‘Ofwel hebben we hier te maken met een gevaarlijke groepering ofwel met een bende dorpsidioten.’
“Een gevaarlijke groepering? Hebben wij ooit iemand aangevallen? Hebben we ooit iets misdaan – fysiek – aan de Belgische gemeenschap? Ik denk het niet. Wij provoceren, we gaan zelfs tot het uiterste om te provoceren en onze boodschap luid en duidelijk te laten overkomen. Maar wanneer hebben we iemand onrecht aangedaan? Het is eigenaardig dat Yamila Idrissi ons een extreme en gevaarlijk groepering noemt. Het zijn de misdadigers die de Belgische regering vertegenwoordigen die we als extremisten kunnen bestempelen. Ze doen alles om hun democratie te promoten en te verdedigen, zelfs al kost dat het leven aan duizenden moslims, zoals we hebben gezien in Libië. De Belgische democraten zijn extremistische misdadigers, gevaarlijke mensen die gestopt moeten worden.”Als jullie niet gevaarlijk zijn, zijn jullie idioten.
“Als Yamila Idrissi de term ‘marginalen’ had gebruikt, had ik haar gelijk gegeven. Een marginaal persoon staat aan de rand, naast de maatschappij. Dat klopt: wij willen niet gelinkt worden aan democraten of aan westerse waarden en normen. Wij verwerpen die. Zij probeert ons belachelijk te maken, maar ik ben geen idioot.”U kunt toch begrijpen dat het absurd overkomt als u over het Atomium zegt: ‘Weg ermee, want dit is afgoderij’?
“Ter verduidelijking: ik heb nooit gezegd dat wíj het Atomium zullen afbreken. Wat ik wel zeg, is dat mensen in de Brusselse stations sterven van de kou en de honger, terwijl de regering miljoenen pompt in een stuk metaal. In een islamitische staat zou dat niet gebeuren. Dan zouden we onze inwoners eten en drinken geven. Gratis. Zoveel mensen zijn het slachtoffer van het kapitalisme, terwijl dat stuk metaal aanbeden wordt als een afgod naast Allah.”Ik ken niemand die dat stuk metaal aanbidt.
“Wat is het Atomium?”Een voorstelling van een ijzermolecule.
“Is dat dan niet het symbool van België?”Euh, neen.
“Waarom staat het dan afgebeeld op de eurobiljetten?”Het staat op sommige euromunten. Omdat het een bekend monument is. Zoals er zoveel zijn.
“Waarom heeft onze video zo’n ophef veroorzaakt? Waarom hebben we zoveel dreigementen ontvangen in verband met het Atomium? Waarom zijn de mensen zo kwaad als het toch maar een stuk metaal is? Dan moet het wel een afgod zijn waarvoor mensen affectie en liefde tonen.”Mensen zouden ook kwaad zijn als u het Viaduct van Vilvoorde zou bestempelen als een afgod die neergehaald moet worden.
“Ik denk het niet. (glimlacht) Mensen zouden waarschijnlijk blij zijn als het Viaduct van Vilvoorde wordt neergehaald.”Bent u altijd al even sterk gelovig geweest?
“Neen. Ik ben een bekeerling. Negen jaar geleden ben ik bekeerd tot de islam. Ik ben geboren en getogen in dit land. Ik ben opgegroeid tussen jullie. Ik kom dus niet van Mars. Erger nog: ik ben naar een katholieke school gegaan! (grijnst) Het heeft niet veel uitgehaald.”Op uw twintigste bent u bekeerd?
“Ongeveer. Ik ben goed bezig: nog maar 29 en de meest gehate man van Vlaanderen. (lacht)”Hoe kwam dat zo plots?
“Allah leidt wie hij wil, zoals hij ook laat afdwalen wie hij wil. Maar het is niet dat ik een homo was en plots moslim werd. Ik ben opgegroeid met de islamitische tradities. Mijn ouders belichamen de traditionele islam van Marokko of de Maghreblanden. Zij knikken braaf van ja. Dat doen wij niet.”Jullie zijn modern?
“Modern zou ik niet meteen zeggen. Onze ouders stammen uit de tijd van de kolonisatie. De islamitische landen waren gekoloniseerd door de Europese grootmachten. Die mensen zijn opgegroeid in een sfeer van dictatuur. Wat verwacht je dan dat er uitkomt?”Schapen.
“Inderdaad. Traditionele ja-knikkers. Wij daarentegen zijn opgegroeid in een milieu van rebellerende gedachten. (grijnst) Freedom of speech!”Dus jullie zijn wat jullie zijn dankzij de democratie?
“Neen, dankzij Allah. Hij heeft de realiteit zo in elkaar gestoken dat hij zijn dienaren heeft gekozen in het hartje van Europa. Had iemand zich veertig jaar geleden kunnen inbeelden dat de oproep tot sharia vanuit België zou vertrekken? Ik ben er zeker van dat Allah heel grootse plannen heeft met de moslims van Europa.”Moslims zijn nu nog een kleine minderheid in België en Europa. Hoe gaan jullie de boel overnemen?
“Tegen 2030 is zeker meer dan de helft van België moslim, zo heb ik gelezen in een Amerikaans onderzoek. (Volgens het Pew Research Center zal 10 procent van de Belgen tegen dan moslim zijn, TVDM) Wij proberen dat te versnellen. Als elke moslim vier vrouwen heeft en elke vrouw vijf kinderen baart, dan zijn dat er twintig in totaal. Dan komen we er heel snel, aangezien de autochtonen met moeite één kind voortbrengen. Maak de berekening zelf maar. Het zal heel snel gaan.”
“Eén op de vijf kinderen die in Antwerpen geboren wordt, is een moslim. Op bepaalde scholen zitten praktisch geen autochtonen meer. Het ziet er echt niet goed uit voor Filip Dewinter en Geert Wilders. Daarom zeg ik ook: aanpassen of opkrassen. Leg er u gewoon bij neer. De islam komt, zal domineren en zal blijven domineren. Ik zou me maar al beginnen voor te bereiden.Opkrassen? Waarheen? Antartica?
“Laten we ons even voorstellen dat alle extreem rechtse en islamofobe mensen vertrekken naar Antartica en daar een staat van ongelovigen oprichten. Ook daar kunnen mensen zich bekeren en moslim worden. Plots zullen we daar staan, oproepend tot de sharia. Waar ze ook gaan, de hele wereld zal gedomineerd worden door de islam en de sharia. Ga naar de maan, en wij zullen er staan. Vlucht naar de bodem van de oceaan, en wij zullen er staan. Er is geen ontsnappen aan. De islam zal overal zijn.”Daar bent u volledig zeker van?
“Drieduizend procent. Daar twijfel ik geen seconde over.”Als de islamitische staat in België er ooit komt, wie zal dan de leider zijn? Wordt die verkozen door het volk?
“Onze profeet heeft duidelijke voorwaarden gesteld waaraan een leider moet voldoen. De lijst is lang. Een raad van geleerden zal bestuderen op wie die voorwaarden van toepassing zijn. (glimlacht)”Is er nu al iemand die in aanmerking komt?
“Die is er, zonder enige twijfel. (kamerbrede grijns)”
23 Things They Don’t Tell You About Capitalism
12 december 2011
Vandaag in De Morgen: interview met Ha-Joon Chang, een Zuid-Koreaanse econoom die doceert aan de Universiteit van Cambridge. Chang vindt het kapitalisme nog altijd het beste economische stelsel dat bestaat, maar deinst er niet voor terug om maatregelen te bepleiten waarvan vrijemarktideologen griezelen.

'23 Things They Don't Tell You About Capitalism': een aanrader voor wie zonder dogma's over economie wil nadenken.
Ha-Joon Chang schreef vorig jaar het uiterst interessante boek 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism, ondertussen ook vertaald als 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme. In het Nederlands klinkt die titel een pak sulliger klinkt, maar de inhoud blijft zeer de moeite.
“Vergeet even de financiële meltdown, waarvan de gevolgen zich nog tientallen jaren zullen doen voelen. Wat de meeste mensen niet weten, is dat het vrijemarktbeleid al daarvoor in de meeste landen tot lagere groei, toenemende ongelijkheid en groeiende instabiliteit had geleid”, schrijft Chang, om er meteen aan toe te voegen dat zijn boek géén antikapitalistisch manifest is. “Dit boek laat zien dat het kapitalisme beter moet en beter kan worden gemaakt.”
Volgens de auteur zijn er de laatste drie decennia meer en zwaardere economische crises doordat de westerse overheden al te zeer de raad van vrijemarkteconomen hebben opgevolgd. “Het beleidspakket van de vrije markt, vaak aangeduid als het neoliberale beleidspakket, benadrukt lage inflatie, grotere kapitaalmobiliteit en grotere baanonzekerheid (eufemistisch een flexibeler arbeidsmarkt genoemd), in essentie omdat dit beleid vooral is afgestemd op de belangen van de bezitters van financiële activa. Beheersing van de inflatie krijgt de nadruk omdat veel financiële activa een nominaal vast rendement hebben, waardoor inflatie het reële rendement aantast”, analyseert de heterodoxe econoom. “Aan onze obsessie met inflatie moet een eind komen. Inflatie is de boeman geworden die gebruikt is om beleid te rechtvaardigen waarvan vooral de bezitters van financiële activa hebben geprofiteerd, ten koste van stabiliteit op de lange termijn, economische groei en menselijk geluk.”
Chang pleit zelfs onomwonden voor meer protectionisme, tenminste in ontwikkelingslanden:
“Ondanks hun eigen geschiedenis dwingen de rijke landen de ontwikkelingslanden nu hun grenzen open te zetten en hun economieën bloot te stellen aan de volle kracht van de mondiale concurrentie, met behulp van de condities die ze verbinden aan hun bilaterale hulp en aan de leningen van de internationale financiële instellingen waar zij het voor het zeggen hebben (zoals het IMF en de Wereldbank) alsook via de ideologische invloed die zij uitoefenen dankzij hun intellectuele overwicht.”
De auteur drukt erop dat industrie, de productie van goederen, nog altijd de meest robuuste bron van welvaart is. In de dienstensector heeft hij veel minder vertrouwen. “Als je je ontwikkeling van meet af aan vooral op dienstverlening baseert, zal je productiviteitsstijging op de lange termijn veel geringer zijn dan wanneer je je ontwikkeling op industriële productie baseert”, stelt Chang. “Postindustriële fabeltjes zijn erg genoeg voor rijke landen maar uitgesproken gevaarlijk voor ontwikkelingslanden.”
Merkwaardig genoeg breekt de professor ook een lans voor de verzorgingsstaat als belangrijk onderdeel van het kapitalisme. Net zoals faillissementswetten ondernemers een tweede kans geven en hen zo aanzetten om risico’s te nemen, zo zorgt een sociaal vangnet ervoor dat werknemers risico’s durven te nemen in hun loopbaan en meer openstaan voor verandering. Zij krijgen zo immers een tweede kans als een carrière move verkeerd uitdraait. “Wanneer ze weten dat ze een tweede kans krijgen, kunnen mensen makkelijker een keuze maken voor hun eerste baan en in hun latere carrière meer openstaan voor veranderingen”, redeneert Chang.
Daarnaast richt de auteur zijn pijlen op de financiële sector, die dringend meer regelgeving nodig heeft:
“Er zijn vele verhalen over de financiële crisis van 2008 die laten zien dat personen die geacht werden het slimst te zijn, niet werkelijk begrepen waar ze mee bezig waren. Er werden zoveel ingewikkelde financiële producten ontwikkeld dat zelfs de financiële experts zelf ze niet meer helemaal konden begrijpen, tenzij ze zich erin specialiseerden, en soms zelfs toen niet. De hoogste beslissers van de financiële instellingen begrepen zeker niet veel van wat hun bedrijven aan het doen waren. Evenmin konden de regulerende instanties er precies achter komen wat er gaande was.”

Ha-Joon Chang wijst op de pijnpunten van het vrijemarktkapitalisme, zonder dat hij het kapitalisme in zijn geheel op de mestvaalt gooit.
“Financiële instrumenten moeten uitgebannen worden, tenzij we volledig begrijpen hoe ze werken en wat het effect op de rest van de financiële wereld en bovendien op de economie is”, oppert Ha-Joon Chang. “Dit betekent dat veel van de financiële derivaten waarvan is aangetoond dat de werking en de effecten zelfs het begrip van de veronderstelde experts te boven gaan, verboden worden.”
“Winststreven is nog altijd de sterkste en meest effectieve drijfveer van onze economie en die moeten we ten volle uitbuiten. Maar we moeten bedenken dat deze z’n gang laten gaan, zonder enige beteugeling, niet de manier is om er het meeste uit te halen, zoals we de afgelopen drie decennia door schade en schande hebben geleerd”, besluit de auteur.
Op de laatste pagina’s van het boek benadrukt Chang nog eens dat er verschillende manieren zijn om het kapitalisme te organiseren. “Het vrijemarktkapitalisme is daar maar één van, en niet zo’n goede ook. De afgelopen drie decennia hebben laten zien dat het, in tegenstelling tot wat de voorstanders ervan beweren, de economie afremt, de ongelijkheid en onveiligheid vergroot en tot frequentere (en soms zware) financiële crises leidt”, merkt hij op.
Met lof moet je voorzichtig zijn, omdat lovende woorden al te rap opzwellen tot lege ballonnen. Maar zonder zeveren: 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism is een verhelderend boek dat precies en zonder dogma’s inzicht verschaft in de werking van markten. Het zet je aan het denken over het kapitalisme zonder dat je je tot het kamp moet bekennen dat ondertussen alle contact met de werkelijkheid verloren heeft en zich maar druk blijft maken over wie nu eigenlijk de productiemiddelen in handen heeft. Dankzij Ha-Joon Chang kun je ver houden van dergelijke bespottelijke vraagstukken terwijl hij wel voldoende munitie geeft om aan te tonen dat de huidige versie van het kapitalisme dringend aan een update toe is.
Hieronder de lange versie van het interview dat vandaag in De Morgen is verschenen:
‘Kapitalisme komt voor in vele soorten en maten, wat impliceert dat het sterk kan worden aangepast’, zegt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang, professor aan de Universiteit van Cambridge. Enkele van die noodzakelijke aanpassingen zijn meer regulering, meer inflatie en meer protectionisme.
“Vrijemarkteconomen hebben opzettelijk de gerechtvaardigde angst voor hyperinflatie uitgebuit om een excessief anti-inflatiebeleid door te drukken dat meer kwaad dan goed doet”, schrijft Ha-Joon Chang (48) in zijn internationale bestseller 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme (2010). “Aan onze obsessie met inflatie moet een eind komen. Inflatie is de boeman geworden die gebruikt is om beleid te rechtvaardigen waarvan vooral de bezitters van financiële activa hebben geprofiteerd, ten koste van stabiliteit op de lange termijn, economische groei en menselijk geluk.”
Daar kun je gerust een rechtstreekse kritiek op de Europese Centrale Bank in lezen. Jean-Claude Trichet, van 2003 tot vorige maand voorzitter van de ECB, stond bekend als inflatiehavik. De Europese kortetermijnrente verlagen stond averechts op het langetermijndoel van de Franse centrale bankier: de inflatie onder controle houden. Maar grote verrassing: op 1 november, de dag van zijn aantreden als ECB-voorzitter, verlaagde Mario Draghi de rente naar 1,25 procent. Ondernemer Bart Deconinck reageerde meteen op Twitter: “Bold move of Super Mario. But the only appropriate level is 0 %. Europe needs inflation as badly as a man lost in the desert needs water.”
Hebben we inderdaad méér inflatie nodig?
Ha-Joon Chang: “In de huidige omstandigheden is het moeilijk om je voor te stellen hoe Europa de schuldenput kan dempen en tegelijk de privésector weer aan het investeren kan krijgen zonder dat er sprake is van inflatie, die de echte waarde van de schulden doet dalen.”Is Griekenland met al zijn schulden dan een slachtoffer van het anti-inflatiebleid van de ECB?
“Ik vrees het.”Er wordt al eens beweerd dat de oplopende begrotingstekorten hebben geleid tot de Europese schuldencrisis. Klopt dat?
“De eurocrisis is niet veroorzaakt door kwistige regeringen, maar is het resultaat van een financiële crisis in de private sector. Als we het hebben over de eurozone in haar geheel, dan ligt het begrotingstekort slechts op 6 procent van het bruto binnenlands product, veel minder dan in de VS of het Verenigd Koninkrijk, die aan 12 tot 13 procent zitten. Ja, Griekenland had een onrustwekkend groot tekort, dat gedeeltelijk verborgen werd door de financiële goochelkunsten van Goldman Sachs, maar in de andere landen was dat niet het geval. Spanje en Ierland boekten voor de crisis zelfs begrotingsoverschotten, terwijl de tekorten in Portugal en Italië niet zo zwaar waren.
“Aan de basis van de huidige crisis in Europa liggen de enorme schulden die de private sector opgestapeld heeft tijdens de vette jaren vóór de crash van 2008. De problemen met de Europese begrotingstekorten zijn ontstaan doordat de privésector zijn schulden is beginnen af te betalen en minder geld ging uitgeven. De overheid moest het gat dichten, ofwel door zelf meer te spenderen of door lagere belastinginkomsten te aanvaarden.”Konden banken weten dat de Griekse overheid haar begroting had vervalst?
“Als ze goed genoeg hadden gekeken, hadden ze het bedrog waarschijnlijk wel gevonden, ondanks de ingrepen van Goldman Sachs. Maar allicht wílden ze het niet weten – why spoil the party?”Griekenland wordt nu tot een derdewereldland herschapen om de banken te redden, las ik her en der.
“Ja, dat is exact wat er gebeurt. Dat de Griekse regering onlangs werd vervangen – op vraag van de schuldeisers en zonder verkiezingen –toont dat zeer duidelijk aan. Tot voor kort heeft men er alles aan gedaan opdat de kredietverleners hun geld terugkregen, terwijl de Griekse bevolking opdraaide voor de besparingen. Uiteindelijk hebben ook de banken een gedeeltelijke schuldkwijtschelding moeten aanvaarden. Dat was op den duur onvermijdelijk omdat de opgelegde besparingen ervoor hadden gezorgd dat de Griekse economie in een recessie belandde, er daardoor minder belastinginkomsten waren en de Griekse schuld dus niet echt kleiner werd.
“Net als vele Afrikaanse landen heeft Griekenland zich moeten blootstellen aan de volle kracht van buitenlandse competitie zonder dat de eigen producenten daar klaar voor waren. De Grieken zitten echter in een betere situatie omdat hun economie niet zo hopeloos achterop hinkt als die van de Afrikaanse landen. Ook is er voor de Grieken geen barrière om te emigreren naar andere Europese landen. Afrikanen hebben die optie niet.”Was het te vroeg voor Griekenland om lid te worden van de eurozone?
“Griekenland had beter niet meegedaan met de euro. Ideaal was geweest dat het land pas zou toetreden tot de eurozone als zijn economie zich op een gelijkaardig niveau bevond als die van de andere lidstaten. Het grote probleem van Griekenland is dat het geen elite lijkt te hebben die de industriële ontwikkeling in gang wil zitten, wat een lang en moeizaam proces is. Maar zelfs al ontbreekt een langetermijnstrategie, dan nog had de Griekse regering zonder de euro de optie om de drachme te devalueren om de economie competitiever te maken.Moet Griekenland de eurozone verlaten zodat het zijn industriële sector beter kan beschermen?
“Het zou zeer kostelijk zijn voor Griekenland om de Europese muntunie nu te verlaten, maar er kan een moment komen waarop dat de beste optie is, ja. Een niet zo geweldig lot zonder de euro zal misschien te verkiezen zijn boven een ellendige situatie binnen de eurozone.”Via werkloosheidsuitkeringen geeft de welvaartsstaat werknemers een tweede kans als ze hun job verliezen. Ondernemers krijgen een tweede kans na een faillissement. Is er ook een systeem nodig om hele landen een tweede kans te gunnen?
“Jazeker, we hebben zeer dringend wetten nodig die failliete landen een tweede kans geven. Dat voorstel doet al decennia de ronde, maar is nooit serieus genomen omdat het tegen de belangen van machtige landen ingaat.
“It takes to two tango, zeggen ze in Argentinië. Als je een onvoorzichtige lener hebt, moet er ook een onvoorzichtige instelling zijn die het geld uitleent. Dat betekent dat ze allebei de lasten zouden moeten dragen als het foutloopt. Dat is de redenering wanneer bedrijven failliet gaan. Waarom zou dat anders moeten zijn voor landen?”Overal in Europa protesteren er nu indignados tegen het kapitalisme, terwijl u stelt dat het nog altijd het beste systeem is dat de mens heeft uitgevonden. Verwarren de betogers vrijemarktkapitalisme met alle andere vormen van kapitalisme?
“Ja. Dat is wijdverspreide, maar ongelukkige verwarring. Het stelt de verdedigers van de vrijemarktideologie in staat stelt om hun critici af te schilderen als mensen die terugwillen naar het gefaalde experiment van de communistische planeconomie. Of om ze voor te stellen als hopeloze romantici die denken dat de wereld kan draaien als iedereen weer in kleine gemeenschappen gaat leven.”We moeten het kapitalisme veranderen in plaats van het te vervangen?
“Ja. Kapitalisme komt voor in vele soorten en maten, wat impliceert dat het sterk kan worden aangepast. Vaak kun je experimenten met alternatieven in het kapitalisme incorporeren – coöperatieven en shareware op het internet zijn daar twee opvallende voorbeelden van. ”De meeste Europese landen zijn welvaartsstaten. Maar de Europese Unie zelf wordt te neoliberaal genoemd, een bedreiging voor de sociale zekerheid van de lidstaten. Moet de verzorgingsstaat dan op Europees niveau georganiseerd worden?
“Uiteindelijk zou dat toch het doel moeten zijn als je gelooft in volledige Europese integratie. Ik betwijfel echter of daar een politieke basis voor is. Honderdvijftig jaar na de Italiaanse hereniging zijn er heel wat Italianen die vinden dat het noorden zich moet afscheiden van het zuiden…”‘Financiële instrumenten moeten uitgebannen worden, tenzij we volledig begrijpen hoe ze werken en wat het effect op de rest van de financiële wereld en bovendien op de economie is’, schrijft u in uw boek. Is er nood aan pan-Europese regels voor de financiële instellingen?
“Pan-Europese of zelfs wereldwijde regels zouden het meest effectief zijn. De tegenstanders van financiële regulering kunnen die redenering echter als excuus gebruiken om te verhinderen dat individuele landen regels invoeren. Als een land unilateraal regels oplegt voor bepaalde financiële activiteiten, zouden bedrijven verkassen naar landen zonder regelgeving. Daar is maar één antwoord op: landen die zulke sociaal onproductieve of zelfs destructieve activiteiten willen, mogen ze hebben!”Europese regeringen pompen miljoenen euro’s in de bankensector en moeten zelfs banken nationaliseren, zoals Dexia in België. Belastingbetalers klagen dat hun geld wordt gebruikt om de aanstokers van de crisis te redden. Maar hebben regeringen dan een andere optie?
“Een bail-out is vaak het minste van twee kwaden. De regeringen stellen echter te weinig serieuze voorwaarden als ze met geld over de brug komen, zoals bijvoorbeeld meer geld lenen aan kleine en middelgrote ondernemingen, buitensporige lonen en bonussen voor managers aftoppen en meer belastingen betalen. Als de overheden ervoor zouden zorgen dat financiële instellingen meer in het belang van belastingbetalers handelden, zou er een pak minder onvrede zijn.”Gelooft u nog in de euro?
“Ik heb nooit geloofd in de euro zoals hij nu bestaat. Een muntunie die alle landen omvat van Estland tot Duitsland is simpelweg een slecht idee.”Waarom? Beschermt de euro de Europese burgers niet voor een stuk tegen de ergste effecten van de crisis? Of verspreidt de eenheidsmunt de rampzalige effecten juist over een groter gebied?
“Grote schepen zijn veiliger dan kleine, maar als ze kapseizen, vallen er veel meer slachtoffers. Dat zagen we al bij de Titanic. Met de euro is het net hetzelfde.”
Sex Deluxe
13 november 2011
Vorig weekend ging ik met fotograaf Bas Bogaerts naar een beurs in Flanders Expo: Sex Deluxe. We waren er wel degelijk om een reportage te maken, maar zonder dat we wisten of we ze wel aan de krant kwijt konden. Ze is uiteindelijk niet verschenen in De Morgen, maar het was wel een intrigerende avond. Erotiek met de geur van hamburgers. Hier met een weekje vertraging de tekst en de foto’s.
Of er restricties zijn voor het nemen van foto’s, wil fotograaf Bas weten. Het meisje achter de kassa kijkt verbaasd op. “Neen, je mag hier alles fotograferen. Zolang jullie maar de waarheid schrijven.” Nou, dat belooft.
De koude betonvloer van de expohal is voor de gelegenheid bedekt met rood tapijt. Begeleid door het gedreun van AC/DC speelt een blonde dame haar kleren uit op het groot podium. Hier is geen uitgemergeld fotomodel aan het werk, maar een wulpse danseres met rondingen waar nodig. Op de eerste rijen schieten hijgerige amateurfotografen hun geheugenkaartje vol. Enkele fans fluiten op hun vingers als de danseres haar bikinibroekje uitwringt. Wat verder staan koppels hand in hand toe te kijken.
Die koppels lijken het grootste deel van het publiek uit te maken. Het zijn veelal normale Vlamingen uit de hardwerkende middenklasse die de vele seksspeeltjes komen keuren. Voor elke lichaamsopening is er wel iets. Een man van eind de vijftig wijst een uit de kluiten gewassen vibrator aan, zijn vrouw haalt haar neus op: dat ding komt bij mij niet binnen. Aan één standje hangt een reclame voor een Stimulator for men. Het strak vormgegeven buisvormige apparaat is zodanig gefotoshopt dat het lijkt als je er recht het nirvana mee tegemoet vlamt. ‘Made in Germany’, benadrukt de advertentie in grote letters. Vorsprung durch Technik: met dit toestel wordt u niet bij uw pietje genomen.
Wanneer Bas zijn camera richt op enkele lederen setjes uit het milieu van de BDSM – de overkoepelende term voor sadomasochisme en bondagepraktijken – komt de Nederlandse verkoopster argwanend vragen wat hij van plan is. Hanny van Diek (49) vreest dat we concurrenten zijn die haar ontwerpen komen stelen, maar als ze hoort dat we van de krant zijn, geeft ze graag uitleg over de pumpgag en de firecups, glazen bokaaltjes die zich vastzuigen aan je huid.
Twee jaar geleden hebben zij en haar man Sem (53) hun webwinkel TufLuf opgericht. Ze schuimen ook erotiekbeurzen af in België en Duitsland. “Wij zijn al 25 jaar bezig met BDSM”, zegt Hanny. “De zwepen die je hier ziet hangen, hebben we zelf allemaal uitgetest.”
Ze merkt dat de vraag naar BDSM-speeltjes de laatste tijd groter wordt. “Het is crisis en dan gaan mensen op zoek naar manieren om hun seksleven te verbeteren. Seks doet mensen hun problemen even vergeten. Het werkt stimulerend om iedere nieuwe dag weer aan te kunnen. In die zin is de economische crisis goed voor ons”, geeft Hanny lachend toe. “BDSM heeft ons leven verrijkt. Het is onze levensstijl. We doen het elke dag.”
Even verderop kan het publiek zien hoe zo’n BDSM-sessie in zijn werk gaat. Terwijl ‘Orinoco Flow’ van Enya – we verzinnen het niet – uit de luidsprekers glijdt, bindt een kale sm-meester een vrouw vast in een reeks ingewikkelde knopen. Haar hoofd verdwijnt onder groene, luchtdoorlatende tape. Een elektrische motor zoemt en een touw trekt de armen van de vrouw omhoog. De beul haalt een zweep te voorschijn, streelt die even zacht over de billen van zijn slavin en laat ze dan genadeloos klappen. Het publiek schrikt op. ‘Aaah!’, klinkt het her en der terwijl de cellulitis van de dame natrilt. Haar billen gaan alras aan het blozen, terwijl newagemuziek onze trommelvliezen martelt.
Twee jongemannen staan bedenkelijk toe te kijken. “Neen, dit is echt niets voor mij”, schudt Wesley (23) het hoofd. “Ik begrijp niet dat mensen dat doen.” Pieter (21) heeft er wel begrip voor. “Het is niet mijn ding, maar iedereen zijn goesting.”
Kimberley (20), de vriendin van Pieter, trekt een beetje een vreemd gezicht. “Eigenlijk schrikt die BDSM mij niet af”, bekent ze. Een zweep in de slaapkamer zou ze niet eens zo abnormaal vinden. Pieter maakt meteen duidelijk dat hij niet van plan is slaaf te spelen.
Wesley en Pieter zijn er niet in geslaagd om hun vrouwen mee te sleuren: het is op het initiatief van Kimberley en Yasmine (20) zelf dat de twee paartjes rondlopen op Sex Deluxe. “Ik had erger verwacht. Meer bondage”, zegt Yasmine. “Het is uiteindelijk niet zo marginaal.” Pieter knikt. “Eigenlijk is het hier zoals op de Boekenbeurs, maar dan met andere producten”, grijnst de jongeman. “Tegenwoordig is het geen taboe meer.” Hij houdt een zakje omhoog. “Kijk, een collega heeft me zelfs gevraagd om een verwenpakket mee te brengen. Een cadeautje voor zijn vrouw.”
Vlak bij het schuimbad schrijdt Omer Verwilligen (69) glimlachend rond. Hij ziet er tevreden uit. “O, maar dat ben ik niet. Het valt me hier tegen. Het is te braaf. Ik ga al vele jaren naar zulke beurzen, maar er is veel veranderd. Er zijn geen echte attracties meer”, legt hij uit. Toch heeft ook hij niet kunnen weerstaan aan de drang om het een en ander te kopen. “Ach, een paar dildo’s voor de vriendin. Dat hebben ze graag – als er maar iets in hun gat zit. Maar veel geld geef ik daar niet aan uit, het zijn goedkope speeltjes”, zegt Omer terwijl hij de plastieken kunstpenissen toont.
Enkele meters verder kunnen Kirsten Van Linden (23) en Matthias Van Hijfte (23) hun lach nauwelijks bedwingen. De twee zijn hier niet om zoveel mogelijk blote billen en borsten te spotten, ze komen vooral de die-hardfans gadeslaan. “Het is boeiend om te zien hoe die mannen hierin opgaan”, zegt Kirsten met een uitgestreken gezicht. “Je kunt niet altijd met je maten naar de Overpoortstraat, hé. Ik had het hier wel groter verwacht.”

Ook op de seksbeurs: een erotische tandem die het best bereden wordt met ontblote borsten en een vastgesnoerd lichaam. (Foto Bas Bogaerts)
“Ik heb eerlijk gezegd nog geen enkele aantrekkelijke vrouw gezien. Ik vind mijn eigen vriendin nog altijd veel mooier dan de vrouwen die hier rondlopen”, zegt Matthias.
Aan een stand die elektronische massagetoestelletjes verkoopt, geven twee topless dames een demonstratie. Ze proberen gelukzalig te glimlachen terwijl een of ander vreemd apparaat over hun huid glijdt. Eenzame mannen met forse camera’s schieten erop los. Als er zich een fotograaf te dicht bij de vrouwen waagt, krijgt hij een forse reprimande. Het duurt twee volle minuten voor de babes hun gelaat weer in een extatische plooi krijgen.
Ondertussen lijkt het niemand te storen dat de hele zaal naar hamburger ruikt. Vlak bij het sm-podium staat een fastfoodkraam lustig zijn vettige walm te verspreiden. Terwijl ze op een hotdog kauwen kijkt een paartje toe hoe een slavin andermaal van de zweep krijgt. Ongetwijfeld een verrijkend moment in hun leven. Maar als de waarheid dan toch verteld moet worden: veel erotiek straalt het allemaal niet uit.
Deze slideshow heeft JavaScript nodig.
- Allerlei werktuigen uit het BDSM-milieu. Een diploma lijkt wel vereist. (Foto Bas Bogaerts)
- Firecupping: bokaaltjes met brandende alcohol worden op de huid gezet, waardoor ze zich vastzuigen. Een en ander geeft een erotische stimulans. (Foto Bas Bogaerts)
- Omer heeft geen professionele camera nodig om te genieten van het vrouwelijk schoon. (Foto Bas Bogaerts)
- Schaarsgeklede modellen testen hun lenigheid op een motor. Het publiek neemt zoveel mogelijk foto’s. (Foto Bas Bogaerts)
- Terwijl menen op een hamburger staan te kauwen kijken ze naar de kolder op het sm-podium. (Foto Bas Bogaerts)
- Hoewel sm niet voor doetjes is, is er ook tederheid, bijvoorbeeld in de vorm van een tik tegen de billen. (Foto Bas Bogaerts)
- Een vastgebonden dame krijgt stevig van de zweep. Dat zal haar leren.
- Ook op de seksbeurs: een erotische tandem die het best bereden wordt met ontblote borsten en een vastgesnoerd lichaam. (Foto Bas Bogaerts)
- Een man wordt vastgeknoopt aan een kruis door een seksgenoot met een blote kont. (Foto Bas Bogaerts)
- Ook de technicus van het sm-podium pikt een beeldje mee. (Foto Bas Bogaerts)
- Twee dames demonstreren het een of ander massageapparaat. Veel kopers konden ze niet overtuigen. (Foto Bas Bogaerts)
- Omer toont de vibrators die hij kocht voor zijn vriendin. (Foto Bas Bogaerts)
- Een ouder koppel volgt aandachtig wat er op sm-podium gebeurt. (Foto Bas Bogaerts)
- Terwijl een beul zijn slavin afranselt, ligt een hermetisch ingepakte sm-adept te slapen op het podium. (Foto Bas Bogaerts)
- Een slaafse vrouw die iets naakter is dan haar beul wacht geduldig op een rammeling. (Foto Bas Bogaerts)
- Bij het seksuele genre BDSM hoort ook een stevige portie billenkoek. (Foto Bas Bogaerts)
- Met een zweep op onbedekte billen slaan is een vorm van erotiek. (Foto Bas Bogaerts)
- Een stripteaseuse sleurt een man uit het publiek op het podium. Zijn ogen blinken begerig. (Foto Bas Bogaerts)
- Een stripteaseuse voert haar act uit boven een gewillig slachtoffer. (Foto Bas Bogaerts)
- Een striptease lukt het best zonder kleren. (Foto Bas Bogaerts)
Onder de deur
11 oktober 2011
Elf keer trok auteur Marc Vermeulen met een andere kennis naar een andere abdij. Daar converseerden de mannen door beurtelings brieven onder elkaars deur te schuiven. Die conversaties zijn nu verzameld in het boek Onder de deur. Een interessant experiment, al is het resultaat niet altijd even boeiend.

Auteur Marc Vermeulen bedacht een interessante formule, maar mag hogere eisen stellen van zijn handlangers.
De formule die Marc Vermeulen bedacht voor Onder de deur, prikkelt de nieuwsgierigheid. Telkens nam de auteur iemand uit zijn dichte of verre kennissenkring mee naar een abdij ergens in België. Een weekend lang namen ze deel aan het kloosterleven, weg van de profane buitenwereld. Vermeulen vraagt zich af wat er gebeurt als twee mensen twee dagen lang elk een abdijkamer betrekken en enkel het volgende doen:
1. Niets. Althans niets werkgerelateerds of productiefs. Toegelaten zouden zijn: een boek lezen, slapen, staren door het raam, nadenken, wachten, één of andere contemplatieve bezigheid uitvoeren.
2. Het ritme van de abdijbewoners overnemen. De paters, broeders, zusters als een schaduw volgen en doen wat zij doen.
3. Een blad vullen met tekst en in een bruine envelop onder de deur van de abdijpartner schuiven. Deze vult aan of spreekt tegen, of schrijft over iets helemaal anders. En schuift zijn tekst in de envelop terug onder de deur van de afzender.
Dat is meteen het eerste van de vele lijstjes die de auteur opneemt in zijn boek. Een ander lijstje somt de voorwaarden op waaraan de ‘abdijpartners’ moeten voldoen. De belangrijkste: man zijn, twee dagen stilte kunnen verdragen, een schrijfneiging hebben en aan introspectie kunnen doen.
‘Ik ben buitenmate verrast door de capaciteit van deze mensen om gedachten op papier te zetten. Handgeschreven! Het ambachtelijke! Terug naar ons ‘Dag liefste dagboek van mij’. En dat in een tijd waarin twitter-beperktheid en ‘mss ok nogdees:lol man oegoediedadeje’ ons taalgebruik infiltreren!’, schrijft Vermeulen enthousiast in het postscriptum achteraan in zijn boek. ‘Ikzelf kan me wentelen in jolige zinnen en zoeken naar een woord dat op de juiste plaats staat. Ik wist niet dat anderen zo gemakkelijk pagina’s, vele pagina’s kunnen vullen met hun gedachten. Dat had te maken met enerzijds hun eigen schrijfcapaciteiten en anderzijds met ons typische heen-en-weer-schrijfsysteem.
Toch ontstaat al na enkele hoofdstukken de indruk dat de auteur de schrijfcapaciteiten van zijn abdijpartners overschat. Hij had ‘een schrijfneiging’ gerust wat scherper mogen definiëren. De deelnemers aan het project zijn stuk voor stuk amateurs als het op schrijven aankomt en dat merk je. De enige uitzondering op die regel is theaterman Geert Vermeulen, die meteen ook de beste stukjes weet te plegen. De auteur zelf is evenmin professioneel in de weer met pen en papier. Marc Vermeulen is werkzaam als coach voor leidinggevenden, maar blijft als licentiaat Germaanse talen een grote liefde koesteren voor het geschreven woord. Zijn professionele bezigheden komen wel voortdurend om de hoek loeren – onder meer via de talloze lijstjes.
Vooral de pseudoliteraire bedenkingen van Jos Borremans slagen erin de lezer te enerveren. Op het eerste gezicht lijken sommige passages aardig in elkaar geknutseld, maar bovenal zijn ze uiterst gekunsteld:
Ramen en muren. Scheiding of verbinding? Geluid en licht doorbreken en breken door. Wanneer je binnen zit tussen de monniken dan zit je aan de ene kant, en toch herken je de andere: allen dezelfde jij, maar zo verschillend met hun eigenaardigheden. Wie komt gemakkelijkst het laatst naar de kapel? Wie zingt het valst? Wie is het snelst gestoord?
Nu hoeven de abdijgangers geen literaire meesters te zijn om af en toe een rake observatie neer te pennen. Zo beschrijft ene Luc de vervreemding als hij zich aan het gebed waagt: ‘Luidop bidden en aan niets anders denken; het is een vreemde ervaring. Je moet er wat naïef voor zijn. En dan moet je er durven voor gaan. Er in tuimelen. Vooroordelen loslaten.’
Als je ervan uitgaat dat het hier gaat over meer dan een weesgegroetje opdreunen, versta je de vervreemding. Inderdaad: wie nu nog durft toe te geven dat hij bidt, is een oubollige christenmens of een moslim. De moderne West-Europese burger houdt zich daar toch niet meer mee bezig?
Ook Vermeulen is geen specialist in de rechtstreekse dialoog met het Opperwezen:
Bidden is niet aan mij besteed. Behalve wanneer ik me bevind in een hoge noodcrisissituatie en ik me tot iemand richt die daarboven is (waarom zeggen we altijd dat het daarboven te doen is?). Ik chanteer het bevoegde opperwezen ermee dat als ik geholpen word, ik iets terug zal doen. Mijn leven bekeren of de wandaad in kwestie niet meer overwegen te doen.
De auteur staat dubbelzinnig tegenover het stille, religieuze leven in de abdij. Bij zijn eerste bezoek gaat hij gebukt onder een druk, net door het wegvallen van de dagdagelijkse druk van zijn professionele en familiale bestaan. Hij is ongelovig, maar heeft begrip voor de broeders en zusters die voor het kloosterleven gekozen hebben:
Wie God is? Ik denk niet dat ik erin geloof. Ik geloof wel in mensen die in een God geloven en daar zoals de paters hier ferm veel onbevangen, zuivere energie insteken. Full-time activiteit.
Abdijpartner André Van Weddingen kan zich minder gemakkelijk verzoenen met een bestaan gewijd aan God, zo merkt de auteur:
‘Ik kan die stilte niet goed verdragen’, zal hij me zeggen en ik zag zijn hunkering naar buiten. ‘Haal me hieruit, want dit is mijn wereld niet. Ik snap echt niet wat de toegevoegde waarde van deze dames voor onze maatschappij is.’ Dat was een moeilijke situatie en eigenlijk stond ik op het punt om het experiment af te blazen.
‘Ik zou willen begrijpen, waarom ze voor dit leven hebben gekozen. Wat ging er vooraf aan de keuze, wat heeft hen overtuigd? Wat is dat eigenlijk, een roeping? Wat missen ze?’, vraagt André zich af. ‘Het Jambers-syndroom in mij komt weer naar boven. Hoop toch de kans te krijgen de antwoorden te vinden.’
Acteur en scenarist Geert Vermeulen heeft eveneens kritische bedenkingen bij het vrome bestaan van de paterkes en de nonnekes. Dat heeft veel te maken met de stortvloed aan onheilstijdingen over de katholieke kerk die de jongste jaren vlot de krantenpagina’s haalden. Zoals auteur Marc Vermeulen zelf opmerkt:
De timing van het ‘Onder de deur’-experiment kon niet slechter zijn. We begonnen met een driedaags bezoek aan de Abdij van Westmalle, in augustus 2010 en stopten eind maart 2011 in de abdij van Chimay. Wat voor en tijdens dit experiment allemaal binnen de kerk gebeurde, was ongelooflijk.
Met enige schroom moet abdijpartner Geert erkennen dat hij de harde actualiteit niet los kan koppelen van het schijnbaar vredige samenleven in de abdij:
Hoor die klokken maar luiden! Voor de Vespers ditmaal, bij deze besluit ik dat ik niet meega naar de Vespers. Om weer tussen de oude knarren te zitten waarvan je je onwillekeurig afvraagt: wat hebben zij met hun seksualiteit gedaan? Met excuses voor de gastvrijheid die ik hier op stoute wijze schandaliseer door de gastheren en hun geloof te beschimpen.
Maar ook zonder het kindermisbruik waarover sinds het uitbarsten van de affaire-Vangheluwe zoveel te doen is, plaatst Geert Vermeulen kritische vraagtekens bij het afgezonderde bestaan van de kloosterlingen:
Verdoving, daar doet het mij aan denken. Steeds opnieuw dezelfde teksten, dezelfde rituelen, monotoon uitgesproken en uitgevoerd, zwevend boven de dieptes van hun zijn. Verdoving wordt gebruikt om pijn te neutraliseren bij een operatie. Ik herinner mij het ontwaken na een meniscusoperatie: een heerlijk zwevende toestand tussen zijn en niet-zijn, weg van de wereld en toch al terug een beetje deel ervan uitmakend. Is dat de permanente staat van genade waarin paters verkeren?
Gelukkig spaart de scenarist ook zichzelf niet. ‘Ik word stilaan suf van mijn eigen halfslachtig gezwets. Alsof zo’n ‘retraite’ ook tot bezinning ‘moet’ leiden. Kwart over tien inmiddels; tijd om de nacht te omhelzen’, schrijft hij met gezonde zelfspot.
Marc Vermeulen schuwt de zelfspot evenmin – zo wordt hij er zich van bewust dat hij te veel lijstjes samenstelt, waardoor hij er de lezer in de tweede helft van het boek minder mee lastigvalt. Toch duikt het meest ergerlijke lijstje helemaal achteraan op: een overzicht van het soort mensen voor wie een abdij een geschikte plaats is om een weekend door te brengen. Gedurende drie pagina’s passeren zeventien groepen de revue. Dan gaat een mens al eens ongegêneerd geeuwen.
In andere lijstjes probeert de auteur samen te vatten hoe hij de rooms-katholieke kerk wil hervormen. Nadrukkelijk komt dan Vermeulens achtergrond in human resources op de voorgrond:
1. Per direct zijn het huwelijk, samenwonen en intergeslachtelijk verkeer een vrije optie.
2. Gezagsdragers moeten voor hun 60 op een belangrijke post zitten.
3. Er wordt voortaan in priesteropleidingen veel aandacht besteed aan palliatieve vaardigheden, omgaan met gevangenen, rouwprocessen en veranderingsprocessen. Bijbelexegese en oudtestamentaire teksten kunnen uitleggen worden keuzevak.
4. Introductie van religieuze binnenhuisdecoratietechnieken.
5. Het vak ‘preken’ wordt een hoofdvak, met camera-opnames enz…
Zonder enige twijfel waren dat waardevolle aanbevelingen als de kerk een multinational was die zo performant mogelijk zijn producten aan de man moest brengen, maar tot nader order is de paus geen chief executive officer (krijg de paus eigenlijk een bonus per bekeerling?) en is de kerk geen bedrijf, maar een instituut dat een ontastbaar product probeert te distribueren: het geloof in Jezus Christus, de Verlosser.
Veel sterker is Vermeulen als hij zijn diepste zielenroerselen blootlegt. Zo is hij ongemeen hard over de band met zijn vader:
Je bent nu ouder dan de oudste pater hier, en met sommigen, neen allemaal, heb ik leukere gesprekken gehad op tien minuten dan met jou op gans mijn leven. Ik herinner me geen gesprek, geen aanmoediging, geen emotie, geen commentaar op mijn rapport. Ik wacht op je doodsprentje.
Misschien komt de scherpste observatie wel van Vermeulens volwassen zoon David:
In het beste geval zijn we volgens mij bezig geweest met onszelf, met een innerlijke zoektocht, door middel van de dialoog, in het slechtste geval met het eenvoudig aanwezig zijn en opdoen van indrukken. Hoe dan ook waardevol, ‘t is maar hoe je ‘t bekijkt.
Ik bekijk het als volgt: indrukken opdoen en innerlijke zoektochten kunnen best aangenaam zijn. Maar als je er ook voor de lezer een aangename ervaring van wilt maken, moet je erop toezien dat het merendeel van de abdijgangers kundig met een pen kan omspringen. Dat is en blijft nu eenmaal monnikenwerk en niet iedereen is daarvoor geroepen.
Onder de deur, Marc Vermeulen, 19,90 euro, Uitgeverij Charlotte.
Imago
6 oktober 2011
Awel, awel, wat is mij dat hier? Een boek over imago’s? Yep, inderdaad. Na Onder de Wapper heb ik het over een andere boeg gegooid: dertien bekende koppen oog in oog met hun imago. Op 20 oktober is er een presentatie met receptie.
Plaats van afspraak is lunchcafé Walry, in de Zwijnaardsesteenweg te Gent. Om 20 uur begint het. Kristien Hemmerechts, één van de interviewees met een imago, verzorgt de inleiding. De foto’s in het boek – ik vind ze zelf tamelijk fantastisch – zijn van Joram Van Holen. De lay-out – ook daar ben ik fan van – is van Pjotr.
Mijn uitgever is nog altijd Luster.
Als ge wilt afkomen, moogt ge. Ik vraag geen toegangsgeld.
Ronse
26 september 2011
Samen met fotograaf Bas Bogaerts ben ik een nacht gaan zuipen in Ronse. Vorige week nog schreef Simon Demeulemeester, redacteur bij Knack.be, op zijn blog een brief aan burgemeester Luc Dupont. Daarin verwijt hij het stadsbestuur dat het te weinig politie inzet om iets te doen aan het vele geweld in de Parel van de Vlaamse Ardennen.

Reportage over Ronse in De Morgen. Bas kon fotograferen zonder dat zijn toestel stukgeslagen werd. Een overwinning!
Wij hebben niet op ons muil gekregen. Bas kreeg wel ambras met twee dronken dames van in de vijftig, maar verder moesten we niet voor ons leven gaan lopen.
Het enige geval van agressie dat we die avond meemaakten, was op de N60 richting Ronse. Een straalbezopen koppel in een BMW vond er lol in om telkens zeer bruusk te remmen vlak voor Bas’ stationwagon. Op een gegeven moment sprongen de zatte lieden uit hun wagen om op de ruiten te gaan kloppen. Dat alles op het tweede baanvak van een steenweg waar tamelijk snel gereden wordt. Man, wat zagen ze er kwáád uit. En wij weten nog altijd niet waarom.
Bon, ik heb rustig een foto genomen van die onnozelaars, de nummerplaat opgeschreven en verder eens goed gelachen met zoveel opgefokte dwaasheid. Bas was zich onderwijl sterk aan het inhouden om niet uit zijn wagen te springen en in het asfalt een gedetailleerde afdruk te maken van des chauffeurs gelaat.
Het verslag van het verdere verloop van de avond staat in De Morgen van vandaag. Hieronder de uitgebreidere special edition.
Ja, er heerst een degoutante geweldcultuur in de Parel van de Vlaamse Ardennen. Niet waar, de stad is net haar verval te boven aan het komen. De Ronsenaars reageren verdeeld op de brandbrief van journalist Simon Demeulemeester (DM 22/9). ‘Ronse is een bokaal: zet er twee schorpioenen in en ze zullen vechten.’
Alles is peis en vree wanneer we Ronse binnenrijden. De ondergaande zon werpt een gulden glans op de vele art-decohuizen. Het valt op hoeveel woningen te huur of te koop staan – in het Nederlands en het Frans, want Ronse is een faciliteitengemeente, gelegen aan de taalgrens. Hier koop je riante kastelen tegen een prijs waarvoor je in het verre Gent met moeite een half herenhuis krijgt. Enig nadeel: je zit er behoorlijk geïsoleerd van de rest van Vlaanderen. De E17, de dichtstbijzijnde (Vlaamse) autosnelweg, ligt op een halfuur rijden. Ten zuiden van Ronse, in de provincie Henegouwen, loopt wel de E429. Die verbindt de stad met Brussel.
Het stuk snelweg is niet de enige link tussen de grote Belgische hoofdstad en het kleine Ronse. ‘Petit Bruxelles’ wordt het Oost-Vlaamse stadje met z’n 25.000 inwoners weleens genoemd. Niet alleen vanwege de tweetaligheid en de fraaie architectuur uit de eerste helft van de twintigste eeuw, maar ook vanwege de jongeren van – vooral – Marokkaanse origine die steeds zichtbaarder in het straatbeeld opduiken. De allochtone gezinnen in Ronse komen vaak van de hoofdstad overgewaaid.
In de gepeperde brief die ex-Ronsenaar Simon Demeulemeester aan burgemeester Luc Dupont (CD&V) schreef, maakt hij gewag van een ware geweldcultuur. Het aantal agenten is volgens de jonge journalist te gering om de agressie onder controle te houden, laat staan in te dijken. Met zes agenten is er geen sprake van verhoogde waakzaamheid, argumenteert Demeulemeester.
Wij staan nog geen vijf minuten op de Grote Markt in Ronse of er passeert al een agent met een Mechelse scheper. Het luidruchtige Franstalige gezelschap op één van de terrasjes gaat er niet stiller door discussiëren. Is dit de verhoogde waakzaamheid? “Wees gerust, het is niet door de media-aandacht voor Ronse dat ik nu met een hond rondloop”, glimlacht de jonge politieagent vriendelijk. “Dit is mijn vaste partner.”
Is er iets aan van de berichten over de geweldcultuur in Ronse? “Ach, dit is de ruigste plaats van het arondissement, maar dit arondissement is wel het rustigste in de wijde omgeving”, sust de politieman. “Zelf ben ik eigenlijk maar een inwijkeling, maar toch hou ik van deze stad. Het kan er heetgebakerd aan toe gaan, maar evengoed is het een leuke plaats.”
Merkt hij dan niet dat er de laatste jaren meer geweld is? “Dat hangt af van weekend tot weekend. Soms moet je drie interventies op één nacht doen, soms geen enkele. Als politie komen wij wel altijd te laat, als de feiten al gebeurd zijn”, vertelt de agent. “Het jammere is ook dat wij wel mensen oppakken, maar dat we dan te horen krijgen dat er geen plaats is in de gevangenis én dat er geen enkelbanden meer zijn. Die gasten krijgen dan wel enkele voorwaarden opgelegd, maar ze staan zo weer op straat. De volgende keer dat ze tegen de lamp lopen, komt er gewoon een voorwaarde bij.”
We gaan ons licht opsteken in café Classic Tour op de Grote Markt. Merken de klanten dat er een geweldcultuur heerst in Ronse? “Natuurlijk klopt daar iets van. Maar waar zie je dat niet?”, repliceert Bernard (64), die samen met echtgenote Inge (59) en het bevriende koppel Martien (50) en Tia (46)* een zaterdags pintje drinkt. “Het is wel zo dat Ronse als grensstad relatief in verval is. De huizen zijn hier ook goedkoper dan elders. Dit is een faciliteitengemeente, waardoor er sneller kansarme Walen en allochtonen naar hier komen. Er zijn meer allochtonen in Ronse gaan wonen dan de stad kan dragen.”
“In Oudenaarde zie je dat veel minder”, vult Martien aan, die verder nauwelijks een goed woord over heeft voor zijn geboortestad.
“Onze kinderen wonen nu in Gent”, zegt Inge. “Toen ze nog in Ronse uitgingen, hebben ze verschillende keren vechtpartijen meegemaakt. Er was meer agressie in de cafés, ook omdat de politie niet tussenbeide kwam. Ik vind het doodjammer dat er zoveel armoede, leegstand en criminaliteit is. Je zit hier in een uithoek van Vlaanderen. Er is nauwelijks werk.”
“Dat is een misvatting”, reageert Martien. “Veel Ronsenaars werken in Ronse zelf. Maar er zijn ook veel werklozen. Vaak gaat het om mensen die niet de kwaliteiten hebben om hier aan een job te geraken.”
Tia, zelf geboren en getogen in Ronse, merkt op dat er de laatste twee jaar wel weer meer jonge mensen in het stadje komen wonen. “De omgeving is zeer mooi en in Ronse word je snel aanvaard”, zegt ze. Bernard knikt. “Je voelt dat er verval is, maar er is ook opbouw. De burgemeester doet zijn best om meer toerisme naar Ronse te halen. Maar echte Ronsenaars klagen nu eenmaal over hun stad”, grijnst hij.
Als we weer naar buiten stappen, zien we dat er op de Grote Markt een combi staat. De agenten mogen niet met ons spreken, maar laten toch verstaan dat ze hier nu al enkele weekends lang ’s nachts postvatten om de rust te bewaren. De cafébazen appreciëren de geste: volgens hen is er effectief minder geweld nu de politie een oogje in het zeil houdt.
“Al sinds drie maanden staat de politie op wacht”, zeggen Allison (20) en haar moeder Marilor (60), de bazin van café The Palace. “Bij problemen komen ze meteen tussenbeide. Er is nu meer veiligheid. Enkele maanden geleden zagen we veel meer vechtpartijen.”
Marilor is opgelucht dat enkele lastige klanten vorig jaar in de nor gedraaid zijn. “Het waren vreemdelingen. Jongeren tussen achttien en dertig jaar. We zagen ze vaak ook schade aanrichten aan geparkeerde wagens, maar dat is fel verminderd sinds de politie meer patrouilleert”, getuigt de Franstalige cafébazin.
“Toch blijft het moeilijk om volk naar ons café te lokken”, merkt Allison. “Mensen blijven thuis of gaan naar de discotheek. Ik weet niet hoe dat komt. Evengoed is het door het rookverbod.”
In de andere uitgaansbuurt van Ronse, de Kleine Markt, klinken echter minder positieve geluiden. “Vorige week is er hier op zaterdagochtend nog zwaar gevochten geweest. Opeens stopten er enkele auto’s en stond er een bende van vijftien man op het plein om te vechten”, zegt een cafébaas. “Sommige van die jongeren zijn al 25 keer opgepakt, maar lopen nog altijd vrij rond.”
Ook hij situeert de problemen bij de groter wordende onderlaag van de bevolking. “Er komen hier veel kansarmen mensen toe, vooral Walen en allochtonen. Velen zijn klant bij het OCMW”, zegt de cafébaas. “De werkloosheid in Ronse bedraagt bijna 15 procent. Nu is er in iedere stad met armoede wel sprake van overlast, maar dat dat ook in zo’n kleine stad als Ronse gebeurt, is erg. En de politie kan niets doen zolang er geen bewezen feiten zijn. De laatste twee jaar is het veel verergerd. Er is een groep jonge mannen die zich niet aanpast en volledig ontspoord is.”
“De heetste avond is de vrijdag. Dan staat het plein stampvol. De politie moet soms drie interventies per nacht houden. Om middernacht doen wij onze gordijnen naar beneden om oogcontact te vermijden. Vroeger waren we open tot twee, drie uur, nu maximum tot één uur. Het is spijtig dat wij ons moeten aanpassen aan de straat”, getuigt de man. “In mijn jonge jaren ben ik een linkse voorvechter geweest. We gingen de wereld veranderen. Maar met ouder worden zie je wel de realiteit. Pas op, ik zal nooit op een extreme partij stemmen, want dan houd je alleen slogans over. Maar je moet wel kunnen zeggen wat er aan de hand is. De politie zou harder moeten kunnen ingrijpen. Nultolerantie, zoals in Lokeren. Zo hebben ze daar hun problemen kunnen oplossen.”
Ondanks de ellende blijft hij Ronse graag zien. “Het is een mooi stadje. Ik woon hier graag. In dit grote dorp kent iedereen iedereen.”
Voor carnavalscafé Bommoss, eveneens op de Kleine Markt, staat een bende Ronsenaars gezellig zat te worden. ‘Keep On Smiling’ van Tom Jones schalt vrolijk door de luidsprekers. Maar zodra je mensen aanspreekt over de agressie in hun stad, worden ze bloedserieus. “Ja, er is veel geweld. Ge zoudt ervan verschieten. Ik ken veel mensen die niet meer buiten durven komen omdat ze bang zijn”, zegt Andy Maes (33). “Ik ben gelukkig groot: 2,05 meter. De meeste mensen zijn bang voor mij.”
De mééste, maar niet allemaal. Zeven jaar geleden werd Andy zelf het slachtoffer van agressie. “Dertien Marokkanen hebben me aangevallen. Ik heb een messteek gekregen onder mijn kin en één in mijn rug”, vertelt hij terwijl hij op het lange litteken onder zijn kin wijst. “Sindsdien ben ik toch wel een beetje racistisch. Maar op het Vlaams Belang stemmen doe ik niet. Ik stem blanco!”
Ook Andy wijt het geweld aan de kansarmoede. “Ik ben zelf een Waal, maar woon al zeventien jaar in Ronse. Nu heb ik gelukkig een job. Maar enkele jaren geleden was het onmogelijk om iets te vinden, zelfs al ben ik tweetalig. In een interimkantoor in Oudenaarde werden een Waalse vriend en ik afgeblaft. Werk vinden is het grootste probleem in de streek. Daardoor zijn veel jongeren gefrustreerd.”
Andy vertelt over de zware vechtpartij die vorige week zaterdag plaatsvond op de Kleine Markt, maar was er zelf niet bij. Eric Vandendaele (52), de echtgenoot van de bazin van de Bommoss wel. “Om vier uur hebben we het café gesloten, waarna ik met enkele vrienden naar het café hiernaast trok, De Clubman. Om zes uur kwamen we weer buiten. Twee Marokkanen zochten ruzie. Er ontstond geduw en getrek. Die ene gast viel met zijn achterste in een bloembak, waarop de andere het op een lopen zette. Maar even later stond hij hier terug met vijftien anderen. Ik heb mij kunnen verdedigen, maar mijn twee kameraden waren er erg aan toe”, doet Eric zijn relaas. “De politie is pas een half uur later toegekomen. Er zijn verschillende aanvallers opgepakt, maar de meesten zijn weer vrijgelaten.”
Eric is verbitterd over de aanpak van de burgemeester. “Die heeft meer patrouilles beloofd, maar heb jij ze hier al gezien? De voorbije drie uur heb ik ze hoogstens één keer zien voorbijrijden met hun combi. Terwijl ze weten hoe gevaarlijk het hier kan zijn op de Kleine Markt”, klaagt hij. “Als de politie het recht niet in handen neemt, zullen wij het zelf doen. Het lijkt nu al bijna alsof wij meer mogen dan hen. Het is spijtig dat ik het moet zeggen, maar op den duur zou je er racistisch van worden.”
Op straat komen we een jonge Marokkaan tegen. Nabil (24) is afkomstig van de beruchte wijk Maritime in Sint-Jans-Molenbeek, maar woont nu al enkele jaren in Ronse. Hij is uitsluitend Franstalig. “Het spijt me dat ik hier ben. Ronse is een bokaal. Zet er twee schorpioenen in en ze beginnen te vechten. Er is hier niets voor de jeugd. Geen cinema. Geen sportfaciliteiten. Geen werk. Enkel problemen. En onrechtvaardigheid. Alleen omdat ik Marokkaan ben, word ik regelmatig tegengehouden door de politie. Willekeurig.” De jongeman zucht gelaten. “Ronse is een put, in alle opzichten.”
Nabil ontkent niet dat er agressie is. “Natuurlijk is er veel geweld. Zeer veel zelfs”, beaamt hij. “Vaak gaat het om tieners die zich willen tonen. Ze drinken te veel, roken een joint en willen stoer doen zoals hun grote broer in Brussel.”
Aan één van de cafés in de stationsbuurt ontmoeten we de extraverte Vanessa Van der Eecken (33). “Ik ben een geboren en getogen Ronsenaar en ik heb nog nooit problemen gehad. Enkele jaren was het wel erger, maar nu zien we meer blauw op straat. De flikken doen hun best”, benadrukt ze fel. “Als je uitgaat voor de lol en de goede vrede, zul je geen problemen krijgen. Ik denk dat Simon Demeulemeester hier al lang niet meer geweest is.”
Ondertussen is het al voorbij middernacht. We hebben inderdtijd nog geen enkele opstootje gezien, behalve toen fotograaf Bas het halvelings aan de stok kreeg met twee doorzopen annex leeggekotste dames van boven de vijftig. Op de Grote Markt lijkt alles rustig. Op het terras van de Classic Tour genieten enkele vriendinnen van het nazomerweer. Een geweldcultuur kun je je hier niet bij voorstellen. “En toch durf ik niet alleen naar huis, hoewel ik amper 500 meter verder woon”, zegt Elke (31). “Als een allochtoon een sigaret komt schooien en je zegt dat je niet rookt, word je meteen uitgescholden voor ‘sale pute’.”
Twee jaar geleden is ze gewond geraakt bij een gevecht. “Er ontstond ruzie op een terras. De vechtersbazen begonnen met marmeren tafels te gooien. Eén is op mij beland. Ik had twee gebroken en twee gekneusde ribben. Toch sleurde ik me de volgende dag naar het politiekantoor om een verklaring af te leggen, maar dat werd uitgesteld. En nog eens. Toen ik drie weken later alsnog mijn verhaal deed, waren de camerabeelden van het voorval al gewist, want die worden maar twee weken bewaard”, zegt de jongevrouw misprijzend. “Ondertussen woon ik recht tegenover het politiekantoor. Toch is er al twee keer ingebroken bij ons. Hier is meer aan de hand dan enkel een onveiligheidsgevoel.”
Peggy (29) knikt. Zij is verpleegster in het ziekenhuis van Ronse. Elke week ziet ze slachtoffers van vechtpartijen toekomen. “Vaak met blauwe plekken, soms met snijwonden en af en toe zelfs iemand met een gebroken kaakbeen”, somt ze op. “Onlangs is er een jongen van zeventien aangevallen. Hij moest vervolgens één van de agressors pijpen. Dat is gewoon overdag gebeurd. De meeste vechtpartijen vinden wel ’s nachts plaats.”
Volgens Peggy durven vele slachtoffers geen klacht in te dienen. “De politie raadt zelfs af om klacht in te dienen. ‘Anders kennen ze je adres’, waarschuwen ze. Dat is toch niet meer normaal?”
* De meeste namen in dit artikel zijn pseudoniemen, tenzij de naam voluit staat.































